Criminaliteit = alle gedragingen die bij de wet strafbaar zijn gesteld

Misdrijven = meer ernstige feiten

Overtredingen = minder ernstige feiten

Rechtsstaat = een staat waarin de overheid zich moet houden aan wettelijke regels, die door een democratisch gekozen parlement zijn goedgekeurd

Verdachte = er is een redelijk vermoeden dat de persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit

Legitimeren = met een paspoort of een ander identiteitsbewijs aantonen wie je bent



Fouilleren = aan zijn kleding en aan zijn lichaam worden onderzocht

Opsporingsbevoegdheid = Politieambtenaren zijn bevoegd om in het kader van het opsporingsonderzoek bepaalde opsporingsmethoden toe te passen

Resocialisatie = verbetering en heropvoeding van een crimineel

Eiser = degene die de zaak aan de rechter voorlegt

Gedaagde = de persoon van wie iets wordt gevraagd

Dagvaarding = een mededeling aan een persoon dat hij voor de rechter moet verschijnen



We maken onderscheid tussen verschillende delictsoorten:

- tegen de openbare orde en gezag (verbranden van Nederlandse vlag)

- misdrijven tegen leven en persoon (doodsslag)

- ruwheidmisdrijven (vernieling)

- vermogensmisdrijven (diefstal)

- seksuele misdrijven (verkrachting)

- verkeersmisdrijven (rijden onder invloed)



- misdrijven tegen de Opiumwet (verkoop van drugs)

- economische delicten (het verkopen van vlees met teveel sulfiet)

- milieudelicten



Oorzaken van slechte maatschappelijke ontwikkeling:

- Aangeboren

- Het optreden van de ouders

- School

- Groepsgedrag (stoerdoenerij)

- Drugsgebruik

- Normen en waarden die in het algemeen zijn vervaagd

- Sociale achterstand van mensen

- Sociale controle van andere mensen om je heen

- De pakkans is afgenomen



Belangrijke zaken die de verenigde naties hebben geregeld in de Universele verklaring van de rechten van de mens:

- men mag niet discrimineren

- men mag mensen niet martelen

- men mag niet zomaar iemand gevangen zetten

- iedereen heeft recht op een eerlijk proces

- iedereen heeft recht op vrijheid van meningsuiting

Iemand die wordt verdacht van een strafbaar feit krijgt achtereenvolgens te maken met de politie, de officier van justitie en de rechter.

Politie: de politie verzamelt informatie over het strafbaar feit. Deze informatie wordt opgeschreven in een proces-verbaal.

Officier van justitie: deze onderzoekt de zaak verder in het opsporingsonderzoek. Hij beslist of de zaak zwaar genoeg is om de gedachte verder te vervolgen.

Rechter: Hij moet vaststellen of de verdachte inderdaad schuldig is.

De politie heeft drie taken:

- hulpverlening ( wijzen van de weg)

- handhaven van openbare orde (alcoholcontrole)

- opsporingstaak



Niet elk delict lijdt tot een rechtszaak. De officier heeft namelijk 3 mogelijkheden:

- seponeren (niet vervolgen)

- een transactievoorstel aanbieden (geldboete)

- vervolgen



De onafhankelijkheid van rechters wordt gewaarborgd doordat:

- Een rechter voor het leven wordt benoemd. Hij kan dus niet worden ontslagen.

- Het salaris van een rechter is bij de wet geregeld en kan dus niet veranderen.

- Het aantal rechters in een strafzaak staat van tevoren vast.



We kennen in Nederland verschillende soorten gerechten:

1. kantongerechten

2. arrondissementsrechtbanken

3. gerechtshoven

4. Hoge Raad

Kantongerecht: De kantonrechter wordt belast met de minder ernstige zaken in zijn rechtsgebied. Hij behandelt alleen maar overtredingen.

Arrondissementsrechtbank: Enkele kantons samen vormen het arrondissement. Zo’n rechtbank kent verschillende rechter: politierechter, een persoon (houdt zich bezig met lichte misdrijven, vernieling), meervoudige kamer, drie rechters (behandelt zware misdrijven, ernstige mishandeling en moord), kinderrechter (misdrijven door jongeren van 12 tot 18 jaar). Verder houdt de meervoudige kamer zich ook bezig met zaken uit het kantongerecht die in hoger beroep zijn gegaan.

Gerechtshof: Bestaat uit 3 rechters en behandelt alle zaken die door de arrondissementsrechtbank in hoger beroep zijn gegaan.

Hoge Raad: Bestaat uit 3 of 5 rechters en behandelt zaken die door het gerechtshof in hoger beroep zijn gegaan. Dat noem je dan cassatie omdat dit het hoogste rechtscollege is. De Hoge Raad bekijkt alleen of het recht goed is toegepast. Blijkt dit niet het geval te zijn dan begint alles weer van voren af aan.



Een rechtszaak bestaat uit 8 stappen:

1) Opening (de rechter controleert de persoongegevens van de verdachte)

2) Aanklacht (de officier leest voor wat de aanklacht is)

3) Onderzoek (de rechter onderzoekt hoe alles in elkaar zit m.b.v. getuigen en proces-verbaal)

4) Verhoor van de verdachte (de verdachte staat niet onder ede en hoeft niet naar waarheid te antwoorden. Ook hij mag nu getuigen naar voren roepen)

5) Requisitoir (de officier probeert in een verhaal aan te tonen dat de verdachte schuldig is)

6) Pleidooi (de advocaat van de verdachte probeert de verdachte nu te verdedigen)

7) Laatste woord (de verdachte heeft altijd het laatste woord)

8) Vonnis (hier doet de rechter zijn uitspraak)

Voor rechtshulp kun je terecht bij:

- een advocaat

- bureau voor rechtshulp

- rechts of wetswinkel



Waarom straffen we?

- Vergelding (kwaad moet gestraft worden)

- afschrikking van de dader (zodat hij het niet nog eens doet)

- afschrikking van de samenleving (zodat andere burgers het niet in hun hoofd halen)

- voorkomen van eigenrichting (zodat mensen niet het recht in eigen handen gaan nemen)

- verbetering van de dader (proberen de dader te verbeteren)

- beveiliging van de samenleving (zodat ze geen gevaar meer vormen voor de samenleving)


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.