Ook deze week is het nog 'seksweek' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


Literatuur zonder grenzen, Hoofdstuk 7
1.1 Politieke situatie

Oostenrijk en Duitsland verklaarden na de moord op aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Servië de oorlog. 1914. Rusland en Frankrijk stonden aan de kant van de Serven. Engeland sloot zich later bij Frankrijk aan. In deze oorlog verschansten hele legers zich in brede loopgravenstelsels. De spade was even belangrijk als het geweer. 1917 Amerika gooit zich, als bondgenoot van Engeland en Frankrijk, in de strijd. Het vuren werd gestaakt op 11 november 1918.

2.1. Reactie op de oorlog
In 1914 wist niemand was ze konden verwachten van een loopgravenoorlog. Het was een eer om te vechten voor het vaderland. Iedereen meldde zich als vrijwilliger aan. Daarna kwam de schokkende confrontatie met de werkelijkheid. In de literatuur (vooral poëzie) werd de werkelijkheid met bittere woorden vertolkt. Dichters schreven hun gedichten in loopgraven. Het korte gedicht was de perfecte manier om ervaringen weer te geven. De Engelsman Sassoon liet zich eerst meeslepen door het heldenidee, maar veranderde snel van mening toen hij in de loopgraven was geweest. Hij heeft hierop verschillende anti-oorlogsgedichten geschreven, zoals ‘the General’. De ervaringen van de oorlog werden een belangrijk thema in de literatuur in het Interbellum.

2.2. Kunst en werkelijkheid
In de 2e helft van de 19e eeuw ontstond er een nieuwe visie op kunst modernisme.
Baudelaire, Rimbaud en Mallarmé introduceerden nieuwe taalvormen en een ander levensgevoel. Het wereldbeeld werd door kunstenaars ervaren als verbrokkeld.
Dezelfde Franse kunstenaars werden in en na WO I beschouwd als Avant-garde : voorlopers van nieuwe ontwikkelingen. De oorlog had bij veel kunstenaars een catastrofegevoel doen ontstaan. Alles waarin men tot dan toe had geloofd was vernietigd. In de literatuur ontstond een groot wantrouwen tegen bestaande vormen, clichés en modellen van de werkelijkheid. Dichters wilden de taal ontdoen van ‘taalvervuiling’ en terug naar de elementaire poëzie. Na 1914 werd de werkelijkheid niet meer realistisch weergegeven, maar misvormd. Het werd nietsontziende, confronterende, harde kunst. Schönberg verwierp de oude muzikale taal en ontwierp het twaalftonenstelsel. Kunstenaars wilden zich niet meer de regels voor laten schrijven door oude tekens, ketens. Zowel in de beeldende kunst als literatuur komen we kenmerken tegen die modernistisch genoemd worden. Bv. Picasso maakte schilderijen waarin verschillende standpunten te zien zijn, voor en zij bijvoorbeeld.

3.1. Modernisme in de poëzie
Er is in de poëzie vaak sprake van een wisselend gezichtspunt. De lezer moet goed opletten om te weten wie er spreekt en welke uitspraak bij wie hoort. Er is in gedichten ook veel dubbelzinnigheid te vinden. Verschillende stijlvormen werden in één gedicht vermengd.
Martinus Nijhoff: “Lees maar, er staat niet wat er staat”.
Veranderingen zijn er ook op het gebied van taalgebruik. Terwijl in de traditionele poëzie één stijl van schrijven werd gehanteerd schrokken modernisten er niet voor terug verschillende stijlmiddelen te vermengen. Poëtische woorden en alledaags taalgebruik, verwijzingen en citaten uit wereldliteratuur. De lezer moet een bredere algemene ontwikkeling hebben om gedichten te begrijpen.

3.2. Modernisme in de roman
De ervaringen van het alledaagse leven blijken te ingewikkeld om eenvoudig weergegeven te kunnen worden. Het geloof in een hogere, absolute waarheid ontbreekt.

Vergelijking tussen traditionele roman en modernistische.
De 19e eeuwse schrijver richtte zich direct tot de lezer; het verhaal was logisch opgebouwd intrige, begin, einde, met personages waarin de lezer zichzelf kon herkennen.
In de modernistische roman is er geen alwetende verteller; hij twijfelt en is minder zelfverzekerd. Ook de personages, voortdurend overwogen en wijzigen standpunt.
Techniek om onzekerheden en wisselingen v.d. geest weer te geven. (stream of consiousness) Deze nieuwe stijl leent zich goed om de psychische gesteldheid te beschrijven, m.n. het halfbewuste en het onderbewuste.(Fr. Monologue interieur, Dts erlebte Rede)

Freud toonde aan dat mensen in alles wat ze doen door hun onderbewuste worden beïnvloed. Een aantal schrijvers, in NL Anna Blaman en Simon Vestdijk, pasten deze nieuwe inzichten toe in hun boeken.

3.3. Expressionisme
Ontwikkelde zich in Duitsland. Het expressionisme was een reactie op het naturalisme en het impressionisme. Het ging om het uitdrukken van gevoel (innerlijk).
De Duitse expressionisten gingen op zoek naar de nieuwe mens. De nieuwe mens had een afkeer van het burgerlijke. Hij wilde intens leven, doordringen in het wezen van zichzelf. Het expressionistische taalgebruik kenmerkte zich door korte zinnen zonder duidelijke samenhang. De gedichten maakten vaak een verbrokkelde indruk (snel ritme).
De beeldspraak werd in veel gevallen ontleend aan het dynamische leven in de grote stad.
In de beginjaren van het expressionisme (voor 1914) gingen kunstenaars in Duitsland op zoek naar de nieuwe mens een nieuwe maatschappij. De ideeën van Karl Marx en Freud hadden grote invloed. Zij hadden opvattingen over van alles. De hele structuur van de West-Europese wereld werd op zijn kop gezet. Alles wat tot dan toe had bijgedragen aan de vooruitgang van de beschaving, kon hem ook weer vernietigen. (Oswald Spengler en George Heym). Vooral in Duitsland was de beschaving in korte tijd veranderd.
Oerinstincten moesten ongebreideld getoond kunnen worden. De thema’s in de poëzie worden in die 1e periode, verwoord als instinct, roes, drift en razernij. Na WO I wordt het Duitse expressionisme gekenmerkt door humanitaire gezindheid. Op zoek naar geluk, vrede en verbroedering.

3.4. Dadaisme
In 1916 vluchtten een groep jongere kunstenaars naar het neutrale Zwitserland om niet geslacht te worden. (waaronder Hugo Ball) Ze vormden het cabaret Voltaire. Ze deden niets liever dan alles belachelijk maken. De kunstenaars wilden laten zien dat het verstandelijke, logische overwegingen de westerse beschaving niet veel verder hadden gebracht.
Volgens dadaïst Tristan Tzara werd door dada een nieuw soort poëzie mogelijk, van de willekeur en de vrijheid, omdat dada niets betekent. Door niets te worden ontsnapte de poëzie aan de gevangenis van regels. Woorden uit kranten knippen, op willekeurige volgorde neerleggen, zodat toeval de baas is, was volgens Tzara hét dadaïstische gedicht.
Ball vond dat het klankgedicht de zuiverste en meest doorzichtige vorm van het dadaïsme was. Marcel Duchamp exposeerde ready mades. Eigenlijk gevonden voorwerpen, gemonteerd of gelaten zoals het was. Hij baarde veel opzien en verontwaardiging.

3.5. Surrealisme
De surrealisten wilden het leven veranderen. De surrealisten bestudeerden het onbewuste om op die manier door te kunnen dringen in een hogere werkelijkheid.
Écriture automatique, automatisch schrijven, waardoor de schrijver zo ongecontroleerd mogelijk, via associaties gedachten op papier zet. Hij moest zich zo passief mogelijk opstellen om beelden uit het onbewuste naar boven te laten komen. Een andere manier :
Het toeval moest zo groot mogelijk gemaakt worden. Door middel van collages, waarbij de buitenwereld letterlijk het kunstwerk wordt binnengehaald. Voorbeeld is het Cadavre Exquis. Op een stuk papier werden zinnen geschreven of tekening gemaakt door een aantal personen die niet mochten weten wat de vorige hadden gemaakt. Surrealisten waren voortdurend bezig de gangbare, geaccepteerde verhoudingen van de werkelijkheid te doorbreken. Bij het surrealisme werd de toeschouwer steeds op het verkeerde been gezet. Bv. ‘waarom niet niezen’ van Marcel Duchamp. Een vogelkooi, (dichterbij) geen vogel maar suikerklontjes, (dichterbij) geen suikerklontjes maar op maat gezaagde marmerblokjes.
Dali beschouwde eigen schilderijen als ‘met de hand geschilderde droomfotografieën’.
Zijn werk zou de surrealistische ideeën het meest benaderen. (Breton)

3.6. Nieuwe zakelijkheid
Nieuwe zakelijkheid, ofwel neorealisme genoemd werd beïnvloed door nieuwe ontwikkelingen in de schilderkunst, met name het kubisme. Ongeveer 1879 : Cézanne : alle vormen uit de natuur zijn gebaseerd op kegel, bol en cilinder. Het schilderen van de natuur met behulp van wiskundige vormen kun je beschouwen als een vorm van abstractie : vereenvoudiging van de afgebeelde werkelijkheid. Abstraheren = het concrete eraf halen. Pablo Picasso (1881-1973) liet zich door Cézanne (1839-1906) inspireren.
Les demoiselles d’Avignon, een schilderij met 5 hoeren en een stilleven die hij had laten oplossen in hoekige vormen of facetten. Critici zagen voornamelijk kubussen of hoeken en gaven de nieuwe stijl de naam kubisme.
De schilder die het meest radicaal abstracte kenmerken in zijn kunst toepaste was Piet Mondriaan (1872-1944). Zijn stijl koste hem diep en veel nadenken, niet zomaar iets.
Hij kreeg de kans om zijn opvattingen te delen in het tijdschrift “De Stijl” in 1917 opgericht door Theo van Doesburg. De Stijl, ook een beweging van kunstenaars met 1 ideaal.
Het scheppen van een wereld van totale harmonie. De kunstenaars van de Stijl wilden met hun ideeën doordringen in alle kunsten. Bleek vooral geschikt voor schilderkunst en architectuur. Een aantal schrijvers en dichters wilde een meer zakelijke benadering, boven het expressionisme met zijn vaak overladen gevoelsuitbarstingen. Veel werk speelt zich af in de stad. Voor de beschrijving van het stadsleven waren nieuwe verteltechnieken en taalmiddelen nodig; zakelijk en sober. De bekendste voorbeelden van deze stijl vinden we bij Bordewijk en Willem Elsschot.

Paul van Ostaijen
Hij wilde schoon schip maken met de overgeleverde waarden, om verder te gaan met een nieuwe taal en vormgeving. Deze wens uit hij o.a. in ‘De feesten van angst en pijn’, 1921.
In zijn eerste bundel MUSIC-HALL werd voor het eerst de grote stad als thema geïntroduceerd. Nieuwe woorden, die vooraf niet dichterlijk werden gevonden, werden nu wel gebruikt. De toon moest modern en flitsend zijn. Zijn verlangen naar universele broederschap en een nieuwe beschaving komt tot uiting in zijn gedichtenbundel ‘het sienjaal’.
Van Ostaijen was erg internationaal georiënteerd. Zijn sympathie voor het nationalisme werd niet op prijs gesteld, en daarom vluchtte hij naar Berlijn.
Na de 1ste wereldoorlog werden zijn gedichten formeel expressionistisch; gedisciplineerd.
‘Poëzie is woordkunst; niet mededeling van emotie’.

Hendrik Marsman
Marsman werd gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van het expressionisme in Noord-Nederland. Hij had een grote bewondering voor zijn Duitse collega’s, hoewel het humanitaire hem minder aansprak.
‘Het graan des levens omstoken tot de jenever der poëzie’, was zijn visie op het wezen van de dichtkunst.
In zijn eerste periode schreef hij felle, flitsende verzen. Poëzie had volgens hem niet de taak het leven te versieren, maar diende om de brullende chaos van tijd te verhelderen tot stilte en orde. Kenmerken: weerbaar, snel, koel en soepel. Het ging om de onmiddellijke weergave van het moderne leven.

Martinus Nijhoff
Het moderne van zijn gedichten zit hem vooral in zijn visie op de werkelijkheid; hij twijfelt of de dichter ooit in staat zal zijn die weer te geven. Poëzie mag volgens hem niet gebruikt worden om de gevoelens van de dichter uit te drukken. Een gedicht is pas geslaagd als er geen directe verbinding meer is met de dichter. Het moet een eigen werkelijkheid scheppen, een wereld in woorden.

Gerrit Achterberg
Een belangrijk thema in zijn werk is het tot leven wekken van een verloren liefde; dit omdat hij in het verleden iemand zodanig had verwond, dat die er aan overleed. Het autobiografisch aspect speelt in zijn werken een belangrijke rol. Poëzie is zijn middel om het bestaan zin te geven en de dood al schrijvend te overwinnen.

Simon Vestdijk
Hij verzette zich tegen het huiselijke, provinciale, de boerenroman. Bij Vestdijk vinden we ook kenmerken van het Europese modernisme, die zich vooral bezighielden met taal. Hij schreef ontzetten veel en probeerde de onzichtbare werkelijkheid in woorden te vangen.

F. Bordewijk
De stijl waarin Bordewijk zijn eerste boek, Bint, een persiflage op het fascisme, schreef, was in te delen in de nieuwe zakelijkheid. In zijn zinnen staat geen woord teveel en zijn sober.

Willem Elsschot
Zij stijl week teveel af van wat men aan het begin van de 20e eeuw mooi vond. Hij schreef nuchter en zakelijk, zonder versieringen, terwijl het toen in de mode was mooie volzinnen te maken. Elsschot was zijn tijd ver vooruit.

Nescio
Hij wilde zijn schrijverschap ver verwijderd houden van zijn burgerbestaan. Zijn taalgebruik is natuurlijk en zijn manier van vertellen zo direct, dat ook latere generaties werden aangesproken door zijn werk. Zijn boeken gaan vaak ook over de idealen van de jaren 60 en 70.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.