Nederlands literatuur cursus 1

§1 Lezers

Inleiding

Lezersreactie= reactie die wordt veroorzaakt door een tekst, doordat jij die tekst leest.

Effect= uitwerking die een tekst op jou heeft.

Factoren voor de lezer zijn: waarom lees je, wie ben je als lezer en wat verwacht je?

Waarom lees je?

1. leesmotivatie

Het is jou reden om te lezen. Bijv. het verhaal is leuk ontspannend, jezelf beter leren kennen, dingen over de wereld/werkelijkheid leren.

2. nieuwsgierigheid

Je bent nieuwsgierig naar ervaringen van anderen, belangrijke of interessante ervaringen, bron van inzicht in hoe mensen zijn.

Door identificatie of inleving met de personages en door herkenning van situaties en ervaringen denken veel lezers dat literaire teksten inzicht geven in de eigen identiteit en hoe mensen met elkaar omgaan.

wie ben je als lezer?

1. verhaal voorkeur

Lezers verschillen van elkaar in smaak en literaire voorkeur. Dit kan veranderen. Je maakt dan een smaakontwikkeling door.

2. verschil in lezersreacties

Doordat lezers verschillende voorkeuren hebben ontstaan verschillen in lezersreacties en waardering van teksten.

Jongens en meisjes kunnen verschillend reageren. Als het verschil in lezersreacties (mede) bepaald wordt door sekseverschillen, dan speelt gender een rol. Dat komt door verschillen die door opvoeding, beeldvorming, socialisatie enz. bepaald worden.

wat verwacht je als lezer?

1. verwachtingen

Als lezer heb je bepaalde verwachtingen van een boek. Het wel of niet uitkomen van verwachtingen is erg bepalen voor het effect van de tekst op jou. Dit bepaalt grotendeels je oordeel over de tekst.

2. verwachtingen vóór het lezen

Allereerst heb je bepaalde verwachtingen door wat je over de tekst gehoord hebt.

Ook het genre van het boek speelt een rol: om wat voor soort boek gaat het? Je verwacht de kenmerkende aspecten van het genre boek dat je gaat lezen.

Ten derde de titel en de omslag. Daarbij horen wervende teksten op de achterflap van de boekomslag.

3. standaard verwachtingen

In de eerste plaats verwacht je van een literaire tekst dat er terwijl je leest suggesties gegeven worden over het verloop van het verhaal. Door suggesties krijg je als lezer bepaalde vermoedens over het verdere verloop.

Daarnaast verwacht je dat je als lezer mee kunt leven met de personages. Veel lezers willen de personages kunnen begrijpen of zich ermee identificeren. Belangrijk daarbij is dat personages interessant of intrigerend moeten zijn.

 

 

§2 literaire teksten

eenduidigheid en meerduidigheid

eenduidigheid

In zakelijke teksten of in een leertekst wordt ernaar gestreefd de informatie zo eenduidig mogelijk te presenteren. Na lezing heb je geen vragen meer en is alles duidelijk. Je verlangt ernaar dat deze teksten betrouwbaar, geloofwaardig zijn en kloppen met de werkelijkheid.

meerduidigheid

Bij literaire teksten is er veel ruimte voor meerduidigheid. Soms zijn er meerder betekenissen mogelijk. Je krijgt te maken met onduidelijkheden en vragen omdat niet alles direct duidelijk is. Dat komt voornamelijk door de “open plekken”.

open plekken

open plekken

Bij literaire teksten krijg je de informatie niet in een keer. Een literaire tekst wordt gekenmerkt door open plekken. Een open plek is een klein of groter tekstgedeelte dat voor jou onduidelijk is dat vragen bij je oproept. Een lezer wordt aangespoord de open plekken in te vullen.

Open plekken maken je tot een actieve lezer omdat je de open plekken probeert in te vullen.

Open plekken kunnen op verschillende manieren onstaan:

1. informatieachterstand

Je kunt te maken krijgen met tegenstrijdige informatie, of met relevante informatie die verzwegen wordt. Ook kan het voorkomen dat informatie ontbreekt.

2. meer (denkt te) weten

Er ontstaat een open plek omdat je wilt weten of je vermoedens kloppen en of het met de personages zal verlopen zoals jij als lezer verwacht. In dit geval ga je af op bepaalde suggesties of expliciet verwoorde verwachtingen over het verloop van de tekst en je wilt weten of die uitkomen.

3. gedrag van personages

Motieven van de personages zijn niet altijd direct duidelijk waardoor open plekken ontstaan.

 

 

4. titel

Waarom is deze specifieke titel bij deze tekst gekozen? Je wilt weten welk verband je kunt leggen tussen de titel en de tekst.

5. kennis over de werkelijkheid

Als voorkomt dat er kennis van de werkelijkheid verondersteld wordt die jij als lezer niet hebt, dan ontstaat een open plek.

effect van open plekken

Open plekken hebben effect op de lezer. Je wilt de open plekken invullen en daardoor lees je verder. Een literaire tekst doet daarom beroep op de mentale activiteit van jou als lezer.

gesloten einde

Als aan het eind van een tekst alle open plekken door jou zijn ingevuld , dan heeft het boek een geslote einde.

open einde

Teksten waarbij voor jou als lezer aan het eind nog open plekken oningevuld zijn, dan heeft het boek een open einde. Er blijven onduidelijkheden en vragen bij jou als lezer bestaan.

proza, gedicht, toneel

Teksten waarbij voor jou als lezer aan het eind nog open plekken oningevuld zijn, dan heeft het boek een open einde. Er blijven onduidelijkheden en vragen bij jou als lezer bestaan.

proza, gedicht, toneel

Literaire teksten kunnen op verschillende manieren aan jou las lezer gepresenteerd worden.

1. proza

Bij proza vullen de regels de totale breedte van de pagina en kunnen in lengte met elkaar verschillen.

>100 pagina’s noemen we een roman.

80-100 pagina’s noemen we een novelle.

<80 pagina’s noemen we een (kort) verhaal.

2. gedicht

Een gedicht bestaat uit versregels die niet door hoeven te lopen over de gehele breedte van de pagina. Er is veel wit om de regels en groepjes bij elkaar gepresenteerde regels (strofen) die door witregels van elkaar worden gescheiden.

3. toneel

Toneelteksten zijn in de eerste plaats bedoeld om door acteurs voor een publiek gespeeld te worden. Een toneelstuk bestaat uit teksten die de verschillende personages moeten uitspreken en uit eventuele aanwijzingen over kleding, decor en belichting.

fictie en non-fictie

non-fictie

De informatie is betrouwbaar en geloofwaardig. De informatie van de tekst komt overeen met de werkelijkheid. (bijv. een zakelijke tekst)

 

 

literaire non-fictie

Bij literaire non-fictie gaat het dus om teksten die een betrouwbare beschrijving van de werkelijkheid geven. Ook essays kun je hierbij rekenen. Het is een beschouwende of betogende tekst, waarin de schrijver op literaire wijze zijn persoonlijke visie over het onderwerp presenteert.

fictie

Soms werkelijkheid als uitgangspunt maar mag er van afwijken door het te verdraaien en personages, emoties en gebeurtenissen te verzinnen die een bepaald effect bij jou oproepen. Het is geen waarheidsgetrouwe weegave van de werkelijkheid.

Als lezer stel je er geen waarheidseis aan.

subjectieve en objectieve teksten

Objectieve teksten gaan over feiten. Ze hebben als doel informatie te geven. Subjectieve teksten hebben feiten, maar daarnaast komt nadrukkelijk de mening van de schrijver naar voren. Het doel is om de lezer een mening te laten vormen.

 

§3 Tekst, lezer en betekenis

De wisselwerking tussen verwachting en hoe je als lezer reageert op de open plekken en meerduidigheid bepaalt voor een belangrijk deel het effect op de lezer. Het gaat hier om een eerste reactie van de lezer op de tekst. Vaak blijft het bij deze lezersreactie.

Maar je kunt ook een stap verdergaan en je afvragen wat de tekst volgens jou betekent. Dus wat is de betekenis of thematiek van de tekst. Dit gaat vaak spontaan.

Bij een spontane betekenisgeving heb je alleen aandacht voor bepaalde aspecten van een tekst, andere merk je niet direct op. Je verbindt de aspecten met je eigen ervaringen.

Je kunt ook proberen om verder te gaan door bewust na te gaan hoe de tekst is geschreven en of je nog andere, vermoede samenhangen kunt ontdekken. Een dergelijke meer bewuste manier van lezen die aan een meer bewuste betekenisgeving vooraf gaat, noem je analyseren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.