2000 – 1800 voor Christus, het ontstaan van het Joodse volk
Aartsvader Abraham verlaat geboortestreek, gaat op zoek naar door God beloofde land, enige houvast is het verbond tussen hem en God, uit Abraham zal een groot volk komen, leeft in vrede en geluk in eigen land. Abraham geeft belofte door aan zoon Isaak, hij naar zijn zoon Jacob. Abraham Isaak Jacob = aartsvaders
Abraham geloofde in een God terwijl in die tijd veel goden vereerd. Jacob had 12 zonen, die ook weer veel kinderen kregen.
Rondtrekken in die tijd normaal = (semi)nomadisch leven vrij vertaald Hebreeuwer = zigeuner/zwerver god gaf 3 beloftes= ik geef je land, ik zal van jou een groot volk maken, ik geef mij jou zegen, door jou zal er zegen komen over al de mensen.


Abraham ook beschreven in Christelijke en Islamitische (Ibrahim) geschriften
Abraham is model voor omgang met God en voorvader van gelovigen
Rond 1600 veel Joden naar Egypte om hongersnood in hun land te ontvluchten, in Egypte als slaaf behandeld.
1300 – 1250 voor Christus, Mozes en de uittocht uit Egypte
Jacob; 12 zonen, een ervan Jozef; Jozef koning van Egypte, red familie van hongersnood. Eeuwenlang woont de familie (die erg groot was geworden) vreedzaam in Egypte, dan farao die hen als slaven gebruikt (Ramses II)
Onder Mozes gaat het volk van Egypte op zoek naar het beloofde land, tijdens de uittocht (exodus door Sinaï woestijn) krijgt Mozes de 10 woorden. Uittocht duurt 40 jaar, Jozua (opvolger van Mozes) leid het volk het beloofde land Kanaän in.
Uittocht herdacht tijdens Pesach het paasfeest. In het Jodendom contact met God centraal, God koos joodse volk (Israel) als zijn volk en het moest als Gods volk leven; ze moeten zicht aan regels houden (de 10 geboden/ 10woorden/ decaloog)


1000 voor Christus, de grote koningen en de tempel
Onder koning David; joodse volk eenheid; hoofdstad Jeruzalem David voerde veel oorlog tegen Filistijnen. Zoon van David is wijze koning Salomo hij liet een tempel bouwen t.b.v. de tijd van eenheid en vrede.
722 – 586 voor Christus, Einde van het noord en zuid rijk
Na koning Salomo joodse rijk uiteen in noord en zuid, in 722 v Chr. Noordrijk/ Israël weggevaagd door Assyriërs, in 586 v Chr. Ook zuidrijk/Juda weg. In dit jaar verwoesten Babyloniërs Jeruzalem en Salomons tempel. Joden naar Babylonië gebracht, joden behouden identiteit door verhalen op te schrijven die ze kennen van vroeger. In 500 v Chr. Wordt het Babylonische rijk veroverd door Perzen. Ballingen terug naar huis, Jeruzalem nieuwe tempel, niet zo mooi als die van Salomo.
1300 – 586 voor Christus, De Israëlische periode
Israel is ‘bijnaam’ van Jacob = hij de strijdt/worstelt met God. Onder Jozua krijgen nakomelingen van de Aartsvaders het land Kanaän (niet heel makkelijk) en wordt Kanaän verdeeld over de 12 zonen (stammen) van Jacob.
Periode van Sedentarisatie (vaste woonplaats zoekende). Overgang van nomadencultuur naar sedentaire cultuur duurt 150 jaar (moeizaam) ; religieuze crisis. Men ging over naar agrarische levenswijze; men wilde meer doen aan natuurgodsdienst van Kanaän waarin vruchtbaarheid centraal stond, men ging in meerdere goden geloven (polytheïstisch) en niet meer/minder in Jahweh ondanks waarschuwingen profeten, na dood Jozua ;Israël verliest religieuze eenheid.
Door rechters(lokale helden) wordt het volk van god weer op het goede spoor gezet. Laatste rechter (profeet Samuel) laat een koninkrijk ontstaan.
1e koning; Saul van 1030 – 1010 voor Christus
Wordt door Samuel gekroond, regeerde volgens oude systeem, erg incidenteel
2e koning; David van 1010 – 970 voor Christus
Verenigd stammen en maakt gecentraliseerd koninkrijk, verovert Jeruzalem en maakt dit administratief en religieus centrum, tijd van voorspoed en welvaart.
3e koning Salomo van 970 – 931 voor Christus
Doet meer aan cultuur, maakt tempel die als plaats voor goddelijke aanwezigheid wordt gezien, na zijn dood valt stammenverbond uiteen en splitsing van Israël.
586 – 538 voor Christus, De Babylonische ballingschap
Heroriëntatie ; nieuwe visie op verleden en heden, gebruiken die alleen Israël uitoefende; Sabbat, besnijdenis, spijsvoorschriften. Echte volksziel/cultuur ontstaat ; jodendom (her)ontstaat. Ballingschap eindigt als de Perzen Babylon veroveren.
Tijdens ballingschap; oude wetten en verhalen op schrift vastgelegd ; de Thora ontstaat. Israël wordt theocratie(staatsvorm waarin god als onmiddellijke gezagdrager wordt beschouwd. Periode van godsdienstige activiteit en aandacht voor Israëls erfgoed.
333 – 164 voor Christus, Hellenistische periode
Perzische politiek = verdraagzaamheid, Alexander de Grote maakt er een einde aan, hele middenoosten Griekse invloeden, joden moeten aanpassen. Makkabeeën (belangrijke joden) maken hier een einde aan in 164 voor Christus.
64 voor Christus, Romeinse periode
Veldheer Pompeius verovert Jeruzalem, gebied bij Imperium Romanum, men verliest politieke onafhankelijkheid en zeggenschap.
Herodus de Grote regeert van 37 v Chr. tot 4 na Christus. Tempel voor 2e keer verwoest tijdens 1e grote joodse opstand in 70 na Christus (westelijke buitenmuur/klaagmuur blijft staan) laatste joodse bolwerk valt (Masada) joden verspreiden zich over de wereld; geen eigen land meer, geen eigen regering meer het, Joodse volk raakt verstrooid = Diaspora
Het duurde ongeveer 1900 jaar voor het volk weer een eigen land zou hebben.
0 – 100 na Christus, Opkomst van het Christendom
Jezus van Nazareth vindt gehoor onder een groep joden in Galilea. Jezus ideeën waren joods, Jezus was een jood. Jezus wordt door landvoogd Pilatus ter dood veroordeeld, hij zou een bedreiging zijn voor de orde. Slechts enkele joden bekeerde zich tot het Christendom.
Joden komen meerdere keren in opstand tegen Romeinen
500 – 1500 na Christus, de Middeleeuwen
Joden vaak achtergesteld, als zondebok gezien, veel christenen zeiden dat de joden de moordenaars waren van Jezus en ongelovig zijn, daar moesten ze voor boeten. Joden kregen van veel erge dingen de schuld zoals van een oorlog of pestepidemie, door afwijkend gedrag van joden, zoals kleding hierdoor zouden ze een gevaar vormen voor de samenleving. Joden mochten niet in gilden, hierdoor werden joden handelaars.
In 1216 bepaalde paus Innocentius de 3e dat joden moesten worden afgeschermd van niet joden en ze moesten een teken dragen op hun kleding (gele vlek) joodse mannen moesten een speciale hoed (jodenhoed) en moesten soms in speciale jodenwijken wonen (de getti)
Joden werden in Spanje van 1000 tot 1500 met rust gelaten (Spanje was in handen van de islam) en hier konden joden grote prestaties leveren zoals Maimonides(1135 tot 1204) die alle joodse wetten rangschikte naar onderwerp en van duidelijke uitleg voorzag.
1500 – 1900 na Christus, periode na de Middeleeuwen, belangrijke mensen
Joden zijn belangrijk geweest in Europa in de laatste eeuwen;
Baruch de Spinoza (1632-1677) filosoof
Heinrich Heine(1797-1856) dichter
Karl Marx (1818-1883) filosoof, historicus, econoom
Gustav Mahler (1860-1911) componist
Albert Einstein (1878-1955) natuurkundige
Franz Kafka (1883-1924) schrijver
Sigmund Freud (1856-1939) psycholoog en filosoof
Marc Chagall (1887-1985) schilder
1900 – nu , Moderne tijd
Ook hier werden joden achtergesteld en vervolgd, eind 19e begin 20e eeuw pogroms (georganiseerde aanvallen op joden) in Polen en Rusland. Dieptepunt is jodenvervolging in de 2e wereldoorlog. In 1934 ; Europa 8 miljoen joden, in 1950 1,5 miljoen joden.
Bij de Wansee conferentie besloten Nazi leiders tot uitroeiing van de joden in gaskamers en concentratiekampen. Voor de oorlog in Nederland 140000 joden, na de oorlog 26000 joden. Auschwitz was het meest beruchte concentratiekamp. Nu wonen er 43000 joden in Nederland (44% in regio Amsterdam)
Na de oorlog wilde de joden een eigen land waar ze veilig konden leven = zionisme (bedacht door Theodor Herzl (1860-1904). Eind 19e eeuw moesten de joden die verspreid leefde over heel de wereld terug kunnen keren naar Israël(Palestina).
In 1947 besloot de VN Palestina te verdelen in Joods en Arabisch deel. Joden oké en op 14 mei 1948 was er de staat Israël. 1e regering gevormd met Ben Gourion.
Palestijnen niet mee eens, voor/tijdens/na de oorlog zijn honderdduizenden Palestijnen verjaagd, gevlucht , opgevangen in kampen in Jordanië, Syrië en Libanon.
Spanningen tussen Israël en Arabische buurlanden; 3 oorlogen, in 1956 1967 1973. na de oorlog van 1967 eiste de VN dat Israël haar troepen terugtrok uit bezette gebieden en een eigen veilige staat moet ‘maken’= resolutie 242. In 1995 leek er vrede te komen tussen Rabin(Palestijn) Arafat(Israëliër) maar door moord op Rabin en aanslagen van extremistische tegenstanders van het vredesproces in 1996 was het meeste weer terug bij af. Tijdens de Palestijnse opstand in 2002 en 2003 (2e intifada) en onderdrukking door het Israëlische leger, werden meer dan 1000 mensen vermoord(vooral Palestijnen).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

mooi

2 jaar geleden