Paragraaf 2

Belangrijke geloofspunten van de Joden
1. Monotheïsme (er wordt maar één God erkend)
2. Het verbond ( God heeft me de joden een verbond gesloten. Dit wordt steeds vernieuwd. Joden beschouwen zich hierdoor als uitverkorenen van God)
3. Geloof in Messias ( geloven in komst van verlosser)
4. Naleving van de wet (om het verbond in tact te houden moeten ze zich houden aan de regels)

Er zijn 3 verschillende groepen joden

  • Orthodoxe Joden: deze Joden zijn Thora-getrouw. Ze houden zich heel streng aan alle regels van de Thora.
  • Liberale Joden: Ze houden zich niet zozeer aan de precieze leefregels maar wel aan de waarden ervan zoals liefde tot God, naastenliefde en rechtvaardigheid. De thora is voor hun een bron van etnische inspiratie.ze gaan er ook van uit dat de thora op God geïnspireerd is en niet door hem geschreven.
  • Niet-religieuze Joden: mensen die wel tot de Joodse bevolkingsgroep horen maar niets meer aan het geloof doen. Je kunt ze niet tot de Joodse levensbeschouwing rekenen. Meestal zijn ze alleen maar joods omdat ze een Joodse moeder hebben.

Beknopte geschiedenis

  • Abraham word gezien als aartsvader.
  • Exodus: de uittocht naar Egypte.
  • Jezus word gezien als de Messias en de zoon van god.
  • De joden verspreiden zich over de hele wereld dat word diaspora genoemd.
  • In de periode van de 16e eeuw tot 20e eeuw hoort Palestina tot het Ottomaanse rijk.
  • Joden worden vervolgd in Oost-Europa dat word pogroms genoemd.
  • Israël veroverd nog meer gebied.

Paragraaf 3

Het ontstaan van het joodse volk (2000-1800v.Chr)
Het joodse volk begint met de geschiedenis van de aartsvader Abraham. Hij verlaat zijn geboortestreek en gaat op zoek naar het land dat hem door God is beloofd. Uit Abraham zal een groot volk voortkomen dat in vrede en geluk zal leven in een eigen land. Abraham geeft die belofte door aan zijn zoon: Jacob. Abraham geloofde in één God terwijl in die tijd allerlei beelden als goden werden vereerd.

Mozes en de uittocht uit Egypte (1300 v.Chr)
Volgens de bijbel had de aartsvader Jacob (zoon van Abraham) 12 zonen. 1 zoon heet Jozefàwordt koning en redt de familie van de hongersnood. Later komt een farao die het volk gebruikt als slaven. Onder leiding van Mozes ontsnapt het volk uit Egypte, opnieuw naar het beloofde land. In de joodse godsdienst staat het verbond met God en het volk centraal. Het joodse volk moet zich aan bepaalde regels houden, belangrijkste: 10 geboden.

De grote koningen en de tempel (1000 v.Chr)

Het joodse volk is onder koning David een eenheid geworden, met Jeruzalem als hoofdstad. Wijze koning Salomo (zoon van David) liet een tempel bouwen voor god. De tempel is het symbool van eenheid en vrede. Na koning Salomo is het rijk uiteengevallen tot een noordrijk en een zuidrijk. 722 v.Chr. wordt noordrijk weggevaagd door Assyriërs. 586 v. Chr. zal zuidrijk ook worden weggevaagd. In dat jaar verwoesten de Babyloniërs Jeruzalem en de tempel van Salomo. Het joodse volk wordt weggevoerd naar Babylonië. De joden proberen hun identiteit te bewaren door alles op te schrijven van vroeger.500 v.Chr. wordt het Babylonische rijk veroverd door de Perzen. Het joodse volk mag terug en er wordt opnieuw een tempel gebouwd, maar niet zo mooi als die van Salomo.

De opkomst van Christendom en de verspreiding van de joden(0-500 n.Chr)
De wereldrijken volgen elkaar op: Perzen-Grieken-Romeimen. Weinig Joden willen Christen worden. Bij Romeinen werden de verhalen van Jezus Christus wel gehoord. Ideën van Jezus waren geworteld in het Jodendom Die verhalen= Jodendom (Jezus was zelf ook Jood) Jezus wordt door landvoogt Pilatus veroordeeld tot kruisiging.(Pilatus vond hem een bedreiging) Daarna wilden nog weinig mensen Jood zijn. Joden verspreidt over de wereld Als de Romeinen de macht hebben komen de Joden in opstand. De Romeinen vernielen hierdoor Jeruzalem en de tempels. 73 n.Chr valt het laatste Joodse bolwerk. Masada. De Joden blijven hier niet wonen en daardoor verspreiden ze zich over de hele wereld. (diaspora: verstrooïng.)

De middeleeuwen (500-1500n.Chr)
In de middeleeuwen werden joden vaak gezien als zondebok. De Christenen verweten de Joden ervan dat zij de moordenaars van Jezus Christus waren en bovendien ‘ongelovig’ waren gebleven. Ook kregen ze de schuld van oorlogen of ziektes. Ze mochten ook bepaalde beroepen niet doen. Sommide joden werden gedwongen tot het Christendom. In 1216 bepaalde Paus Innocentius ш (de 3e) dat je moest kunnen zien wie joods was en daarom moesten ze speciale kleren dragen en/of in een speciale wijk wonen.(Jodenster, jodenhoed, In spanje 1000-1500 werden de joden met rust gelaten. Joden leverden grote prestaties op het gebied van literair en wetenschap.

Moderne tijd (1900-nu)
De joden worden in deze tijd ook nog vaak achtergesteld en vervolgd. Bijv. einde 19e eeuw en begin van 20e eeuw in Polen en Rusland (aanvallen). 2e wereldoorlog. ↓ (Dieptepunt was jodenachtervolging door nazi’s) 1934 waren er 8miljoen Joden in Europa 140.000 joden in Nederland 1950 waren er nog maar 1,5 miljoen 26.000 joden in leven in Nederland Auschwitz was het meest beruchte vernietigingskamp. Nu zijn er 43.000 Joden en 44% woont in Amsterdam Na de oorlog Veel joden wilden na de oorlog een eigen land waar ze veilig met elkaar zouden kunnen leven. Het streven naar een eigen straat noemen we ‘zionisme’.(grondlegger Theodor Herzl 1860-1904) 1947 besloten de Verenigde Naties (V.N.) Pelestina te verdelen in een Joodse en een Arabische staat. Op 14 mei 1948 kregen de Joden Israël. De joden aanvaardden dit besluit. Onder leiding van Ben Gourion werd de eerste regering gevormd. De Palestijnen waren het niet eens met de V.N. In 1948, na, voor en tijdens de oorlog zijn er duizenden Palestijnen verjaagd/gevlucht. Ze werden ondergebracht in vluchtenlingenkampen in: -Jodanië -Syrië -Libanon Jaren daarna was de spanning nog steeds voelbaar.(Tussen Arabië en Israël) wat leidde tot oorlogen: -1956 - 1967 -1973.

Paragraaf 4

Joodse visie op wat belangrijk is in het leven: Je moet God liefhebben en je naaste liefhebben. Want zoals je van jezelf houd moet je ook van een ander houden, we zijn tenslotte allemaal mensen. “wat je niet wilt dat jou overkomt, laat dat ook een ander niet overkomen”.

Joodse visie op de mens: De mens is geschapen naar het beeld van God. Wij horen op God te lijken. Ieder mens heeft de opdracht te worden zoals God. Mensen zijn vrij en dus verantwoordelijk voor de weg die ze gaan. De mens heeft van God heel veel meegekregen, maar hij moet zich wel realiseren dat hij uiteindelijk toch beperkt is. Mensen zijn eindig ze gaan vroeg of laat dood.

Joodse visie op menselijk samenleven: in de TeNaCH staat dat je vreemdelingen niet moet onderdrukken en hun dezelfde rechten als ons moet geven.

Joodse visie op de natuur : we moeten zorg hebben voor de natuur en het milieu. De natuur is door God aan de mens gegeven. De mens kan gebruik maken van de middelen die de natuur hem verschaft, maar hij mag geen roofbouw plegen op de natuur. Als hij het toch doet is het roofbouw op God! De natuur heeft regelmatig rust nodig om te herstellen.
Joodse visie op lijden en dood: een aanslag op de mens is eigenlijk een aanslag op God. Wanneer een mens sterft, sterft God ook. God zorgt voor leven dit moeten mensen niet kapot maken. Een gedeelte van het lijden dat de mens overkomt is onvermijdelijk: het zit in de natuur van de mens. Het leven is eindig, dat kun je aan niemand verwijten. Maar er is ook veel lijden dat mensen elkaar aandoen (pesten, moorden .. ). We moeten God niet de schuld geven van wat mensen zelf doen. God komt op voor de slachtoffers.

De 10 woorden:
De bekendste joodse leefregels staan in het boek Exodus: de 10 geboden. Deze bieden richtlijnen voor het samenleven met de medemens en de relatie met God. De 10 woorden zijn ontstaan in de periode dat de joden bevrijd waren van de slavernij in Egypte. Om dit in de toekomst te voorkomen zijn deze regels opgesteld. De 10 woorden zijn de ‘afspraken’ van God met het joodse volk. Hierdoor zouden de joden daadwerkelijk het ‘uitverkoren volk’ zijn.
De eerste 4 gaan over de relatie tussen mens en god. De laatste 6 gaan over hoe mensen met elkaar moeten omgaan.

De 10 geboden zijn:

1.Je mag alleen Mij (God) dienen
2. Je mag geen beeld van Mij (God) maken
3. Je mag Mijn naam niet misbruiken
4. Een keer in de week is het rust- en gedenkdag (sabbat)
5. Eer je vader en je moeder (heb respect voor je ouders)
6. Je mag niet doden
7. Je moet trouw zijn aan je echtgeno(o)t(e)
8. Je mag niet stelen
9. Je mag niet roddelen over anderen.
10. Zet je zinnen niet op wat van een ander is (Jaloezie)

Paragraaf 5

Iedere levensbeschouwing heeft een binnen en buitenkant. Met de binnenkant bedoelen we de voorlopige antwoorden die een levensbeschouwing geeft op belangrijke levensvragen. En met de buitenkant bedoelen we een aantal punten waaraan je het jodendom kunt herkennen (inspirerende personen, belangrijke geschriften, rituelen, feesten en symbolen en organisaties.)
Het jodendom kent vele inspirerende personen (bijv. Mozes hij is voor het jodendom van groot belang). Ook zijn de koningen David en Salomo beroemd. Andere inspirerende personen zijn: Rabbi Akiba, Rabbi Maimonides, Martin bubber, Franz rozenzweig en Immanuel Levinas.

Martin Buber:
Hij werd geboren in Wenen in 1878 en werd opgevoed door zijn grootouders. Hij werd aanhanger van het zionisme. Hij werd beschouwd als een belangrijk joods denker (mede door het boek Ich und du) . voor hem was ieder mens uniek. Ieder mens had iets eigens wat hem onderscheid van een ander, een eigen persoonlijkheid, karakter en eigen ideeën over het leven. Volgens Buber moet je mensen niet in vakjes stoppen omdat je dan niet serieus neemt dat mensen uniek zijn. Als je iemand in vakjes stopt ga je volgens hem iemand beoordelen als lid van een groep en niet meer als een afzonderlijke. Je drukt iemand al een stempel op het hoofd voordat je hem kent. Mensen in vakjes stoppen is gevaarlijk omdat het leidt tot discriminatie. Discriminatie is het achterstellen van mensen op grond van kenmerken die er niet toe doen, zoals sekse, huidskleur en nationaliteit.

Belangrijke joodse geschriften.
Het belangrijkste boek voor de joden is de TeNaCH (= joodse bijbel). De TeNaCH bestaat uit 3 onderdelen: de Thora (wet,onderwijzing); de Nebiim (profeten); de Chetubim (de geschriften)
Naast de TeNaCH zijn ook de Misjna, de Talmoed en de Midrasj belangrijke geschriften.
In de Misjna staan een aantal joodse voorschriften met betrekking tot het religieuze en sociale leven. De Misjna is omstreeks 200 na Chr. Tot stand gekomen.
De Talmoed is een commentaar van latere joodse geleerden op de Misjna. (500 na chr.)
In de Midrasj worden tekstfragmenten uit de TeNaCH uitgelegd. De Midrasj vormt voor veel joden een bron voor troost en kracht. (10e en 11e eeuw.)
Een ritueel is een gebruik dat steeds weer terugkeert op een bepaald tijdstip of bij een bepaalde gelegenheid.

Rituelen en feesten

  • Sabbat: elke zaterdag is voor de Joden een heilige dag, dan werken ze niet, koken ze niet en gaan niet met de auto of de bus. Sabbat houden is verplicht. Tijdens de sabbat gaan ze naar de synagoge. Ze eten dan speciaal brood en drinken wijn.
  • Besnijdenis: Op de achtste dag na de geboorte van een joods jongetje wordt hij besneden. De voorhuid wordt dan van de penis weggenomen. Door dit ritueel is hij opgenomen in het Verbond van het Joodse volk met god.
  • Kosjer eten: kosjes is vlees dat helemaal gezuiverd is van bloed. Joden zien bloed als een symbool van het leven van een dier. Joden eten ook geen varkensvlees. Ze mogen alleen vlees van een herkauwend dier (schaap/ koe). Ze mogen ook alleen vissen eten die schubben en vinnen hebben. Vlees en melkspijzen horen altijd van elkaar gescheiden te worden.

Rituelen en feesten

  • Sabbat: elke zaterdag is voor de Joden een heilige dag, dan werken ze niet, koken ze niet en gaan niet met de auto of de bus. Sabbat houden is verplicht. Tijdens de sabbat gaan ze naar de synagoge. Ze eten dan speciaal brood en drinken wijn.
  • Besnijdenis: Op de achtste dag na de geboorte van een joods jongetje wordt hij besneden. De voorhuid wordt dan van de penis weggenomen. Door dit ritueel is hij opgenomen in het Verbond van het Joodse volk met god.
  • Kosjer eten: kosjes is vlees dat helemaal gezuiverd is van bloed. Joden zien bloed als een symbool van het leven van een dier. Joden eten ook geen varkensvlees. Ze mogen alleen vlees van een herkauwend dier (schaap/ koe). Ze mogen ook alleen vissen eten die schubben en vinnen hebben. Vlees en melkspijzen horen altijd van elkaar gescheiden te worden.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

P.

P.

echt een handige samenvatting. ik snap het nu veel beter
:D

5 jaar geleden

K.

K.

waar is paragraaf 1?

5 jaar geleden

S.

S.

Omdat paragraaf 1 een inleiding is. en niet belangrijk is en je dus ook voor de meeste docenten niet hoeft te leren

4 jaar geleden

F.

F.

het is een fijne samenvatting om het goed te leren :)

2 jaar geleden

T.

T.

dat klopt inderdaad maar je moet ook nog uit je eigen boek leren

2 jaar geleden

J.

J.

je kunt hier ook nog de verschillende dingen met de boeken inzetten, zoals de kleine profeten en die andere dingen.

2 jaar geleden