Levensbeschouwing, Samenvatting Hoofdstuk 2 ‘Wie is de mens?’

§1 Inleiding

Zo lang als er mensen zijn, is er sprake van denken. Wanneer er sprake is van min of meer met argumenten onderbouwd antwoord op een vraag, is er sprake van een mensbeeld -> doordachte visie of kijk op de mens. Niet iedereen denkt hetzelfde, zijn dus ontelbaar veel mensbeelden. Je kan een heleboel mensbeelden in een groep aangeven. Bijv. Mensbeeld van de indianen in Noord-Amerika of mensbeeld van de oude Grieken.
De mens: alle mensen? Als we spreken over de mens, wie bedoelen we dan? Daar zijn verschillende opvattingen over. Nu spreken we van Een ieder die aanspraak heeft op alle rechten en vrijheden die in deze verklaring zijn opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard dan ook (ras, kleur, geslacht, etc). Ondanks verschillen à alle mensen gelijk à we worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Maar er worden uitzonderingen op het mens zijn gemaakt. Het verschil in wie is de mens? Met vroeger en nu is in dat opzicht wel groot à wie tot ons volk behoort is mens, anderen zijn vreemdelingen en geen mensen. Dit verschijnsel heet etnocentrisme à Het verschijnsel waarbij men het eigene als maatstaf beschouwt en het vreemde als minderwaardig. Zichzelf; beschaafd, eerlijk, moreel hoogstaand, de ware God etc. Anderen; gulzig, moreel verachtelijk, goddeloos etc.
Soms waren dieren zelfs hoger dan mensen - Volgens filosoof Aristoteles (385 – 320 v Chr.) deugden de slaven enkel voor ruwe bezigheden en kunnen ze precies als de huisdieren slechts gedijen onder de heerschappij van een mens.
De gelijkwaardigheid van de mens. Gelijkwaardigheid staat in de bijbel - God heeft immers alle mensen geschapen en Hij is de God van alle mensen. Grieken hebben zich ook verzet tegen het Grieken, wel mens en Barbaren, niet mens. Va 18e eeuw - alle mensen zijn gelijkwaardig werd sterker. Een tegengestelde gedachtegang ontwikkelde zich ook in deze tijd - het waardevolle vd mens bestaat niet in wat alle mensen gemeenschappelijk hebben maar juist in datgene waarin de een verschilt van de andere en het ene volk verschilt van het andere.

§ 2 Plato

300 voor Chr. Plato was deels hemels, Aristoteles was wetenschappelijk.
Plato - ‘deels hemels’ ß zegt dat kennis een herinnering is. Als wij iets waarnemen worden wij herinnerd aan ideeën die de ziel heeft leren kennen in een vorig bestaan - ons ziel is eeuwig. Hij plaatst de wereld van de onzichtbare ideeën tegenover de wereld die waarneembaar is. Plato zegt dat lichaam en ziel tegenover elkaar staan (dualisme). Ziel (ruiter) = ideeënwereld het is perfect en onsterfelijk. Lichaam (paard) = het materiële bestaan, het is niet perfect en sterfelijk. Je lichaam en ziel beïnvloeden elkaar en zijn elkaars tegenstellingen. Plato vind dat taal altijd figuurlijk is: Een tafel = geen tafel: iedereen heeft ten slotte een andere tafel voor zich. Daarom is de werkelijkheid ook geen werkelijkheid.
§ 3 Christelijk mensbeeld
Christendom, nieuw testament +/- 60 jr. na Christus opgeschreven
- mengsel met Griekse ideeën
Fundamentalistisch; letterlijk waar
Conservatief - de middenweg
Progressief - niet letterlijk, geloofsverhalen, geloofsgeschiedenis
- het gaat om de boodschap, wijze les.
Zondeval
Twee mensen - Adam en Eva
Twee bomen - boom v/h leven
Boom v/d kennis van goed en kwaad
- Zo is de mens een moreel wezen geworden - hij weet van goed en kwaad. Hij doet dingen goed, maar begaat ook fouten.
- Dus geen robotjes/marionetten
§ 4 Thomas Hobbes +/- 1600
+/- 1500 einde Middeleeuwen - begin moderne tijd, individualisme
- bloei wetenschap en handel - kapitalisme, egoïsme
De mens is gedreven door eigen belang - dat is aangeboren - van nature egoïst.
Hobbes vind dat mensen naar vrede moeten streven - Sociaal contract- alle mensen moeten hun oorspronkelijke rechten opgeven maar wel op voorwaarde dat iedereen dit doet - ‘contract tussen alle mensen waarin zij hun rechten overdragen aan een heerser die zij gehoorzaamheid verschuldigd zijn’
- intrinsiek, niet extrinsiek
- één heerser - alleen als die niet goed regeert hoef je niet te gehoorzamen
Middeleeuws Hobbes
Gemeenschap Centraal Heerser centraal
Je naaste is je broeder
Gezag komt van god Gezag komt van heerser
Geen verzet tegen overheid Verzet tegen overheid wanneer slecht word geregeerd

§ 5 Karl Marx +/- 1850

In de arbeid komt de mens volgens Marx tot ontplooiing. Door arbeid is er sprake van mens-zijn, want de mensen werken van nature samen. Via arbeid bewerkt de mens de hem omringende natuur tot een menselijke werkelijkheid.
Groeiend kapitalisme/industrialisatie - mensonterende arbeidsomstandigheden.
Egoistisch gemaakt, niet geboren
Van nature goed
- zelfontplooiing (intrinsiek)
Het marxisme (politiek) bestaat niet meer, maar zijn ideeën van hierboven wel.
Vervreemding - De egoïstische mens is vervreemd van dat wat hij in wezen is; hij is vervreemd van zijn sociale natuur.

§ 6 Jean Paul Sartre +/- 1950

- mens blanco geboren
existentialisme - middenweg
dieren laten zich leiden dor instinct, de mens niet - de mens is vrij
- vrijheid is een zware last, een doem
Hij mag/ moet kiezen
Samenvattend; Een mens moet zijn bestaan (dat wat hij is) helemaal zelf maken, door steeds opnieuw te kiezen. Net doen alsof je niet kunt kiezen, is net doen alsof je geen vrij mens bent. Maar je bent wel degelijk een vrij mens en je kunt wel degelijk zelf kiezen.

Aantekeningen

Verschil tussen mens en dier
Intelligentie: zelfreflectie
Het bezitten van cultuur, niet erfelijk gedrag - te leren door taal/schrift/traditie
Verschil tussen mens en natuur
Planten zijn dingen/objecten
Mensen zijn subjecten
Extrinsiek - van buitenaf
Intrinsiek - van binnenuit

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

maar wat dan bij thomas hobbes bij die ene tabel van middeleeuws en hobbes. wat komt er dan naast je naaste is je broeder??????????????????????????????????????????????????

3 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast