Levensbeschouwing hoofdstuk 1 en 2
o Elk jaar op pesachfeest vertellen ze weer het bevrijdingsverhaal ‘de uittocht uit Egypte’ met Mozes en de farao, de wonderlijke doortocht door Rietzee, voor het bemoedigen joden. In de boeken Jozua en Rechters verhalen over de intocht beloofde land. Mozes is in de woestijn gestorven, opgevolgd door Jozua (‘de heer bevrijdt’). De vertellers willen duidelijk maken dat minstens zo bijzonder is als de uittocht. Bij de intocht moesten ze zes dagen lang eenmaal per dag rondom de stad lopen. Op de zevende dag moesten ze dat 7x doen, als de priesters op de hoorns blazen, als het volk gaat juichen, gaat de muur om. Soldaten voorop, zeven priesters op hoorns, priesters met ark, volk.
o Bij de uittocht en intocht: pad door water, pesachfeest, grond is heilig
o Bij de vroegere vertellers van bijbelverhalen ging het niet om historische feiten maar om de boodschap
o Verhalen van vroeger (God) = geloofsverhalen. Intocht = geloofsverhaal: priesters met ark, dam in water
o De bevrijding uit Egypte wordt door het volk symbolische herhaald. Wekenfeest is 7 weken na Pesach. Wekenfeest (de eerstelingen van de oogst) omdat de ineenstorting van Jericho = eerste oogst van Israël.
o Alle Israëlieten leefden erg verspreid in Kanaän. Door de ‘versnippering’ was er niet meer 1 leidingpersoon. Zonder leider zouden er grote problemen zijn: eenheid/orde, recht spreken, zwakken niet uitgebuit, oorlog.
o Rechter/richter treedt zo nu en dan op als leider voor de problemen. Meestal had hij nog een gewoon beroep. Hij gaf vaak tijdlang leiding, zorgde voor recht en voerde in tijden van oorlog een leger aan.
o Rechter Gideon: de groep Midjan plunderde al 7 jaar de akkers, stal de voorraden van de Israëlieten. Ineens zij een bode: ‘God zij met je, dappere held’. Gideon zond boden naar andere stammen voor mannen voor de strijd. Toen het krijgsvolk verzamelde bij de bron Charod (‘beven’), waren te veel. Iedereen die beefde moest naar huis. Iedereen die bij het water met hun tong slurpen mochten blijven, de andere moesten naar huis. toen waren ze nog met 300 man. Iedere man kreeg een hoorn en een lege kruik met een fakkel. Ze omsingelden de Midjanieten en bliezen op de hoorns, sloegen de kruiken kapot, er werd met fakkels gezwaaid. De Midjanieten zagen niet meer wie nou vriend of vijand was. En ze kwamen alleen zelf om met hun eigen zwaard. Gideon wou geen koning worden: ‘God zal over jullie heersen’.
o Profeet: zegt namens God tegen de koning en volk dat ze zich aan de Tora moeten houden, protesteert, waarschuwt. Priester: brengt mensen in contact met God (bidden/offeren).
o Rechterstijdperk: 1200 tot 1000 v.C. laatste rechter Samuël. Het volk wou graag een koning maar Samuël wou dat niet. De zonen zouden in het leger moeten. Anderen op het land. Dochters moeten dan koken en bakken. Veel belasting betalen. Zij zouden slaven en slavinnen nemen. Maar ze wouden toch een koning. Ze waren dan zoals andere volken.
o Samüel was bij Eli in Silo. Toezicht op de ark. Eli zorgde ervoor dat Samuël een opleiding kreeg tot priester. Vanwegen zijn dromen wisten ze dat hij ook een profeet was.
o geen buitenlander
o niet oorlogszuchtig zijn, geen groot leger
o niet veel vrouwen
o geen grote voorraden goud en zilver
o afschrift maken van wetboek. Altijd bij zich hebben
o ontzag voor God.
o niet verheven voelen
o Saul wordt koning. Eerst heel goed, daarna voelt hij zich boven het volk
o Jozua, Rechters, Samuël, Koningen = vroege profeten. De overige 15 = late profeten.
o ‘Democratie’ = antwoord: misbruik van de macht.
o David: herdersjongen uit Betlehem, wordt door profeet Samuël tot koning gezalfd wanneer Saul nog regeert. Kort daarna is David officier geworden in het legen. Hij wordt tot koning uitgeroepen na de dood van Saul in een oorlog. David: ideale koning: gezag God erkent, hij weet alle Israëlitische stammen samen te brengen, goed organiseren van het leger, handel neemt toe, stabiliteit bevordert door Jeruzalem veroveren en deze maken tot hoofdstad, instellen van centrale regering in Jeruzalem, hij laat de Ark van het verbond naar de nieuwe hoofdstad overbrengen. Jeruzalem = woonplaats van David, maar ook politieke en religieuze centrum van Israël.
o Maar David had ook minpunten: hij liet voor zichzelf een groot paleis bouwen, hij had veel vrouwen (een harem) en hij ging niet altijd even goed met zijn onderdanen om.
o De ‘heilige ark’ – ook wel ‘Ark van het verbond’.
o De opvolger van David is zijn zoon Salomo (‘vrede’). Hij heeft veel wijsheid en inzicht. Gezegde: ‘een Salomo’s oordeel’ vanwege het verhaal van wie het kind is.
o Salomo weet door zijn politieke inzicht de economische voorspoed in het rijk te vergroten. Door vriendschap met omliggende landen groeit de handel. Israël krijgt zelfs een ‘koopvaardijvloot’. Ze krijgen meer handelskaravanen, omdat overal belasting voor gevraagd wordt, verdienen ze veel. Alle verdiende kostbaarheden: ivoor, goud en zilver worden door de koning gebruikt voor allerlei doelen. Het leger wordt groter, beter bewapend. Ze bouwden aan het paleis, de tempel en het harem (vrouwenhuis). Het gewone volk krijgt het langzaam aan minder goed omdat de koning veel slaven nodig heeft voor zijn bouwactiviteiten. En hij vroeg veel belasting.
o Wanneer Salamo dood was, kwamen de vertegenwoordigers van het hele volk (volksraad) bij elkaar. Ze wilden zijn zoon Rechabeam tot koning uitroepen. Maar hij moet akkoord gaan met zijn voorstel. ‘wanneer u de dwangarbeid en de belastingen die uw vader ons oplegde zult verminderen, dan roepen we u tot koning uit. Hij zei dat ze niet moesten klagen en anders werd het alleen maar erger. De Israëlieten kozen een eigen koning: Jerobeam. En scheiden zich af van het koninkrijk van Salomo. Door deze scheuring ontstaan er 2 kleine staten: een zuidelijke staat: Juda met Jeruzalem als hoofdstad. Een noordelijk rijk: Israël met Samaria als hoofdstad
o Amnesty: (mensenrechten) zetten zich in voor gevangenen voor hun mening, politieke gevangenen zonder eerlijk proces, protesteren tegen martelen gevangenen. Een organisatie voor rechten van het kind: UNICEF
o In 1989 hebben de regeringsleiders afspraken gemaakt over kinderrechten (54)
1. geld voor alle kinderen
2. alle kinderen recht op informatie
3. alle kinderen recht op eigen geloof & cultuur
4. alle kinderen beschermd tegen kinderarbeid, recht om te spelen
5. alle kinderen recht op onderwijs
6. alle kinderen recht op gezond leven
7. alle kinderen recht op bescherming, geen mishandeling
8. alle kinderen recht op eigen mening, dat er naar geluisterd word
9. alle kinderen met handicap hebben recht op speciale hulp
10. alle kinderen recht op groeien bij hun familie
o Een commissie van de VN kan verschillende regeringen vragen een rapport uit te brengen over kinderrechten. Wanneer de rechten niet nageleefd worden roept de VN deze landen op om hun verplichtingen na te komen.
o Jozua 1200 v.C. intocht in Kanaän, begin rechterstijdperk
Gideon
Samuël 1100 v.C.
Saul
David 1000 v.C. begin van koningen-tijdperk
Salomo 900 v.C. Splitsing van het koninkrijk
(Juda) Rechabeam 800 v.C. (2 stammen)
(Israël) Jerobeam & Achab 800 v.C. (10 stammen)
722 v.C. deportaties naar Assyrië (einde van koninkrijk Israël)
Sedekia 586 v.C. Babylonische ballinschap (einde van koninkrijk Juda)
Milieuvervuiling = Greenpeace
De doodstraf = Amnesty
Slechte levensomstandigheden
zwervers = Leger des Heils
Oorlog = War Child
Discriminatie = blad Opzij
REACTIES
1 seconde geleden