Hoofdstuk 2: Arm en rijk



Het is moeilijk om de definities van de begrippen arm en rijk te geven. De begrippen kunnen subjectief of objectief worden bekeken.

Subjectief = je vooral richten op de beleving van het individu (als iemand zich arm voelt,

is hij ook arm).

Objectief = je vooral richten op het bezit aan geld, goederen en mogelijkheden

van het individu. Je vergelijkt ze met andere mensen in samenleving.

Als je de begrippen arm en rijk objectief benaderd, zie je dat de begrippen met elkaar te maken hebben. Arm en rijk zijn dan relatieve begrippen. Ze drukken een verhouding uit in verschillen tussen mensen of groepen (je bent rijk omdat je meer hebt dan een ander. De ander is arm omdat hij minder heeft dan jij).





In Nederland wonen ongeveer 300.000 arme mensen. Zij worden de ‘arme kant van Nederland’ genoemd. In Nederland wonen ongeveer 50.000 miljonairs.

Beatrix is een van de rijkste vrouwen ter wereld.



In Nederland wonen honderdduizenden mensen die onder het sociaal minimum leven.

Relatief gezien zijn ze arm (in vergelijking met andere Nederlanders). Maar in de ogen van een arme Mexicaanse krotbewoner is zo’n arme Nederlander rijk.



Verschillen tussen arm en rijk zijn in de derde wereldlanden vaak groter dan bij ons.

In de rijke landen zijn de arme mensen er in de 20ste eeuw in geslaagd om hun positie sterk te verbeteren. Ze hebben de handen ineen geslagen en vakbonden opgericht die strijden voor een beter bestaan voor de werknemers.

Mensen die werkloos zijn hebben recht op een uitkering. De uitkering wordt betaald door de mensen die wél kunnen werken. Door de ‘grootverdieners’ wordt meer belasting betaald dan door de ‘kleinverdieners’. Dit is een vorm van solidariteit: de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten.

Het doel hiervan is om tot een rechtvaardige inkomensverdeling te komen.





Waarom moeten we de derde wereld helpen?

Christelijk standpunt:

1) Mensen zijn daar zo arm omdat wij zo rijk zijn

2) Wij hebben meer aandacht voor menselijke verlangens dan voor menselijke noden

3) Wij moeten soberder gaan leven

4) Jezus is een goed voorbeeld



Humanistisch standpunt:

1) Honger en armoede zijn mensonwaardig

2) Meer ontwikkelingssamenwerking

3) Mensen moeten wel over hun eigen leven kunnen blijven beslissen



Maakt geld gelukkig?

Hedonisme en materialisme:

Hedonisme = genotsdenken. Hedonisten gaan ervan uit dat het streven naar genot het allerbelangrijkst is. Alles wat het genot in het leven vergroot is goed. De mens is een wezen dat zoveel mogelijk probeert te genieten en dat tevens probeert zoveel mogelijk onlust te vermijden.



Het hedonisme stamt oorspronkelijk uit de Griekse oudheid. Het woord hedonisme is afgeleid van het Griekse ‘hèdonè’ (lust/genot).

Een belangrijk vertegenwoordiger van het hedonisme in de oudheid van Epicurus.

Hij leefde van 341 to 271 voor Christus. Volgens het moderne hedonisme gaat het er vooral om dat je veel van het leven geniet.

Vaakt zie je dat dit hedonisme samengaat met vormen van meterialisme (een sterke drang naar het hebben van allerlei mooie spullen). Je kunt alleen maar mooie spullen veroorloven als je ook het geld hebt om die spullen te kopen. Zo krijgt geld dan ook een belangrijke functie toebedeeld als het gaat om het gelukkig worden van mensen.

Geld maakt het mogelijk om spullen te kopen en daardoor meer te genieten.



Eudemonisme:

Het woord eudemonisme komt van het Griekse ‘eudemonia’ (gelukzaligheid). Een belangrijke vertegenwoordiger van het eudemonisme is de Griekse filosoof Aristoteles (384-322 voor Christus). Niet het genot maar het geluk staat centraal bij deze levensovertuiging. Geluk kun je omschrijven als een ervaring waarbij allerlei wensen en verlangens zijn bevredigd. De ervaring van geluk duurt langer dan van genot.

De zintuigen spelen bij geluk een minder belangrijke rol dan bij genot. Geluk is als het ware een stukje van iemands persoon. Geluk is het gevolg van een goed leven: je ligt niet met anderen of jezelf overhoop. Je kunt gelukkig worden door goed te leven. Het is niet alleen fijn om te krijgen maar ook om te geven. Eudemonisten vinden genot een laag soort geluk. Ze maken dus onderscheid in genot en geluk.

Geluk is meer dan geld, het is ook goed en harmonieus leven.



Christendom:

Genieten duurt vaak niet erg lang, geluk daarentegen wel. Maar aan geluk komt vroeg of laat ook een einde. Sommige mensen leggen er de nadruk op dat onze ervaringen met genot en geluk, ook al zijn die nog zo intens, altijd beperkt zijn. Het geluk op aarde is nooit volmaakt. Zelfs na een totale gelukservaring komt ook altijd weer de teleurstelling dat het voorbij is. Pas in een leven na de dood, of in een radicaal nieuwe wereld, kan alles heel (heil) gemaakt worden. Heil is onbegrensd geluk: het gaat om volmaakt geluk waaraan nooit een einde komt, het is eeuwig. Mensen verlangen dus naar een totaal, volmaakt geluk. Dit volmaakte geluk kan men slechts vinden bij God. Het geluk op aarde is als het ware een voorbode van het geluk bij God. Door het aardse geluk hebben mensen al een beetje een idee hoe het volmaakte geluk zal zijn.

Volgens de theoloog Edward Schillebeeckx kunnen we pas van heil spreken als het geluk op alle mensen betrekking heeft. Geluk van der een, of van de ene groep mensen mag niet ten koste gaan van andere mensen. Grote verschillen tussen arm en rijk passen niet in een rechtvaardige samenleving.



Het gaat vooral om heil: volmaakt en definitief geluk dat ook de dood overwint. Overigens horen bij geluk en heil wel een menswaardig leven en rechtvaardige verhoudingen.

Thomas van Aquino (1225-1274 na Christus).


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

K.

K.

Best wel handig.
Alleen niet echt netjes gemaakt.
Je moest netter typen.
Goeie tip
:)

9 jaar geleden

B.

B.

doe eens even normaal

4 jaar geleden

J.

J.

bij ons zat dat hedonisme en alles er helemaal niet bij. wij moesten nog allemaal van die vage opdrachten maken zodat we het hoofdstuk en de religies beter zouden snappen...

9 jaar geleden