Grammatica

Geslachtregels

Elk Latijns zelfstandig naamwoord heeft een geslacht.

Er zijn drie geslachten:

  • mannelijk (mnl)
  • vrouwelijk (vrl)
  • onzijdig (onz)

Om het geslacht te bepalen, volg je het onderstaande stappenplan:

  1. Kijk naar de betekenis van het woord:

Woord dat een man of mnl dier aanduidt  is mnl. (vb. dominus, rex)

Woord dat een vrouw of vrl. dier aanduidt is vrl. (vb. filia, soror)

  1. Kun je het aan de betekenis niet zien, kijk dan naar de nominativus
       enkelvoud:

        a. woorden op –a zijn meestal vrl. (filia-groep)

        b. woorden op –us zijn meestal mnl (dominus-groep);

        c.  woorden op –um zijn altijd onz. (bellum-groep)

        d.  woorden bij de urbs-groep zijn mnl of vrl (zie stap 3)

  1. Als je het geslacht niet kunt vinden met regel 1 en 2, dan zoek je het
      op in de  woordenlijst.

Bijvoeglijk naamwoord

Latijnse bijvoeglijke naamwoorden kunnen net als  zelfstandige naamwoorden veranderen van vorm.Ze krijgen dan een andere uitgang.

Bijvoorbeeld:

  • veranderen van naamval (nominativus/ accusativus)
  • veranderen van geslacht (mnl, vrl, onz)

Rijtjes bonus en pulcher

 

 

Mnl

Vrl

Onz

Ev nom

Bonus

Bona

bomum

Evacc

Bonum

Bonam

bonum

 

Allebijvoeglijkenaamwoorden op –us gaanals bonus

 

 

Mnl

Vrl

Onz

Ev nom

Pulcher

Pulchra

Pulchrum

Evacc

Pulchrum

Pulchram

pulchrum

 

Alle bijvoeglijke naamwoorden op –er gaan als pulcher

Let op! De uitgangen van bonus en pulcher zijn gelijk, behalve in

de nominativus mnl ev.

Congruentie

Zelfstandige én bijvoeglijke naamwoorden die bij elkaar horen, hebben hetzelfde:

  • Naamval (nominativus / accusativus)
  • Geslacht (mnl/ vrl/ onz)

Dit noem je congruentie.

Voorbeelden:

  1. rex magnus = nom mnlev
  1. templumpulchrum= nom/ acconzev
  2. sororemlaetam = accvrlev

Let op! De uitgang is dus niet altijd hetzelfde.

Gebruik bijvoeglijk naamwoord

Het bijvoeglijk naamwoord in het Latijn kan op drie manieren gebruikt worden:

1. zuiver bijvoeglijk

  • Het bijvoeglijk naamwoord staat voor of achter het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort en zegt alleen iets over het zelfstandig naamwoord.
  • Voorbeelden:

pater laetus= de blije vader

puellatimida= het bange meisje

2. als naamwoordelijk deel gezegde

  • In zinnen met ‘zijn’ is het bijvoeglijk naamwoord vaak gebruikt als naamwoordelijk deel van het gezegde-> het bijvoeglijk naamwoord staat dan altijd in de nominativus
  • Voorbeelden:

Pater laetusest= vader is blij

Silva obscuraest= het bos is donker

3. predicatief (dubbelverbonden)

  • Soms zegt het bijvoeglijk naamwoord iets over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort, maar ook over het werkwoord
  • -> dit noemen we predicatief gebruik
  • -> je vertaalt het bijvoeglijk naamwoord vaak als bijwoord
  • -> het bijvoeglijk naamwoord staat in de nominativus
  • Voorbeeld:

Pater laetuscogitat = vader denkt blij

  • ->laetuszegt iets over vader, maar ook over het     denken

Cultuur

Mythen, sagen en legenden

  • Legende: verhaal over wonderbaarlijke en fantastische gebeurtenissen die niet op waarheid berusten

         vb. Aeneas

  • Sage: verhaal over wonderlijke gebeurtenissen met een kern van waarheid -> niet alles is verzonnen
  • Mythe: verhaal over wonderbaarlijke en fantastische gebeurtenissen waarin goden en godinnen een belangrijke rol spelen

         vb. Mars en Rhea Silvia

         De Romeinen hebben veel mythen overgenomen van de Grieken.

Livius (59 v. Chr. – 17 n. Chr.)

  • Schreef Ab urbecondita
    ->
    over Romeinse geschiedenis vanaf de val van Troje tot zijn eigen tijd
    -> veel mythen, sagen en legenden
  • Romeinen moesten een voorbeeld nemen aan de helden uit zijn verhalen
  • Veel verhalen in Livius’ werk zijn waarschijnlijk niet echt gebeurd.
  • Maar: de Romeinen geloofden dat het wel echt gebeurd was
    -> de Romeinen geloofden dat de goden konden ingrijpen in het leven van een mens
  • -> dus: voor de Romeinen was het wel geschiedenis/ historie

Bronnen

  • In de vroegste periode (tot ca. 500 v. Chr.) nog geen schrift
  • Annales Maximi: boeken met belangrijke gebeurtenissen per jaar -> bewaard in archief maar: archief is verwoest door een brand in 387 v. Chr. Dus: weinig bronnen over de vroegste periode -> de verhalen zijn eeuwenlang doorverteld.

Ovidius (43 v. Chr. – 17 n. Chr.)

  • Beroemde schrijver
  • Schreef Metamorphosen

   ->over gedaanteverwisselingen

  -> veel mythologische verhalen

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.