Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Romeinen t/m Romaanse Periode

Beoordeling 4.7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1395 woorden
  • 27 oktober 2012
  • 7 keer beoordeeld
  • Cijfer 4.7
  • 7 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor je werkstuk, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Gooi jij een week lang zo min mogelijk weg of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie! 

Check alle challenges!

Kunstgeschiedenis



De Grieken


Architectuur


Griekse tempels werden op een (vrij klein) podium gebouwd, waar de zuilen opstaan die zijn bekroond door kapitelen. Deze worden weer overbrugd door architraven (liggende balken). Op deze architraven rust het zadeldak. Voor- en achterzijde van dak afgesloten met driehoekig gewelf: het timpaan.


Oudste tempels à hout + heldere kleuren.


Vanaf 600 v.C. à steen en marmer.



Kenmerkend van Griekse tempels: eenvoud en harmonie + verhoudingen komen overeen met menselijk lichaam. Gezichtsbedrog werd weer goedgemaakt door allerlei correcties in vormen en maten.




  • Dorisch = kapiteel in vorm van een kussen à kussenkapiteel. Geen voetstuk in tegenstelling tot Ionische en Korintische stijl.

  • Ionisch = kapiteel bestaat uit twee gekrulde vormen à krulkapiteel

  • Korintisch= kapiteel is een samengesteld geheel van sierlijke bladvormen à bladerkapiteel. Architraaf (de liggende balken op de zuilen) bestaat bij deze stijl uit 3 lagen boven elkaar.



Functie: onderdak voor de beelden van de goden aan wie ze gewijd zijn. Alleen priesters mochten de tempels betreden.



Schilderkunst en toegepaste vormgeving


Op de Griekse vazen komen figuren uit mythen en heldensagen, maar ook taferelen uit het dagelijks leven voor.  Vormen à geometrie. (driehoeken, cirkels, kruizen) Functie: het bewaren van olie of als pronkstuk. Soms ook als ereprijs (wat nu de vorm van een beker is bij sportwedstrijden etc.) of als grafversiering.



Beeldhouwkunst



  • Archaïsche periode (6e eeuw v.C.)= gestileerde figuren, frontaal weergeven, stramme houding, bevroren glimlach. Vrouwenfiguur = kore, mannenfiguur = kouros.

  • Klassieke periode (500-350 v.C.)= anatomie bestudeerd, perfecte + ideale vormen en verhoudingen, contrapost (gestrekt been waar lichaam op rust en een licht gebogen been dat losjes neergezet wordt.)

  • Hellenistische periode  (350-50 v.C.)= realistische mensfiguren, ingewikkelde, beweeglijke en dramatische houdingen. Gezichten drukken emotie en strijd uit. Spieren + botten zeer gedetailleerd.


Beeldhouwers streven naar een ideale mensfiguur à brons, marmer, glas, kristal. (laatste 2 voor ogen, lippen en nagels, functie: extra levendigheid) Beelden veelkleurig beschilderd = gepolychromeerd.


Beelden dienen als versiering van tempels of als grafmonument.



De Romeinen


Architectuur


Koepelgewelf à grotere ruimtes overdekken. (Het Pantheon als voorbeeld)




Verschillen Romeinse tempel en Griekse tempel:


(1)    Zuilen Romeinse tempel zijn slanker


(2)    Romeinse tempel staat op podium (groter dan Grieks, daar waren alleen 3 treden)


(3)    Achterste muren gesloten en daar zijn halfzuilen (piasters) geplaatst. (Griekse tempel is helemaal open)


(4)    Materialen van Romeinen: natuursteen, baksteen, marmer en beton.



Functie = praktisch (in tegenstelling tot Griekse tempels, daar ging het voornamelijk om schoonheid): bieden van onderdak en ruimte.



Theaters à volk vermaken (Grieks)


Amfitheaters à Gladiatorengevechten


Thermen à Baden + socializen met andere Romeinen


Triomfbogen à Het volk blijven herinneren aan de wapenfeiten van keizers


Basilica à Openbaar gebouw, rechtszaal, vergaderruimte, markthal.



Schilderkunst


Mensfiguren en portretten = levensechte indruk


Fresco = kleurstoffen op de natte kalk van de muur aanbrengen


Mozaïek = gekleurde stukjes marmer, glas of steen in nat cement aanbrengen


Ruimtelijke illusies toegepast om het gevoel te geven dat je ergens doorheen kijkt en de ruimte te verbreden.  De schilderingen dienen ook ter verfraaiing van een groot (muur/grond)oppervlak.



Beeldhouwkunst


Romeinen kopieerden Griekse beelden. Er worden complete figuren of portretbustes gemaakt van mensen, zoals keizers en ambtenaren. Beelden waren levensecht en geïdealiseerd. Er wordt veel aandacht besteed aan stofuitdrukking. (plooien van kleding, franjes en haarlokken) Functie = het imponeren van het volk + glorie en macht uitstralen door middel van grootse dingen en houdingen die gezag uitstralen.



Vroegchristelijke kunst


In 313 kregen Christenen van keizer Constantijn vrijheid van godsdienst à later werd het Christendom de staatsgodsdienst.


Architectuur


Vroegchristelijke kerk =


(1)    Basiliek. Rechthoekig, verdeeld in het middenschip en twee smallere zijbeuken of zijschepen. De scheiding hiertussen bestaat uit een zuilenrij met arcades (ronde bogen). Middenschip à Zadeldak. Zijschepen à Lessenaarsdak.  Oostkant = absis met een halve koepel. Daar staat het altaar met daaronder de grafkelder (crypte).


(2)    Centraalbouw.



Functie van basiliek = het plaats bieden van het grote aantal gelovigen dat tijdens de erediensten naar de bisschop staat te luisteren. De langwerpige vorm is erg geschikt.



Schilderkunst


Religieuze gedachte is belangrijker dan het uiterlijk van de afbeeldingen. Mensfiguren zijn vereenvoudigd en gestileerd (alsof de kennis is verdwenen).  Vlakke figuren zonder plasticiteit. Bijbelse personen of begrippen uitgebeeld door middel van symbolen.


Functie = de gelovigen aansporen tot meditatie. Schilderingen hebben een symbolische betekenis.





Beeldhouwkunst


Vooral gezien op sarcofagen, de reliëfs stellen taferelen uit de bijbel voor. Kenmerkend is dat mensfiguren niet vrijstaand worden gemaakt, uit angst voor afgoderij en beeldenverering.


Functie = het onderwijzen en bemoedigen van Christenen. De taferelen verwijzen naar de wonderen die God verricht heeft.



Byzantijnse kunst


De naam Byzantijnse kunst komt van Byzantium (hoofdstad van Oost-Romeinse rijk)


Architectuur


Kenmerkend is centraalbouwà opgezet vanuit een centraal punt van symmetrie. Ruimtes worden vaak afgesloten met een koepel à later ook toegepast op moskeeën.


Functie = het overtreffen van andere gebouwen op gebied van schoonheid.



Schilderkunst


Veel fresco’s  en mozaïeken. Ook zijn er iconen = een klein houten paneeltje, dat volgens vaste regels  (ondergrond van bladgoud) beschilderd is met gestileerde heiligen. Monniken schrijven en versieren boeken. De kleine illustraties heten miniaturen.


Functie = versiering van handgeschreven evangeliën.



Beeldhouwkunst


Betreft meestal Bijbelse voorstellingen en symbolen + abstracte vormen uit de natuur à weer gestileerd + kapitelen in kerken zijn afgeleid van Griekse Korintische vormen. (worden nu Korfkapitelen genoemd)


Functie = dient als versiering van de wanden van een kerkgebouw. Gebruiksvoorwerpen ook rijkelijk versierd.



Karolingische kunst


Ontstaan in Ierland en Engeland, die het Christendom ook Europa weer inbrachten. Ze weren beïnvloed door de Kelten.


Architectuur


Zowel centraalbouw als de basiliekvorm.  De hele kapel is van steen, terwijl in de Vroegchristelijke tijd nog gebruik werd gemaakt van hout voor plafonds en de dakconstructie.


Vorm = achthoekig middenschip met daaromheen een twee verdiepingen tellende omgang.


Functie = De structuur symboliseert de taak van de keizer (Karel): voorspraak voor zijn volk bij God. De troon op de eerste verdieping van de omgang wordt dan ook tegenover het altaar geplaatst.



Schilder-en beeldhouwkunst


Titelpagina’s van manuscripten (overgeschreven stukken van evangelie of ander gedeelte uit de bijbel) werden versierd met plant- en vlechtmotieven. Deze bezigheid neemt in de hofkunst een belangrijke plaats in. Mensfiguren à levensecht afgebeeld, Boekbanden à rijkelijk versierd met ivoorsnijwerk en edelsmeedkunst


Functie= De illustraties staan in dienst van de Christelijke godsdienst: ze dienen tot onderwijs en meditatie. Beeldhouwkunst = decoratieve functie. Beelden maken deel uit van architectuur of zijn aangebracht op gebruiksvoorwerpen.



Romaanse kunst


De Romaanse kunst dankt zijn naam aan de vele overeenkomsten met de Romeinse kunst.



  • Langs Pelgrimsroutes werden bedevaartkerken gebouwd die een heel eigen vorm kregen met gebrandschilderde ramen. Functie = de Pelgrims die niet konden lezen onderwijzen met de religieuze taferelen.

  • Er waren ook kloosterkerken, daar woonden Monniken.



Architectuur


Vorm = Latijns kruis (toevoeging van dwarsschip op het middenschip van de basilica)


Buitenmuren versierd met reliëfachtige dingen in de vorm van pilasters en rondbogen, zodat het minder massief lijkt.


Zuilen en steunberen à versterken. Ramen zijn klein om de muren niet te verzwakken.



Vieringstorens werden vaak geplaatst op de kruising van het middenschip en het dwarsschip en eronder bevond zich het hoofdaltaar. In het Oosten ook centraalbouw toegepast.


Kleine extra kapelletjes (straalkapellen // absiden, daar werden de relikwieën bewaard) à bedevaarders konden deze via een ingang genaamd de kooromgang betreden, zonder de eredienst te verstoren.



Schilderkunst


Byzantijnse vormen + motieven. Christusfiguur wordt met een aureool om het hoofd afgebeeld (een soort ronde kom), niet met een stekelkrans. Monniken versieren nog steeds overgeschreven gedeeltes van de Bijbel.


Mensen niet naturalistisch geschilderd, religie nog steeds bovenaan. Schilderingen van de altaarstukken in de kerk zijn gemaakt volgens de temperatechniek: pigment en gom op eiwitbasis. In de Oost-Europese kerken wordt nog gebruikt gemaakt van fresco’s.


Functie = Onderwijzen van gelovige kerkgangers.



Beeldhouwkunst


Rijkversierde middenportalen in de kerk. Verder nauwelijks beelden te vinden, voornamelijk sobere interieurs. Gezichten van frontale mensbeelden zijn emotieloos en niet vrijstaand.


Functie = Beelden bij de ingang van de kerk moeten de mensen die binnen treden in een gewijde stemming brengen.



Tapijtkunst


Een 70 meter lang stripverhaal over de verovering van Engeland door Willem de Veroveraar, hertog van Normandië. Het tapijt heeft een boven- en onderrand. Voor de teksten, contouren, gezichten en handen zijn ketting-, steel- en splijtsteken gebruikt. De vlakken zijn ingevuld met spansteken die schuin over elkaar liggen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.