Griekse kunst

Architectuur

Het Parthenon:
 Gewijd aan de Griekse godin Athena Parthenos
 Gebouwd in de 5e eeuw voor Christus op een hoge berg bij Athene (de Akropolis)
 Door de imposante indruk is het het stadsbeeld van de stad
De afmetingen werden bepaald door de maateenheid ‘modulus’. De bouwmeesters hebben optische correcties aangebracht voor een solider en krachtiger aanzien.
Het Parthenon is gebouwd in de zogenaamde Dorische orde. Tot de vijfde eeuw voor Christus waren er twee bouwwijzen:
 De Dorische orde:


 Het oudst -> ontwikkeld op de Peloponnesos
 Te herkennen aan het kapiteel in de vorm van een halfrond kussen en de vierkante plaat, en aan het ontbreken van een voetstuk
 De cannelures raken elkaar niet.
 De Lonische orde:
 Ontwikkeld in Klein-Azië
 Slank en rank. Zuil op een basement geplaatst. Kapiteel is opgebouwd uit 2 evenwijdige dubbele spiraalvormige voluten, met een dunne dekplaat.
 De cannelures zijn door smalle banden van elkaar gescheiden
Aan het eind van de 5e eeuw ook de Korintische orde:
 Kapiteel is opgebouwd uit een gebeeldhouwde compositie van omgekrulde acanthusbladeren.
 Eerder alleen voor binnenruimten. Pas in de vierde eeuw ook aan de buitenzijde
Beeldhouwkunst

De Griekse beeldhouwkunst stond voor een belangrijk deel in dienst van religieuze architectuur, de lichaamscultuur in de vorm van sportbeoefening en de grafcultuur.


Het plein rondom de tempels werd opgesierd met herinneringsbeelden van atleten tijdens de beoefening van hun sport. de Griekse beeldhouwwerken, de wanden en de zuilen van de tempels waren destijds beschilderd met heldere, frisse kleuren. Ze streefden naar een weergave van ideale lichaamsvormen, dat is lang zo gebleven.
Schilderkunst

Van de muurschilderingen is niets bewaard gebleven, wel is er nog een grote hoeveelheid beschilderd aardewerk zoals vazen, schalen en kruiken. De voorstellingen waren meestal ontleend aan verhalen uit de Griekse mythologie of gaven taferelen weer uit het dagelijkse leven.
Er zijn twee stijlen van schilderen:
 De zwartfigurige vaasschilderkunst:
 Op de roodbakkende ondergrond van de vaas een voorstelling schilderen
 Tijdens een speciaal bakproces kleurde de tekening zwart
 De roodfigurige vaasschilderkunst:
 Op de roodbakkende ondergrond van de vaas met zwartbakkend kleislib
 Dan werd de voorstelling uitgespaard
Romeinse kunst

Architectuur

Een Romeinse tempel staat op een hoog podium. Ze hebben een grote trap aan de voorzijde en een diepe voorgalerij. Aan de voorkant is een zuilengalerij aangebracht, maar aan de zij- en achterkant halfzuilen of pilasters. Er werd veel gekleurd marmer gebruikt.
Er werd gewelfbouw toegepast. Hierbij gebruikten ze het tongewelf en het kruisgewelf. De tongewelf was overgenomen uit de Etruskische bouwkunst. Hieruit ontwikkelden ze het kruisgewelf. Ook bouwden ze koepelgewelven: een gat in het midden van een koepel. Dat is een stukje vakmanschap.
Ook verrezen er veel burgerlijke gebouwen: thermen, (amfi)theaters en rechthoekige basilica’s. Ook werden er bruggen, stadspoorten, triomfbogen en erezuilen opgericht.
Beeldhouwkunst

De opgeheven rechterhand bij het beeld van Keizer Augustus is het teken voor een goddelijke heerser, die zijn volk of leger wil toespreken. Dit is typisch Romeins, evenals de symbolische, allegorische figuren op de kleiding.
Er werden in de Romeinse tijd veel standbeelden van keizers en veldheren gemaakt. deze waren bedoeld om het volk te imponeren. De heersers werden staand of te paard uitgebeeld.
Ook werden er borstbeelden van belangrijke nog levende personen en verre voorouders gemaakt.
Er werd veel reliëf toegebracht; als versiering van tempels en in de vorm van een doorlopen ‘stripverhaal’ op triomfbogen en erezuilen.
Schilderkunst

Welgestelde Romeinen lieten de wanden van hun woonvertrekken beschilderen met zeer fraaie muurschilderingen, die de hele wand bedekten. Het waren architecturele doorkijkjes, landschappen en stillevens in prachtige warme en heldere kleuren.
Vroeg-christelijke en Byzantijnse kunst

Architectuur

In 313 ontstond een grote behoefte aan gebouwen waar christenen hun eredienst konden bijwonen, omdat de christelijke geloofsleer tot staatsgodsdienst was verheven. De tempel wilde men niet gebruiken, omdat er te weinig in ruimte was. De vorm van de audiëntiezaal van de keizer leek het meest te voldoen, omdat er voldoende ruimte was en de symbolische duiding was belangrijk, want men meende dat de christelijke keizer begenadigd was met goddelijke macht. Het altaar werd in de plaats van de troon geplaatst in een abside. Veel christelijke kerken werden boven een martelaarsgraf gebouwd. Behalve de rechthoekige basiliekvorm(de lengterichting overheerst) werd ook centraalbouw gebruikt( de plattegrond is gebaseerd op een cirkel, een veelhoekvorm of een kruisvorm met even lange armen).
Beeldhouwkunst

de beeldhouwkunst speelde in de vroeg-christelijke en Byzantijnse kunst een ondergeschikte rol, vanwege het verbod om grote stenen beelden te maken. Daarom werden beeldjes met symbolische voorstellingen gemaakt. Een voorbeeld van beeldhouwkunst is een sarcofaag.
Schilderkunst/mozaïekkunst

Mozaïekkunst werd door de Byzantijnse kunstenaars vooral gebruikt om kerken te versieren. En ze hebben een symbolische betekenis.
Karolingische renovatio

Architectuur

Karel de Grote was de eerste koning die in 800 tot keizer werd gekroond. Hij wilde een rijk opbouwen dat in grootte, kunst en cultuur kon wedijveren met het oude Romeinse rijk, daarom werd zijn regeringsperiode de Karolingische renovatio genoemd (renovatio = vernieuwing). Bij Karel de Grote was sprake van hofkunst, dat is kunst die beperkt bleef tot het hof van de keizer. De Paltzkapel is de enige die is overgebleven van de door Karel de Grote gebouwde paleizen. In de structuren van deze kerk is veel symboliek verwerkt( om de taak van de keizer tot uitdrukking te brengen). De kennis over de vroegmiddeleeuwse architectuur is gebaseerd op onderzoek van ruïnes en op opgravingen van fundamenten. (Door de terugvinding van een plattegrond konden veel kloostercomplexen volgens de plattegrond gebouwd worden).
Romaanse kunst

Architectuur

De basiliekvorm word gekenmerkt door een rechthoekige plattegrond met een afsluitende abside aan één kant. In de Karolingische tijd werd het grondplan van de basiliek al veranderd, door aan de oostzijde een dwarsschip toe te voegen, het ontwikkelde zich verder vanuit de vorm van een Latijns
Kruis. Het hoofdaltaar stond op de plek waar transept en middenschip elkaar snijden, om deze plaats te benadrukken kwam een achthoekige kruisingstoren. Om dat er te weinig plek was voor een nieuw altaar werd gekeken voor een nieuwe plaats: ze konden absides langs transeptarmen bouwen, waarin het altaar dan kon staan, zijbeuken verlengen, of een omgang langs de abside van het middenschip maken en daaraan straalsgewijs kapellen bouwen. De laatste werd toegepast bij kerken langs pelgrimsroutes. Deze mogelijkheden waren erg streek- en plaats gebonden.
Beeldhouwkunst

Het was vrijwel uitsluitend een religieuze kunst, die in dienst van de kerk stond. Er werd vaak een figuur van Christus afgebeeld, omgeven door de vier symbolen van de evangelisten. Bij de timpaan boven de ingang van Chartres zie je de Christusfiguur. Herkenbaar aan het aureool, in een mandorla: symbool voor de wederkomst van Christus. Een idee of begrip werd verbeeld door middel van een symbolische voorstelling.
Schilderkunst

Romaanse kerken werden voorzien van fresco’s: schilderingen in natte kalk. Ook werden er prachtige voorstellingen en versierde hoofdletters geschilderd: een miniatuur.
Gotiek

architectuur

Karakteristiek kenmerken van de gotische kerkbouwkunst zijn: het ribgewelf, de spitsboog en de luchtboog. Deze worden voor het eerst samengevoegd. kruisgewijs werden gordels en ribben tussen de pijlers van de kerk gespannen. De druk van het gewelf op de ribben werd opgevangen door steunberen en luchtbogen tegen de buitenwand. Tussen de steunberen werden grote gekleurde glas-in-loodramen geplaatst.
Beeldhouwkunst

In dienst van de kerkelijke architectuur. In de westportalen van kathedralen en kerken werden colonnetbeelden geplaatst. Dat is een beeld van een heilige of belangrijke persoon uit de Bijbel, waarvan de lichaamsvormen niet/nauwelijks buiten de omtreksvorm van de zuil uitsteken. Later wordt de houding minder statisch en komen de figuren los te staan van de achtergrond. In de boogvelden boven de toegangsdeuren werden verhalende voorstellingen uit de Bijbel of uit het leven van heiligen aangebracht. er verschenen geleidelijk aan meer vrijstaande, kleurig geschilderde heiligbeelden in de kerken en op de altaarluiken werden uit hout gesneden religieuze voorstellingen aangebracht.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.