De komende twee weken zijn 'seksweken' op Scholieren.com. Samen met de Sense Infolijn geven we antwoord op al jouw seksvragen.

 


Alles over seks Alles over seks


ADVERTENTIE
Geslaagd? Doneer je verslagen We zijn heel trots op je, supergoed gedaan. Waarschijnlijk ga je Scholieren.com nu voorgoed verlaten. Wil je ons nog bedanken voor 4, 5 of 6 jaar trouwe dienst? Upload dan nu al je verslagen en samenvattingen voor de generaties scholieren die na jou strijden voor dat diploma.

Nu uploaden

Kunstgeschiedenis kunst met een accent, samenvatting
Hoofdstuk 10; kleur
Clair-obscur
Binnen de schilderkunst gebruikte men licht om een bepaalde sfeer in een schilderij te creëren. De grote tegenstelling tussen licht en donker werd tijdens de barok ontwikkeld en heet Clair-obscur.
Caravaggio de eerste met sterke donker- en lichtcontrasten. Het verhoogt het dramatische onderwerp. Rembrand, schilderde vooral Bijbelse gebeurtenissen en Clair-obscur. Dit maakt dat hij gemeen had met de zuidelijke barok.
Licht en fotografie
Men gebruikte fotografie als middel om de werkelijkheid te registreren. Veel mensen waardoor portretschilders ernstige concurrentie kregen.
Fotograven zochten onderwerpen die buiten de normen van de massa vielen.
Clichés blijven lang aanwezig terwijl er al andere nieuwe onderwerpen zijn. Mensen houden van clichés. Kunstenaars zijn vernieuwers van de normen van de massa.
Impressionisme
Impressionisten schilderde vooral in de buitenlucht, in het licht. Het streven naar een totaal beeld maakte een detailbeeld minder belangrijk. Ze wilden een sfeer vast leggen. Renoir specialiseerde zich in menselijke taferelen. High-class mensen, Lossere posities.
Lichtkunst/ light art 1950-1970
Eerst was het object het belangrijkste, licht had bijrol. Later was licht het belangrijkste onderwerp. Na de uitvinding van tl-buis/neonlicht werd licht letterlijk als vorm gebruikt. Ruimtes werden onderdeel van kunst. Bij bewegende lichtkunst is extremer. De toeschouwer is nu meer deelnemer dan kijker. Er word een verbinding gelegt tussen ruimte-object-mens.
Bruce, neonlicht zinnen. Hoofdzaak is de betekenis van de zinnen, en de humor die er achter zit. Alleen licht en woorden gebruikt.
Begrippen:
- Lichtbron (natuurlijk/ kunstmatig)
-> Één of meerdere lichtbronnen
-> Zichtbaar of buiten beeld
- Direct licht (meelicht, tegenlicht, zijlicht, strijklicht)
- Indirect licht (weerkaatsing, weerspiegeling, reflectie)
- Lichtrichting (gezien vanuit de beschouwer);
-> Naar de beschouwer toe óf van de beschouwer af.
-> Van links of rechts
-> Van boven of onder
- Lichtsterkte/intensiteit (fel, scherp, zwak, diffuus, getemperd, gekleurd)
- Licht- donkercontrast
- Clair-obscur (licht en schaduw)
- Gevolgen van licht; schaduw ( eigen schaduw, slagschaduw, kernschaduw, korte/lange/gebroken schaduw)
- Barok
- Fotografie
- Impressionisme
- Lichtkunst/light art
Hoofdstuk 11; kleur
Gentile da Fabriano en piet Mondriaan
Gentile da Fabriano schilderde in de internationale gotiek. Hij kondigde in bepaalde opzichte de renaissance. De overeenkomst met Mondriaan en Gentille da Fabriano is dat zij beide mede door hun werk naar een revolutionaire tijd gingen. Beide gebruikte zij kleur om hun werk te ordenen. Bij Gentille da Fabriano doet zijn werk rijk aan. Terwijl bij Mondriaan eerder pover of zelfs nuchter is.
Verschillen in betekenis van kleur
Kleur was, in de schilderkunst, continu belangrijk. Eind 19e, begin 20e eeuw was kleur een traditioneel middel: om gevoelens (expressief) op te roepen, zoals bij van Gogh, of als symbool, bij Gauguin. De opvolgers van deze schilders werden bekent onder de naam fauves (expressionistisch)
Fauvisme
Niet populair rond begin 19e eeuw. In het fauvisme speelde kleur een rol die sterk de vorm bepaalde: onnatuurlijke, felle kleuren en grote kleurvakken; vaak zwarte, donkere contouren en een grove penseelstreek.
Henri Matisse werd beschouwd als de leider van de groep. Hij creëerden een wereldje binnen een schilderij. Door kleurgebruik krijgen bepaalde punten aandacht binnen het schilderij.
Collorfield painting en hardedge
Ook op het gebied van kleur gingen kunstenaars tot het uiterste: kleur als zelfstandig medium, zonder er nog sprake is van figuratie
Collorfield paintinging; schilderijen met vormingloze kleurvelden van gigantisch formaat.
Hard egde; schilders gingen vlakken schilderen en die werden duidelijk begrenst. Ze vermengen of lopen niet over. Er is een scherpe afsnijding, hard egde.
De wisselwerking tussen kleuren, de gevolgen van het contrast was hoofdzaak geworden. Dit moest egaal aangebracht worden, werd ook vaak met verspuit aangebracht
Beeldhouwkunst en kleur
Jaren 60 beeldhouw kunst belangrijker. Tekens die een onderlinge samenhang vormen: de gebeurtenis blijft hoe ruimtelijk ook samengesteld, begrenst binnen het beeld. Kleur is belangrijk omdat die hier* het materiaal verbergt.
Kleur en agritectuur
Architectuur had eigen kleur van materialen. Behalve, klassieke- en renaissance stijl. Pas door de stijl door invloed van Mondriaan kreeg kleur meer dan een versierende rol. Door grote onderdelen, vlakken, egaal van een primaire kleur te voorzien kreeg kleur een ‘vormsterkende’ functie bij het gebouw. Bij centre George Pompidou is de kleur die is toegepast een accent vormt binnen het gebouw en een contrast met de omgeving. Je moet van buiten kunnen zien wat binnen de functie is.
Begrippen H11
- Funties van kleur
-> Emotie/gevoel uiten
-> Symbolisch
-> inhoud
- De drie kleurhoedanigheden
-> Kleursoort bijv. het rood zijn van een kleur.
-> Kleurzuiverheid of kleurverzadiging
-> Kleurhelderheid
- Kleurencirkel (zuivere kleuren
-> Primaire kleuren of hoofdkleuren
-> Secundaire kleuren (gemaakt uit twee primaire kleuren)
-> Tertiaire kleuren (gemaakt uit drie verschilde kleuren)
- Kleurenmenging (met kleurstoffen op het palet; door transparante kleurlagen; optisch mengen bijv. pointilleren)
-> Niet-kleuren (zwart, wit, grijzen)
-> Kleurtoontrap (van helder licht naar donker of omgekeerd)
-> Pastelkleuren (met veel wit aangemaakte kleuren)
- De zeven kleurcontrasten
-> Licht- donkercontrast (helderheid)
-> Koud- warmtecontrast (bijv. blauw-groen en oranje-rood)
-> Complementaire contrasten (bijv. oranje = geel-rood tegen over blauw)
-> Kwaliteitscontrast (verzadiging)
-> Kwantiteitscontrast (de grootte van de kleuroppervlakte)
-> Kleur- kleurcontrast (bonte kleuren naast elkaar)
-> Simultaancontrast (bijv. rood op groen vlak lijkt helderder dan het zelfde rood op een oranje vlak.
- Kleurgebruik
-> Realistisch (natuurlijk/lokaar)
-> Impressief (de indruk van de lokale kleur onder invloed van het licht)
-> Expressief (waarbij vooral het gevoel/emotie een rol speelt)
-> Symbolisch
-> Decoratief
-> Functioneel
-> Monochroom (éénkleurig)
-> Plychroom (veelkleurig)
- Diversen
-> Aardkleuren
-> Lokale kleuren (bijv. rood van een aardbei)
-> Materiaalkleuren (de eigen, natuurlijke kleur van her materiaal)
Hoofdstuk 12: Ruimte
Ruimte als ruimte
De ruimte in een sculptuur wordt zichtbaar gemaakt. De ruimte om het beeld heen is nog bijna belangrijker dan het beeld zelf.
Ruimte als object
Een ruimte gevuld met vormen.
Merzbau: een wijze van verbouwen waarbij een ruimte vervormd wordt door er allerlei kubistische vormen in te plaatsen, alle wanden, het plafond en de vloer wordt erbij betrokken.
Dadaïsme
Ontstaan in 1916, antikunstbeweging. Het bespotten van de serieuze en traditionele kunstwerken. Onstaan na de oorlog. Ze hielden zich niet aan wetten en regels van de staat en verkochten ‘onzin’. Readymades: bestaande voorwerpen uit de dagelijkse omgeving halen en veranderen van functie en ze in een ruimte plaatsen (kant-en-klaar kunstwerken). Dadaïsme is voorloper van veel nieuwe kunststromingen, zoals bijv. surrealisme.
Omgeving als kunst; environment
Kunstwerken die een hele ruimte omvatten. Een persoon die het kunstwerk binnen treed, wordt er zelf onderdeel van waardoor de beleving groter wordt.
Land Art
Landschapskunstenaars beginnen in de jaren 70 met landschappelijke omgevingskunst. Ideeën en het proces vooraf zijn belangrijker dan het uiteindelijke werk. Het proces wordt vastgelegd op foto of video als registratie.
Ruimtesuggestie
Sprake van ruimte-uitbeelding op tweedimensionaal werk.
Perspectief kun je suggereren door:
- Overlapping (vorm overlapt andere vorm), doorzichtigheid, coulissewerking (het suggereren van diepte door lagen aan te brengen die parallel lopen aan het beeldvlak, voorgrond, middenplan en achtergrond), repoussoir (vorm van overlapping en afsnijding tegelijkertijd)
- Verkleining, verschil tussen groot en klein
- Verkorting
- Kleurperspectief
- Contrast tussen duidelijk en vaag of gedetailleerd en alleen hoofdvormen.
- Afsnijding, vormen houden bewust op bij de rand van het schilderij
- Contrast tussen lichtdonker en licht en schaduw, dit zorgt voor plasticiteit.
- Ritme, een herhaling van vormen.
- Beeldend standpunt, de manier waarop je een beeld zou bekijken, dichtbij, kikvorsperspectief, ooghoogte, ruiterperspectief en vogelvluchtperspectief.

Begrippen H12
Driedimensionaal
- Ruimtewerking (de ruimtelijkheid van een werkstuk)
-> Het gebruik van de beeldende middelen: …materiaal en techniek; (gereedschap) beeldhouwden, modelleren/boetseren, construeren.
…De beeldende aspecten; licht, kleur, vorm, compostitie/ordening, textuur.
-> De begrenzing van de ruimte; …concreet aanwezige ruimte; ruimte-innement (massief), ruimte omvattend (een gat, hol, restvorm)
…Niet concreet aamwezige begrenzing (blikrichting, stapeling, suggestie van beweging) …veranderende begrenzing (bewegende delen)
-> Relatie werkstuk –omgeving- beschouwer; waar en hoe?
...in/uit de aarde komend …op de aarde vast; ruimte waar een werkstuk is geplaatst; ruimte zoals kamer, hal, zaal …op de aarde verplaatsbaar …in de ruimte/lucht
Tweedimentionaal
- Ruimte(uit)beelding met ruimtesuggestie
-> Verschillende projectiemethoden; ..lijnperspectief (horizon, ooghoogte, vlucht- of verdwijnpunt) …isometrie (alle in werkelijkheid evenwijdige lijnen worden ondervetkort en evenwijdig weergegeven)
-> Overlapping of oversnijding, doorzichtigheid, plans, coulissenwerking, repoussoir
-> Verkleining
-> Verkorting
-> Kleurperspectief
-> Atmosferisch perspectief (vervaging van vorm, kleur, toon en/of textuur)
-> Afsnijding/ruimte en kader (totaal half-totaal, close-up)
-> Plasticiteit (licht- en schaduwwerking)
-> Ritme/herhaling
-> Beeldend standpunt: …dichtbij- veraf …kikvorsperspectief (zeer laag) …ooghoogte (horizon) …ruiterperspectief (vrij hoog) …vogelvluchtperspectief (zeeg hoog)
- Ruimte(uit)beelding zonder ruimtesuggestie
-> Stapeling
-> Omklapping
-> Aanzicht (en profil/en face/ en trois quarts)
-> plattegrond

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.