De NPO is bezig met een nieuwe interactieve videoserie voor scholieren, over persoonlijke dilemma's. Om de serie zo herkenbaar mogelijk te maken, hebben ze jouw hulp nodig. Ben je tussen de 15-18 jaar en wil jij meedenken? Vul de vragenlijst in (5 a 10 minuutjes) en maak kans op een Bol.com bon van 10 euro.

 


Meedoen


CE Kunst geschiedenis alle kunststijlen 2006
Griekse kunst 1050 v. Chr. 720 v. Chr.
• Geometrische periode
• Archaïse periode
• Klassieke periode
• Hellenistische periode
• Corinthisch, Ionisch, Dorische zuilen
• De zuilen zijn massief
• Kouros stramme houding, glimlach
• Contrapost een steunbeen, plastisch realistisch knik in de knie
De Romeinse kunst 400 v. Chr. Tot 400 n. Chr.
• Fresco’s
• Griekse kunst afgeleid
• Ruimtelijke weergave
• Plastisch
• Mythologie mensfiguren
• Beste beeldhouwers geschiedenis
• Halve zuilen
• Beton niet massief
• Cassette plafond
• Kloosterkunst
• Mozaïeken
Vroeg christelijke kunst tot de 5e eeuw
• Basilica
• Centraal bouw
• Halflosstaande beelden
• Symbolen
• Religieuze onderwerpen
• Onpersoonlijk
• Sobere weergave
• Gestileerd
• Fresco’s mozaïeken
Byzantijnse kunst 4e tot 6e eeuw
• Val van het Romeinse rijk, oost Romeinse rijke byzantanium
• Centraal bouw Grieks kruis
• Zeer goede mozaïek kleurovergang
• Versierende decoratieve functie
• Veel kleur
Karolingische kunst 800 tot 900 n. Chr.
• Karel de grote
• Hofkunst
• Kerken
• Levensecht
• Expressieve stijl
• Plooien
• Ruimtelijk
• Zware contourlijnen
• Miniaturen
• Vlechtmotieven
Romaanse kunst 900 tot 1150 n. Chr.
• Latijns kruis
• Basiliek basilica
• Verhoogde middenbeuk
• Dwarsschip
• Straalkapellen
• Christus met vier evangeliën afgebeeld vier dieren
• Dikke muren tongewelven
• Zware contouren
• Weinig plasticiteit
• Platte kleurvlakken
• Attributen kenmerken personen
Gotiek 1100 tot 1400
• Kruisribgewelven
• Spitbogen
• Steunberen
• Luchtbogen
• Hoogbouw
• Vertikaal
• Veel ramen en licht
• Bouwen naar de hemel
• Skeletbouw
• Profane onderwerpen spelen een rol, natuur portretten, eigentijdse modellen
• Blauw: hemels, wit: maagdelijkheid, rood: liefde passsie
• Glasschilderkunst
• Miniatuurschilderkunst
• Sacrale schilderingen
• Plastische weergave mensfiguren
• Ruimtelijke weergave
• Eitempera en olieverf
• Kalf perkament
• Collonet figuren
• Op de timpaan altijd Christus met 4 apostelen om in gewijde stemming te komen
• S bocht houding
• Half losstaande beelden
• Dynamischer
• Tapijten betere kleurovergang door hachure
Renaissance 1400 tot 1530
• Harmonische verhouding
• Gulden snede
• Modulus
• Geometrische basis vormen
• Symmetrische plattegrond
• Centraal bouw
• Cassettes
• Rustica: natuursteen
• Geledingen
• Pilasters
• Kroonlijst
• Half zuilen, nissen
• Realistische weergave
• Mythologie
• Opdrachtgever staat centraal
• Portretkunst
• Lijn perspectief
• Sfumato
• Afometrisch perspectief
• Vrijstaande beelden
• Geïdealiseerd
• Anatomisch
• Plastisch plooien, lichtval
• Piëta
• Hellenistische periode
Maniërisme 1530 tot 1600
• Eigen stijl overdreven, emoties ingewikkelde houding
• Tempelfaçade klassieke elementen door eigenstijl gecombineerd
• Als versiering zuilen, timpanen, architraven, kapitelen niet als dragers
• Veel mythologie en religieuze onderwerpen.
• Theatraal, vreemde lichtval, licht-donker contrasten, gekunstelde mensfiguren, dramatisch
• Dure materialen beeldhouwkunst
• Figura serpentia,
• Afzet tegen de klassieke perfecte vormgeving
Barok 1600 tot 1720
• Contrareformatie Rooms katholieke kerk
• Barocco grillige parel
• Asymmetrische architectuur
• Gevel partijen
• Kolossale zuilen
• Klassieke vormgeving
• Beeldhouwkunst gaat over in architectuur, Trefi fontein
• Reliëf werking
• Plastische vlakken
• Exterieur interieur even belangrijk
• Lichtval
• Classicisme in Nederland, sobere vorm van Barok
• Portreten, historie, stilleven, natuur, GENRE stukken onderwerpen dagelijks leven
• Ilisionistisch ruimte effect
• Diagonale snijlijnen
• Clair obscur
• Dynamische compositie
• Natuurgetrouw
• Tempera, aquarel, olieverf
• Versterking geloof, statussymbool, decoratie
• Emotie gevoelens in beeldhouwkunst
• Diagonale compositie
• Gekleurd marmer
Rococo 1720 tot 1750
• Barocco en rocaille schelp effecten
• Klassieke vormgeving en mythologie
• Kleur en emotie
• Frivole engeltjes, slingerende plant motieven, mensfiguren, mythologische figuren
• Uitdagende, erotische taferelen, idyllische landschappen, spontaniteit vernieuwing in de kunst
• Ovale motieven
• Decadente aanblik
• Gips gestucte reliëfs
• Rocaille motieven
• Asymmetrische ornamenten uit de natuur
• Lichte kleuren, bladgoud, pasteltinten
• Gewichtloosheid, door lichtval, uitbundige decoraties
• Rocaille motief komt terug in bekleding, chinoiserie, Chinese motieven met rocaille
Neoclassicisme 1760 tot 1840
• De klassieke oudheid werd weerspiegeld in de architectuur, kunst, een beeldhouwwerken
• Overdadige vormgeving van de rococo zette aan tot neoclassicisme
• De stijl van de ontwikkelde burgerij
• Arc de thriomphe
• Klassieke vormgevingselementen
• De streng geordende stijl van symmetrische gebouwen
• Tongewelf
• Reliëf
• Fries
• Zadeldak
• Kroonlijst
• Architraaf
• Wit als kleur
• De achtergronden en kleding van de figuren in de schilderkunst zijn afgeleid uit de oude klassieke kunst
• Theatraal, statische compositie, weinig diepte werking
• Onzichtbare lichtbron
• Tekenachtige schilderingen en met strakke belijning
• Verstand en kennis boven emotie van de kunstenaar
• Klassiek schoonheidsideaal, half naakt
• Wit marmer en glad gepolijste beelden , technische perfectie
• Symboliek,
• Empire een eind neoclassicistische stijl
• Organische ornamenten, geometrie en symmetrie, verfijnde decoraties aan meubelend
Romantiek 1800 tot 1840
• Gevoel, fantasie en emotie: romantiek
• Gevoelig wild en avontuurlijk
• Historische, dramatische, en exotische thema’s Goya
• Nazareners, commune in Duitsland, ideaal opofferen voor Christus
• Pre-rafaelieten, wilde terug naar de zuiver kunst van voor Rafael (1500)
• Neostijlen worden toegepast in de architectuur, naast elkaar toegepast in een gebouw: eclecticisme. Classicisme, gotiek, barok, renaissance
• De functie van het gebouw wordt weerspiegeld in de architectuur
• Natuur sterker dan mens
• Dynamische composities
• Dramatiek
• De ruimte is vaag door weinig contouren en lijnen
• Forse toetsen
• Asymmetrische plaatsing van lichte en donkere delen
• Clair obscure
• Sterke licht donker werking in beeldhouwkunst
• Alle beelden worden glad afgewerkt
• Ook inspiratie in neostijlen
• Enorme dynamiek en heftige emoties zijn opvallend aan de romantiek
Realisme 1840 tot 1880
• Franse revolutie 1789 ander maatschappelijke verhoudingen en ontwikkeling
• Grauw en troosteloos bestaan voor boeren en arbeiders
• Rijke burgerij wereld van pracht en praal
• Ecole de beaux-arts in Parijs
• Acedemy of art in Londen
• Clichématige en classicistische georiënteerde kunst werken
• Gekunstelde vormen en een verstard academisch kleurgebruik
• Salon
• Courbet
• R: refuse een kunstwerk wat uit de salon werd gestemd
• Ongekunstelde realiteit, van het werkelijke leven
• Millet, Rousseau, Corot
• Naturalistische stroming van het realisme: de school van barbizon
• Industriële vervaardiging glas ijzer in architectuur
• Giet ijzer en staal
• Grote overspanningen zijn mogelijk
• Bouwskelet bedekt met baksteen
• De ingenieurs hieleden het skelet zichtbaar
• Functioneel, ruimtelijk en licht
• Donker tinten weerspiegelen het zware keven
• Kleurengamma
• Textuur, paletmes
• Verftube en plein air
• Verftoetsen zichtbaar
• Beeldhouwkunst uit het dagelijks leven
• Stofuitdrukking, contrapost, bronzen sokkel, factuur”sporen van het boetseren” anatomie
Impressionisme 1870 tot 1905
• Zuivere kleuren, alledaags
• Ze wilden laten zien welke lichtvlekken op hunnetvlies vielen, welke kleur ze wilden kwam er
• Fotografie was belangrijke uitvinding voor het impressionisme
• Manet en Monet
• Isaacs Israëls, Breitner: Amsterdamse school
• Mestdag en Tholen Haagse school
• Silhouetten, forse toetsen, zuivere kleuren, gamma kleuren, warm koud contrasten afsnijding, ruimtesuggestie.
• Een impressie geven van een moment
• Stemming van een bepaald moment vastleggen
• Japonisme, invloeden uit Japan op het Nederlandse impressionisme
• Ook beeldhouwkunst stemming en emoties
• Facturen duidelijk zichtbaar
• Levensecht, dynamisch, licht en schaduw, expressief
Pointillisme en postimpressionisme 1884 tot 1905
• De pointillisme werkte de ontdekking in kleurgebruik verder uit
• Stippen met zuivere primaire kleuren werden naast elkaar geplaatst
• Primaire kleuren naast elkaar lijken veraf secundaire kleuren “ divisionisme”
• Gestileerde kleuren
• Egale kleurvlakken
• Gezanne, Van Gogh, Gauguin
• Vereenvoudigd, zorgvuldig geordend, abstrahering, herstructurering, wetmatigheden, tweedimensionale karakter, ruimte suggestie beperkt
• Verschillende richtingen van toetsen geven dynamisch effect
• Signac en Seurat bekende pointillisten
• Contourlijnen ontbreken
• Complemaintaire kleurcontrast felle kleuren naast elkaar
• Sfeer en atmosfeer
• Trois quart drie kwart van het gezicht afgebeeld zelfportret van Gogh
• De schilder zet de emoties op doek, die tijdens het schilderen omhoog komen, postimpressionisme
• Ritme en dynamiek
• Forse penseel streken, pasteuze olieverf
• Nadrukkelijke toetsen
Symbolisme 1885 tot 1900
• Jean Moreas
• Kunstenaarsgroep Nabis
• Poëzie, mystieke overleveringen, dromen, visioenen, gevoelens inspiratie
• Egale kleurvlakken
• Sterke contouren
• Het ontbreken van schaduwen
• Decoratieve element
• Prentkunst
• Jan Toorop
• Fel kleurgebruik, kleurcontrasten, warm-koudcontrasten, licht-donkercontrasten, kwaliteitscontrast, complemaintaircontrast, nadrukkelijke contouren, lijnperspectief
• Dynamische composities
• Karikaturen
Jugendstil 1890 tot 1910
• William Morres, ambachtelijke gebruiksvoorwerpen moesten weer een trend worden
• Arts en Crafts Movement
• Art nouveau
• Vormen uit de natuur
• Symboliek
• Slaoliestijl
• Organische versieringen aan de architectuur
• Gebeeldhouwde grillige vormen
• Ritme en dynamiek, ambachtelijke technieken en traditionele materialen
• Metropolitain en Sagrada Familia
• Golvende in elkaar overlopende lijnen drukken vitaliteit en continue beweging uit
• Schilderkunst: planten, bloemen, vogels en mensfiguren
• Gestileerd ( vereenvoudigd)
• Pastelkleurig
• Organischevormen
• Lithosteen, afdruk
• Verticaal accent in de compositie
• Horizontale vorm voor evenwicht, veel lijnen werden door elkaar geplaatst
• Repoussoirwerking van de krullerige planten ( naar achter plaatsen door voorgrond te vullen)
• Opglazuurdecoratie gebruiksvoorwerpen
• Ruimte illusie
• Interieur: gebogen verspringende muurvlakken gietijzerdragende constructies, golvende ornamenten
• Gesammtkunstwerk: schilder, beeldhouwkunst en architectuur in een gebouw door elkaar toegepast
• Zweepslagmotieven, functioneel en decoratief
Arts and Crafts 1875 tot 1900
• Textielkunst
• Decoratieve functie
• Natuurlijke kleuren
• Gestileerde vormen
• Patroon
• Symmetrisch
• Rapport andere benaming van de stof met motieven
Art Deco 1910 tot 1940
• Parijse tentoonstelling toegepaste kunst
• Geometrische vormen, felle primaire kleuren
• Stilering van vormen uit de natuur, gestroomlijnde weergave
• Luxe uitstraling
Expressionisme 1905 tot 1920
• Gevoelens uitdrukken door felle kleuren
• Expresion uitdrukking
• Fauves: spot naam wilde beesten
• Die brucke en der blaue reiter
• Architectuur hield rekening met functionaliteit bij het uitdrukken van emotie en gevoel
• Organische vormgeving
• Expressieve uitstraling
• Onregelmatige geometrische vorm
• Architectuur van de Amsterdamse school
• Opvallende torens, plastische muurvlakken, decoratiefmetselwerk, verschillende kleuren baksteen
• Plastische en dynamische indruk
• Fauvisme: landschap, stadsgezichten, mensfiguren, niet natuurgetrouw, krachtige toetsen, atmosferisch perspectief, de kleuren voor zijn net zo sterk op de voorgrond als de achtergrond
• Die Brucke: Anonimiteit, seksualiteit, corruptie, mysterieuze verbondenheid mens natuur, pessimistische kijk op het leven, kleurvlakken, koele kleuren naast warme kleuren, warm-koudcontrast
• Der Blaue Reiter: begin het van het abstracte, Kandinsky geen duidelijke voorstelling, natuur is een geliefd thema, secundaire en primaire kleuren, geometrische vormgeving, toetsen pasteus dekkend aangebracht
• Beeldhouwkunst: vereenvoudigd en gestileerd, geometrische grondvormen, geabstraheerde beeldhouwkunst, realistische gestileerde beelden
Kubisme 1907 tot 1914
• Picasso en Braque
• Vorm en ruimte op het platte vlak
• Hoekige vormen
• Maskerachtige gezichten
• Analyseren van de vormen: analyserend kubisme
• Synthetische kubisme, voorwerpen worden in het kunstwerk verwerkt
• Stillevens, landschappen, portretten,
• Geometrische vlakjes
• Reliëfeffect
• Perspectief sterk door de diepte
• Ruimtesuggestie
• Niet een standpunt maar van uit meerde punten bekeken. “Gefixeerd perspectief”
• Synthetisch kubisme: collage, kleurcontrasten, verzadigde kleuren, verschillende aanzichten, silhouetten, ritmisch effect, asymmetrie
• Spanning tussen illusie en werkelijkheid
• Mensfiguren, stillevens, portretten, beeldhouwkunst
• Holle, bolle vormen, ritmische dynamiek
• Geometrische basis vormen: cirkel, vierkant, kubus, cilinder, bol en balk
• Stabiliteit
• Ook de beeldhouwkunst wekt spanning op werkelijkheid of illusie?
Futurisme 1909 tot 1916
• Mensen moeten het verleden vergeten, een geheel nieuwe stijl met agressieve ondertoon
• Marinetti: “steek de bibliotheken in de brand”
• Futurisme is geen stijl eerder een mentaliteit of een ideologie
• Moderne, dynamische maatschappij
• Dynamiek was het aller belangrijkste
• Snelheid, lawaai en drukte van de nieuwe wereld
• Architectuur: zakelijkheid
• Structuur,luchtbogen maken een dynamisch effect
• Liften buiten het gebouw geeft ruimte
• Schilderkunst: vormherhaling voor dynamiek
• Ellipsvormige fragmenten
• Actielijnen
• Losse toetsen
• Benadrukken van verzadigde kleuren
• Vorm kleur en licht breking
• Beeldhouwkunst: asymmetrisch compositie
• Afgietsels
• Vloeiende vormen
• Geabstraheerd
• Drie dimensionaliteit
De Stijl 1917 tot 1931
• De nieuwe beelding of neoplasticisme
• Rechte lijn primaire kleuren, wit en zwart
• Universele uitbeeldingsvorm
• Architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst moest een kunst worden alles moest samen een zijn
• Haaks op elkaar geplaatste snijdende overlappende vlakken
• Verspringen door reliëf werking
• Openheid en gewichtloosheid
• Lineaire elementen, asymmetrisch geplaatst zorgt voor een spanning
• Niet de functie maar het esthetische principe van de Stijl bepaald de vormgeving
• Non-figuratief
• Dekkend en egaal in strak begrensde vlakken
• Geen persoonlijke toets of signering
• Universele harmonie
• Strijd tussen het stoffen en het geestelijke
• Beeldhouwkunst: blokken en balken, basiskleuren, basisvormen, basisrichtingen
Constructivisme 1917 tot 1924
• Eerlijke en nieuwe wereld, uit Rusland
• Constructie is de grondslag
• Kunst en leven moesten een eenheid worden
• Geometrische basisvormen
• Suprematisme
• Glas: openheid
• Dynamisch ritmisch effect
• Symboliseren van de communistische ideologie
• Sfeer van agressie door zwart wit en rood
• Asymmetrische compositie, door geometrische basisvormen
• Vlakken en platen die haaks op elkaar staan, in de beeldhouwkunst
• Constructie is helder zichtbaar
• Omtreklijnen
• Lichtval en schaduwwerking spelen mee bij de indruk van de beschouwer
• Plastic en glas
• Brons, ijzer, hout en metaaldraad
Functionalisme in de architectuur van af 1900
• Het doel van gebruik bepaald de vormgeving van een gebouw
• De vorm volgt de functie
• Sullivan Amerikaanse architect
• Zuiverheid van vorm en constructie
• Beursgebouw Berlage in Amsterdam
• De dragende constructie is skeletbouw
• Weinig tot geen versiering want de woonfunctie of functie moet naar voren komen!
Bauhaus 1919 tot 1933
• Alle kunstvormen moeten in dienst staan van de architectuur
• Meesters geven les aan de Bauhaus., Kandinsky gaf schilderles en kleuren kennis. Ook architecten, fotograven, toneel, beeldhouwkunst
• De nazi’s dwingen sluiten Bauhaus in Weimar
• Heldere vormgeving en constructie
• Geometrisch en functioneel
• In Amerika komt het New Bauhaus in Chicago
• Gladde zakelijke vormgeving
• Beton-staal skeletbouw, vliesgevels, prefabbouw: de internationale stijl
• Grafischevormgeving schilderkunst
• Kleur beperking
• Dynamische compositie, asymmetrische compositie: krachtige doorwerking
• Basisvormen
• Geometrische vormgeving
• Arts en Crafts, inspiratie textiel kunst, beeldende aspecten abstracte voorstelling
Dada 1916 tot 1923
• Afzet tegen alle westerse beschaving, tegen de 1e wereldoorlog
• De oorzaak was volgens hen de burgerlijke cultuur
• Ongebruikelijke materialen
• Technieken en kunstvormen die nooit gebruikt werden
• Niet realistisch kleurgebruik
• Compositie is druk en chaotisch
• Nauwelijks sprake van vormeenheid
• Gewondenvoorwerpen werden in schilderijen verwerkt
• Beeldhouwkunst: toevallig gevonden voorwerpen, massaproducten verwerkt in kunst.
• Nieuwe betekenis geven aan de voorwerpen
• Kunst los van zichtbare werkelijkheid!
Surrealisme van af 1924
• Breton was onder de indruk van Sigmund Freud, hij zei dat je je droomwereld en verborgen angsten de vrije loop moesten laten
• De droom en het onderbewuste erkende de dichter Breton een grote plaats toe in de kunst
• Het absurde en onwerkelijke
• Surrealisme: boven de werkelijkheid
• Dali, Delveaux, Ernst, Magritte, Miro en Masson
• Figuratieve schilderijen
• Figuratieve surrealistische schilderkunst: realistische weergave
• Gedetailleerd geschilderd
• Geheimzinnige lichtval
• Lijn en atmosferisch perspectief
• Schaduwen nat in nat schildertechniek
• Vervreemd effect
• Automatisch schilderen, wat in je hoofd opkomt direct op papier zetten
• Door voorgrond motieven ontstaan ruimte perspectieven
• Decalcomanie, afdrukken van beschilderd materiaal op beeldvlak
• Frottage, afdrukken van in verf gedrenkte doeken of proppen papier op het beeldvlak
• De vanzelf sprekendheid van het zichtbare
• Beeldhouwwerk: onbewuste inval verwerken in kunst,
• Materialen veranderen van glad naar extreem ruw
• Functievevreemding
• Allerdaagse werkelijkheid wordt veranderd
• Toeval, onbewuste ingeving, ready-mades en objets- trouves bepalen de surrealistische vormgeving
Nieuwe zakelijkheid en magisch realisme 1920 tot 1950
• Trieste sfeer
• Moderne stedelijke cultuur
• Bittere teleurstelling tijdens de 1e wereldoorlog
• Dromen, visioenen, geheimzinnige sfeer een grote rol
• Glaceertechniek laagje voor laagje transparant olie verf aanbrengen
Abstract expressionisme in Amerika 1943 tot 1953
• American abstract artist
• Automatisch schilderen surrealisme en de vormentaal van Mondriaan
• Spontane gevoelens in abstracte composities
• Action-painting  deels figuratief deels abstract ,drippings, ritmische composities, sterk verdund
• Colorfield painting  strak begrenst, ruimtesuggestie door overlapping kleurvlakken, kleursensatie
• Hard-edge  contrasterende kleurvlakken, onpersoonlijkheid, veel ruimtesuggestie door haaksheid, egaal ingeschilderd, of ingespoten
Abstract expressionisme in europa 1940 tot 1959
• Informele kunst
• Inspiratie, kindertekeningen, gehandicapten, krabbels van oerstammen
• Tachisme: Action-painting
• Cobra: agressieve felle kleuren, in afbeeldingen die zeer gedurfd waren, vrolijk en zeer fel, expressief primitievenkunst door stilering
• Materieschilderkunst: textuur en oppervlak waren heel belangrijk reliëf action karakter, non-fiction, natuur en aarde.
Popart 1955 tot 1970
• Ook wel neodada
• Moderne welvaartsmaatschappij
• Moderne consumptie goederen
• Harde pop commercie
• Zachte pop gevoel van de kunstenaar over de maatschappij
• Leefcultuur
• Fel en contrastrijk
• Decoratieve en egale vlakken
• Vormen zijn scherp afgebakend
• Blow up: vergroting van bestaands voorwerp element
• Technieken: Airbrush ( verfspuit) en zeefdruk
• Fotografische zeefdruk techniek
• Onpersoonlijk en afstandelijk zodat men niet kan zien of de kunstenaar kritisch of juist positief tegenover het onderwerp staat
• Amerikaanse consumptie maatschappij veel voordeel uit popart
• Engelse popart: erotisch, plastisch weergegeven, kunststof als ondergrond, herkenbare fragmenten gecombineerd met abstracte elementen
• Seksualiteit als het belangrijkste thema van de moderne maatschappij
• Ruimtelijke popart kunstwerken
• Elementen uit het dagelijks leven, commercie en de consumptie maatschappij worden aan popart gekoppeld
• Textiel, karton en kunststof
• Vervreemde werking
• Nouveau realisme, een nieuwe kijk op het dagelijks leven, fel en contrastrijk zeefdruk, over fotografisch beeld heen
Foto- hyperrealisme 1965 tot 1980
• Overdreven realisme
• Een objectieve weergave van de moderne natuur
• Nauwelijks te onderscheiden van een foto
• Sterk gedetailleerd
• Beelden uit de moderne consumptie maatschappij
• Toevallige opnamen uit het dagelijks leven
• Glimlichten, spiegelingen, plasticiteit, stofuitdrukking
• Spiegelbeelden in ruiten zorgen voor: ritme, overlapping, en afsnijdingen
• Airbrush ( verfspuit)
• Ze geven de werkelijkheid zo objectief mogelijk weer
• Beeldhouwers geven mensen zo objectief mogelijk weer uit het allerdaagse leven
• Mensen die typerend zijn voor de nieuwe cultuur
• Modellen werden ingesmeerd met vaseline, daarna met siliconenrubber, de mal werd volgegoten met kunststof, daarna beschilderd
• Vervreemding door herkenning
Opart 1955 tot 1980
• Licht beweging en optische effecten
• Illusie van beweging
• Reliëfs, ruimtelijke objecten, abstracte schilderijen
• Geometrische vormen
• Zweven
• Afstand van de uniekheid van een kunstwerk
• Moest voor breed publiek beschikbaar zijn, dus werden ze herdrukt
• Planmatige compositie
• Ritme en beweging
• Zo onpersoonlijk mogelijk
• Lijnen en vlakken veel egale kleuren
• Onderzoeken van de optische illusie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Heidi

Heidi

ik mis het Neoclassicisme. voor de rest top.

7 maanden geleden

Antwoorden

gast

gast

V.

V.

hee, supergoede samenvatting
hier heb je echt wat aan!! :)

één opmerking:
je bent het expressionisme vergeten.. :?

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

H.

H.

Thank you! :3

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

E.

E.

Heel erg bedankt voor deze samenvatting.
Je hebt zojuist mijn schoolexamen en mijn centraal examen gered!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

DANK vanuit het diepst van mijn hart

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

N.

N.

Thank. You. So. Much. Dit is echt heel handig voor verslagen. :D

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

S.

S.

Bedankt voor de samenvatting, die 39 bladzijdes waren gewoon te veel!

7 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

I.

I.

Eindelijk gevonden wat ik nodig had!!
Dankjeweldankjeweldankjewel!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

8 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast

Babs

Babs

deze samenvatting was dé redding voor mijn tekenen proefwerk deze pww! haha.

9 jaar geleden

Antwoorden

gast

gast