Art History - Cultuur van het moderne

Beoordeling 7.3
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo/vwo | 2196 woorden
  • 21 maart 2016
  • 17 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.3
  • 17 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

1. Inleiding



- Modernisme = avant-gardekunst 1e helft 20e eeuw > de ‘modernen’.



- Moderne samenleving sinds eind 19e eeuw (groei techniek) > ontstaan van nationale staten met een centraal gezag in de westerse landen. De nieuwe maatschappelijke elites pleiten voor deze moderne samenleving.



- Auto’s ipv paardenkracht, elektriciteit, netwerken (bv geen auto zonder benzinepomp, hangt dus van elkaar af), synthetische materialen etc.



- Architectuur: betonskeletbouw grote stap voorwaarts = rationele/functionele bouw (soberheid ipv schoonheid, minder versieringen)



- Het arme deel van de bevolking profiteert echter helemaal niet van de moderniseringen. De slechte omstandigheden (woon-, werk-, loon-, geen SZ etc) zorgt er uiteindelijk voor dat duizenden mensen naar de VS emigreren in de hoop dat er een beter leven is (American Dream).



- Arbeiders komen samen in kroegen om hun tijd te verdoen, waar soms gezongen en gedanst wordt > ontstaan van ‘music halls’, met o.a. komisch toneel, operaklassiekers, imitatieshows.



- Er ontstaan bioscopen in de grote steden > films gericht op de massa: luidt de massacultuur in.



- Elite houdt vooral van “realistische” kunst, romantische balletvoorstellingen of bv uitvoeringen van klassieke symfonieën; wat moderne kunstenaars maken, spreekt ze totaal niet aan.



- Tot 1850 werd kunst bepaald door de rijke opdrachtgevers (kerk, stadsbestuur, koopmansfamilies, vorstenhuizen), maar in de moderne tijd begint de kunstenaar zich steeds meer autonoom te gedragen > kiest eigen onderwerpen. Financieel is hij wel afhankelijk (iemand moet het toch kopen), maar artistiek is hij helemaal vrij.



- Abstracte beweging komt op gang en kunst wordt voortaan ‘aan de man’ gebracht door bv galeriehouders en impresario’s.



- 1e Helft 20e eeuw: ontstaan symbolisme (begin modernisme) > uitdrukking persoonlijke gevoelens, emoties en dromen op een raadselachtige, magische manier (intuïtie en zwaarmoedigheid).



- Kunst en cultuur geïnspireerd door de ‘grote denkers’:



Freud: seksualiteit (eerst taboe) is bespreekbaar en het onderbewuste staat centraal.



Nietzsche: de mens heeft zijn rationele, maar ook creatieve kant onderdrukt, bv onder invloed van het christendom. Ook vind hij dat de mens niet zo met de kudde moet meelopen (individualisme) > degene die zich v/d kudde losmaakt = Übermensch (misbruik nazi’s).



Bergson: tijd is een geheel van herinneringen (tijd, chronologie is niet belangrijk) = bv verschillende tijdlagen in films (flashbacks, vooruitblikken).



Nieuwe technische toepassingen (Edison en Swan met de gloeilamp) = leven in verhoogde versnelling.



Kunst in bv Rusland v.a. 1917 onder invloed van het communisme (Marx): kunst moet voor iedereen toegankelijk zijn, maar evengoed wordt de abstracte/moderne kunst verworpen.



- 1e Helft 20e eeuw: depressie Amerika (wereldwijde gevolgen), communisme in Rusland, Europa onder het fascisme, twee wereldoorlogen etc = tijd van uitersten.



- Marinetti hoopte dat WOI ervoor zou zorgen dat de oude opvattingen over kunst werden gebroken en dat zijn groep, de futuristen, een kans zou krijgen.



- Beide Rusland (comm.) en de nazi’s in Duitsland (fasc.) moeten niets hebben van de moderne kunst (Stalin jaagt het constructivisme dan ook van het toneel af), maar ze manipuleren (propaganda) de bevolking wel dmv goedgekeurde kunst (classcicisme).



- Veel kunstenaars uit deze onderdrukte gebieden vluchten bv naar de VS, waar ze een belangrijke impuls geven aan het ontstaan van het modernisme in de kunst.



- ± 1970 = einde moderne cultuur > massacultuur (postmoderne door allerlei technieken).



= minder nationalisme, multiculturele samenleving komt langzaam op, pop art, tijdperk van de computer (digitale kunst) etc.







2. Kunst en levensbeschouwing



- Religie heeft altijd haar stempel gedrukt op de kunst. Rond het begin van de 20e eeuw is de scheiding kerk/staat dan wel een feit, toch hebben de kerken invloed op het dagelijks leven.



- Neostijl = stijl gebaseerd op een bouwstijl uit het verleden (neoclassicisme).



- Steeds meer wetenschappers zijn sinds de 19e eeuw overtuigd atheïst (of twijfelen sterk aan het bestaan van een God).



- In de twintigste eeuw wordt de religieuze vrijheid steeds groter; geloofsgemeenschappen kunnen dan wel niet overal ter wereld vreedzaam naast elkaar leven, toch heb je bv als ongelovig of andersgelovige minder te vrezen voor je leven (helemaal niet in Europa).



- = opkomst theosofie (bestond al eerder, maar nu veel aanhangers onder avant-gardekunstenaars) = bv Helena Blavatsky kan met haar theorieën een begin hebben gemaakt voor het “New Age”.



- 1912: Duitse afscheiding van de Theosofische Vereniging (Blavatsky) > Anthroposofische Gesellschaft olv Rudolf Steiner (bewonderaar Goethe). Ze willen het geestelijke in de mens verbinden met dat van de kosmos = innerlijke vrijheid en harmonie.



- Deze antroposofen hebben aandacht voor het onderwijs (levensvorming), geneeskunde en (biologische) landbouw.







- Goetheanum door Rudolf Steiner als “vrije hogeschool”: gewapend beton, plastische vormgeving (lijkt verwant aan Jugendstil maar veel robuuster). Organische bouwstijl die verwijst naar de heuvels in de omgeving (rondingen).



- Bouwstijl wordt internationaal nagevolgd door antroposofische architectenbureaus (ING geb).







- Blavatsky (theosofie): alles komt voort uit het ‘Ene’ waarin tegenstellingen (goed/kwaad) naast elkaar bestaan. Piet Mondriaan raakt onder de indruk van de theosofie (‘Evolutie’ > PMO lokaal).



- Mondriaan begint als landschapsschilder, maar het is niet realistisch genoeg (kleurloos). Hij raakt onder de invloed van de kubisten in Parijs > lijnen (h/v) steeds belangrijker in composities; een esthetische balans kan alleen bereikt worden door het gebruik van tegenstellingen en primaire kleuren.



- Schoonheidsbeleving is volgens PM alleen mogelijk door abstracte kunst.



- Samen met andere moderne kunstenaars richt hij in 1917 ‘De Stijl’ (tijdschrift) op.







3. De modernen en volkskunst



- Avant-gardekunstenaars vinden inspiratie in de exotische kunst van volkeren ver buiten Europa, maar ook binnen Europa zelf.



- Romantische kunstenaars hadden deze belangstelling al in de 19e eeuw, maar zij wilden het publiek alleen maar laten wegdromen. De modernen willen een nieuwe draai geven aan de kunst > exotische kunst is nog ‘puur’ en ‘vitaal’.



- Volkskunst beschouwd als expressief, krachtig, intuïtief en magisch. Ook spreken de symbolen (motieven) erg aan > symbolisme > inspiratie voor latere surrealisten.



Bv maskers uit Afrika (expressiviteit). Maar ook volksmuziek en volksdansen vormen een inspiratiebron (ballet met aards karakter).



- Ook is de nieuwe populariteit van volkskunst mogelijk door het toenemende gemak waarmee je kunt reizen (Oriënt Express, passagiersschepen).







- Pablo Picasso verwerkt ook exotische motieven in zijn kunst > Les Demoiselles d’Avignon, geïnspireerd door de Afrikaanse maskers, geen normale anatomie meer, nogal kubistisch. Ook is hij geïnspireerd door het werk van de ‘Fauves’ (Matisse).



- Picasso vs Matisse = haat-liefdeverhouding (ze erkennen elkaars meesterschap). Picasso wil de spotlight die Matisse nu heeft, vooral na Les Demoiselles, waar hij lang aan heeft gewerkt.







- Roemeense beeldhouwer Brancusi geïnspireerd door Afrikaanse/Oosterse kunst en Picasso. Eerst in dienst van Rodin, maar hij wil de abstracte weg op > back to the basics = op zoek naar elementaire vormen (natuur), bv het ei en geometrische vormen. Hij streeft naar een ambachtelijke werkwijze (marmer, brons, hout), oftewel: hij maakt zijn werk helemaal zelf. In “De Kus” (toespeling op die van Rodin) werkt hij zo minimalistisch mogelijk > twee mensvormen uit een kubusvormige steen, zoveel mogelijk intact gehouden.







- Igor Stravinsky geïnspireerd door Russische volksliedjes, Béla Bartók (Hongarije) geïnspireerd door de nog levende volksmuziek uit eigen land.



- Bartók leert pianospelen van zijn moeder en studeert piano en compositie aan de Koninklijke Hongaarse Muziekacademie. Hij kan geen concertpianist worden door zijn zwakke gestel en legt zich toe op het componeren.



- 1904-1918: reizen om inspiratie te vinden voor zijn muziek > bv plattelandsmuziek, Hongaarse volksliederen.







- Russische impresario Sergej Diaghilev doorbreekt de klassieke operaballetten met zijn exotische voorstellingen van zijn Ballets Russes (internationale top). Zonder te shockeren neemt hij het publiek, samen met de (eerste) choreograaf van LBR Michail Fokine, mee naar exotische gebieden.



- Fokine: vader moderne ballet in Westen en balletexpressionisme van 20e eeuw > verhalend, sprookjesachtig en exotisch (net als in Romantiek) = neoromantisch.



- Hij laat mannelijke dansers weer floreren (eerst werden praktisch alle rollen door vrouwen gedanst).



- Grote naam uit LBR is ook componist Stravinsky: eigen, Russische muziek (volksmelodieën uit eigen land) > Le Sacre du Printemps = hoogtepunt, ritme speelt een grote rol.







- Le Sacre du Printemps veroorzaakte een grote rel bij de première in Parijs (1913) die zelfs onderbroken moet worden. Het gaat over een primitieve Russische stam die de komst van de lente viert met een occult ritueel > ze offeren een maagd aan de aarde. De choreograaf Nijinsky laat zich inspireren door de ritmische muziek van Stravinsky = stampen: verbeelding van de oerdriften van de mens... en het stuk wordt gezien als barbaars en lelijk (ook gefascineerden = nieuwe wereld voor de dans).







4. Expressionisme: kunst en gevoel



- Romantici 19e eeuw: emoties oproepen bij toeschouwer (vaderlandsliefde), persoonlijke beleving kunstenaar was niet belangrijk.



- Eind 19e eeuw: kunstenaars gaan steeds persoonlijker en autonoom te werk > persoonlijk leven in de kunst > gevoel v/d kunstenaar belangrijker dan het gevoel dat het bij de kijker oproept.



- Werken vanuit intuïtie, eerst doen dan denken > vervormingen, geen perspectief, zware contourlijnen, expressief kleurgebruik, grovere stijl (verfspatten) = ontstaan abstracte kunst.



- Expressionisten vinden ‘steun’ bij Freud: gedrag gestuurd door onderbewuste > ware gevoelens en driften.



- Expressionistische componisten: polytonaliteit (meerdere toonsoorten door elkaar) om extreme gevoelens uit te drukken en Sprechgesang. Film: tijd, ruimte, regie en montage, belichting, muziek om onrust en angst teweeg te brengen.



- Dans: innerlijke gevoelens van dansers leiden tot bewegingen met grote fysieke uitdrukkingskracht > Martha Graham, moeder v/d moderne dans.







- Edvard Munch: sinds 17 carrière als schilder > geïnspireerd door impressionisme en symbolisme. Melancholische thema’s spelen een grote rol in zijn werk (jeugdtrauma). Hij keert zich, zoals zovelen, tegen de burgerlijke moraal. Tegen zijn dood krijgt hij meer interesse in de natuur > werk = kleurrijker, minder pessimistisch.



- De Schreeuw: schilderij waarop het eerst onderhuidse gevoelens worden verbeeld > dmv lijnen en kleuren.







- Begin 20e eeuw: Les Fauves olv Henry Matisse = fauvisme (intense kleuren, dynamiek) > begin expressionisme. Vooral veel invloed in Duitsland: Der Blaue Reiter olv Kandinsky.



- Deze groep wil ‘ware kunst’ gaan maken en de emotie naar buiten brengen. De vormen worden steeds schetsmatiger en de kleuren dominanter (waar ze eerst niet zo erg in waren geïnteresseerd).



- Loslaten van vorm en kleur (Kandinsky) leidt uiteindelijk tot het abstract expressionisme (na WOII).







- Wassily Kandinsky (Russisch geboren) wijst de academische principes af > het moet spontaan zijn, gevoel uiten. Hij probeert in zijn werk de menselijke ziel in beeld te brengen.



Werk: spontaan, intuïtieve kleuren > kleur en klank hebben psychologische effecten op de ziel.



Hij noemt de krachtige uitwerking die klank/kleur hebben op de menselijke psyche: innerlijke klank.



- Kunstwerk maakt zich los van de maker als het af is > invloed op de omgeving. Een kunstenaar moet vrijheid hebben in de keuze van zijn middelen. Het kunstwerk moet de brug vormen tussen ziel kunstenaar en toeschouwer = expressionisme in de schilderkunst breekt aan.



- Expressionistische kunstenaarsgroepen: Die Blaue Reiter, maar ook Die Brücke = maatschappijkritiek, sociale betrokkenheid. Grovere vormgeving, contrasten z/w (houtsnede), primair kleurgebruik.







- Arnold Schönberg: begonnen als romantisch componist, maar door zijn polytonaliteit slaat hij een nieuwe weg in, die van het uitdrukken van gevoel in de muziek. Hij deelt zijn opvattingen over een nieuwe klankwereld met Kandinsky, die hij bij een van zijn concerten ontmoet. Kandinsky introduceert dan ook muzikale termen in de schilderkunst: bv Compositie VII



- Pierrot Lunaire (cabaretière; personage uit commedia dell’arte) : op muziek van Schönberg > Sprechgesang. Het wordt echter niet zo positief ontvangen en het wordt niet meer opgevoerd.



- Schönberg schildert ook (De Rode Blik is het bekendst) en waagt zich, samen met Kandinsky, aan het toneel: ze willen een Gesamtkunstwerk realiseren > samengaan muziek, beeldende kunst en toneel in een intuïtieve, abstracte uitvoering. > Die Glückliche Hand



- Schönberg bedenkt in 1921 het systeem van de twaalftoonsmuziek: nieuwe muzikale taal met nieuwe regels > toonladder bestaat uit alle 12 tonen maar elke ton mag maar één keer voorkomen, en alle tonen zijn gelijkwaardig. Suite voor piano = eerste compositie. Anton Webern (student AS) vind dat de twaalftoonstechniek het best tot zijn recht komt in korte werkjes.







- Martha Graham wil al van jongs af aan dansen, en danst in het begin voornamelijk etnische rollen. In 1929 komt uit haar eigen groep het Martha Graham Dansgezelschap voort: heftige bewegingen op blote voeten = aards en lichamelijk. Met een mannelijke danser wordt het vrijer en lichter = lichamelijke spanning man/vrouw.



- Het balletpubliek is geschokt door haar expressionistische gevoelsuitdrukking en hoekige bewegingen, maar ze krijgt langzamerhand steeds meer erkenning.







- Expressionisme in de film: filmproducenten kunnen experimenteren, omdat er weinig financiële risico’s zijn. Das Cabinet des Dr. Caligari van Robert Wiene is de eerste express. film > decors geschilderd door expressionisten (driehoekige ramen, geen perspectief in het landschap) + belichting = beklemmend gevoel. Andere films: Nosferatu en Metropolis.



- Expressionistische elementen in de film: belichting (schaduwwerking), kikkerperspectief (Citizen Kane).




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.