Kijk op theater hfd.3

Beoordeling 6.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 911 woorden
  • 16 juli 2008
  • 5 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.9
  • 5 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Studententijd zomerspecial

Heb jij de Zomerspecial van Studententijd de podcast al geluisterd? Joes, Steie, Dienke en Pleun nemen je mee in hun zomer vol festivals, vakanties en liefde. En kijken ook alvast vooruit naar de introductietijd van het nieuwe collegejaar. Luister lekker mee vanaf je strandbedje, de camping of onderweg. 

Luister nu!
Kijk op theater door Emile Schra
Hoofdstuk 3 Theater maken

3.1 TEKST
Aristotelistische principes
- Pleit voor beperking en logica (geen bijzaken)
- Handelingsverloop moet één geheel zijn (met een duidelijk begin midden en eind)
- Eenheid van tijd, plaats en handeling
- Perepetie is omslag in het plot, het plot Draait daar 180 graden
- Spelend en handelend uitbeelden

Episch theater
- Vertellend uitbeelden
- Veelvuldige verspringing van tijd, plaats en handeling

- (Shakespeare, Bertolt Brecht)
Fusion
-Combinatie van Aristotelistisch-theater en Episch-theater
- (bekend Nederlands boek: Balthazar Verhagen’s Dramaturgie)
Partituur
- Drama betekent handelen of doen
- Partituur is een toneel tekst die nog tot leven gebracht moet worden door te spelen
Interpretaties
- De regisseur heeft het laatste woord
Thema’s
- Regisseurs en spelers kunnen door een stuk worden aangetrokken door manier waarop de schrijver met zijn materiaal is omgesprongen en heeft vormgegeven die een regisseur al dan niet zal prikkelen ermee aan de slag te gaan
- Wat de schrijver precies in zijn stuk verwerkt is afhankelijk van de tijd waarin hij leeft, de maatschappelijke context, het publiek en de heersende theateropvattingen.

3.2 SPEL
De essentie van theater
- Poolse theatervernieuwer 20e eeuw Jerzy Grotowski, zocht uit “wat is er in essentie nodig om theater te maken?”
- Theater is gegroeid uit de interactie tussen mensen: een speler, die iets op een bepaalde plek doet en een toeschouwer die daarnaar kijkt.

Acteren

- Acteurs moeten uitstraling hebben
- Acteurs moeten over verbeeldingskracht beschikken, gevoel voor ritme, timing en muzikaliteit hebben, het vermogen hebben te improviseren en moeten een open en alerte houding hebben, risico’s durven nemen, in contact staan met innerlijke impulsen en zich openstellen voor prikkels van buitenaf
- Verder moeten acteurs getraind zijn in het effectief gebruiken van zijn eigen lichaam en stem
Speelstijl
Stanislawski
- grote invloed in de VS (the method)
- beïnvloed door het realisme in het theater
- de acteur moet zo verfijnd en waarachtig mogelijk weergeven van het veronderstelde psychische leven van zijn personage (psycho-realisme)
- direct verband tussen lichaam en geest, via iemands gedrag worden de gevoelens en gedachten duidelijk
Artaud
- gevoelslagen van de acteur spelen een cruciale rol
- wijst het westerse psychologiserende woordtheater af
- de mens moet in contact komen met zijn wezenlijke oerlagen, om zo tot zijn meest wezenlijke emoties komen
- verzet zich tegen de oppermacht van woord en verstand in het westerse theater
- wil meer theatrale uitdrukkingen via: gebaar, beweging stemgeluid
Brecht
- verzet zich tegen de imitatie van de werkelijkheid als kunstzinnig doel
- de speler moet aan het publiek duidelijk maken dat de speler en het personage in werkelijkheid niet hetzelfde zijn, waardoor het publiek er niet compleet in zal geloven
- de nadruk van het spelen moet niet op innerlijk maar op het handelen liggen
Inleven of redeneren
- Diderot schreef dat de ideale acteur een koele kikker acteur is
- De moderne acteur heeft hoofd lichaam en geest even ver ontwikkeld en weet de juiste balans te vinden tussen afstand en betrokkenheid
3.3 REGIE
Regisseurstheater
- een regisseur is een uitvinding uit de 19e eeuw
Taakverdeling
- Regisseurs bemoeien zich overal mee maar vooral met het spel van de acteurs
Werkwijze
Even doorlezen
3.4 MATERIELE VORMGEVING
Technische hulpmiddelen
- Hoe minder de theatervormgevers invullen, hoe minder ruimte overblijft voor de fantasie van de toeschouwer
- Het realistische toneel is niet meer modern
Licht
- Het is niet alleen belangrijk wat de toeschouwer ziet maar vooral wat hij niet kan zien
Betekenis
- Op toneel krijgt alles wat je hoort en ziet meer aandacht en betekenis dan daarbuiten
- Vormgevers moeten alles wat overbodig is elimineren
- Kleuren en materialen zijn op toneel heel erg belangrijk voor de sfeer
Moderne technieken
- Soms zijn er teveel technische hulpmiddelen en soms zijn technische hulpmiddelen perfect verweven in de voorstelling
3.5 GROEP THEATERGEZELSCHAP
Regisseurstoneel
- een regisseur kan strikt van de gegeven tekst uitgaan en de schrijver als onbetwiste autoriteit beschouwen ook de acteurs volgen dan de auteursbedoelingen
- een regisseur kan ook de tekst volkomen aan eigen inzichten ondergeschikt maken
- ook kan de regisseur precies voor ogen hebben hoe hij het stuk wil hebben en de acteurs volledig naar zijn hand zetten dat kan een prachtige voorstelling opleveren
Collectieve werkwijze
- hierbij geeft de regisseur de spelers een duidelijke medeverantwoordelijkheid in het maakproces
- de tekst wordt dan volledig naar eigen inzicht gebracht
- deze manier van werken kan ook zonder regisseur
Vanuit een idee werken
- zonder vooraf vaststaande tekst aan een voorstelling werken als uitgangspunt dient dan bijvoorbeeld een thema
- het stuk ontstaat uit improvisatie waardoor het personage erg dicht bij de acteur blijft staan

Subsidies

- een aantal theatergezelschappen krijgen subsidie maar die moeten dan wel in 6 tot 8 weken een stuk neerzetten er is dan ook geen tijd voor improvisatie en onderzoek
- daar is al helemaal geen tijd voor bij de vrije producties (Joop dan den Ende)
- de meeste theatergezelschappen vragen daarom per productie een ad-hoc subsidie bij deze theatergezelschappen is het proces van het maken even belangrijk als de voorstelling
Fysiek spel
- acteursgerichte fysieke aanpak om het spel creatief, leven en geïnspireerd te houden
3.6 SPEELPLAATS
Locatietheater
- het spel op de gespeelde locatie
Piste
- het publiek zit aan 3 kanten rond het open speelvlak (circuspiste)
Arena theater
- geen verhoogd speelvlak
- publiek zit of staat rondom
- decor vrijwel onmogelijk
Lijsttoneel
- de voorstelling wordt achter omlijste toneelopening (prosceniumboog) gespeeld
- de toeschouwers kijken vanuit één richting
Vlakke-vloer-theaters
- theaters met een open onverhoogd speelvlak
- publiek voor of half rondom op tribunes
- is overal mogelijk
Onzichtbaar theater
- op onverwachte plekken
- doel: maatschappelijke problemen aankaarten
- mensen raken zonder dat ze het zelf doorhebben betrokken als speler of als toeschouwer betrokken bij het spel

3.7 PUBLIEK

Even doorlezen

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.