Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen
Alle literatuurprijzen

Hoofdstuk 1 en 2 van Onderhandelingen Diplomatiek optreden bij Herodotus

Beoordeling 5.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 1471 woorden
  • 15 mei 2005
  • 36 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.9
  • 36 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!
Grieks Hoofdstuk 1

We weten weinig van Herodotus met zekerheid. Hij werd 484 voor Christus geboren in Halicarnassus. Hij vluchtte later naar eiland Samos. In 455 keerde hij terug. Hij is betrokken geweest bij de stichting van Atheense Kolonie Thurii, waar hij zich op later leeftijd vestigde. Rond 425 is hij daar gestorven. Hij heeft veel gereisd. Ook heeft hij een tijd in Athene gewond. Dat heeft ook invloed gehad op zijn werk.

De Historiën is het oudste geschiedwerk, daarom staat Herodotus bekend als de pater historiae of vader van de geschiedschrijving. Deze naam heeft hij gekregen van Cicero (schrijver en politicus).


Nog voordat de Grieken begonnen te schrijven bestond er een traditie van epische poëzie die van mond tot mond werd doorgegeven. Deze gedichten werden gezien als historische bronnen. Dus waren epische dichters eigenlijk ook al geschiedschrijvers.
De logografen, letterlijk prozaschrijvers, hielden zich bezig met genealogie, etnografie en geografie. Heel anders dan het werk van Herodotus. Zij schreven geschiedenissen die ze per volk en stad ordenden. Gebruikten allemaal dezelfde stijl. Leken ene beetje op elkaar. Voegden er niets aan toe. Herodotus bracht alle gebeurtenissen samen in een beschrijving. Zijn stijl was ook heel anders dan de logografen. Hij ordent materiaal en legt verbanden. Herodotus was een echte historicus.

De belangrijkste logograaf was Hecataeus van Milete. Hij heeft grote invloed gehad op het werk van Herodotus. Hij heeft 2 werken: Beschrijvingen van de aarde en de Genealogieën. Hij was ook een reiziger. Hij vervaardigde een schematische kaart. In eerste werk Beschrijvingen doet hij verslag van geografische gegevens en bijzondere gewoonten van verre volkeren. In tweede werk een systematische geordende behandeling van de Griekse heldensagen. Hij geeft rationele verklaringen van bepaalde mythische gegevens. Hij is dus ene brug van de normale logografen en Herodotus.

Herodotus Historiën zijn het oudste werk in Griekse Proza dat bewaard is gebleven. De titel en de indeling in negen boeken(met de naam van een muze) is van later datum. Dat is te vergelijken met de indeling in 24 boeken van de Ilias en de Odyssee. Het thema ven de historiën is het conflict tussen de Grieken en de niet-Grieken, barbaren. Hoogtepunt: de Perzische oorlogen. Zijn wijde blik en brede interesse zorgen ervoor dat bijna de hele wereld aan bod komt. Dus de confrontatie tussen Oost en West, of Europa en Azië.

Lange tijd heeft men gedacht dat het werk onaf was omdat hij beloften doet die hij niet nakomt. Maar geleerden hebben erop gewezen dat voornklassieke werken wel vaker plotseling eindigen. Ze vinden het einde juist heel fraai voor de Historiën.

Herodotus had tijdens zijn reizen een schat aan informatie en gegevens verzameld. Hij heeft al die dingen met elkaar in verband gebracht en er een samenhangend geheel van gemaakt. De ordening is chronologisch. Daarbinnen heeft hij al zijn andere onderwerpen een plaats gegeven. Soms wordt het hoofdverhaal even stopgezet en staat Herodotus even bij iets stil. Deze digressie-techniek , zorgt voor interessante uitweidingen.

Herodotus noemt zijn werk: ‘Het verslag van zijn onderzoek’. Waar dichters zich lieten inspireren door Muzen, gaat hij zelf op onderzoek uit. Hij maakt opmerkingen in zijn werk over hoe hij te werk is gegaan enz. Het werkwoord istorew betekend volgens hem ‘naar iets informeren, iemand om informatie vragen.’ De begrippen oyiV, het zien, gnwmh, het redeneren en akoh, het horen zijn de sleutelbegrippen van de methode die Herodotus hanteert. Hij nam het liefst zelf waar: het zelf zien of autopsie. Anders luisterde hij naar mensen en raadpleegde hij geschreven bronnen. Daarbij waren zijn eigen inzicht en interpretaties er ook. Als gegevens ontbraken probeerde hij zelf tot een reconstructie te komen. Vb: gewoonten en karaktereigenschappen van verschillende volkeren te verklaren door het klimaat.


Belangrijke bron van info was uithoren van mensen. Hij geeft nauwkeurig zijn bronnen aan ( bijv. De egyptenaren zeggen..) hij is niet kieskeurig en is er vaak sprake van meerdere tussenpersonen. Maar hij ziet het ook als zijn taak om op te schrijven wat er allemaal verteld wordt. Hij schrijft gewoon wat men verteld. Hij is niet verplicht alles te geloven wat hij beschrijft. Soms geeft hij ook zijn mening en soms laat hij dat over aan de lezer. Hij geeft ook aan dat hij soms iets niet weet of omdat hij het niet belangrijk vind. Soms ook omdat hij niet gepast vind erover te spreken.
Hij had ook geschreven bronnen, geschriften van zijn voorgaande grafologen. Zij hadden veel informatie verzameld waar Herodotus ook gegevens uit haalde. Omdat die niet goed bewaard zijn gebleven weten we niet hoe groot die invloed was. Wel is duidelijk dat Herodotus een kritische houding t.o.v. hun werk had. Ook officiële Perzische documenten zijn een bron en werken van dichters.

Grieks Hoofdstuk 2

De Historiën laten zich omschrijven als ene reeks van (samenhangende) verhalen. Daarom noemen we het narratief, of vertellend. Niet allen de historische werkelijkheid is belangrijk maar ook het vertellen van een goed verhaal. De verteller hoeft niet perse samen te vallen met de auteur. We kunnen vaak tussen een ik-persoon onderscheid maken tussen de verteller en de auteur. De verteller speelt zelf geen rol in de gebeurtenissen doordat hij verteld over gebeurtenissen die in het verleden afspeelden. Hij vertelt niet over zaken die nog aan de gang zijn. Hij kan vooruit verwijzen omdat hij de afloop al weet.
De verteller is alwetend en alomtegenwoordig. Hij vertelt ook vele over zichzelf. Hij wil hierdoor de lezer van de waarheid van het geschrevene te overtuigen. Hij levert ook veel commentaar waardoor hij zich presenteert als een kritisch onderzoeker.

In de Historiën worden vaak de gedachten weergegeven. Hij leeft zich heel erg in. Ook vinden we dat in de speeches die ene belangrijk deel van de verhalen zijn. Ze zijn fictie en vooral om narratieve redenen ingevoegd. Hij kan hierdoor de spreker karakteriseren en een interpretatie van de motieven geven achter de handelwijze van het personage en hij kan hierdoor zijn spreekstijl variëren.

De kracht van het woord -> word vaak melding van gemaakt. Dichters bezaten dat. Daardoor had het schrift nog niet zoveel indruk gemaakt. Maar men begon te zien dat je woorden ook kon gebruiken om een conflict op te lossen in plaats van naar je speer te grijpen. Sofisten ( rondtrekkende professoren die geïnteresseerden tegen betaling konden leren hoe ze zo overtuigend mogelijk over konden komen ) maakten voornamelijk gebruik van dit wapen. De nadruk op de formele kenmerken van een redevoering verraad dat ze de inhoud niet zo heel belangrijk vinden.

De sofisten kregen een slechte naam. De filosofen Socrates en Plato hebben daar heel erg aan meegewerkt. Zij vonden retorica een verwerpelijke bezigheid en stoorden zich aan de mensen die grote bedragen neerlegden om zich te laten onderwijzen door de sofisten. Men kon zich beter wijden aan de filosofie. Aristoteles, de leerling van Plato, was het heel vaak niet met zijn meester eens. Plato wil bewijzen dat retorica een onwaardige bezigheid is maar volgens Aristoteles heeft iedereen te maken met retorica.Als we ons oefenen in het spreken voor en tegen dezelfde zaak is dat om een beter beeld van de feiten te krijgen. Een kant word altijd beter bepleit want de waarheid is altijd beter. Er zijn volgens hem 3 verschillende retorische middelen. De eerste noemt hij ,hqoV een manier van overtuigen die samenhangt met het karakter van de spreker. De spreker moet dus zijn best doen om geloofwaardig en fatsoenlijk over te komen. Het tweede middel heet paqoV, het emotioneel beïnvloeden van het publiek. Je moet ze gunstig stemmen. Het derde middel is logoV, de argumentatie zelf. Een goede spreker beschikt over alledrie die middelen. Je moet je publiek ook kunnen boeien.

Aristoteles zijn inzichten hadden veel invloed op later geleerden en ook de Grieken en Romeinen. Ze bouwden voort op Aristoteles ideeën maar dan steeds verfijnder.

Herodotus zorgt er voor dat zijn onderbrekingen tijdens een verhaal, hoelang ze ook zijn, duidelijk als zodanig herkenbaar blijven, zodat de lezer de draad niet kwijt raakt.

Kop-staart-verbinding : Wanneer een bepaald hoofdwerkwoord herhaald word door een participium van hetzelfde werkwoord. Hierdoor worden verschillende informatiestukjes met elkaar verbonden. Gebeurd vooral op zinsniveau.
Epanalepsis: wanneer na een kleine op grote onderbreking het hoofdverhaal weer opgepakt word door woordelijke herhaling van ( een deel van ) het voorafgaande.
Ringcompositie: Ook herhaling, maar met meer ruimte ertussen. Wanneer aan het begin en aan het eind van een episode overeenkomsten voorkomen waardoor het als een groot informatiegeheel word gevormd. Zijn meestal geen woordelijke overeenkomsten.
Prospectie: alwetende verteller kan vooruitspringen in de tijd-> nieuwsgierigheid wekken.
Retrospectie: terugspringen in de tijd. Kan om een bepaalde gebeurtenis te verklaren.
Verteltijd: tijd die nodig is om het verhaal te vertellen. Vertelde tijd is de werkelijke tijdsduur. Herodotus kan dus gebruik maken van versnelling (info weglaten), of van vertraging(info erbij vertellen, toelichten)
Verteltijd en vertelde tijd lopen gelijk: scène.
Dramatische Ironie: publiek weet meer dan de personages.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.