Wetenschappelijke Revolutie, Verlichting en Franse Revolutie

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 1938 woorden
  • 18 februari 2016
  • 10 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 10 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Geschiedenis samenvatting



Paragraaf 1 De wetenschappelijke Revolutie



Ontdekkingen nieuwe tijd-> Wetenschappelijke Revolutie kenmerken:




  1. Experimenteren (zelf proeven doen)

  2. Observeren (zelf waarnemen, kijken wat gebeurd)

  3. Redeneren (zelf nadenken over wat er is gebeurd, conclusie trekken)



De Grieken hadden het iets anders, verschillen:




  1. Onderzoekers experimenteerde meer

  2. Aantal onderzoekers waren meer

  3. Weetschappelijke vereniging met onderzoekers

  4. Deze vereniging betaalden experimenten van de onderzoekers dat geld krijgen ze van de overheid dus;

  5. Deze vereniging werd door de overheid gesteund (dus eigenlijk geld betalen).



Techniek: Het uitvoeren van een wetenschappelijke kennis.



Wetenschap: Waarom gebeurd het.



Vroeger moesten wetenschappers hun eigen geld bijleggen voor een onderzoek te doen.



Voor de wetenschappelijke revolutie waren sommige wetenschappers werden tot de dood veroordeeld omdat hun iets beweerde dat niet in de Bijbel stond. Bij Newton ging dat anders. (?)



 Gevolgen Wetenschappelijke Revolutie:




  1. Grote vooruitgang op veel gebieden. Mensen gingen begrijpen dat de wetenschap op veel gebieden voor uitgang werd bedacht. Dat waardeerden ze. Er werden dingen ontwikkeld dat ook in hun voordeel was.

  2. De West-Europeanen gaan de wereld overheersen. De West-Europeanen hadden nieuwe wapens uitgevonden waardoor ze de wereld overheerste. Heel veel volken wilden dat ook.

  3. De Verlichting, een verandering in het denken over veel zaken. Mensen hebben heel lang gedacht dat iets zo was maar de wetenschappers hebben aangetoond dat dat niet zo was. Daardoor twijfelde mensen veel aan dingen of terwijl: De Verlichting.



Paragraaf 2 De Verlichting



Verlichting: verlichting werd gezorgd door een of meerdere verlichter(s) (onderzoekers). De mens leefde in duisternis omdat zij teveel bijgelovig waren en weinig wisten. De samenleving moest met het verstand worden onderzocht. Daarom schreven ze boeken.



Kenmerken Verlichting:




  1. De samenleving wetenschappelijk onderzoeken   v. De samenleving moest bestudeerd worden zoals de natuur. Dat deden ze door hun verstand te gebruiken. Bijvoorbeeld dat ze niet zomaar een beroemd mens moeten gaan volgen maar zich eerst moeten afvragen wat is zijn mening enz.

  2. Gelijkheid, vrijheid en een menswaardig bestaan voor iedereen. Niet alleen denken aan de dood maar ook gelukkig zijn ze verbeterde:



- Iedereen gelijk



- Alle mensen hebben recht op vrijheid



- Recht op een menswaardig bestaat (geen marteling enz.)




  1. Het volk hoort de macht in de staat te hebben. Er moesten afspraken gemaakt worden door de staat niet door de koning en de kerk dat deden ze in een grondwet

  2. Verering van de natuur. De mens moest een voorbeeld nemen aan de natuur dan zou alles goed komen.

  3. Betwijfelen of eigen kijk op de wereld de enige juiste is. Door de grote verschillen van het verleden en het heden gingen mensen twijfelen aan hun eigen standplaatsgebondenheid.



Verbreiding van de Verlichting (de ideeën van de verlichting werden op allerlei manieren verspreid):




  1. De encyclopedie van Diderot. Diderot had de encyclopedie bedacht dus de kennis nam toe van de mensen.

  2. Salons en koffiehuizen. Mensen van de bovenlaag kwamen bij elkaar in een koffiehuis of salon om te spreken over hun ideeën van de Verlichting.

  3. Schrijvers, boeken, tijdschriften en bibliotheken. Mensen kwamen in contact met boeken enz. dus mensen lazen boeken van Verlichters enz.

  4. Toneel. Veel mensen zagen toneelstukken waardoor ze daar weer ideeën van de Verlichting hadden meegekregen.

  5. De verlichte despoten. De verlichte despoten waren vorsten die de macht wilden hebben maar wel rekening hielden met de mening van de mensen. (?)

  6. De Franse Revolutie.



Blauwe stuk Het abolitionisme ontstaat



Het abolitionisme: het streven van afschaffen van de slavernij.  Aan het begin wilde het Franse parlement niet meewerken maar in de 19e eeuw kreeg het abolitionisme zijn zin.



Paragraaf 3 D e Oorzaken van de Franse Revolutie (?)



Die zogenaamde Verlichte Ideeën hebben geleid tot de Franse Revolutie (begint 1789).



Regime kenmerken:




  1. Autocratie (alle macht koning)

  2. Ongelijkheid en onvrijheid van de mensen op de politiek, economisch en sociaal gebied.

  3. De samenleving 3 standen: geestelijkheid, de adel en burgers en boeren



Frankrijk raakte in economische problemen:




  1. Door oorlogen kon de regering niet meer de schulden betalen.

  2. Oogst was slecht waardoor producten duurder werden dat mensen niet konden betalen.



Oplossing: belasting verhogen



Staten generaal: vergadering van drie standen onder leiding van de koning



Cahiers: werd opgeschreven klachten van de mensen, die cahiers ging naar de staten generaal. Uit de cahier kwam voort de oorzaken van de Franse Revolutie:




  1. Voorrechten van de geestelijkheid. Ze hebben: De geestelijke bevatten meer land vergeleken met het aantal mensen. Ze hoefde geen belasting te betalen

  2. Voorrechten van de adel. Ze hebben: Meer grondbezit in vergelijking met het aantal mensen. Bijna geen belasting betalen. Ze kregen hogen functies bijv. in het leger.

  3. De klachten van de boeren. Ze willen: De boeren wilden meer grond, gelijkere belasting en afschaffen van de verplichtingen van de adel. In de ME had de boer andere rechten die die nu moest herhalen voor een stuk oogst.

  4. De klachten van de stedelijke burgers. Ze willen: Minder lang werken (onveilige en ongezonde omstandigheden), meer loon,

  5. De klachten van de bourgeoisie. Ze willen: Belangrijke functie hebben in de regering hebben, minder belasting, vrijheid van meningsuiting.

  6. Het land wordt slecht bestuurd. De koning was een slechte man hij koos geld boven functie, dus er werkte een ambtenaar die z’n werk eigenlijk niet goed deed.

  7. Invloed van de verlichting. Met de verlichting was veel kritiek op de Franse regering. Censuur: toezicht houden over alles wat wordt gezegd gedrukt en geschreven. Daarom brengen ze hun mening via over om bijvoorbeeld te zeggen dat ze een boek hadden gevonden en niet zelf hadden geschreven.



Paragraaf 4 Het verloop van de Franse Revolutie: van Bastille tot Terreur



Door de economische problemen wilden ze een staten generaal houden. Maar er waren geen duidelijke regels. De koning zei iedere stand 1 stem, maar de derde stand was het daar niet mee eens. Die wilden dat iedereen een aparte stem had. Koning was het daar niet mee eens, dus had de derde stand de nationale vergadering (parlement) bedacht:




  1. Macht koning beperkt

  2. Plichten en rechten vastgelegd



De derde stand kreeg steun en de koning wilde dit niet dus verbood de nationale vergadering.  Maar de derde stand ging toch door, op een gegeven moment gaf de koning toe, de edelen en hoge geestelijke deden mee. Maar het was nog niet afgelopen koning stuurde troepen naar Parijs -> koning, adel tegen 3de stand.



14 juli 1798                                                                                                                                                                                



Arme parijzenaars bang, daarom bastille bestormen, koning stuurde soldaten weg (edelen vluchten).



Boeren in paniek door de edelen -> bijv. plunderen. Daar moet een eind aan dus de voorrechten van de adelen verminderde.



1791                                                                                                                                                                                                                         Verklaring van de rechten van de mens (ideeën verlichters). Er kwamen steeds meer rechten bij daarom waren sommige mensen het niet mee eens.





Kiesrecht voor mannen die ouder zijn dan 25 jaar en meer dan een bepaald bedrag belasting betalen



De koning probeerde te vluchten, mislukte dus mensen waren bang dat de andere landen de koning wilden helpen. Dus dan zelf een oorlog beginnen -> verdeeldheid verwijderen. Lodewijk en zijn gezin werden gevangen genomen, en hij werd beschuldigd van landverraad. Frankrijk werd aangevallen.



De Franse regering (gematigde revolutionairen) dacht dat de fransen hun zouden steunen, nee:




  • Reactionairen, veel te ver met hervorming (geestelijke en hoge edelen, weinig)

  • Radicalen, nog meer hervorming (minder rijke burgers)



De radicalen gingen tegen de Franse regering aanvallen (+ Robes Pierre), ze hadden de meerderheid in de nationale vergadering, de Terreur begon; mensen werden veroordeeld als ze tegen de Franse revolutie waren.





Ze kregen steun (ook om Terreur maar ook om de) ,goede organisatie:




  • Afgevaardigden gingen kijken of alle bevelen goed waren

  • Dienstplicht, daardoor waren ze in grotere aantallen

  • Georganiseerd



De legers waartegen hun vochten konden niet winnen ze zongen ook Marseillaise. Veel mensen vonden (ook sommige radicalen) dat er een eind aan de Terreur moest komen; mensen waren voor niks beschuldigd. Robes Pierre werd gedood. De Terreur stopte.



Paragraaf 5 Het verloop van de Franse revolutie: Napoleon de nieuwe heerser van Frankrijk.



De bourgeoisie had de macht. 5 personen de macht (jaarlijks gekozen), de directeuren, de tijd dat hun regeerden was de Directoire.



Radicalen hadden plannen grondwet:




  • Kiesrecht voor iedereen

  • Recht op onderwijs voor iedereen

  • Overheidszorg voor de armen



Kwam niets van terecht (d.m.v. dood van robes Pierre). Bourgeoisie niet mee eens, je moest belasting betalen (waren egoïstisch).



Dictionaire hadden moeilijke problemen:




  • Hongersnood, arme gingen dood

  • Vijanden die oorlog bleven voeren

  • Adel probeerde met geweld regering omver te halen



De adel werd neergeslagen door Napoleon. Hij werd gesteund en werd alleenheerser.



Napoleon heeft de ideeën van de Franse revolutie in zijn Code Napoleon opgenomen belangrijkst:




  • Iedereen was gelijk, je kreeg een baan als je daar bekwaam voor was, iedereen zelfde straf

  • Rechtszaak, met advocaten, getuigen en het vonnis sprak de jury uit



Sommige dingen nam napoleon niet mee in zijn bestuur, geen vrijheid van meningsuiting (vooral niet als je commentaar op napoleon hebt) en gelijkheid bleef stiekem toch een beetje bestaan.



Veel mensen in andere lande hadden bewondering voor hem (bestuurder zelf niet), napoleon benoemde familieleden en vrienden tot koning in een ander land. Hij liet de ondergeschikte belasting betalen maar dat wilden hun toch liever niet.  Toen werd hij aangevallen, gevangen gezet en ontsnapte daar, werd weer heerser Frankrijk en werd toen weer verslagen.



Vorsten voor de Franse revolutie weer de baas:




  • Hervorming code Napoleon bleef bestaan

  • In andere landen bestonden er grondweteen

  • De verklaring van de rechten van de mens werd niet aangeschaft

  • Scheiding kerk en staat; vrijheid van godsdienst.



EINDE


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.