Samenvatting Geschiedenis Werkplaats Hoofdstuk 4 Paragraaf 3 Revolutie in Frankrijk

Beoordeling 0
Foto van Lindsey
  • Samenvatting door Lindsey
  • 2e klas vwo | 673 woorden
  • 17 maart 2022
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

§ 4.3 Revolutie in Frankrijk:


De Franse Revolutie begint;


Lodewijk XVI werd koning van Frankrijk in 1774. Lodewijk wilde meedoen aan de Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog, dus leende hij geld bij de bank, maar in 1788 had hij niet genoeg geld om de rente op de leningen te betalen → hij riep de Staten-Generaal bijeen → verkiezingen in Frankrijk, waarbij elke stand hun eigen vertegenwoordigers kozen → in mei 1789 kwam Staten-Generaal bijeen in 1774 jaar (in Versailles) → de vertegenwoordigers van de 3e stand vormden een Nationale Vergadering (de andere standen wilden apart vergaderen).


Ze werden uit hun vergaderplek verjaard en besloten het op de Kaatsbaan (sporthal) te houden. Daar beloofden ze pas uit elkaar te gaan als ze een grondwet hadden geschreven die de macht van de koning inperkte.


Het volk kwam op 14 juli 1789 in opstand, vanwege honger/haat tegen bevoorrechte standen. Een menigte veroverde op die dag de Bastille; begin Franse Revolutie. Hierna sloeg de opstand over naar heel Frankrijk.



Politieke veranderingen vanaf 1789;


De Nationale Vergadering schafte de standsverschillen af, leden werden ook gematigd: voor beperkte veranderingen, maar ook namen ze in 1791 een grondwet aan, waardoor alle Franse onderdanen burgers werden.


In 1791 werd Frankrijk een constitutionele monarchie: koninkrijk waarin de koning zich moet houden aan de grondwet


Frankrijk werd ook een democratie, maar alleen rijke mannen kregen kiesrecht. Ze kozen voor een parlement.


Oostenrijk/Pruisen wilden absolute monarchie/standenmaatschappij in Frankrijk herstellen → in 1792 raakte Frankrijk in oorlog met hun → volkswoede; koning gevangengezet en edelen/geestelijken vermoord, want ze werden verdacht van steun aan vijand


In parlement waren er vooral radicale (:voor grondige veranderingen) leden.


-Nieuwe verkiezingen waarbij alle mannen mochten stemmen.


-Parlement riep in 1792 Republiek uit, veroordeelde Lodewijk XVI ter dood → grote menigte keek, koning afgezet onder guillotine (vallende bijl die hoofd van romp scheidde) op 21 januari 1793.


-Nieuwe regering van radicalen onder leiding van Robuspierre; hij was voor vrijheid, gelijkheid en broederschap (munt), maar vertrouwde niemand en regeerde met terreur.


- ↑ tegenstanders uitschakelen → speciale rechtbanken, die duizenden Fransen naar de guillotine stuurden


-In 1794 werd Robuspierre gearresteerd → vermoord.



Frankrijk onder Napoleon;


Vanaf 1794 had Frankrijk gematigde regeringen. In 1799 zette generaal Napoleon Bonaparte met leger de regering af/nam de macht over → met deze staatsgreep (: plotselinge en gewelddadige overname van staatsmacht) eindigde Franse Revolutie.


Napoleon dwong het parlement een grondwet aan te nemen waardoor hij dictator werd. Daarna liet hij het volk erover stemmen → in dit referendum (: volksstemming) stemde de meerderheid voor Napoleon.


In 1804 maakte hij een eind aan de republiek, bekroonde zichzelf tot keizer. Kroon; symbool macht die hij zelf had verworven/van niemand had gekregen. Napoleon stopte met bestrijding van kerk/adel, maar standsverschillen kwamen niet terug. Hij was alleenheerser, beïnvloed door de verlichting; voerde groot aantal wetten in voor burgerlijk recht: wetten over de verhouding tussen overheid en burgers en tussen burgers onderling


De wetten waren gebaseerd op verlichte principes (gelijkheid voor wet van burgers). Ze werden verzameld in het burgerlijk wetboek (code civil/code Napoléon). Deze wetten pasten bij de scheiding van de kerk en staat in Frankrijk: als godsdienstige organisaties en overheid zich niet met elkaar bemoeien. Wetten waren niet meer gebaseerd op godsdienstige principes.



Heerser van Europa;


Vanaf 1792 veroverde Frankrijk veel landen (België, Nederland, delen Duitsland/Italië). De regering van Robuspierre vond dat alle burgers moesten helpen bij landsverdediging → de militaire dienstplicht: als burgers de staat moeten dienen. Alle mannen konden verplicht worden tot dienst in leger → steeds groter Frans leger.


Franse soldaten zagen zichzelf als bevrijders; overal waar ze waren werden stadsverschillen afgeschaft/uitroepen van democratische republieken → onderdanen werden burger van staat.


Republieken waren onder Frans gezag. Vanaf 1805 won Napoleon grote veldslagen/bracht groot deel onder Franse heerschappij.


In 1812 ging hij met grootleger naar Moskou (Rusland). De tsaar (: keizer van Rusland) weigerde zich over te geven, Russen staken stad in brand → Napoleon keerde terug, het was een helse tocht → veel soldaten stierven.


Terug in Franrijk stelde hij nieuw leger samen, maar vijanden werkten goed samen. De coalitie (: verbond, samenwerking van landen of partijen) van Pruisen, Oostenrijk, Zweden en Rusland vormde groot leger → in 1813 werd Napoleon verslagen in grote veldslag. In 1815 werd hij definitief verslagen bij Waterloo.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Lindsey