Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Paragraaf 4.1, 4.2 en 4.3

Beoordeling 8.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 1189 woorden
  • 11 februari 2021
  • 14 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.4
  • 14 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

GES Samenvatting Thema 4 Romeinen 2021


4.1


Moet weten:


Hoe Rome eerst werd bestuurt


Hoe Rome een wereldrijk werd en hoe het rijk werd bestuurd


Hoe burgeroorlogen leidden tot het ontstaan van het keizerrijk


Hoe keizers zorgden voor vrede in het rijk


Samenvatting:


Rome was eerst een koninkrijk en vanaf 509 v.C. een republiek waarin de senaat de meeste macht had.


Rome had een steeds groter leger. Hiermee veroverde Rome vanaf 350 v.C. bijna heel Italië.


Rome versloeg Carthago in drie oorlogen op land en op zee.


Rome onderwierp gebieden rond de Middellandse Zee en in West-Europa. Gouverneurs bestuurden de provincies


Door de veroveringen ontstonden burgeroorlogen tussen machtige legeraanvoerders zoals Julius Caesar. In 27 v.C. kreeg Octavianus alle politieke macht in handen en werd Rome een keizerrijk.


Keizer Augustus en zijn opvolgers zorgden met hun legers voor twee eeuwen van vrede in het rijk.



Begrippen:


Burgeroorlog: oorlog binnen een staat.


Dictator: alleenheerser


Gouverneur: Bestuurder


Imperialisme: als een staat zijn macht uitbreidt over een groot gebied.


Keizer: vorst van een groot rijk.


Overheid: regering, bestuur.


Republiek: staat zonder een vorst


Senaat: vergadering met mannen uit aanzienlijke Romeinse families.


Wereldrijk: een groot rijk in meerdere werelddelen



4.2


Wat moet je weten:


Hoe en waardoor de Romeinse economie bloeide


Weflke sociale verschillen er waren in de steden


Welke sociale verschillen er waren in steden


Hoe Romeinse machthebbers omgingen met het volk


Welke plaats slaven hadden in de Romeinse samenleving



Samenvatting:


In de Romeinse landbouw stedelijke samenleving was veel productie in de landbouw en de nijverheid.


Door de pax Romana, de goede wegen en het Romeinse geld was er veel handel tussen de delen van het rijk onderling en met gebieden daarbuiten.


In steden waren grote sociale verschillen. Er was een kleine groep rijken en een grote groep rijken en een grote groep armen.


Veel verarmde boeren trokken naar de steden. Rijke families hadden grote landbouwbedrijven waar boeren en slaven werkten.


Machthebbers in Rome hielden het volk rustig met voedsel en gratis vermaak (brood en spelen).


Er waren veel slaven in het rijk. Ze hadden geen rechten en werden vaak slecht behandeld.



Begrippen:


Rijk:
Rijke Romeinen namen het er goed van. Ze woonden in prachtige villa’s en paleizen met uibundige eetzalen, schitterende zwembaden. Ze schaamden niet voor hun rijkdom. Ze toonden die aan het volk als ze zich op een stoel door de stad liet dragen, omringd door lijfwachten en mensen die van hen afhankelijk waren.
Arm:


De rijken vormen maar een zeer kleine bovenlaag. Het overgrote deel van de bevolking had het veel minder goed. De verschillen tussen rijk en arm waren enorm. Minstens een kwart kon niet in zijn eigen levensonderhoud voorzien. Deze romeinen hadden geen werk of werkten alleen af en toe als sjouwer of bouwvakker. De armste Romeinen leefden in krotten of lemen hutjes. Mensen die het beter hadden woonden in bakstenen flatgebouwen van drie tot vier verdiepingen. Hele gezinnen zaten daar opeengepakt in een of twee kamertjes. Ze hadden geen keuken ze kochten warme eten uit een snackbar of een gaarkeuken. Ze hadden geen stromend water of riolering. Het stonk verschrikkelijk.
Brood en spelen:


De machthebbers gaven de bevolking ‘brood en spelen’ om zelf populair te worden en om de volk rustig te houden. Rome gaf in de keizerteid 200 000 arme mensen gratis graan. In de 70-80 liet de keizer het Colosseum bouwen, een stadion met 50 000 zitplaatsen. Er waren allerlei spectaclaire shows te zien zoals gevechten met leeuwen, tijgers, olifanten en andere dieren. Ook werden er zeeslagen gehouden met miljoenen liters waters. Het populairste waren de Gladiatoren, meestal krijsgevangen. Als de keizer aanwezig was, groeten de gladiatoren hem voor het gevecht met de woorden: ‘Ave caesar, morituri te salutant’ (‘ Vaarwel keizer zij die gaan sterven groeten u’). Als een verliezer nog leefden kond het publiek aangeven of hij alsnog moest worden gedood. Winaars kregen geld en een lauwekrans. Sommige werden rijk en beroemd.
Handel:
Het Romeinse rijk had een landbouwstedelijke samenleving met meer dan 1000 steden en stadjes. Rond de steden en tussen de delen van het rijk was een levendige handel. DE economie profiteerde van de pax romana, van de goede wegen en van het gemak van het Romeinse muntgeld. De sestertius en de denarius werden in het hele rijk als betaalmiddel geacepteerd. De echte rijken vonden handel toch een beetje minderwaardig. Rijkdom hoor in hun ogen te zijn gebaseerd op het bezit van landbouw. De meeste mensen woonden in het plattenland. De boeren moesten de grote steden van voedsel voorzien. Het graan van Rome kwam uit Sicilië en Egypte. Volgeladen schepen brachten het naar Ostita, de haven van Rome. Daar werd het overgeladen op rivierboten die het over Tiber naar de stad brachten. Via Ostia werd veel meer geÏmporteerd, zoals kruiden en prafum uit Arabië parels uit de Rode Zee en hout uit Noord – Europa


Boeren:
In de begintijd van de republiek waren de meeste Romeinse boeren zelfstandig. 3e eeuw v.C werden veel boeren geruÏneerd. Veel mannen waren lang van huis door de oorlog. Ook werd veel land verwoest tijdens de tochten van Hannibal en tijdens de burgeroorlogen. Verarmde boeren trokken massaal naar de stad om een nieuw bestaan op het bouwen. Vele zakten daar af en toe tot het proletariat, de massa die niets bezat. Grond bleef de belangrijkte bron van rijkdom. Vanouds lieten rijke families hun landbouwgronden bewerken door pachtboeren, die hun een deel van de obrengst gaven. Daarnaast stichtten ze latifundia, grote landbouwbedrijven waarop slaven werkten.


Slaven:
Vooral in de 2e en 1e eeuw v.C waren er in Italië enorme hoeveelheden slaven. Dat kwam doordat Rome toen veel grote oorlogen voerde en krijgsgevangen als slaven werden verkocht. Slaven werden massaal terwerkgesteld in de lamdbouw. Hoogopgeleide Griekse slaven werkten bijvoorbeeld als leraar of boekhouder. Alle slaven werden rechtenloos, maar sommigen werden goed behandeld. Een deel kong geld verdienen om zich vrij te kopen. Maar voor de meeste slaven was het leven uitzichtloos.


Autoriteiten:


Personen met macht.


Gladiator:


Zwaardvechter voor volksvermaak


Proletariaat:


Bevolkingsgroep van bezitloze armen


4.3


Wat moet je weten:


Hoe multicultureel de Romeinse samenleving was.


Hoe de Romeinen met hun eigen en andere godsdiensten omgingen.


Hoe de Grieks-Romeinse cultuur ontstond en werd verspreid.


Hoe de Romeinse rechtspraak werkte



Samenvatting:


In de Romeinse multiculturele samenleving kwamen veel culturen in contact met elkaar.


De Romeinen hadden een polytheïstische godsdienst met staatsgoden. In het rijk was godsdienstige verdraagzaamheid maar alle inwoners van het rijk moesten wel de staatsgoden en de keizer vereren.



De Romeinen stelden zich open voor andere culturen. Ze namen veel over van de Grieken waardoor de Grieks-Romeinse cultuur werd in het hele rijk verspreid.


In het hele rijk gold het Romeinse rechtssysteem met geschreven wetten. Een deel van de mannen in het rijk bezat het Romeinse burgerrecht



Begrippen:


Antieke cultuur: Grieks-Romeinse cultuur.


Elite: kleine groep van aanzienlijke mensen.


Grieks-Romeinse cultuur: gemengde cultuur van Grieken en Romeinen in het Romeinse rijk


Klassieke cultuur: Grieks-Romeinse cultuur.


Multiculturele samenleving: samenleving met meer culturen.


Romanisering: verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur.


Staatsgodsdienst: geloof waarvan bestuurders en ambtenaren aanhanger moeten zijn.


Verdraagzaamheid (tolerantie): toestaan van andere culturen en meningen.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.