Tijdvak 6: Tijd van regenten en vorsten

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1824 woorden
  • 9 maart 2015
  • 91 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 91 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

6.1 HANDEL OVERZEE < WERELDECONOMIE



16e en 17e eeuw: opkomst van handelskapitalisme in de Republiek.



Kapitalisme is een economisch systeem met als belangrijkste kenmerken: winst streven, privé bezit en concurrentie.  Dat gebeurde in de 16e en 17e eeuw, vooral door handelaren. Een handelaar heeft een bedrijf en wilt natuurlijk zoveel mogelijk winst maken. Als er winst was gemaakt werd een deel van de winst geïnvesteerd in het bedrijf. Zo werd het bedrijf steeds groter.



In de republiek gaan steeds meer Nederlandse handelaren overzee handelen. Het gaat hier zowel om handel binnen Europa als buiten Europa. Het centrum van de handel werd Amsterdam. Amsterdam groeit uit tot de grootse stapelmarkt van Europa. Aangekochte producten waar nog geen koper voor was werden in pakhuizen opgeslagen totdat ze konden worden doorverkocht.



De belangrijkste handel van de Republiek vind vooral plaats in de gewesten Holland en Zeeland. De belangrijkste handel vind plaats met het Oostzeegebied. Daar werd heel veel graan en hout vandaan gehaald.



De Republiek gaat ook deelnemen aan de wereldeconomie. Goederen uit verschillende delen van de wereld werden onderling verhandeld. Hier worden twee grote bedrijven voor opgericht: de VOC (1602) en de WIC (1621):





















VOC                            





WIC





Economie:



- Monopolie op Nederlandse handel met Azië.



- Wat haalden ze daar: specerijen, zijde, porselein.



- Kapitaal via aandelen.







Economie:



- Monopolie op Nederlandse handel met West Afrika en Amerika.



- Wat haalden ze daar: zilver, slaven, plantageproducten.



- Kapitaal via aandelen.





Politiek:



- Bestuur over overzeese handelsposten en koloniën.



- Afsluiten van verdragen.



- Eigen soldaten.







Politiek:



- Bestuur over overzeese handelsposten en koloniën.



- Afsluiten van verdragen.



- Eigen soldaten.



- Kaapvaart tegen Spanje.






Beide bedrijven groeien enorm in de 17e eeuw, met name de VOC. Die groeit zelfs uit tot het grootste bedrijf ter wereld. De opbloei van de handel zorgt voor opbloei van de gehele economie. Want om al die handelsproducten te kunnen vervoeren, zijn er schepen nodig. Deze schepen kunnen gemaakt worden in de nijverheid. Er zijn touwen, tonnen en van alles en nog wat nodig. Daarnaast zien we ook dat doordat er bijvoorbeeld graan uit het OC-gebied wordt gehaald, ook de landbouw kan gaan innoveren. Ze hoeven zelf geen graan meer te verbouwen, maar kunnen nu allerlei andere commerciële handelsgewassen verbouwen die weer verder verhandeld kunnen worden. Dit zorgt er dan ook voor dat de 17e eeuw voor de Republiek op economisch gebied een Gouden Eeuw is. Andere landen zijn daar best jaloers op, dat dat kleine gebiedje, de Republiek, zo succesvol is. Landen als Engeland en Frankrijk gaan dan ook allerlei mercantilistische maatregelen nemen om de Nederlandse handel dwars te zitten. Dat is een economisch stelsel dat de bestaansmiddelen in het eigen land wil versterken door de export van de eigen producten te bevorderen en de import van buitenlandse producten tegen te houden. Ondanks deze tegenwerking groeide de economie in de Republiek dus heel erg.



6.2 DE GOUDEN EEUW < PLAATS + BLOEI NEDERLANDSE REPUBLIEK



De republiek was een decentraal bestuur. Er is geen 1 koning die alle macht heeft, maar de macht is heel erg versnipperd.



Op lokaal niveau had je de graafschappen, o.l.v. de adel (platteland). En de vroedschappen o.l.v. de regenten (steden). Iedere stad kon al eigen regels hebben, deze regels konden van elkaar verschillen. Vanuit het platteland en de steden werden vertegenwoordigers gestuurd naar de Gewestelijke staten. Die gewesten vormen eigenlijk de kern van de staatsinrichting van het bestuur in de Republiek. Er zijn 7 gewesten: Holland, Zeeland, Friesland, Overijssel, Gelderland & Utrecht. Ieder gewest had een eigen bestuur en eigen rechtsspraak. Ook over de godsdienst mochten ze zelf heel veel dingen zelf bepalen. Het belangrijkste gewest was Holland. Hier woonden de meeste mensen en werd het meeste geld verdiend. Vanuit de 7 gewesten werden vertegenwoordigers gestuurd naar de Staten-Generaal. Die beslist over de oorlogsvoering, het buitenlands beleid en bestuurt de Generaliteitslanden (Brabant, Limburg, Vlaanderen). Dat zijn gebieden die na 1588 nog veroverd zijn op de Spanjaarden, tijdens de Nederlandse Opstand.



De raadspensionaris was de belangrijkste man in de Staten-Generaal. Namens de Staten-Generaal onderhield hij contacten met het buitenland.



De stadhouder was de opperbevelhebber van  leger en vloot. Hij maakte de militaire keuzes.



De raadspensionaris en de stadhouder moesten goed samenwerken.



Doordat het goed ging in de economie, ging het ook goed met de welvaart. De welvaart was relatief hoog in de Republiek. Dat kwam omdat er maar weinige mensen werkloos waren, dit omdat er zoveel werk was. Was je toch werkloos? Dan was er ook nog armenzorg.



Ook op cultureel gebied was er een bloei. Vooral de schilderkunst in de Republiek bloeit erg op. Dat komt omdat er heel veel schilders waren in de Republiek die heel veel opdrachten kregen. Door de relatief hoge welvaart hadden veel mensen het geld om schilderijen te kopen. En als er veel schilders zijn gaat natuurlijk ook het algemene niveau omhoog. Er was ook sprake van bloei van de literatuur. Ook de wetenschap bloeide heel erg op. Godsdienst: er kwam gewetensvrijheid. Ieder geloof is toegestaan, maar niet ieder geloof had dezelfde redden. Het Calvinisme was de dominante stroming en de Calvinisten hadden dan ook de meeste rechten. Zij mochten in het openbaar hun diensten houden en je werd alleen maar bestuurder in de Republiek als je Calvinist was. 



6.3 ABSOLUTISME < ABSOLUTE MACHT



Vanaf de Middeleeuwen streven Franse vorsten naar centralisatie.



Regeerperiode Franse koning Lodewijk XIV:



1643: Lodewijk is slechts nog een kleuter als zijn vader sterft. Daarmee is hij eigenlijk al meteen op 5-jarige leeftijd de koning van Frankrijk geworden. Maar goed, je kunt zo’n klein jongetje natuurlijk niet op zo’n jonge leeftijd koning van een land laten worden. Dus zijn moeder reageert namens hem m.b.v. een aantal adviseurs. En die adviseurs bereiden Lodewijk ook voor op het koningschap.



1661: Lodewijk is er klaar voor om zelf te regeren. 



Daardoor zal hij uiteindelijk uitgroeien tot de machtigste vorst van Europa. En zo laat hij zich dan ook graag afbeelden.



Hoe is hij zo ver gekomen?



Dat begon dus al in zijn jeugd. Hij was al koning in 1643. Frankrijk was erg onrustig tijdens zijn jeugd. Er waren allerlei godsdiensttwisten: protestanten tegenover katholieken. En bovendien waren er ook opstanden van de Franse adel. Lodewijk groeide dus op in onrust en hij moest dit land gaan leiden. Dus hij wist ook: er gaat 1 ding gebeuren als ik koning ben: het blijft rustig in Frankrijk, er komt een einde aan de onrust. En als hij dan in 1661 koning wordt, zegt hij meteen tegen zijn adviseurs en moeder die namens hem geregeerd heeft: bedankt allemaal, maar nu ben ik de baas: ‘’L’état, c’est moi!’’.  Daardoor zal hij uiteindelijk uitgroeien tot die machtige koning. ‘’L’état c’est moi!’’ = absolutisme. Dit houdt in dat alleen hij beslist. De koning heeft alle macht en hoeft alleen aan god verantwoording af te leggen. Hij hoeft dus naar niemand anders te luisteren.



Waarom luisterde iedereen naar hem? Omdat er gezegd werd dat hij het ‘Droit divin’ had: het goddelijk recht om als absolute vorst te regeren. God had hem aangewezen als koning van Frankrijk. Ging je tegen hem in? Dan ging je ook tegen god in. En dat wilde natuurlijk niemand.



Op politiek gebied wilde hij minder afhankelijkheid van de adel (geen onrust meer). Dat deed hij door:




  • Ambtenaren aan te stellen die toezicht hielden en het bestuur uitvoerden;

  • Het leger om te vormen tot een beroepsleger;

  • De Adel te verplichten om een gedeelte van het jaar in Versailles te verblijven.



Op economisch gebied luisterde Lodewijk heel goed naar minister Colbert. Die zal het mercantilisme bedenken.



Op cultureel gebied trok Lodewijk ook alle macht naar zich toe. Hij was zelf katholiek en dat betekende dat er een einde kwam aan de godsdienstvrijheid voor de protestanten. De protestanten hadden godsdienstvrijheid gekregen bij het Edict van Nantes en dat wordt herroepen en maakt een einde aan de godsdienstvrijheid. Alleen het katholieke geloof is nog toegestaan. Ook daarin zegt Lodewijk heel duidelijk: ik beslis. En dat allemaal om de rust en stabiliteit in zijn land voor elkaar te krijgen. Daarnaast wilt hij Frankrijk ook vooruit helpen. Daarom ging hij heel erg investeren in de kunst en wetenschap. Hij richtte allemaal koninklijke academies (zoals een kunstacademie) op waar de beste mensen op dat gebied bij elkaar kwamen. Zo konden profiteren van elkaars kennis en zo konden zij zichzelf en dus ook hun gebieden steeds verder ontwikkelen.



6.4 DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE < DE WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE



Wetenschap is het opdoen van kennis op basis van experimenten, waarneming en gebruik van het verstand.



Tot de 17e eeuw waren er een aantal belemmeringen voor de wetenschap:



- Ten eerste waren dat de oude Griekse filosofen. Zij werden gezien als dé autoriteiten; daar twijfelde je niet aan. En humanisten begonnen al wel steeds meer die teksten van die oude Grieken en Romeinen te becommentariëren en dergelijke, maar toch bleef bij veel mensen het geloof bestaan dat de oude Grieken het sowieso bij het rechte eind hadden. En als je daar vanuit gaat, kom je natuurlijk zelf niet met nieuwe ideeën. Dus dat vertrouwen in die autoriteiten in die Griekse filosofen moesten worden losgelaten.



- Daarnaast zagen we ook dat de kerk er een erg behoudende visie op nahield. Als jij als onderzoeker iets publiceerde dat in strijd was met de bijbel, in strijd was met de visie van de katholieke kerk, dan was de kans groot dat je daarvoor opgepakt werd.



In de 17e eeuw gaat dat langzamerhand veranderen. Niet omdat de wetenschappers nou niet meer in god geloven, maar omdat ze Gods schepping zelf willen onderzoeken. Zij willen d.m.v. de wetenschap aantonen hoe goed god die wereld gemaakt heeft.



Humanisme gaf de eerste aanzet voor de wetenschappelijke revolutie:



Humanisten gingen heel kritisch naar oude teksten kijken en ze met nieuwere versies te vergelijken om zo tot de juiste versie te komen. Kritische denkhouding + nieuwsgierigheid = humanisme.



> Wat maakt dan dat het humanisme overgaat in de wetenschappelijke revolutie?



Er wordt iets aan toegevoegd: kritische denkhouding + nieuwsgierigheid + systematische beoefening van de wetenschap.



Systematische beoefening: je ging zelf onderzoeken/kijken hoe iets in elkaar zat of je ging zelf experimenteren; zelf ervaren hoe iets was (empirie). Als je dus goed keek en goede proeven deed en daar ook nog eens logisch over nadacht, was je met een systematische manier van wetenschap bedrijven bezig.



Uitkomst: kritische houding + nieuwsgierigheid + systematische beoefening van de wetenschap = WETENSCHAPPELIJKE REVOLUTIE. Dit zijn dé drie basis-ingrediënten voor een goede wetenschap.



Wetenschappelijke revolutie werd gestimuleerd door:



- Instrumenten;         



- Academies;



- Tijdschriften.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Manou

Manou

leuke samenvatting!

2 jaar geleden