Tijdvak 2

Beoordeling 2.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 398 woorden
  • 17 mei 2015
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 2.8
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Kenmerkende aspecten



1.  De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat.



2. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.



3. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidt.



4. De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van Noordwest-Europa.



5. De ontwikkeling van het Jodendom en het Christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten.



De Grieken gingen anders denken over hun mythes (godenverhalen). Ze gingen opzoek naar natuurlijke oorzaken. Zo ging Demokritos opzoek naar natuurlijke verklaringen in de 5de eeuw voor Christus. Hij kwam er achter dat alles is opgebouwd uit atomen.



De 4de en 5de eeuw voor Christus is het hoogte punt van de Griekse cultuur en wordt ook wel klassieke periode genoemd.



Griekenland breidt haar rijk uit naar Sicilië en Zuid-Italië.



In 480 voor Christus wordt Athene verwoest door de Perzen. Later verslaan de Grieken de Perzen 2 keer. Maar in 338 voor Christus lukt het Philippos uit Macedonië om de Grieken te verslaan. Hij kreeg hier door de macht in Griekenland en zelfstandige stadstaten waren hierdoor verleden tijd. Toen Philippos overleed, nam zijn zoon Alexander hem over. Hij versloeg de Perzen, veroverde gebieden tot in Egypte en Mesopotamië en veroverde Iran, Afghanistan en Pakistan. Na zijn dood werd zijn gebied verdeeld in 3 koninkrijken:




  • Egypte

  • Azië

  • Macedonië



En Alexandrië wordt de hoofdstad van Ptolemaeënrijk.



De Romeinen winnen in 31 voor Christus van Cleopatra. Ze hebben oorlogen met Carthago, dat uiteindelijk verwoest wordt. In 60 heeft Pompeius de grootste Romeinse macht. In 49 voor Christus neemt Caesar deze macht over. Hierna neemt zijn zoon Augustus het over en begint hij de Romeinse keizertijd die zou duren tot 476.



Keizer Diocletianus start een hevige christenvervolging. In 313 wordt het Edict van Milaan vast gesteld, waarin staat dat christenen gelijke rechten hebben. In 391 maakt Theodosius het christendom de staatsgodsdienst.



Begrippen



Diaspora: verstrooid of verspreid wonen van een volk over verschillende landen. (bijvoorbeeld de joden die buiten Israël wonen)



Hellenisme: de verspreiding van de Griekse cultuur over het hele gebied dat Alexander de Grote veroverd had – 300 tot 30 voor Christus.



Hopliet: Griekse soldaat bewapend met lange land, zwaard en schild.



Limes: de grens van het Romeinse rijk die liep van de Noordzee langs de Rijn en de Donau naar de Zwarte Zee. Hier langs lagen verdedigingstorens, kampen voor hulptroepen en legioenen.








REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.