Suriname 2

Beoordeling 5.8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 3e klas vwo | 1096 woorden
  • 30 januari 2004
  • 74 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.8
  • 74 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
§ 4: Een revolutie die mislukte
Toen Suriname onafhankelijk werd, waren economische vooruitzichten niet slecht: bauxietindustrie draaide goed. Nederland zegde Suriname ontwikkelingshulp toe en steeds minder mensen emigreerden naar Nederland. Enkele jaren later waren velen teleurgesteld: regering corruptie, vriendjespolitiek, verkeerde besteding van het ontwikkelingsgeld → meer mensen emigreren naar Nederland. In 1980 komt eind aan emigratie, doordat Nederland slechts immigratie tot 5 jaar na de onafhankelijkheid had toegestaan. Op 25 februari 1980 voerden onderofficieren een staatsgreep uit en de meeste mensen stonden achter deze staatsgreep. De revolutionaire militairen benoemden een burgerregering, maar hadden nog steeds de macht in handen. Sergeant-majoor Desi Bouterse bleek de sterkste man onder de militairen en hij werkte samen met kleine marxistische groeperingen in Suriname en met Cuba en Grenada. Het verzet kwam van de grootste vakbond, de Moederbond. Na stakingen in augustus en een grote demonstratie in oktober, brak Bouterse het verzet door hard in te grijpen op 8 december 1982 (Decembermoorden)
→ hij vermoorde 15 tegenstanders en hij stak gebouwen in brand. Door dit conflict werden in Nederland door de Surinamers de Bevrijdingsraad en andere organisaties opgericht om Desi Bouterse en zijn medestanders ten val te brengen. Nederland stopte met ontwikkelingshulp te geven door de Decembermoorden → in Suriname economische problemen (bauxietindustrie slechter). In augustus augustus 1986 begon kleine groep Bosnegers een guerrilla in Oost-Suriname (junglecommando) en de leider was een vroegere lijfwacht van Bouterse. Het commando bracht grote schade aan de bauxietindustrie, maar Bouterse kon het commando niet verslaan. Hij commando zou nog tot 1992 actief blijven.

In november 1987 keerde Bouterse enigszins naar de democratie terug door vrije verkiezingen te houden. Hij verloor met zijn eigen Nationale Democratische partij (NDP) van de Front voor Democratie en Ontwikkeling, waarin de Creoolse, Hindoestaanse en Javaanse partij samenwerkten. Alleen met Kerstmis 1990 zette Bouterse de regering opnieuw af. Hij liet in mei 1991 weer verkiezingen houden en de NDP, dit keer onder de naam Nieuw Front, won. De president was de eerste regeringsleider na de staatsgreep met werkelijke macht. In verband met de eerste officiële herdenking van de decembermoorden van 1982 raakte Bouterse in conflict met de regering en trad in december 1992 af als legerbevelhebber. Een aanhanger van Bouterse was daarna ‘corrupt’ verkozen, maar doordat de economische situatie steeds slechter werd, behaald Nieuw Front weer een verkiezingsoverwinning in 2000.
De Surinaamse export en de overheidsinkomsten (belasting op uitvoer bauxiet) liepen in de jaren ’70 terug doordat er minder vraag was naar aluminium, dat gemaakt is uit bauxiet. Surinaamse ondernemers houden zich liever bezig met handel dan met industrie, omdat het moeilijk is een industrie op te bouwen die voor eigen binnenlands gebruik produceert (Suriname heeft weinig inwoners). In jaren ’90 werd economische situatie steeds slechter: legale export liep terug, dus was geen legaal geld voor import consumptiegoederen → ontwikkeling illegale handel. De inflatie was enorm, waardoor spaargeld waardeloos werd. Velen konden alleen door hulp uit Nederland overleven en er bleef weinig geld over voor onderwijs, gezondheidszorg en andere voorzieningen door het te grote ambtenarenapparaat. Na afschaffing slavernij daalde het aantal plantages, totdat deze in de jaren ’30 werden opgeheven → kleine boerenbedrijven van Hindoestanen en Javanen breidde zich uit. Deze bedrijven produceerden vooral voor binnenlands gebruik. Het aandeel van de landbouw steeg weer, door de ontwikkelingshulp en het belangrijkste exportproduct is rijst. In 1992 sloten Suriname en Nederland een ‘raamverdrag’ om tot nauwkeurige samenwerking te komen en de ontwikkelingshulp te hervatten. Vooralsnog vond Nederland de Surinaamse economische plannen te vaag.
Sinds de onafhankelijkheid is het besef Surinamer te zijn onder bevolking geroeid: goede samenwerking tussen bevolking en groot saamhorigheidsgevoel binnen elke groep. In bovenlaag zitten meer Creolen en Hindoestanen dan mensen uit andere bevolkingsgroepen. In benedenlaag zitten naast Creolen vee Javanen, bijna alle Bosnegers en Indianen. De middenlaag bestaat uit grotendeels Creolen en Hindoestanen. Op cultureel gebied grote verschillen tussen bevolkingsgroepen: bijv. het vrijgeven van feestdagen → zou het werken in veel bedrijven onmogelijk maken, dus dit plan lukte niet. Alle bevolkingsgroepen hebben eigen moedertaal: Indiaans, Bosnegercreools, Sranan Tongo (Creools), Sarnami (Hindoestaans), Javaans en Chinees. Op school leert iedereen Nederlands en een deel van de Creolen wil de Nederlandse vervangen door het Sranan Tongo als officiële taal. Veel Surinamers spreken Sranan Tongo, maar niet iedereen doet dit even goed. Veel mensen uit bovenlaag spreken beter Nederlands en ook vrezen Surinamers de band met de westerse cultuur kwijt te raken, als Sranan Tongo het Nederlands als officiële taal zou vervangen.

§ 5: Suriname en Latijns-Amerika
Demerara, Essequibo en Berbice waren Nederlandse kolonies tot 1799. Toen veroverden Britten het Nederlands bezit in Latijns-Amerika, omdat Nederland als ‘Bataafse Republiek’ bondgenoot was van Frankrijk. Suriname werd na de nederlaag van Napoleon in 1815 aan Nederland teruggeven, maar de Britten behielden de andere 3 gebieden. Ze werden samengevoegd tot één kolonie: Brits-Guyana. Nadat in 1834 de slavernij in Brits-Guyana was afgeschaft, vluchtten veel Surinaamse slaven daarheen. Omstreeks 1890 begonnen ondernemers en arbeiders met de winning van balata (natuurrubber) in West-Suriname (Nickerie). De invloed van Guyana in Nickerie is nog steeds merkbaar aan de taal en de familiebanden. Rassenonlusten in Brits-Guyana in jaren ’60 hebben invloed gehad op Suriname: Surinaamse politici voelden zich erdoor gewaarschuwd om etnische spanningen niet uit de hand te laten lopen. Nadat Brits-Guyana als Guyana onafhankelijk was geworden in 1966, ontstond er een conflict met Suriname over loop grensrivier Corantijn. In 1969 overvielen Guyana militairen in het gebied een Surinaamse grenspost: dit grensconflict is nog steeds niet opgelost. Na onafhankelijkheid Suriname in 1975 werd begonnen aan verschillende grote ontwikkelingsprojecten: veel mensen uit Guyana komen naar Suriname voor werk, vanwege slechte economie Guyana. Toen na 1985 Surinaamse economie verslechterde vertrokken veel Guyanezen weer.
Tussen Frans-Guyana en Suriname zijn sinds jaren ’70 veel contacten: toen werd in Frans-Guyana een Europees ruimtecentrum gebouwd. Veel Surinamers, Bosnegers en anders vonden er werk in de bouw. In jaren ’70 en ’80 werden niet altijd illegale, goedkope Surinaamse goederen naar beide Guyana’s vervoerd. Verschillende Surinaamse rijstbedrijven vestigden zich in Frans-Guyana. Toen in 1986 een burgeroorlog uitbrak in Suriname, trokken veel Bosnegers uit Suriname naar Frans-Guyana. Na de ondertekening van een vredesverdrag in 1992 kwam repatriëring op gang. Ook met Frans-Guyana bestaan onopgeloste grensproblemen.

Na onafhankelijkheid Suriname zijn contacten met verschillende andere landen op gang gekomen. Op militair-technisch gebied en op het gebied van telecommunicatie ontstond een uitgebreide samenwerking met Brazilië. In 1975 heeft Suriname ook met Venezuela een samenwerkingsverdrag gesloten. In 1993 zocht de Surinaamse regering aansluiting bij de Caricom (Caribean Community, organisatie voor samenwerking tussen Caribische staten), waarvan Suriname in 1995 lid van werd. Tussen Suriname en Curaçao bestaan contacten sinds begin olie-industrie op Curaçao in 1918: veel Surinaamse arbeiders trekken naar Curaçao. Veel Surinaamse arbeiders trokken terug naar Suriname, door economische crisis in de jaren ’30 en de inkrimping olie-industrie op Curaçao. Maar in laatste jaren trokken veel Surinamers op zoek naar werk naar Curaçao.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

H.

H.

hoi ik snap het niet kan het niet wat makkelijker



een groep 4er die het niet snapt :(

8 jaar geleden