Strijd in Europa

Beoordeling 8
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 6e klas vwo | 2602 woorden
  • 10 november 2015
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 8
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak

Karel de Grote en Europa



Karel de Grote – aan de macht: 768 - 814



500 – Clovis sticht Frankenrijk



750 – einde islamitische rijk



751 – begin Karolingische dynastie



753 – paus vraagt Pippijn om hulp



771 – Karel alleenheerser



773 – tocht over de Alpen



800 – Karel gekroond tot keizer





Doel: christelijk rijk stichten met omvang oude Romeinse rijk



Oorsprong: lijn Frankische vorsten vanuit de hofmeiers (Karolingische dynastie)



Ideologie: herstel oude Romeinse rijk, theocratie met koning David en Josia als voorbeeld



Leger: bestond uit vazallen, die vochten voor buit. Feodale stelsel in plaats van geldeconomie, uitstekende cavalerie (rijk is persoonlijk bezit)



Kroning tot keizer: paus bond Karel aan zich tegen vijanden en versterkte positie zonder hulp Byzantijnse rijk; liet zien dat de paus wereldlijke leiders hun macht geeft



Ondergang: na zijn dood regeerde Lodewijk, een zwak vorst; rijk viel uiteen, Vikingen enz hadden vrij spel



Karolingische Renaissance: cultuur bevorderen, religieus doel; herstel christelijk rijk



Erfenis: grondslag voor een christelijk Europa






Paragraaf 1.





  • Byzantijnse rijk in crisis à paus die Roma in naam van de Byzantijnse keizers regeerde, zocht hulp bij de Pippijn, de koning van de Franken.

  • 250 jaar eerder was het christelijke Frankenrijk gesticht door Clovis, wat bestond uit een groot deel van het Romeinse rijk. Dit rijk werd bestuurd door de nakomelingen van Clovis; Merovingers. De hofmeiers van deze Merovingers waren op een gegeven moment machtiger dan de koningen zelf en namen de macht over, daarom zalfde de paus een hofmeier, Pippijn, tot koning = Karolingische dynastie gevormd.

  • Na Pippijns dood in 768 werd het rijk verdeeld tussen Karel en Karloman, Karloman stierf à Karel voegt zijn rijk bij zijn eigen rijk.




Paragraaf 2





  • Karel heeft de Islamitische dreiging van zich afgewend m.b.v. Zijn grootvader Karel Martel. Nu werden de Germaanse stammen dreigend.

  • Karel hield zich druk bezig met de kerstening van overwonnen volkeren zoals de Friezen en Beieren.

  • Met de Saksische volkeren heeft Karel heel veel oorlogen gevoerd, hij had veel moeite om het eenmaal overwonnen volk onder de duim te houden. Pas na 30 jaar vechten kwam er vrede.

  • Net als Pippijn vocht Karel op verzoek van de paus tegen de Langobarden, hij voegde na overwinning Noord-Italië bij zijn rijk en liet zich kronen tot koning der Langobarden.

  • Rond 800 behoorde heel Europa van de Noordzee tot de Pyreneeën tot Karels rijk. In het Byzantijnse rijk ging het tegelijkertijd bergafwaarts door godsdiensttwisten en politieke intriges. Toen de keizerskroon in handen kwam van een vrouw besloot de paus om Karel tot keizer te kronen.

  • Motieven van Karel om oorlog te voeren




  1. Veilige grenzen

  2. Christendom verbreiden – heidendom bestrijden

  3. Agressieve moraal

  4. Overwinningen zorgen voor buit




  • Het rijk was feodaal, geen staat waarin ambtenaren en militairen de overheid vanzelf dienden. In ruil voor een eed van trouw, kregen grondbezitters de rechten op hun land.




Paragraaf 3





  • Karel de Grote overleden in 814 na een regeerperiode van vrede en welvaart. Hij zag zichzelf als wetgever en stichter van een christelijk rijk.

  • In Karels rijk bestond niet één burgerrecht, volkeren leefden onder hun eigen recht en lokale heersers behielden hun eigen macht. Toch voerde Karel een aantal rijkswetten in en liet deze controleren door rondtrekkende gezanten.

  • Omdat Karels andere zoons gestorven waren liet Karel in 813 zijn zoon Lodewijk tot keizer kronen. Na de dood van Lodewijk werd het rijk verdeel in 3 stukken, en 30 jaar later was het middelste stuk verdwenen. Door de machtsstrijd binnen Europa kregen plunderaars en veroveraars alle kans, zoals de Vikingen. Het welvarende Europa werd een chaos. Ondanks dit bleef het gevoel van eenheid bestaan onder de Europeanen. Een christelijke eenheid.




Kenmerkende aspecten




De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde



Het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur (feodalisme)



De verspreiding van het christendom in geheel Europa



Napoleon en Europa



Napoleon – aan de macht: 1799 – 1814



1789 – Franse Revolutie (Robbespiere)



1792 – begin revolutionaire oorlogen



1793 – Lodewijk XVI onthoofd



1795 – Bataafse Republiek



1798 – democratische grondwet in Nederland



1799 – Napoleon grijpt de macht



1802 – Napoleon consul for life



1804 – Franse keizerrijk



1805 – slag bij Austerlitz (N winnaar)



1810 – Nederland ingelijfd bij Frankrijk



1812 – Russische veldtocht



1814 – Napoleon verbannen naar Elba



1815 – Napoleon keert terug maar wordt weer verslagen (Waterloo)



1814-1815 – Congres van Wenen



1815 – Napoleon verbannen naar Sint Helena



1821 – Napoleon sterft





Doel: ideeën Franse Revolutie uitdragen; vrijheid, gelijkheid en broederschap



Oorsprong: begonnen als soldaat, maar opgeklommen in het leger; bezetting Egypte gaf heldenstatus, in Parijs greep hij de macht; dit kon omdat Frankrijk chaos was



Ideologie: Franse Revolutie, verheffing gewone soldaat; adel en kerk minder macht; geen standen



Leger: bestond uit gemotiveerde soldaten; N was geliefd omdat hij de soldaat verhief; groot leger met goede tactieken en technieken; Napoleon had veel verstand van oorlog voeren



Ondergang: tocht naar Rusland; Russen gebruikten tactiek van verschroeide aarde; Russen zetten achtervolging in bij terugmars, ideologie sloeg niet aan in Rusland; hierna hadden vijanden sterke coalitie en kon Napoleon verslagen worden



Erfenis: grondwet; aristocratie verdreven; idealen Franse Revolutie verspreid; eenheid in maten en gewichten



Franse Revolutie in Nederland: Nederland werd koninkrijk met bijna absolute koning; democratie verdwenen en censuskiesrecht






Inleiding




Napoleon zag zichzelf als de opvolger van Karel de Grote omdat hij Frankrijk en Duitsland in één rijk had samengebracht en hij probeerde Europa onder dezelfde wetten te verenigen. Tevens zag Napoleon zich als opvolger van veel Romeinse heersers.




  • 1799: Napoleon grijpt de macht

  • 1804: Franse keizerrijk uitgeroepen

  • Kerk moest de staat dienen, daarom kroonde Napoleon zichzelf en liet hij zich niet door de paus kronen.




Paragraaf 1





  • Napoleon: 1796 – 1821

  • Opgeleid tot een Franse officier

  • Mede door de Franse revolutie (1789-1791) aan de macht gekomen.

  • 1793: Lodewijk XVI onthoofd. Hierna onderscheidde Napoleon zich door een uitzonderlijke prestatie, waardoor Toulon werd veroverd. Beloning à benoeming tot generaal

  • Napoleon heeft op een zekere dag de Franse regering bevrijdt van de woedende bevolking, hierdoor werd hij benoemd tot commandant van het leger in Italië.

  • Met de Italiaanse troepen bevrijdde hij Italië van de Oostenrijkse overheersing.

  • Zonder toestemming stak hij de middellandse zee over en veroverde Egypte. Mede door deze overwinning kreeg hij een reputatie van onoverwinnelijkheid.

  • Na 10 jaar chaos verlangden de Fransen nu naar een redder en ze zagen Napoleon als deze redder. Hij vestigde een vredig rijk en kroonde zichzelf tot keizer.



Franse revolutie tegen de kerk:




  • Duizenden geestelijken gevlucht/gedood

  • Kerkklokken à kanonnen

  • Kerken à kazernes, opslagplaatsen, stallen

  • Jaartelling vanaf begin republiek

  • Christelijke feestdagen afgeschaft

  • Napoleon deed zich voor als katholiek om de vrede te bewaren




Paragraaf 2





  • 1789: begin Franse revolutie – bestorming Bastille

  • 1795:    koningschap afgeschaft à Frankrijk is een republiek

    Radicale Jacobijnen aan de macht met als leider Robbespiere. Begin van de terreur: ‘de revolutie eet haar eigen kinderen op.’






  • Na Robbespiere’s onthoofding 5 personen aan de macht: het Directoire

  • 1799: Napoleon aan de macht

    • Geen absoluut vorst: grondwet blijft






  • 1802: Napoleon sluit vrede met Groot-Brittannië, maar na een jaar is het alweer strijd en verovert Napoleon bijna heel Europa. De vrede (met G-B) was eigenlijk niet voor Napoleon:

    • Vrede volgens Napoleon pas veilig als de Britten verslagen waren.

    • In oorlog lag zijn kracht en daar wilde hij zich bewijzen als geniaal veldheer.

    • Agressieve politiek paste bij het Franse nationalisme.

    • Napoleon wilde met de Franse leger de verlichte ideeën van vrijheid en gelijkheid verbreiden.



  • Streven Napoleon: la Grande Nation, voor orde en veiligheid in Europa. Hij zag zichzelf als nieuwe Caesar en nieuwe Karel de Grote. (Groot rijk + keizerschap).

  • 1803: Napoleon probeert met invasie Britten te verslaan, mislukt; vloot vernietigd

  • Coalitie Oostenrijk – Rusland – G-B

  • Eind 1805 verpletterde Napoleon een Russisch-Oostenrijks leger, hierdoor voelde Pruisen zich bedreigd en verklaarden ze Frankrijk de oorlog à ook hun leger roemloos ten onder à Napoleon verjaagd Russen en Oostenrijkers uit Polen.

  • Napoleon had veel familieleden en andere leden van zijn clan aangesteld als heersers van vazalstaten.

  • 1810: toppunt van zijn macht: bijna heel Europa onder zijn macht + enkele bondgenootschappen.

  • Hoe kon Napoleon zo succesvol zijn?

    • Frankrijk was al het machtigste land

    • Duitsland geruïneerd door Dertigjarige Oorlog en versnipperd

    • Pruisen was tweederangs

    • Rusland achterlijk en ver weg

    • G-B wereldmacht, maar alleen op de zee

    • Groot en sterk leger: beroepssoldaten + vrijwilligers + dienstplichtigen later. Militairen hadden veel aanzien in Frankrijk en Napoleon onderhield ze goed.s

    • Tactisch leger: mobiliteit en vuurkracht



  • 1812: aanval Rusland = fatale fout door: lange aanvoerlijnen, aanvoer werd onderweg aangevallen door de Kozakken, de Russen pasten de tactiek van de verschroeide aarde toe.

  • Juni 1813: Napoleon lijdt nederlaag in Spaanse onafhankelijkheidsoorlog

  • Oktober 1813: volkerenslag Leipzig, geallieerden dringen Napoleon terug tot aan Parijs.

  • 13 april 1814: aftreding + verbanning naar Elba

  • Februari 1815: ontsnapt, nieuw leger en vervang koning Lodewijk XVII

  • 1815: slag bij Waterloo = ondergang Napoleon.



Congres van Wenen:




  • Staatkundige herordening Europa

  • Streven naar machtsevenwicht

  • Herstel vorstenhuizen



Europese droom van Napoleon: Europees rechtsstelsel, Europees Hof van Beroep, gemeenschappelijke munt, zelfde maten gewichten, zelfde wetten. Alle volken tot één volk, één heerser. Tegenwoordig is dus een deel van Napoleons dromen vervuld, zoals een Europees rechtsstelsel, een gemeenschappelijke munt, zelfde maten en gewichten en gedeeltelijk zelfde wetten.




Paragraaf 3





  • 1815: vrede in Europa. Frankrijk terug binnen de grenzen, Bourbons weer op de troon. Overal in Europa de heersers terug op hun oude plek. De oude aristrocraten van het ancien régime weer aan de macht, zonder al teveel weerstand.

  • Wapens niet veel verder ontwikkeld, effectiviteit was er nog niet. Ondanks dat toch ontzettend veel doden gevallen omdat de legers veel groter werden. In Spanje waren er veel doden door een guerrilla van de plaatselijke bevolking.

  • De bevolking merkte van deze oorlog meer dan vorige oorlogen, dit kwam door de dienstplicht en door de weggevallen arbeidskrachten die opgevuld moesten worden. Ook werd er veel geplunderd door de legers.



Veranderingen na oorlog:




  • In veel landen een grondwet = oude privileges niet hersteld

  • In veel landen gekozen parlement – democratie

  • Liberalisme en socialisme leefden snel op

  • Nieuwe grote mogendheid: Duitsland, waar nationalisme ontstond.



Nederland




  • 1795: Bataafse republiek

  • Grondwet in 1798

  • 1806: einde Bataafse republiek à koninkrijk Holland met Lodewijk Napoleon als plaatsvervanger van Napoleon.

  • Steden en gewesten niet meer zelfstandig, Nederland eenheidsstaat

  • Nationale regering + ambtenarenapparaat

  • Nationaal onderwijs

  • Algemeen Beschaafd Nederlands

  • Decimale stelsel




Kenmerkende aspecten




De democratische revoluties in westerse landen met als gevold discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap



De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.



Hitler en Europa



Hitler – aan de macht: 1933 – 1945



1919 – verdrag van Versailles



1919 – Hitler bij anti-republikeinse partij (NSDAP)



1923 – mislukte staatsgreep



1929 – begin economische wereldcrisis



1930 – voorspoed voor NSDAP



1933 – Hitler rijkskanselier



1936 – bezetting Rijnland



1938 – Oostenrijk aangevallen



1939 – niet-aanvalsverdrag Duistland en Rusland



1940 – Blitzkrieg Frankrijk



1941 – operatie Barbarossa





Doel: Europa zonder Joden, waarin de ideeën van het nationaalsocialisme verspreid waren



Oorsprong: soldaat in WOI, in de politiek bij NSDAP; eerst mislukte staatsgreep, daarna door gemanipuleerde verkiezingen en hulp leger bondskanselier, regering denkt hem onder controle te kunnen houden; wraakgevoelens in Duitsland door Versailles; Beurskrach 1929 zorgde voor armoede



Ideologie: antisemitisme, Heim ins Reich (alle Duitssprekenden in één land), lebensraum (ruimte voor voedsel & grondstoffen voor oorlog in het oosten), übermenschen



Leger: niet-aanvalsverdrag met Rusland; gebruik van Blitzkrieg maakte Hitler sterk



Ondergang: tocht naar Rusland; Hitler had Rusland onderschat, reserves Stalin waren groot; Hitler was amateuristisch; VS vocht mee bij geallieerden; geen steun van Duitse bondgenoten



Erfenis: geen positieve, Koude Oorlog volgde




Inleiding




Rond 1900: völkische nationalisten propageerden voor de verovering van Lebensraum ten koste van Slavische Untermenschen. De Drang nach Osten moest van de Teutoonse ridders moest terugkomen.



Hitler nam deze ideeën over, en zei dat de veroveringsdrang van de Duitsers op Rusland gericht moest zijn, hier verbond hij zijn andere kernidee aan: de strijd tussen het Germaanse en Joodse ‘ras’. Volgens Hitler hadden de Joden Rusland in hun macht door het communisme.




Paragraaf 1




Net als Napoleon was Hitler van bescheiden afkomst, en terwijl Napoleon zich via het leger omhoogwerkte, kwam Hitler uit het niets. Hitler is in Oostenrijk geboren, maar vluchtte in 1913 naar Duitsland om zich te onttrekken aan de Oostenrijkse dienstplicht. In Duitsland meldde hij zich aan voor het Duitse leger en diende 4 jaar aan het front. Toen de Duitsers terug moesten trekken was dit een grote vernedering, nog erger vond hij het Verdrag van Versailles, met bijbehorende sancties:




  • Afstaan grondgebied

  • Alleen klein beroepsleger toegestaan, zonder tanks en vliegtuigen

  • Leger mocht niet in Rijnland komen

  • Enorme herstelbetalingen



Het Duitse volk was het niet eens met dit Verdrag, ze geloofden in de dolkstootlegende: Duitsland zou verraden zijn.



Na de oorlog kwamen vele honderdduizenden soldaten terug, zonder doel. Hitler was één van hen, hij zocht zijn doel in de politiek. Hij kon goed mensenmassa’s tot enthousiasme brengen, daarom werd hij na een tijd leider van de Nationaalsocialistisch Duitse Arbeiderspartij. Met het leger van de NSDAP (de SA) probeerde hij tijdens een crisis in 1923 een staatsgreep te plegen, maar dit mislukte omdat het leger geen steun gaf.



Na dit voorval ging Amerika Duitsland steunen om er weer bovenop te komen, in deze welvarende periode was Hitler kansloos. Door de crisis kon de NSDAP ineens explosief groeien. Binnen de kortste tijd trok Hitler alle macht naar zich toe en was er een totalitaire staat. Om de steun van het leger te krijgen liet hij de SA-top vermoorden. Vanaf 1935 ging hij rechtstreeks tegen het Verdrag van Versailles in.



Hitler stichtte met Rusland een non-agressiepact om een twee-frontenoorlog te voorkomen. Op 1 september viel hij Polen binnen en op 3 september verklaarden G-B en Frankrijk de oorlog aan Duitsland.




Paragraaf 2





  • Eind 1941 heeft Hitler bijna heel het Europese continent in zijn macht. Veel meer dan Napoleon ooit overwonnen had.

  • 22 juni 1941: inval Rusland

  • Door de industriële revolutie kwam Hitler veel verder dan Napoleon.



Oorzaken Hitlers successen:




  • Sterkste leger, qua organisatie en discipline

  • Grootste industriële productie

  • Duitsland > Frankrijk

  • Agressieve, gewaagde verrassingsacties

  • Gebrek aan strijdlust bij de democratieën

  • In een groot deel van Europa werd Hitler als bevrijder gezien



Oorzaken ondergang




  • Expansiezucht – net als Napoleon in Rusland

  • Sovjet-Unie onderschat, grote reserves

  • Door meedogenloze optreden sympathie van Slavische volken verloren.

  • Hitlers amateurisme, vond zichzelf genie, bemoeide zich overal mee

  • VS ging meevechten

  • Groot-Brittannië was niet veroverd, hierdoor uitvalsbasis geallieerden




Paragraaf 3





  • Voor Hitler waren er twee mogelijke uitkomsten van de oorlog:




  1. Totale overwinning

  2. Totale ondergang, er mocht geen tweede Versailles komen. Daarom gaf hij op 19 maar 1945 opdracht om alles te vernietigen.




  • I.t.t. 1918 was nu voor iedereen duidelijk dat Duitsland verloren had.

    • Heel Duitsland in puin; steden, infrastructuur

    • Velen naar westen gevlucht voor Rode Leger



  • Omdat Churchill, Roosevelt en Stalin het niet eens konden worden werd Duitsland verdeeld in 4 stukken, Berlijn ook.

  • VN werd opgericht

  • Maart 1946: ijzeren gordijn door Europa en Duitsland:     Westen: BRD

    Oosten: DDR





Hitlers erfenis:




  • Duitse en Europese deling

  • Uitgeput en verwoest Europa

  • Geen bestuurlijke erfenis, i.t.t. Napoleon

  • Ideeën ten onder door nederlaag

  • Door ondergang in heel Europa overwinning democratie



De Duitsers begonnen pas vanaf ongeveer 1960 af te rekenen met hun verleden. Hiervoor verlangden ze niet naar wraak, en was er geen zelfreflectie. De democratie werd in 1955 populair door de onverwachte welvaart.



Door de ondergang van het Derde Rijk kon de Europese eenwording op gang gezet worden. Stalin wilde misschien wel een groot deel van Europa bezetten maar had teveel ontzag voor de Amerikanen. Hij durfde (en durft) geen directe confrontatie aan.




Kenmerkende aspecten




Het voeren van twee wereldoorlogen



Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering



Het in praktijk brengen van totalitaire ideologieën communisme en fascisme/nationaalsocialisme



Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de Joden



De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog (Koude Oorlog)


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.