Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Samenvatting Geschiedenis, hoofdstuk 5, paragraaf 1 t/m 7 Sprekend Verleden

Beoordeling 8.9
Foto van Daniëlle
  • Samenvatting door Daniëlle
  • 1e klas vwo | 1472 woorden
  • 22 december 2021
  • 8 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.9
  • 8 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Samenvatting Geschiedenis, hoofdstuk 5, paragraaf 1 t/m 7


Paragraaf 1; Rome: van stad tot imperium


Tijdslijn:



  • tussen 500 en 275 voor Chr. : veroverde de Romeinen het grondgebied van de andere volken die in Italië wonen. Als laatste waren de Grieken aan de beurt.

  • 280 voor Chr. : kregen de grieken steun van Pyrrhus, Die bracht niet alleen 25.000 soldaten mee, maar ook 20 olifanten.

  • tussen 264 en 241 voor Chr. : de eerste Punische Oorlog, werd gewonnen door de Romeinen waardoor ze Sicilië in handen kregen. 

  • tussen 218 en 201 voor Chr. : de tweede Punische Oorlog, werd de Carthaagse veldheer Hannibal beroemd. Hij bleef 14 jaar in Italië en versloeg de Romeinen keer op keer, maar Rome aanvallen deed hij niet. Toen hij werd teruggeroepen naar Carthago, versloegen de Romeinen de Carthagers in Afrika. Daardoor werd er voor Rome gunstig vrede gesloten: 



  • Carthago verloor al zijn gebied buiten Afrika

  • Carthago moest zijn oorlogsvloot vernietigen en mocht geen oorlog voeren zonder toestemming van Rome.    



  • 146 voor Chr. : veroverde de Romeinen ook Griekenland zelf.


De Romeinen noemden hun rijk: ‘Imperium Romanum’



Paragraaf 2; De Romeinen en hun bestuurders


Patriciërs; een groep rijke families die de baas waren. Zij hadden de belangrijkste ambten in het bestuur.


Plebejers; alle andere vrije Romeinen.


Door je geboorte kwam je in één van de groep terecht. Het was verboden om met iemand van de andere groep te trouwen. Rond 300 voor Chr. mochten sommige plebejers ook belangrijke ambten in het bestuur.


Slaven; onderste laag van de bevolken, zij hadden helemaal geen rechten.


Consuls; zij stuurden het leger aan, hun macht is minder groot dan het lijkt; ze waren maar één jaar consul. En ze hadden het recht van veto (= ik verbied) ten opzichte van elkaar.


Volkstribunen; zij beschermden de belangen van de plebejers. Zij hadden ook het recht van veto tegen wetsvoorstellen en tegen besluiten van de senaat en de ambtenaren, ook van de consuls. 


Volksvergadering; mocht wel stemmen en vragen stellen, maar niet discussiëren of voorstellen veranderen. 



z.o.z.


Senaat; deze bestond uit honderden senatoren. De senaat gaf raad aan alle ambtenaren en aan de volksvergaderingen. Ook bepaalde de senaat of een voorstel aan de volksvergadering wordt voorgelegd.


De senaat kreeg in de loop van de tijd veel macht:



  • het bestond uit zeer ervaren mensen.

  • je blijft je hele leven lang lid van de senaat



Vrouwen en Slaven hadden helemaal geen invloed op het bestuur. 



Paragraaf 3; De gevolgen van de veroveringen



  • Invoering van provincies; 



  • Het veroverde gebied buiten Italië werd verdeeld in provincies verdeeld.



  • Sterkere Griekse invloed;



  • Veel van de Griekse cultuur werd door de Romeinen overgenomen en verbreid in het hele Romeinse rijk: Grieks-Romeinse cultuur.



  • Nieuwe bevolkingslaag: proletariërs;



  • Het Romeinse leger bestond uit dienstplichtige boeren. Deze boeren bleven steeds langer weg van huis hun achtergebleven familieleden konden daardoor niet al het werk meer aan. Die families verkochten hun huis, het geld dat ze daarvoor kregen ging snel op. door tijdelijk werk bleven ze in leven.

  • Die mensen hadden alleen nog hun kinderen: proletariërs



  • Beroepssoldaten nemen de plaats in van dienstplichtige burgers;



  • Het Romeinse leger bestond uit mannen die hun eigen wapenuitrusting konden betalen. Alle nieuwe proletariërs konden dat niet meer, daardoor werd er een beroepsleger ingevoerd. Die mannen voelden zich minder verbonden met Rome en meer met hun bevelhebber.



  • Het aantal rijke mensen groeit;



  • Omdat elke veldtocht veel buit opleverde. De belastingophalers staken ook zelf wat in hun zak. 



  • Slaven nemen in aantal toe;



  • Omdat ze door de veroveringen ook veel slaven in bezit kregen, die namen het werk over van de boeren die als proletariërs naar steden trokken.




Z.O.Z. 


Paragraaf 4; Caeser; vereerd, verguisd en vermoord



  • na 130 voor Chr. : braken er in het Romeinse rijk veel burgeroorlogen uit.

  • 58 voor Chr. : Julius Caesar werd aanvoerder van het Romeinse leger in Gallië. In negen jaar bracht hij heel Gallië onder Romeins bestuur. In die tijd werd hij geweldig populair bij zijn soldaten. Het leger van Rome viel uiteen omdat de soldaten van de bevelhebbers trouwen aan hen werden.

  • 49 voor Chr. : trok Caesar met zijn leger naar Rome, om zich tot consul te laten benoemen.

  • tussen 49 en 45 voor Chr. : is er een burgeroorlog die Caesar wint. 

  • tussen 45 en 44 voor Chr. : doorvoerde Caeser vele hervormingen, we noemen er een paar:



  • Hij maakte het voor veel oud-soldaten en arme mensen mogelijk op ergens anders als boer te gaan leven.

  • Hij gaf bewoners van de provincies ook de kans op Romeins burgerrecht.

  • Hij wijzigde de agenda zo goed dat zijn veranderingen nog steeds bijna helemaal bestaan:

    • 365 dagen in één jaar

    • Eens in de 4 jaar een schrikkeljaar met een extra dag.





  • 44 voor Chr. : Caesar wordt vermoord. 


Caeser wilden alle macht hebben maar liet de andere bestuurders bestaan, en schakelde de tegenstanders niet uit.



Paragraaf 5; Augustus brengt het keizerrijk tot stand.


Bevelhebbers gaan met elkaar strijden om de macht : 



  • Burgeroorlog >>> strijd ging tussen Octavianus (achterneef van Caesar) en Antonius (belangrijkste onderbevelhebber van Caesar) >>> Octavianus won na jarenlange strijd.


Octavianus wordt als Augustus de eerste Romeinse keizer :



  • Octavianus veranderde zijn naam: Augustus Caesar, want hij vond dat zijn naam te veel herinnerde aan de burgeroorlog. 

  • ‘Augustus’ = de verhevene 

  • ‘Caesar’ = daarmee vereerde hij zijn stiefvader. Alle opvolgers van Augustus gingen de naam ‘Caeser’ gebruiken.




Z.O.Z.



Augustus wil geen alleenheerser lijken, maar het wel zijn :



  • Hij liet de oude staatsinrichting in zijn naam bestaan.

  • Hij bleef de senaat om raad vragen.

  • Hij gaf zichzelf de titel princeps (= de eerste burger )

  • 27 voor Chr. bood hij de senaat aan al zijn macht uit handen te geven, waardoor hij alleen maar meer kreeg.

  • Hij liet zich in het hele rijk vereren met standbeelden.

  • Buiten Italië stimuleerde hij zelfs dat hij als god werd vereerd.


Augustus organiseert het rijk goed :



  • Hij lette erop dat Italië en de provincies goed werden bestuurd.


Het leger was uiteen gevallen maar Augustus zorgde ervoor dat het leger hem wel trouw bleef:



  • Na 16 jaar dienst kreeg je betere grond of meer geld.

  • Tot bevelhebbers van de troepen benoemde Augustus leden van Romeinse families die hem trouw waren.



Paragraaf 6; De Pax Romana (30 voor Chr. tot 192 na Chr.) :


Vrede in het hele Romeinse rijk. Dat hadden ze te danken aan Augustus, die op een hele goede wijze regeerde. Augustus overleed in 14 na Chr. zijn opvolgers regeerde net zoals Augustus deed.


De meeste mensen bleven in de landbouw werkzaam.


De handel kwam tot grote bloei.


Daardoor kwamen er meer kleine bedrijfjes, dat werd nijverheid genoemd.


Er kwam meer romanisering, dat houdt in dat er meer Romeinse inwoners Romeins burgerrecht kregen. Dus de Romeinse cultuur overnemen.


Er kwam later ook nog school voor jongens van rijke ouders, die eerst thuis les kregen.


Er kwam een vloot die de Middellandse zee bijna 2 eeuwen lang vrij van zeerovers te houden.


De inwoners van het Romeinse rijk moesten deelnemen aan de officiële godsdienst plicht, daarnaast mochten ze dan ook nog een andere godsdienst belijden.


De Romeinen namen veel over van de Grieken. 


Veel provincies namen de taal van de Romeinen over: Latijn.


Ook het Romeinse recht zorgde ervoor dat inwoners van het rijk zich Romein voelden:



  • alle rechten en plichten van mensen moeten in wetten worden vastgelegd.

  • alle wetten moeten voor iedereen gelijk zijn.




Z.O.Z.


Belangrijke Romeinse regels op het gebied van rechtspraak:



  1. Een verdachte moet als onschuldig worden gezien tot zijn schuld bewezen is.

  2. Een verdachte moet de kans krijgen zich tegen de aanklacht te verdedigen.

  3. Als er twijfel is bij de rechters moet de verdachte worden vrijgesproken.

  4. De rechters moeten onafhankelijk zijn van de regering.

  5. Niemand mag worden gestraft voor wat hij denkt.

  6. Niemand mag voor hetzelfde feit twee keer worden veroordeeld.

  7. Als een daad niet door de wet wordt verboden, mag die daad niet worden gestraft.



Paragraaf 7; De ondergang van het West-Romeinse rijk :



  • Volken vallen het Romeinse rijk binnen.

    • Herhaaldelijk vielen indringers het Romeinse rijk binnen.



  • Romeinse legers en vloot worden steeds zwakker.

    • Het lukte de Romeinse regeringen niet meer om leger en vloot te bemannen met voldoende Romeinse burgers.



  • De belastingen werden voor de meesten ondraaglijk groot.

    • De belastingen werden voor de meeste Romeinse burgers ondraaglijk hoog.



  • Er komt minder handel en nijverheid door grotere onveiligheid.

    • Het lukte de vloot niet meer de Middellandse zee vrij van zeerovers te houden. Het reizen over land werd ook steeds minder veilig.



  • Geen vertrouwen meer in Rome, alleen zorg over eigen omgeving.

    • Toen de Romeinen legers in het westelijk deel van het rijk niet langer in staat bleken de inwoners te beschermen, verloor men het vertrouwen in Rome. Men ging zich alleen maar zorgen maken over de eigen omgeving,



  • Splitsing in een West- en een Oost-Romeins rijk.


330 : Keizer Constantijn verplaatste de hoofdstad van het Romeinse rijk naar het oosten. Hij deed dat want het oosten was welvarender, maar daardoor was het westen moeilijk te besturen.


395 : Daardoor werd het rijk gesplitst in Oost- en West-Romeinse rijk.


476 : werd het West-Romeinse rijk veroverd door de Germanen.


1453 : werd het Oost-Romeinse rijk veroverd door de Turken.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Miho

Miho

Welk cijfer heb je hiervoor gekregen??

2 maanden geleden

Daniëlle

Daniëlle

Een 9,2!

2 maanden geleden