Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

SE Herstel en Crisis

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1688 woorden
  • 28 september 2003
  • 30 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 30 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
#1.1 De VS rond 1920
Harding won de verkiezingen , VS keerde terug naar politiek van isolationisme en conservatisme:
- minimaal aantal staatsingrijpen
- hoge invoerrechten
- forse verlaging van de belastingen
- minder immigranten toelaten.
VS ondertekenden de Vrede van Versailles niet en werden geen lid van de Volkenbond.
Groepen armen: - zwarten (trokken van zuid naar noord)
- boeren, afzetmarkt van de voedseltekorten tijdens de WOI viel weg, konden leningen voor mechanisatie niet meer terugbetalen.
uitzondering staatsingreep: alcoholverbod= groei criminaliteit, werklozen werden dranksmokkelaars.


#1.2 De ‘roaring twenties’
Roaring twenties= ongekende luxe en welvaart voor rijken. Alles werd gekocht, vaak op afbetaling.
H. Ford: werknemers moeten consumeren wat ze zelf produceren. Zo bleef de productie in stand en nam de economische groei toe.

#1.3 De crisis van de jaren dertig
24-okt-1929 (Black Thursday) storten de eerste aandelenkoersen in.
Oorzaken: -volop gekocht met geleend geld
-overproductie (door protectionisme in de politiek)
-geen staatscontrole op de banken (schulden maken werd toegelaten)
-landbouwcrisis was nog niet overwonnen. (boeren konden geen afzetmarkt vormen en schulden niet afbetalen).
Gevolgen: -bedrijven en banken failliet
-hoge werkloosheid
-daling koopkracht NB: geen werkloosheidsuitkeringen


#1.4 President Roosevelt en de New Deal, 1933-1941 (45 FDR)
Hoover: crisis gaat vanzelf weer over.
Roosevelt: New Deal: geen doordacht en uitgewerkt plan, bestond uit:
- gemengde economie: regering dirigeren samen met vakbonden en het bedrijfsleven de economie
- daklozen en hongerigen helpen
- AAA: koopkracht boeren herstellen; schulden afbetalen, vaste landbouwprijzen, verplichte beperkte productie.
- staatscontrole op banken: gaf financieel Amerika weer vertrouwen.
- NRA: industrie; hogere lonen bij handhaving prijspeil.
- sociale wetgeving; pensioenregelingen, werklozensteun enz.
- openbare werken
Verzet vanuit conservatieve kring, moest worden aangepast.
Openbare werken boekten veel succes bv. TAV: om een gebied bewoonbaar te maken.
Regering leende om dit alles te kunnen financieren en zat met overheidstekort, had het er toch voor over.
New Deal: herstel en hervorming, het land moderniseren
Historici: oorlogsindustrie (1941 tegen Japan en Duitsland- Pearl Harbor) heeft definitief einde aan de crisis gemaakt.

* 2 Nederland tijdens het Interbellum
Verzuiling: organisatie op basis van levensbeschouwing op het gebied van onderwijs/politiek en maatschappelijk werk door katholieken, protestanten, liberalen en socialisten.
1918 verkiezingen gewonnen door RKSP, ARP, CHU., te danken aan algemeen kiesrecht.

* 2.1 Verzuiling
Partijen vormden strijdbare massaorganisaties tegen de neutrale, areligieuze en liberale staat.
VB. Schoolstrijd 1917: confessionelen krijgen gelijkstelling van het christelijk onderwijs met het openbaar onderwijs (subsidie). Na overwinnen trokken katholieken en protestanten zich terug.
De verscheidenheid van de groepen leidde tot gescheidenheid en uit elkaar groeien.(eigen tv, radio enz)
Zuilen zelf waren trots op dat isolement, aan de top werd trouwens wel samengewerkt.
1918 haalde SDAP ook winst; wilde hervormingen:
Isolement tegen burgelijke en kapitalistische samenleving. Zij vormden de 3e zuil in de samenleving:
antikoningsgezind, antimilitaristich, anticonfessioneel.

Liberalen teruggevallen, weinig verschil met conf. partijen:
-beiden wilden vrijemarkteconomie
-afwijzend tegen socialisme, communisme en fascisme
-voor de monarchie. NB: liberalen waren te zwak hervormingen door te voeren.

* 2.2 Sociale en economische veranderingen
Nederland was conservatief, maar werd gemoderniseerd. (partijen wilden zo weinig mogelijk hervorming)
- bevolkingsaantal steeg
- urbanisatie (trek naar steden)
- afgesloten van wereldeconomie door oorlog, meer zelfvoorzienend
- beroepsbevolking in agrarische sector daalde, industriele steeg
- agr. bedrijven goed voor export; veranderingen door rationalisatie en mechanisatie
- verkeer onderging veranderingen
Sociale gevolgen werden incidenteel bestreden; nog geen sociaal vangnet.
Confessionele-liberale kabinetten namen afstand van sociale hervorming. Hielden vast aan oude regels zoals Ongevallenwet, Leerplichtwet, Kinderarbeidverbod.
Ze lieten het sociale ‘gebouw’ aan werkgevers en vakbonden over.

*2.3 De crisis van de jaren dertig
Crisis bereikte Nederland in 1930.
- buitenlandse handel stagneerde, landen voerden hoge invoerrechten door (protectionisme)= agr. export werd zwaar getroffen.
- prijzen op wereldmarkt daalden fors, de kosten van tuinders en boeren bleven gelijk.
- devaluatie= import buitenlandse producten werd duurder. NL deed dat niet, het alternatief was om alleen te produceren voor de binnnenlandse markt. Dit werkte onvoldoende, omdat de totale koopkracht te laag was.
- werkloosheid steeg; geen sociaal vangnet.
Eerste paar jaar afwachtende houding; gaat vanzelf over.
1933 Landbouwcrisiswet: garantie van lonende prijzen en afzet van producten, omvang werd vastgesteld.
Geen groot plan, bestrijding werkloosheid kreeg geen hoge prioriteit: de staatsschuld mocht niet te hoog worden, er waren al extra uitgaven voor het leger (dreiging Hitler 1936)
1936 Devaluatie van de gulden, regering stabiliseerde prijsniveau. Definitieve overwinning van de crisis na de invoering van oorlogseconomie (mei 1940).

* 2.4 Nieuwe ideeën
SDAP had geen afdoende antwoord voor de crisis.
NVV: economische planning door staat is mogelijke oplossing.
SDAP: keerpunt in denken door machtsovername van Hitler die zusterpartij SPD had weggevaagd, zij had geen oplossing voor de crisis.
Stappen SDAP: -plan van aanpak voor de crisis/ -in regering op korte termijn.
1935 Plan van de Arbeid: industriele uitbreiding voor werkgelegenheid (openbare werken), betrok boeren en middenstand. SDAP veranderde van democratische volkspartij in socialistische arbeiderspartij.
1937 Nieuw programma: - acceptatie van de nationale gedachte/het koningschap/het pascifisme laten vallen en het steunen van nationale defensie.
Veel kritiek op parlementaire democratie uit de samenleving. Alternatieven door communisten, fascisten en nationaal-socialisten.
NSB 1931 Mussert: goede organisatie en campagnes.
Voor de verzuilde politiek waren zij een bedreigen, partijen gingen dan ook samenwerken tegen NSB.
NSB werd een rechts-radicale, onvaderlandse partij, de aanhang slonk en de partij raakte geisoleerd.

$ 3.1 Fascisme en nationaal-socialisme; introductie
Fascisme heeft 2 theorien:
1) reactie op opeenhoping van problemen (WOI, angst communisme, crisis enz.), dit dreef de mensen recht in de armen van politieke extremisten. Zal niet meer terugkeren.
2) reactie op gevoelens van onzekerheid en isolement. Als de crisis groot genoeg is en iemand dient zicha aan als sterkte leider onderwerpen mensen zich aan dictatuur. Kan steeds opnieuw voorkomen.

$3.2 De fascistische machtsovername in Italie
Italie was eerst neutraal maar na het Verdrag van Londen waren ze in oorlog tegen O-H.
Voorstanders waren: interventionisten (rechtse liberalen, nationalisten, linkse groepen. Dit was voor hen een oorlog tegen het Duitse imperialisme en militarisme.
Tegenstanders waren: neutralisten (socialisten, pascifisten, katholieken en een deel van de liberalen).
PSI (neutr+soc.) werd aangewezen als verantwoordelijk voor de nederlaag. Problemen:
- zwakke regeringen; inflatie niet onder controle
- conflicten landeigenaren en arbeiders
- geen doelgerichte politiek
- vredesregeling Vrede van St. Germain; gebiedsuitbreiding niet naar verwachting.
Mussolini 1919: knokploegen opgericht, die optraden tegen betaling of omdat ze iets oneerlijk vonden.
1921 PNF: -extreem nationalistisch, verheerlijking van geweld, propageren met het recht van de sterkste.
- democratie was in hun ogen corrupt.
- ex-frontsoldaten en productieve krachten moeten samen de leidende rol in Italie spelen.
- verwerping klassenstrijd, pascifisme en internationalisme van de PSI.
- punten van links: vakorganisaties moeten leidende rol spelen in economie, macht van het kapitaal beperken.
1922 Mars naar Rome. Uit angst voor een burgeroorlog verkreeg Mussolini de macht.

$3.3 Het fascistische Italie
1925 Mussolini kon niet meer worden afgezet en per decreet regeren.
Wilden een totalitair regime invoeren: een allesomvattende visie op het bestaan.
Opbouwen van economische orde waarin de tegenstellingen tussen arbeiders en eigenaren zou worden overbrugd. Corporatisme: arbeiders en werkgevers en de overheid spreken samen over arbeidsomstandigheden. Kenmerken corporatisme in Italie:
-corporaties werden gedomineerd door de partij en fascistische vakorganisaties
-poging corporatisme uit te bouwen tot coporatieve staat.
1929 Crisis trof Italie hard.
Mussolini begon openbare werken- staatsschuld steeg en de inflatie nam weer toe.
Fascisten wilden gebiedsuitbreiding en hun invloed vergroten ( op Middellandse Zee en Balkan).
Veel gebieden werden geannexeerd (Albanie, Albessinie)
Volkenbond besloot sancties tegen Italie, deze ging zich hierdoor economisch en politiek meer op Duitsland richten. Beiden hielpen Franco in Spaanse Burgeroorlog (1936-1939).
As Rome-Berlijn= bondgenootschap. Mussolini hoopte te kunnen profiteren van Duitse overwinning.
Aanvallen in Egypte en Griekenland mislukten, Duitsland schoot te hulp. Dit maakt Italie totaal afhankelijk.
Populariteit M. daalde door economische wanorde, de voortdurende oorlogen en het weinig populaire bondgenootschap met Duitsland.
1943 gearresteerd, ’45 gevangen genomen en vermoord. Einde van fascistisch regime van meer de 20 jaar.

$3.4 De Weimarrepubliek 1918-1923
1918 na vlucht van de keizer: parlementaire democratie. Verkiezingen gewonnen door sociaal-democraten, katholieken en liberalen. Problemen Weimarrepubliek:
- economisch: moeizame overschakeling van oorlogs- naar vredeseconomie, het werk vinden voor ex-soldaten, inflatie. Weimarrepubliek werd verantwoordelijk gehouden voor verdwijning financiele reserves van middenklasse.
- V.v.V: hoge herstelbetalingen, niet bereid nederlaag en verdrag te accepteren, wilden revisie. Ook verantwoordelijk voor gehouden.
- politiek geweld; soort van burgeroorlog. Soldaten en arbeidersraden opgericht, wilden van Duitsland radenrepubliek maken.
SPD: invoering parl. democratie, geleidelijke hervormingen, hadden vrijkorpsen.
Dit scheidde de Duitse socialisten in communisten en soc. democraten. Communisten vormden Spartakusopstand (1919), deze mislukte. Rechtse extremisten vermoordden politici.
1920 pleegde vrijkorpsen een staatgreep (Kapp-putsch) mislukte ook.
1923: dieptepunt, herstelbetalingen niet meer betalen. Fransen bezetten Roergebied, regering riep op tot staking en beloofde financiele steun= inflatie liep uit de hand, economie stortte in.

$3.5 Adolf Hitler en de NSDAP
In Wenen werd Hitler wantrouwend en vol haat en minachting jegens zijn medemensen.
Het leven was volgens hem een voortdurende wrede strijde waarin de sterksten alleen wonnen.
Het was een strijd tussen rassen; arisch (Duitse) ras: hoge prestaties op het gebied van kunst, wetenschap en het opbouwen van geordende samenlevingen.
Socialisme, kapitalisme, parl. democratie, vrije pers waren joodse instrumenten om verdeeldheid en chaos te creeren. De nederlaag van de oorlog wees hij tevens aan de joden toe.
1919 politicus van Duitse Arbeiderspartij ~ 1920 NSDAP
nov. 1923 greep naar de macht, die mislukte.

$3.6 Herstel en ineenstorting van de Weimarrepubliek
Herstelling crisis: inflatie beteugeld, met de Fransen overeenkomsten hervat van de herstelbetalingen en het terugtrekken van troepen uit het Roergebied. VS leende de Duitsland geld.
Verdrag van Locarno 1925: Fransen trokken zich terug uit het Rijnland.
1929 stortte de economie in de VS in, leningenstroom stopte~ Duitse economie stortte in, veel werklozen.
Economische crisis gaf NSDAP vleugels, Hilter in 1933 aan de macht.

$3.7 Arbeid in nationaal-socialistische staat
Slechts een minderheid van de arbeiders had op de NSDAP gestemd, en zij vreesden dan ook verzet. Socialisten en communisten werden opgepakt en in concentratiekampen opgesloten. Vakbondskantoren werden bezet en bezittingen in beslag genomen.
DAF: probeerde arbeiders voor het nationaal-socialisme te winnen. Daling werkloosheid door:
-omvangrijke publieke werken
-opbouw van leger
-wapenindustrie.
Voorzieningen op werk, feestavonden en vakanties werden o.a. door DAF aangeboden.
DAF was een instrument van een regime dat zich op een veroveringsoorlog voorbereidde.
Productienormen werden opgevoerd:
-verboden ontslag te nemen
-geen arbeidsverzuim, anders loon- of gevangenisstraf
Na het begin van de oorlog werden de tekorten op de arbeidsmarkt steeds groter.
Daarom gingen zij eerst over op het werve nvan mensen in bezette gebieden, daarna krijgsgevangeneen en tenslotte de onderworpen burgerbevolking.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.