Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Paragraaf 4.2 en 4.3

Beoordeling 7.6
Foto van Lieke
  • Samenvatting door Lieke
  • 1e klas havo/vwo | 599 woorden
  • 12 juni 2018
  • 22 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.6
  • 22 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

§4.2



Agrarische-urbane samenleving; maatschappij waarin de meeste mensen op het platteland wonen en van de landbouw leven, maar waarin er ook veel bloeiende steden zijn met kooplui en ambachtslieden.



Domein; landgoed dat wordt bewerkt volgens het hofstelsel.



Hofstelsel; Het systeem waarbij het ene landgoed (domein) direct door de heer wordt gebruikt en het andere deel wordt verpacht aan horige.



Horige; boer die gebonden is aan het domein waar hij een akker heeft.



Horigheid; de situatie van een horige.



Kerkvader; een van de mensen die in de eerste eeuwen van het christendom de leer van de christelijke kerk in hun boeken vastlegden.



Geestelijken; priester of kloostering.



Autarkie; toestand waar sprake is wanneer mensen zelfvoorzienend zijn.



Zelfvoorzienend; vrijwel alles wat nodig is om te leven.



Een domein werd beheert door een heer: een koning, edelman, bisschop of abt.



Het domein was in 2 stukken verdeeld, op 1 stuk was:




  • Stond een kasteel of klooster met de akkers van de heer.

  • Het werk werd gedaan door; de knechten en horigen van de heer.



Het andere deel van het domein was van de horigen (boeren) zelf. Om dit stuk land te betalen moesten ze verplicht een paar dagen op het land van de heer te werken. Ook moesten ze herendiensten verrichten, gebouwen van de heer te onderhouden.



De horigen waren geen eigendom van de heer maar ze waren wel gebonden aan de grond. Als het land verkocht werd, werd de horige mee verkocht.



Zonder toestemmening van de heer mochten de horigen niet zomaar het domein af.



Boeren konden op verschillende manieren in horigheid raken;



Sommigen waren bvb afstammelingen van slaven uit de romeinse tijd.’



Andere stamden af van vrije boeren de hun eigen grond hadden overgegeven aan een edelman of klooster, dit deden ze omdat:




  • Bescherming tegen geweld van invallers en roofridders.

  • In ruil voor voedsel, als een paar keer achter elkaar het oogsten was mislukt.



Bij het domein hoorde ook; weidegronden, bossen en moerassen.



Er was in een domein sprake van autarkie.



§4.3



Abt; hoofd van een klooster.



Kerstening; de verspreiding van het christendom.



Katholiek; behorend tot het deel van het christendom dat gehoorzaamt aan de bisschop van Rome: de paus.



In de vierde en vijfde eeuw had het christendom zich over het RR verspreidt. De leer van het christendom lag in het begin nog niet vast. De kerkvaders legden toen de belangrijkste ideeën en regels vast in hun boeken.



Strenge christenen trokken zich terug als kluizenaar. Anderen werden monnik of non, ze legden de gelofte af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid aan de abt.



Taken van kloosterlingen:




  • Boden onderdak aan reizigers.

  • Verpleegden zieke mensen.

  • Schreven boeken over.



Kloosters werden steeds rijker doordat koningen en edelen ze veel grond schonken (geven). De horigen deden daar het werk. Een abt was heilig, hij had eigen leenmannen.



De manier waarop de geestelijken leefden, verschilde van wat ze waren.



De monniken speelden een belangrijke rol bij de kerstening: de bekering tot het christendom.



De Germaanse volken die het vroegst met de romeinen in contact kwamen, bekeerden zich al snel tot het christendom.



Zo liet de Frankische koning Clovis zich in 496 katholiek dopen, samen met de meeste van zijn edelen. Veel franken volgden hierna, het christendom werd groter. Het verspreidde zich over heel Europa. Ook Clovis werd machtiger, hij kreeg namelijk door het dopen steun van Gallo-Romeinse bevolking.



Bij de Saksen en de Friezen ging het veel moeilijker. De franken, Saksen en de Friezen werkte samen met veroveringen maar de Saksen en de friezen verzette zich hevig om bij de christenen te horen.



Uiteindelijk werden de Saksen en de Friezen gedwongen om Christen te worden.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door Lieke