Doe mee met Markteffect's studiekeuze-onderzoek
Maakt niet uit of je je studie al gekozen hebt. Win één van de 200 (!) cadeaubonnen van €25

Meedoen

Module 6

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 3065 woorden
  • 12 november 2003
  • 31 keer beoordeeld
Cijfer 7.5
31 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
Check check, dubbelcheck!

Heb jij tweestapsverificatie al ingesteld op je accounts? Tweestapsverificatie is jouw tweede slot op de deur 🔐. Met tweestapsverificatie heb je 99,9 procent minder kans dat je account gehackt wordt. Check hoe jij je accounts beter kunt beveiligen!

Meer informatie
1 In de zeventiende eeuw dreef Nederland handel met Indonesië in specerijen. De VOC werd in 1602 opgericht om sterk te staan tegen concurrenten, de VOC kreeg het alleenrecht voor de handel met Indonesië. De VOC werd de machtigste handelaar in Indonesië. Ik de loop van de tijd werd het steeds belangrijker dat de VOC zich met het bestuur van Indonesië ging bemoeien. In Java leefde de bewoners in dorpsgemeenschappen die onder het gezag stonden van adellijke bestuurders die moesten gehoorzamen aan de vorst, het volk moest tienden van zijn oogst afstaan in ruil voor hulp bij misoogst. De havenvorsten maakten hun stad tot stapelmarkt, handelaren werden gedwongen hun waar daar te verkopen. Een ander woord voor koopheren is cargadoors. Portugese en Engelse kooplui op Sumatra, Java en de Molukken verzette zich fel tegen de groeiende Hollandse invloed. De compagnie versterkte haar verdragen door vredesverdragen, list of militaire kracht. Er ontstond onder de VOC behoefte aan bestuur in Indonesië, in 1610 werd de functie Gouverneur-generaal ingesteld, de hoogste bestuurder over zee. Jakarta werd Java. Jan pieterszoon Coen , gouverneur-generaal van 1619-1629 legde basis voor het latere monopolie op de handel in kruidnagels. Voor nootmuskaat liet hij de halve bevolking op de Bandeze eilanden uitroeien. Coen’s ideaal was een compagnie die de handel tussen India, Indonesië en de Chinese zee zou beheersen, dankzij zijn ideeën kwam de VOC tot grote bloei. In de loop van da achttiende eeuw werden Frankrijk en Engeland steeds machtiger in Europa en verloop Nederland macht. In 1780 raakte NL in oorlog met Engeland. Deze oorlog blokkeerde de directe verbinding tussen Nederland en de Indonesische archipel. Het VOC bestuur raakte in geldnood omdat het Nederlandse bestuur verbood de voorraden op de makt te verkopen. Er kwam een Frans – Nederlands verdrag zodat de republiek aan de kant van Frankrijk kwam te staan tijdens de Frans – Engelse oorlog. De pro Engelse stadhouder Willem V. werd in ballingschap naar Engeland gestuurd waar hij De brieven van Kew opstelde, daarin gaf hij de hollandse bewindhebbers in de Aziatische en West-Indische opdracht Engelse troepen en Engels gezag toe te laten, hij had als erfelijk opperbewindvoerder van de VOC dat recht. Hierdoor kwamen veel gebieden van het Indonesische archipel in Engelse handen. Alleen Java en enkele andere gebieden bleven onder Nederlands gezag. Op 24 december 1795 namen de Staten-Generaal het besluit de VOC op te heffen en het bestuur over te dragen aan een waarnemend comité. Op 1 maart 1796 hield de compagnie op te bestaan. In 1795 kwam de Bataafse republiek tot stand. Zij geloofden sterk in de idealen van de Franse revolutie. Vrijheid, gelijkheid, broederschap. In 1802 werd een werd er een commissie gevormd die een grondwet moesten ontwerpen voor de kolonie. Een conservatieve en een vooruitstrevende stroming stonden hierbij tegenover elkaar, er was echter niets vooruitstrevends terug te vinden. Maar een verandering was wel dat de politiek in het moederland voortaan bepaalde wat er in Indonesië ging gebeuren. In 1806 kwam er een einde aan de Bataafse republiek en stichtte Napoleon het Koninkrijk Holland. Nederland was een deel van Frankrijk geworden. Daendels werd door Napoleon gekozen als Gouverneur-generaal, hij mocht besturen over de VOC gebieden die nog niet veroverd waren door Engeland. Hij gaf Java een nieuwe politiek. Hij was tegen het Javaanse bestuur , alleen westers bestuur kon volgens hem voor meer welvaart binnen de bevolking zorgen. Hij ontnam Javaanse bestuurders gezag. Hij werd erg bekend door de aanleg van de grote postweg die door Java van west naar oost liep en die de aan en afvoer van verdedigingstroepen mogelijk moest maken. Hij maakte gebruik van herendiensten (slavernij) het Indonesische volk moest gehoorzamen aan de bestuurders. Daeldels optreden maakte hem bij veel mensen gehaat, men slaagde er in om Napoleon te overtuigen van de noodzaak van zijn ontslag. In 1811 kwam er een einde aan zijn bewind. De Nederlanders waren op den duur niet in staat Java tegenover de Engelse troepen te verdedigen. In 1811 Kwam het bestuur in handen van Raffles. Hij vond dat de grond van de koloniale overheid was dus Indonesische boeren moesten pacht betalen voor de grond. Zo werd volgens hem willekeur in de belastingheffing uitgesloten en kregen Javaanse bestuurders niet de kans een deel van de opbrengst in hun zak te steken. Zijn ideeën werden niet geaccepteerd door de Javaanse bevolking. In 1814 kwam Nederland met Engeland in overeenstemming en Nederland kreeg zijn voormalige overzeese bezittingen terug. Pas in 1816 was het koloniale gezag van Nederland hersteld, de bevolking verzette zich hier fel tegen, vooral in de Molukken omdat het vroegere Engelse bewind veel soepeler was. Onder leiding van Thomas matoelesia / Pattimoera werd het fort Duurstede veroverd, de bezetters werden gedood inclusief de nieuwe resident Van den Berg. Het eiland verzette zich tegen alles wat Nederlands was en Nederland moest heel hard ingrijpen om het verzet te breken, Matoelesia werd in het openbaar opgehangen. De toegenomen Hollandse bemoeienis was één van de aanleidingen van het uitbreken van de Java oorlog in 1825. Het Javaanse volk koos partij voor zijn vorsten. De leider van het verzet was Dipanegara een door NL achtergestelde prins. De strijd eindigde doordat de prins tijdens een onderhandeling gevangen werd genomen. Na deze vijfjarige oorlog het NL zijn gezag weer terug. In 1819 was Nederland nog positief over de opbrengsten van de kolonie maar al gauw ging de kolonie het moederland alleen maar geld kosten. In 1830 voerde NL het cultuurstelsel in. Hierin werden boeren verplicht delen van hun opbrengst af te staan voor de Nederlandse markt. De boer doet dit tegen een vergoeding, een plantloon. Bij misoogst zou hij schadeloos gesteld worden. Voor transport moesten grote wegen aangelegd worden, weer met behulp van herendiensten, het CS was een grote belasting voor de boeren. Voor Nederland was het CS een echte goudmijn, de opbrengsten bedroegen 30% van het staatsinkomen. Toch ontstond er kritiek op het CS, mensen gingen zich meer bekommeren om de situatie van de Javanen, ook economische kritiek speelde een rol en de grondwetswijziging. In 1890 kwam er definitief een einde aan het cultuurstel. Bovenaan staat de minister van koloniën, hij kan de gouverneur-generaal opdrachten geven. Een gouverneur heerst over een gouvernement de gouverneur moet verantwoording afleggen tegenover een gouverneur-generaal. Binnen het bestuur zijn verschillende departementen bijvoorbeeld het Binnenlands bestuur (BB) een bestuur bestond uit een Nederlands en een inheems bestuur. Het Indonesische bestuur is ondergeschikt aan het Nederlandse bestuur. De hoogste Indonesische bestuurder is de regent hij werd benoemd door de gouverneur-generaal. Hij had direct gezag over de bevolking. Een Europese bestuursambtenaar moest beschaafd, rechtvaardig en geduldig zijn. 2 Omstreeks 1870 begonnen particuliere kapitaal bezitters interesse te tonen om in Nederlands-Indië te beleggen. Gaandeweg werd N.I. een belangrijk afzet gebied. Ook ontstond er een grote militaire machtsontplooiing onder leiding van gouverneur-generaal van Heutsz. Zo kwam het Koninklijk nederlands-indisch leger tot stand. Binnen enkele jaren werden de laatste vrije vorsten onder Nederlands gezag gesteld. In 1910 was Nederlands-Indië staatkundig bijna geheel voltooid. Alle verschillende volken werden door één bestuur, geleid in Batavia en gesproken in het Nederlands en het Maleis, verenigt. Er ontstond een opkomst van de vrije ondernemer, dit begon al in 1870. De maatschappij kreeg een zakelijker gezicht. Overheidsondernemingen gingen over op particuliere zaken. Op Noord-Summatra ontwikkelde zich een tabakscultuur die uit heel europa ondernemers aantrok. Voor vervoer werd de koninklijke pakketvaar maatschappij opgezet. (KPM). Er waren op sommige plaatsen tekorten aan goedkope arbeidskrachten, zoals op Sumatra, er werden daarom Chinese koelies uit Mallaka geworven. Later trok men ook veel Javaanse arbeiders aan. De koelies werden als vee behandeld, door vrijheidsontneming en zware lichamelijke straffen. Deze periode leidde tot uitbreiding van allerlei overheidstaken. De politiek was liberaal, dat wil zeggen dat ze voor de vrije ondernemingen waren. Toen bij sommige bedrijven behoefte aan geschoold personeel ontstond ging de overheid de aandacht richten op verbetering van het onderwijs. Hetzelfde gold voor de gezondheids zorg. Tegen 1900 kreeg de politiek een steeds ethischer karakter. Door alle modernisering kregen steeds meer westerse mensen werk in Nederlands-Indië. Naar de overtuiging van de geschoolde- westerse mensen moest Nederland zijn schuld voor jarenlange uitbuiting en onderdrukking aan de Indonesiërs aflossen. De Indonesiërs moesten uit hun achterlijke positie bevrijd worden en tot ontwikkelde mensen worden opgevoed. De ethische ideeën werden door de overheid overgenomen. Er bestond wel onderwijs voor de kinderen van adel maar de Indonesische burgers werden nauwelijks onderwezen. Er werden Hollands-Indische scholen opgericht die aansloten op het westers middelbaar onderwijs. Ook werden er vormen van beroepsonderwijs en academisch onderwijs opgezet, bijvoorbeeld de Technische hogeschool Bandoeng. De ethische periode werd gekenmerkt door de enorme dadendrang en goede wil. Het was echter niet zo makkelijk, er kwam een tekort aan ongeschoolde goedkope arbeidskrachten en westerse industrieën zagen een bedreiging van hun export. Zo kreeg de overheid een moeilijke keuze tussen de ethische uitgangspunten en haar gebondenheid aan het Nederlands belang. Er vormde in de maatschappij een vorm van intellectuelen met kennis en de ontevredenheid over hun tweederangs positie ontwikkelde zich. Het Nationalisme ontwikkelde zich. Dit was ook te danken aan voorbeelden uit het buitenland, bijvoorbeeld de oorlog met Japan en Rusland bewees dat Aziaten Westersen kunnen verslaan. Bijvoorbeeld boedie oetomo (het schone streven) streefde naar een gelijkmatige ontwikkeling van de Javaanse bevolking. Ook was er de Indische partij die streefde naar gelijkgeid en samenwerking tussen alle bevolkingsgroepen. Deze partij had zich kritische uitgelaten over het koloniale gezag en de drie leiders werden toen verbannen naar Nederland. Één van de leiders teruggekomen uit de verbanning zetten de taman-siswascholen op. In deze scholen werd de jeugd behalve een combi van Indonesische cultuur en westers onderwijs ook nationalistische ideeën bijgebracht. De Sarekat Islam groeide tot een stroming met meer dan één miljoen leden, de partijkoers was anti-overheid. De overheid probeerden de activiteiten te verbieden. De Indisch sociaal democratische vereniging werd in 1914 opgericht door Sneevliet om de socialisten te verenigen en propaganda te verspreiden. In 1920 werden de “illegale” partijen omgedoopt in de PKI, de eerste communistische partij in Azië. De koloniale overheid probeerde het nationalisme te bestrijden. De ethische plannen konden vaak niet waargemaakt worden door conservatieve Nederlandse tegenstand. De wereldcrisis van de jaren dertig maakte een einde aan de welvaart. Ethische verwachtingen verdwenen. Het bedrijfsleven en de overheidsfaciliteiten werden zwaar getroffen. De conservatieve, ethiek verafschuwende Gouverneur-generaal De Jonge was de koning der bezuinigingen in die tijd. Door alle bezuinigingen heerste onder bijna íedere groep ontevredenheid. Omstreeks 1927 kwam er een nieuwe groep Indonesische nationalisten met drie duidelijke doelen – van alle nationalistische stromingen één beweging maken / iedere medewerking aan de koloniale overheid weigeren / onafhankelijkheid van Indonesië doorvoeren. Belangrijk was de pni de Indonesische nationale partij. Onder leiding van Mohammed Hatta en Soekarno. In de pni was Soekarno de leidersfiguur en redenaar. Het pni was een goede manier om nationalisten te winnen. Soekarno werd al snel opgepakt en kreeg vier jaar gevangenisstraf. Deze straf maakte Soekarno tot martelaar voor deze zaak. Hij had, terug gekomen uit de gevangenis concurenten gekregen. Tussen 1932 en 1933 maakte gouverneur-generaal De Jonge met harde hand een einde aan de acties van de Nationalisten. Veel mensen werden verbannen of kwamen in een concentratiekamp terecht. Het nationalisme ging echter gewoon door en Nationalisten gingen zich verkiesbaar stellen in de volksraad. De volksraad vroeg om een conferentie tussen vertegenwoordigers van Nederland en Nederlands-Indië. Op basis van gelijke rechten zouden zij een plan moeten opstellen om NI binnen tien jaar zelfstandigheid te verlenen. Men nam dit aan maar de termijn van tien jaar werd geschrapt. De Nederlandse regering wees dit echter in 1938 af, zij vond dat Indië nog niet rijp was voor zelfstandigheid. De volksraad pikte dit niet en ging propaganda voeren voor een volwaarding Indonesisch parlementair bestuur. Gouverneur-generaal Van Stakenborg Stachthouwer maakte na het uitbreken van de Wo2 duidelijk dat er geen sprake kon zijn van staatsrechtelijke verandering vóór het uitbreken van de oorlog. Sinds de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkelde Japan zich tot een economisch en militair krachtige staat. Japan streefde voortdurend om invloed op Azië te vergroten. Die deiging werd voortdurend gevoeld, ook in Nederlands-Indië. Japan vond dat NI bij hun zuid-oost azië moest gaan horen. De aanval van Japan op Pearl Harbor, Malakka en Hongkong betekende voor Nederlands-Indië het begin van de oorlg. Het KNIL gaf zich onvoorwaardelijk over en half maart was geheel Nederlands-Indië (met uitzondering van het binnenlandse Nieuw-Guinea) in Japanse handen.
3 Het ideaal van Japan was leiderschap over Azië. De bezetters lieten de nationalisten best vrij en hoopte op die manier meer steun van de Indonesiërs te krijgen in de oorlog. Indonesische leiders haalden hun landgenoten over tot slavenarbeid, er kwamen honderdduizenden romoesja’s om in de oorlog. Al snel bleek het leven lang niet zo fijn te zijn als de Japanse propaganda beloofde. De japanners eisten zoveel rijst op dat er dat er alleen op Java al tweemiljoen mensen stierven van de honger. De Nederlanders zaten opgesloten in kampen en de Indonesiërs namen hun banen over, dit verstrekte zelfvertrouwen. In 1942 bevonden zich ongeveer 40 000 Nederlanders in Japanse kampen. Indonesische KNIL millitairen kregen op de verjaardag van de Japanse keizer hun vrijheid terug. Dat gold niet voor de molukkers omdat Japan vond dat ze tot handlangers van Nederland behoorden. Ook Indo-europeaanse krijgsgevangenen bleven vast zitten en ongeveer 110 000 Nederlandse burgers. Als een Indo-europeaan zijn Indonesische afstamming kon tonen hoefde hij niet in een kamp. Wie zich niet aan de regels hield kon zelfs de doodstraf krijgen. De medische zorg was minimaal, voor kleding werd niet gezorgd en de gebouwen niet onderhouden. Eind ’43 werden de kampen geleid door het leger en verslechterde de situatie, er braken epidemieën uit. Na de oorlog was eenvijfde van de krijgsgevangenen en eenzesde van de burgers in de kampen omgekomen. Op 7 september 1944 kreeg Indonesië onafhankelijkheid toegezegd. Na de atoombom op Heroshima vormde Japan een comité ter voorbereiding van de Indonesische onafhankelijkheid. Soekarno en Hatta werden voorzitter. Op 18 augustus zouden ze onafhankelijk worden maar daar kwam niets van terecht omdat Amerika Japan verantwoordelijk stelde voor de orde in Indonesië. Uiteindelijk kwamen de tot overeenstemming dat er onafhankelijkheid uitgeroepen kon worden als de Japanners er maar niets van wisten en de rust en orde gehandhaafd kon blijven. De angst dat de onafhankelijkheid niet door Europa erkend kon worden wekte agressie op bij de jongeren, veel leden van pro-Nederlandse bevolkingsgroepen werden vermoord. Toen Japan zich overgegeven had en Indonesië onafhankelijkheid gegeven had, zag Nederland zijn kans het oude gezag te herstellen. Maar Nederland was afhankelijk van de geallieerden vooral de Engelsen. Eind september 1945 kwamen de Engelsen aan in Batavia zij moesten de orde herstellen en de Japanners ontwapenen. Ook luitenant gouverneur-generaal van Mook, Nederlands hoogste bestuurder in NI arriveerde met zijn medewerkers. Overal in Batavia (Jakarta) waren anti Nederlandse teksten op muren gekalkt. De Engelsen stonden sympathiek tegenover de jonge staat maar erkende ten slotte toch Nederlands gezag op voorwaarde van onderhandeling over de toekomst van het land. Ook de VS wilde geen herstel van de koloniale verhoudingen, hiermee moest NL rekening houden omdat ze de steun van de naoorlogse wederopbouw niet wilde verspelen. Van Mook kwam met het idee de Verenigde staten van Indonesië op te zetten (VSI). Geplande deelstaten waren Borneo, Sumatra en Oost-Indonesië. De volgende besprekingen van Van Mook mislukte door meningsverschillen. Hierdoor verslechterde de verhouding Nederland – Indonesische republiek. In 1946 werd in Den Pasar de deelstaat Oost-Indonesië opgericht. De hervatte onderhandelingen leverden het akkoord van linggadjati op (15 nov. 1964). De belangrijkest besluiten waren dat Nl ging meewerken aan een VSI, en dat de republiek zou bestaan uit Borneo, Oost-Indië, suriname, curaçao. Zij zouden samen een unie vormen met als hoofd de Nederlandse koningin. De Nederlanders wilden eerst overleggen voordat ze het akkoord zouden tekenen. In maart 1947 gingen ook de republikeinen akkoord. Van het uitvoeren van het akkoord kwam echter niet veel, de regels werden geschonden en Nederland kreeg zijn twijfels over het uitvoeren van het akkoord. Het koste alleen maar geld en de economische toestand was allerberoerdst. Er werd besloten een politionele actie tegen de republiek te voeren. Ze veroverde belangrijke industrie en plantage gebieden en hoopten zo de Nederlandse schatkist weer aan te vullen. Den Haag verbood verovering van het republikeinse regeringscentrum, die verovering zou een breuk zijn tussen de partijen KVP en PvdA. De VN stelde een commissie van goede diensten in die moest bemiddelen. Van Mook stelde een regiring voor waarbij ze de republiek niet zouden opnemen, de minister Stikker van buitenlandse zaken was het daar niet mee eens, hij vreesde een groot militair conflict. Nederland wilde dat de republikeinen hun schending van de wapenstilstand beëindigde maar dit lukte niet. Bij de tweede politionele actie veroverde NL een deel van het republikeinse gebied. Deze acties hadden de positie van Nederland internationaal verzwakt. Na de tweede actie ontstond er een patstelling tussen de Nederlandse -en Indonesische troepen. De oorlog koste 2500 Nederlandse en 100 000 Indonesische militairen het leven. Wegens de grote internationale druk moest Nederland opnieuw onderhandelen en de Indonesische leiders vrijlaten. Er werd besloten om een rondetafelconferentie te houden in Den Haag waar onvoorwaardelijke soevereiniteit aan de VS van Indonesië werd overgedragen. Er werden voorwaarden opgesteld waarop Nederland en de VS van Indonesië uit elkaar zouden gaan. Er werd gepraat over externe zelfschikking als een land niet bij de VSI wilde horen maar er toch door een staatskundig verband verbonden willen blijven. Indonesië wilde geen externe zelfschikking toestaan. Nieuw-Guinea bleef voorlopig buiten de soevereiniteitsoverdracht, zo konden beide partijen in de tweede kamer de grondwet wijzigen. Op 27 december 1949 vond in het paleis op de Dam die overdracht plaats maar de strijd tussen Nederland en Indonesië was nog niet afgelopen, die eindigde pas in 1962 bij het einde van het Nederlands gezag over Nieuw-Guinea. Uit onteverede over het nieuwe beleid van soekarno en het kwijt zijn van Nederlands-Indië wilden zij eerst Nieuw-Guinea niet terug geven, het groeide uit tot een groot conflict, de Verenigde staten ging zich ermee bemoeien, NL gaf Nieuw-Guinea aan de VN en die droegen het binnen een jaar over aan Indonesië. Indonesië plaatste en een hoog tempo deelstaten onder haar gezag, zo kwamen er bepaalde bevolkingsgroepen zoals de zuid Molukkers in de problemen, zij dachten dan Jakarta een poging deed hun gebied te overheersen, zij voelden zich in de steek gelaten door Nederland. In 1950 werd het KNIL opgeheven. In 1950 spande de Molukkers een kort geding aan tegen Nederland omdat ze niet bij Indonesië wilde horen, dit wonnen ze en de Molukkers mochten met hun gezinnen naar Nederland komen. Tussen 1946 en 1964 kwamen ruim 300 000 Indo-europeanen naar Nederland, zij hadden slechte maatschappelijke vooruitzichten in Indonesië. In het begin spraken de Indo-europeanen niet veel over hun verleden, maar na de derde generatie ontstond er behoefte aan eigen “roots”.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.