Module 12 Islam

Beoordeling 6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 2855 woorden
  • 21 mei 2005
  • 68 keer beoordeeld
  • Cijfer 6
  • 68 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Help nu jouw favoriete goede doel door jouw mening te geven!

Hoe? Heel simpel. Geef je op voor het panel van Young Impact en geef jouw mening over diverse onderwerpen zoals gelijke kansen, diversiteit of het klimaat. Voor iedere ingevulde vragenlijst (+/- 1 per maand) ontvang je een bedrag dat je direct mag doneren aan een goed doel naar keuze. Goed doen was nog nooit zo easy!

Meld je aan!
Hoofdstuk 1 Het verleden van de islam.
‘Hoe ontstond de islam en wat houdt de islam in?’
De moskee van Cordoba is de grootste buiten het Midden-Oosten. Model voor alle moskeen staat het paleis van een welgestelde handelaar uit Arabie uit ongeveer 600, Mohammed, de stichter van de Islam. Mohammed verzamelde zijn 1e volgelingen op binnenplaats van die moskee. Hij moest binnenplaats overdekken vanwege hitte, zo ontstond de eigenlijke moskee: rechthoekig, aan alle zijden afgesloten overdekte ruimte.

1.1 Geboorte van een wereldsgodsdienst.
Mohammed werd omstreeks 570 geboren in Mekka. Hij behoorde tot de stam die de macht had in Mekka. In Mekka was de ka’ba: een zwarte meteoriet die door alle Arabische stammen werd vereerd. Hierin waren ze het met elkaar eens, maar verder geloofden ze in meerdere regionale en lokale goden en godinnen. Hun geloof was dus polytheïstisch.

Mekka was het knooppunt van handsstromen, vanuit China en India werden specerijen/parfums etc over de Indische oceaan aangevoerd en in Zuid-Arabie aan land gebracht. Door de woestijn werd dit getransporteerd via Mekka naar Middellandse-Zeegebied. Ook Mohammed werd handelaar, in dienst van Chadieja. Hij reisde naar Egypte, Palestina en Syrië, gebieden die bij Romeinse of Byzantijnse rijk hoorden. Hij kwam in contact met christenen en joden. Byzantijnse rijk = christelijk en overal langs Middellandse Zee waren joden. Romeinen hadden joden na grote opstand tegen Romeins gezag in 70 verspreid over het Romeinse Rijk. Mohammed bewonderde beide geloven omdat ze maar 1 god kenden, monotheïsme. Hij kreeg in de bergen rond Mekka visioenen. Daar verscheen de engel Gabriel aan hem, die gaf hem een boodschap van God, die hij onder Arabieren moest verspreiden. Allah, Arabische woord voor God, is de enige en almachtige god. God vraagt dankbaarheid van mens in vorm van gebed en zorg voor armen. Dit samen is de islaam: overgave aan god. Doe je dit, kom je in het paradijs, anders in de hel. Mohammed was vanaf zijn ontmoeting met Gabriel een profeet van God. De verzameling openbaringen staat in de Koran. Dit heilige geschrift bevat de beste versie van Gods boodschap, beter dan bijbel.
Mohammeds boodschap kreeg veel weerstand van leiders van Mekka. Zijn woorden waren bedreiging voor positie van Arabische stamhoofden. Hij gaf volgens hen teveel aan dacht aan zwakkeren, en beruste de macht van lokale leiders op het geloof en de goden van de eigen stam. Ze bestreden hem uit religieuze en politieke motieven. Daarom verliet Mohammed Mekka in 622, met 70 volgelingen naar Medina. Deze gebeurtenis heet de Hidjra (Arabisch voor migratie) en geld als begin van Arabische jaartelling. Daar vormde hij de 1e gemeenschap van moslims, de oemma. Oemma werd nieuwe politieke eenheid die oude stammenstructuur doorbrak. Ruzies werden voorgelegd aan profeet, en ze steunden elkaar. De moslims startten vanuit Medina een Djihaad (heilige oorlog) om Mekka te veroveren, anders was het geloof ten dode, zonder de leiders. Het lukte, en de meeste inwoners gingen over op islam. Ka’ba werd plek van centraal heiligdom van islam. In aansluiting op het verwijderen van de beelden van de oude goden, verbood Mohammed om ooit nog afbeeldingen van mensen/dieren te maken, konden oude goden voorstellen en zo kon er misschien nieuwe godsdienstige verdeeldheid komen. Het hele Arabische schiereiland werd bekeerd. In 632 stierf Mohammed. Hij had aan wieg gestaan van een nieuwe godsdienst die groot deel van de wereld in de greep zou krijgen, en hij zorgde voor eenheid onder de Arabieren.
Wat houdt de islam in?
De koran bestaat, uit een vrij compacte tekst vergeleken met de bijbel, opgebouwd uit 114 soera’s die weer verdeeld zijn in verzen. De kortste telt 3 verzen, de langste 287. De volgorde van de soera’s is niet chronologisch en thematische indeling is er ook niet. Koran is meer dan religieus boek, het is te vergelijken met de persoon Jezus Christus, als zoon van god in christendom. Koran ligt meestal op een aparte lessenaar of boven de deur. Er zijn nog meer boeken over doen en laten van de profeet: de Soenna (uitspraken over doen en laten van profeet in boeken). Tenslotte nog regels en voorschriften van de rechtsregels uit de 7e eeuw, de Sjarie’a. Daaronder zijn ook wetten die in moderne eeuw nogal wreed over komen. Weinig landen waar dit dan ook letterlijk wordt toegepast (hand afhakken etc.). Koran + Soenna + Sjarie’a = geloofsleer van de islam.
5 zuilen. = Belangrijkste voorschriften voor individuele gelovige.
- 1e zuil: geloofsgetuigenis, de shahada. (Er is geen andere god dan Allah, en Mohammed is zijn profeet).
- 2e zuil: het gebed, de salaat. 5 gebeden per dag, tijden afhankelijk van zonnestand, altijd in richting van ka’ba. Vrijdags wekelijks gebed in moskee, meestal alleen mannen. Mannen + vrouwen bidden afscheidelijk van elkaar. Vrijdagmiddag gebed vooraf gegaan door imam, de gebedsvoorganger. Preek gaat over sociale ethische en religieuze aspecten van leven. Preek in taal van land, gebed uit soera’s uit koran geciteerd. Voor gebed moet men zich reinigen, en tijdens gebed is het hoofd bedekt.
- 3e zuil: Vasten, de Ramadan. Van zonsopgang tot zonsondergang niet eten/drinken en roken en geen seks. In 9e maand van islamitische kalender. In die maand was ook openbaring van koran aan Mohammed. Jaar is gebaseerd op maandstand, dus verschuift ieder jaar 11 dagen. Vasten verdiept het spirituele leven en je ervaart solidariteit met minderbedeelden, ook meer aan liefdadigheid tijdens Ramadan. Afgesloten met Id al-fitr, het suikerfeest. Offerfeest is ook belangrijk, gehoorzaamheid van Abraham aan God herdacht. Hij moest zoon Ismael offeren van god, wilde dat doen, maar mocht hem vervangen voor een schaap. Veel moslims laten schaap slachten met offerfeest voor familie en armen. 70 dagen na Ramadan. Valt samen met pelgrimstocht naar de Mekka.

- 4e zuil: de Hadj, pelgrimstocht naar Mekka. Iedere moslim doet dat 1 keer in zijn leven als mogelijk is. (lichamelijk + financieel).
- 5e zuil: solidariteit met de armen, de Zakaat. Ook wel religieuze belasting.
Ook zijn er verboden, bijvoorbeeld verbod op eten van varkensvlees, dat is onrein, veel ziektes overgedragen. Ook alcohol, drugs en gokken is verboden.

1.2: Levensregels en verdeeldheid.
Islam heeft ook besnijdenis, van oudsher hygiënische functie, maar religieus vooral gezien als moment waarop jongen volwaardig toetreedt tot islamitische geloof. Het is dan ook een feest.
Het gezin is de hoeksteen in de islam. Huwelijk is noodzakelijk voor een gezin, seks voor en buiten huwelijk is verboden. Maagdelijkheid voor huwelijk is belangrijk. Meisjes moeten maagd blijven, mannen niet zo erg als niet zo is. Het is traditie bebloed laken buiten te hangen na huwelijksnacht.
Ook is polygamie voor mannen toegestaan, hij mag max. 4 vrouwen trouwen, als hij ze kan onderhouden. Lang niet overal toegestaan, zeker in westen niet.
In geloofsbeleving zijn mannen en vrouwen wel gelijk. Uit de wetten van de tijd van Mohammed was dit niet zo. De taak van vrouwen is opvoeding van de kinderen en het huishouden. De man is het hoofd van gezin en verantwoordelijk voor de onderhoud. Voor mannen makkelijker te scheiden dan voor vrouwen. Ook begrafenis heeft regels en rituelen. In graf gelegd met gezicht naar Mekka. Liever in witte lijkdoeken dan in een kist, zo is iedereen gelijk tegenover God. De begrafenis zo snel mogelijk na overlijden. Crematie is verboden.
Verdeeldheid.
Nadat Mohammed in Mekka was teruggekeerd werd er een poging gedaan om heel het Arabische schiereiland tot islam te bekeren. Hierbij kwamen de leden van Mohammeds Mekkaanse elite op machtige posities. Zij genoten van hun macht en grote rijkdom. Dit leidde tot protest bij 1e volgelingen van profeet. Dit was in strijd met de beginselen van solidariteit. Hun leider werd Ali, neef en schoonzoon van Mohammed. Van 656 tot 661 bekleedde hij de functie van de opvolger van profeet, de kalief. Zijn aanhangers ontwikkelden zich tot sji-ietische stroming onder de moslims, genoemd naar partij van Ali (sji’at Ali). Volgens hen waren alleen Ali en nakomelingen de rechtmatige opvolgers van de profeet, omdat Mohammed dit gewild had. Deze groep is in minderheid. Ze woonden vooral in Zuid-Irak en Libanon. In 16e eeuw werd sji’isme ingevoerd tot staatsgodsdienst. Latere kaliefs vertegenwoordigden de soennitische islam. Aanhangers daarvan, baseren hun geloof op koran en soenna.

Hoofdstuk 2. Van Mekka tot Wenen.

’Hoe groeide de islam uit tot een wereldgodsdienst?’
Toen Mohammed stierf in 632 kwam er een crisis op Arabische schiereiland. Men besloot de secretaris van Mohammed tot zijn kalief (opvolger) te benoemen. De 1e serie kaliefen hadden Mohammed nog gekend. De kaliefen begonnen aan een grote expansie ten koste van Oost-Romeinse/Byzantijnse Rijk en dat van de Perzen. Tussen 632 en 650 veroverden ze Egypte, Palestina, Syrie, Irak en Iran. Toen de Egyptische havenstand Alexandrie in handen van Arabieren viel, besloten zij het schip van de woestijn te verruilen voor echte schepen. Arabische vloten waagden zich op Middellandse Zee, en veroverden noordkust van Afrika. Ze vormden een bedreiging voor Italie van de paus, en Spanje, maar ook voor hart van Byzantijnse Rijk. Het lukte de Arabieren niet om Constantinopel, (Byzantium) in te nemen. Rond 700 kwamen de Arabieren in Spanje en bouwden ze de Cordoba. Ze stonden in 732 voor Poitiers in Zuid-Frankrijk. Daar werden ze tegengehouden door Karel Martel. Ze moesten zich terug trekken tot in Spanje. Nu begon de strijd van de christenen om ze uit Spanje te krijgen. Dat ging dmv. Gewapende pelgrimstochten, afgeleid van voetreizen van christenen naar heilige plaatsen. In Spanje kreeg het karakter van een veldtocht. De herovering van Spanje, de reconquista, werd voltooid in 1492. Via veroveringen bereikte de islam ook India, China en Indonesie.
Motieven van verovering door Islamieten:
1. Toen de islam de stammen verbonden hadden voelden ze zich sterk. De groei van bevolking in onvruchtbare woestijn was motief: er was meer ruimte nodig.
2. Het religieuze motief was belangrijker: de islam gaf gevoel van onderlinge verbondenheid en gaf een heilig doel: het geloof brengen aan ongelovigen. Oorlog was onderdeel van hun geloof, jihad. Ze hadden veel aan hun jarenlange ervaringen met onderlinge woestijnoorlogen. Daardoor doorzettingsvermogen en hardheid.
Waarom zo weinig weerstand?
1. Perzische en Byzantijnse Rijk: het centrale bestuur was verzwakt en had niet macht om grenzen te verdedigen.
2. Nieuwe heersers lieten plaatselijke bestuur intact, en bemoeiden zich alleen met het bestuur van hun eigen import, ambtenaren en soldaten.
3. De troepen werden gelegerd gescheiden van de oorspronkelijke bevolking.
4. t.a.v. joden en christenen waren de Arabieren tolerant, ze mochten, onder voorwaarden, hun eigen geloof blijven houden.
Deze rijtjes waren de succesfactoren van de opmars van de islam. Moslims zagen joden en christenen als volkeren van het boek, omdat zij net als de moslims in 1 god geloofden, en beschikten over een heilig schrift, ze erkenden de superieure positie van moslims en accepteerden ondergeschikte positie. Joden en christen betaalden speciale belasting en mochten niet optreden als getuigen. Ze moesten ook herkenningsteken op hun kleren dragen, en mochten alleen maar ezels berijden. Hun kerken mochten niet hoger zijn dan de moskees.
Zowel joden als christenen speelden in het bestuur van de islamitische rijken een rol als bestuursambtenaar, veel macht dus.
Christenen trokken van oudsher naar heilige land, bijv. Jerusalem. Toen de Arabieren Palestina veroverden, veranderde dat niet. Ze stonden de pelgrimstochten toe.
Aanhangers van polytheïstisch geloven moesten zich bekeren, anders werden ze gedood. Ook plaatselijke bevolking werd zo gedwongen, door lagere belasting voor moslims in te stellen.
Alleen Arabieren konden hoge posities betreden. Op ten duur namen de volkeren dan ook Arabische taal en islam over. In Iran nam men wel nieuwe religie aan, maar bleef men Perzisch spreken. Dit gebeurde ook in Afrika, waar de Berbers eigen taal hielden.

2.2 Turken en kruistochten.
Uit Centraal-Azie kwamen Turkse sprekende stammen die de islam aannamen. 1 van de Turks sprekende stammen, de Osmanen, hadden een efficiënt militair systeem waarbij overwonnen bevolkingsgroepen als slaven werden ingezet om nieuwe gebieden te veroveren. Pas bekeerden vertoonden het gedrag radicaler te zijn dan hun meesters. Nu veranderde de pelgrimages van christenen drastisch. Alle bezittingen van de christenen werden opgeëist. Toen de paus in Rome dit hoorde riep hij op tot bewapende pelgrimstocht, een peregratio. Men moest kruisje op kleding doen, vandaar later de naam kruistochten. Periode van oorlogen tussen christenen en islamieten kwam. Van 1096 tot 1291. De oorlogen leverden de christenen weinig op en de macht van islam in Midden-Oosten werd niet aangetast. De Turken herstelden de politieke eenheid in het islamitische gebied. In 1493 veroverden ze Constantinopel, daarvoor hoofdstad van Romeinse Rijk. Het werd omgedoopt tot Istanbul en werd hoofdstad van Turkse/Osmaanse Rijk. Bleef bestaan tot na WO1, bestuurd door een sultan.

2.3 Ondergang van Turkse Rijk
In 16e eeuw was er in Istanbul een gilde van boekverluchters. Fijnschilders die heilige teksten van versieringen voorzagen. Ze waren jaloers op de kunstenaars in Noord-Italie die beelden met perspectief konden schilderen en tekenen. Ze mochten van hun geloof niet verder gaan dan schetsmatige afbeeldingen. Roman ‘Ik heet Karmozijn’ van Ohran Pakun ging hierover. Het lukte de Turken inderdaad tot ver over de Balkan en Oost-Europa te dringen. In 1663 werden ze echter bij de Donau, bij Wenen, tot stilstand gebracht. Het argument van de fijnschrijver over de zwakte van het westen gelde toen niet meer. Nadat belegering van Wenen niets opleverde, begon het Turkse Rijk achterop te raken bij de Europese naties. De achterstand werd groter na de industrialisatie in Europa in 18e en 19e eeuw.
Van 1798-1799 verbleven Franse troepen olv. Napoleon in Egypte, onderdeel van Turkse Rijk. Vanaf dat moment kwam de belangstelling van het westen voor de cultuur van de landen van de islam. Dankzij de militaire successen van de Franse generaal drong voor het eerst door dat enige kennis van de militair superieure westerse cultuur nodig was. Het centrale bestuur van Turkse/ Osmaanse Rijk was zwak, de Europezen wilden hun invloedssfeer uitbreiden. Grote blamage voor de sultan was de aanleg van het Suezkanaal in 1869. Olv. Ferdinand de Lesseps bouwden en financierden de Fransen op strategische plek in zijn Rijk een kanaal waar vooral westerse vloten van zouden profiteren. Later kregen de Engelsen de overhand in Egypte. De spanning groeide hierna zo dat het in 1882 zelfs tot veldslag kwam tussen de Britten en Egyptische(osmaanse) troepen. Egypte kwam onder bestuur van Brits bestuur te staan.
In 1898 bracht Duitse keizer Wilhelm II bezoek aan Istanbul. Hij werd door de sultan met pracht en praal ontvangen. Hij kon toen steun van Duitsers goed gebruiken. Hij kon nauwelijks macht meer handhaven. Voor veel Turken was de Duitse steun een zegen. Voor veel Arabische moslims was dit echter onverteerbaar. Een christelijke vorst steunde de Turkse sultan die zij als onderdrukker zagen. Dit was een bewijs dat de sultan niet deugde: hij kon het niet alleen af en hij had zich afhankelijk gemaakt van een ongelovige uit het Westen. De sultan was ook een kalief, hij was dus ook leider van 70% van zijn onderdanen die islamitisch waren. Het is opvallend hoe weinig belangstelling de Turkse machthebbers hadden voor het Westen. De technologische vernieuwingen, drongen hier niet door. Dat zette het Osmaanse Rijk op nog meer afstand bij Europa. In WO I koos de sultan de kant van de Centralen, DLD en O-H. Hij riep zelfs op toen oorlog dreigde tot oorlog tegen Engeland, Frankrijk en Rusland. Dat was gevaarlijk, want daar woonden ook tientallen miljoenen moslims. Daarom benaderden de Britten de Arabieren, die het niet eens waren met de sultan.
2 heersersfamilies, in het huidige Saoedi-Arabië, Ibn Saoed en de Hasjmieten, werden daarvoor uitgekozen. De engelse Lawrence of Arabia kleedde zich als Arabier, sprak arabisch en had bewondering voor die cultuur werd erg beroemd. Britten beloofden de familie onafhankelijkheid als ze hun steunden in de oorlog. De Arabieren vochten mee. Wat ze niet wisten was dat Frankrijk en Engeland het Osmaanse Rijk al onderverdeeld hadden, nog voor VvV. Vandaar dat 1920, het jaar waarin de vredesplannen werden uitgevoerd, het rampjaar in Arabische geschiedenis heet.

Aantekeningen:

Natuurlijke situatie: vooral woestijn, men trekt van oase naar oase. Vruchtbaar gebied dat er is wordt altijd om gevochten. Rest van mensen geliefden nomadisch bestaan, inkomen werd vergroot door de handel. Handelaars trokken van Indie door M-O naar Europa. Die hadden plaatsen nodig om eten + water te halen, op die weg lagen de grote plaatsen.
Er was nooit echt politieke eenheid geweest:
- Men woonde verspreid in oases.
- Geen duidelijke grenzen (middeleeuwen)
Ook geen religieuze eenheid:
- Men behoorde tot stammen met eigen geloof. Stam was ‘politieke’ eenheid.
- Geen politieke eenheid.
Dit verandert allemaal met de komst van Mohammed.
Soenna te vergelijken met het Nieuwe Testament.
Binnen de christelijke kerk is er altijd iets waar je in geloofd, bijv de paus. Moslims hebben dat niet, daardoor veel verschillen.
Gevolg oemma  stam structuren worden doorbroken.
90% soennieten, 10% sjiieten.
Soennieten:
- Opvolger van Mohammed (Kalief) mocht uit hele stam van Mohammed komen.
- Baseren geloof op 3 geloofsleren, koran, soenna en sjarie’a.
- Geestelijke leiders zijn alleen maar leiders van vrijdagavond gebed (imam) en dus NIET politiek.

Sjiieten:
- opvolger van Mohammed (Kalief) uit directe familie van Mohammed.
- Naast soenna, koran en sjarie’a baseren ze geloof ook op imam (zal terugkeren als verlosser, madie)
- Geestelijken zijn belangrijk, ook wereldlijke macht, gezien als plaatsvervangers van echte imam/kalief.

In Irak 60% sjiieten, 20% soennieten, probleem is dat soennieten in de minderheid zijn, maar wel de belangrijkste functies hebben. Soennieten dus meer ontwikkelt. In Iran gingen de Sjiieten de Chomeini als de madi zien.
- Saoedi–Arabie: Eerste onafhankelijke Arabische staat op het Arabische schiereiland na de teloorgang van het Turkse Rijk.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

G.

G.

waar slaat dit op maak een betere verslag er is informatie wat niet waar is

10 jaar geleden