Met de loep op Lancashire

Beoordeling 7.6
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 2647 woorden
  • 4 mei 2004
  • 13 keer beoordeeld
Cijfer 7.6
13 keer beoordeeld

ADVERTENTIE
Interesse in een creatieve of digitale opleiding, maar nog geen keuze gemaakt?

Doe nu de keuzetest en ontdek welke 2- of 4-jarige opleiding bij jou past binnen media, communicatie, design of tech. Vergelijk en maak makkelijker je keuze. Inschrijven kan tot 1 juli.

Naar de keuzetest
Examenstof Geschiedenis ‘Met de loep op Lancashire’
1. Lancashire aan de vooravond van de industriële revolutie

Wat waren de belangrijkste kenmerken van de samenleving in Lancashire rond 1750?
Rond 1750 leefden er vooral boeren. Tussen de rivieren, beken en moerassen lag schrale grond die vooral werd gebruikt voor akkerbouw.Er waren ook boeren die zich hadden toegelegd op veeteelt,vaak omdat hun grond voor akkerbouw te nat was. Er waren kleine bedrijfjes, die in de loop vd 17e eeuw werden opgedeeld tussen meerdere zonen vanwege de enclosure-wetten. Dat houdt in:Woeste gronden of door de boeren gemeenschappelijk gebruikte gronden prive-bezit werden.

Het platteland werd ook gekenmerkt door kleine mijnen. In de bodem zat veel steenkool&een beetje ijzererts.Bij zo’n mijn lag vaak een smederij waar ijzererts tot smeedijzer werd verwerkt.Door steeds hogere ovens werd het in de 1e helft van de 18e eeuw ook mogelijk ijzererts te smelten&verwerken tot gietijzer.Ook kwam er nieuwe coke-ijzer en daarmee was goed geld te verdienen en er was een groeiende vraag naar steenkool.
Er waren ook (kleine) steden.Bv Manchester, die een verleden had als textielstad.In de 16 eeuw groeide de stad uit tot textielstad nr.1 waar zowel linnen als laken werd geproduceerd. Liverpool was een havenstad,die handelde met Amerika en Ierland.
In plaatsen als Oldham,Bolton en Blackburn overvleugelde bombazijn de traditionele lakenhandel.
Lancashire was zeer geschikt voor bewerking van geïmporteerde katoen. Vanwege:
-het vochtige klimaat
-een hoogontwikkelde linnennijverheid
-ervaren spinners en wevers
-een goed uitgewerkt handelsnetwerk voor textiel.
Textielondernemers hanteerden het putting-out systeem ; De ondernemers kochten wol,vlas en katoen en lieten tussenhandelaren die grondstoffen/halffabrikanten naar boeren brengen en daarna ophalen. Iedereen in het gezin hielp mee met het spinnen en weven.
Na 1750 groeide de productie van katoen. Katoen was soepeler,kon goed worden gedragen&gewassen., liet zich goed glad strijken en kon makkelijk worden gekleurd en bedrukt Door het toenemende gebruik van spinmachines namen arbeidskosten af en werd katoen goedkoper. Veel vraagàverlaging prijzenàgrotere afzetmarkt.
Toenemende gebruik van machines had ook internationale gevolgen;Engels katoen werd goedkoper. Vanaf 1790:snelle stijging export bewerkte katoen. Katoennijverheid bood veel mensen werk.
2. Lancashire onder de rook van machines

Hoe beïnvloedden de veranderingen in de katoennijverheid het platteland van Lancashire?
De groeiende Engelse bevolking en de enorme makt overzee leidden tot een stijgende vraag van textiel.Ondernemers,handelaren en wevers zouden veel meer kunnen verdienen als ze maar genoeg katoengaren konden kopen van spinners. Maar het aantal spinners was beperkt. Omdat het een rem was op economische groei werden er machines gebouwd die veel draden tegelijk kon spinnen. Zo kwam de ‘spinning jenny’(16 draden tegelijk spinnen), het ‘waterframe’(kloste zelf op en produceerde een grove, maar sterkere draad) en de beste,de ‘muilezel’ (spon 3000 zoveel garen als een spinner aan een spinnewiel)

Er kwamen steeds meer machines en ondernemers bouwden fabrieken. Er werd thuis nog veel geweven, maar begin 19e eeuw kwam een echte weefmachine, die alles automatisch deed;daarom moesten ze naar de fabriek i.p.v thuis werken.
Na 1820 nam het aantal stoommachines toe. Ook in de steden kwamen machines met beter ontwikkelde machines. Na 1820 kon de steenkool naar Manchester en Liverpool worden vervoerd, vanuit Bolton. Tegelijkertijd brachten de stoomtreinen steeds grotere hoeveeldheden naar de stadà bevolking groeide. Maar veel kleine boeren bleven liever in hun arme boerderijtjes i.p.v de onzekerheid & discipline & onderdanigheid die hoorden bij de fabrieken in de stad.
Nieuwe stadsarbeiders leefden in slechte omstandigheden, die de fabrikanten niks kon schelen. Maar sommige fabrikanten gaven er wel om; ondernemers die naastenliefde als een belangrijke waarde zagen (die dus strenggelovig waren) en ondernemers die zelf afkomstig waren uit de arbeidersklassen en die de ellende niet vergeten waren;ze besteedden een deel vh geld aan liefdadigheid.
Naarmate de stad Bolton groeide&aantal fabrieken steeg, verslechterde de kwaliteit van arbeidershuisjes. Meneer Gardner&Meneer Bazley bouwden daarom bij de fabrieken een nieuw weversdorp: Barrow Bridge; er waren met gas verlichte arbeidershuizen van goeie kwaliteit, een school, een leeszaal, een winkel, een badhuis en een gezamelijke eetzaal. Doordat het een succes was, werden daar de huizen beter.
3. Manchester wordt katoenpolis

Hoe beinvloedde de katoennijverheid de leefomgeving in Manchester?
Rond 1790 was er vooral nog huisnijverheid. Omstandigheden vd wevers - niet ideaal.
De stad was zeer geschikt voor het weven van katoen, vanwege:
-het vochtige klimaat
-de lage lonen
-de vaardigheden van de thuiswerkers.
In de loop vd 18e eeuw waren steeds meer landarbeiders vh platteland of Ierland naar Manchester gekomen om zich op het weven te storten. Kooplieden verloren minder tijd aan het verdelen vd ruwe katoen en de garens en het ophalen van de eindproducten. Daarom hadden wevers op het platteland minder werk en gingen ze naar de stad. De kooplieden organiseerden de textielproductie.
Door de komst van spinmachines veranderde de traditionele manufacturen in fabrieken, die met hun door stoom aangevoerde spinmachines steeds beter werden. Manchester zette de toon voor Lancashire.

Door de komst van grote textielbedrijven kregen fabrikanten en textielhandelaren steeds meer invloed op het omringende plattenland. Er werd steeds meer met draad geproduceerd en daarom nam de vraag naar handwevers flink toe en daarom gingen veel landarbeiders zich geheel richten op het weven.
In 1802 kwam het 1e stoomweefgetouw en in 1822 kwamen er verbeterden. Daarom moesten er weer grote fabrieken komen.Die werden door ruimtegebrek gebouwd op het platteland en in andere katoensteden. Hun komst veroorzaakte een verdere daling vh stukloon en veel handwevers dreigden in problemen te komen.
De urbanisatie in Manchester ging snel (kwam veel door de bedrijvigheid,katoenbeurs,transportmogelijkheden en aanwezigheid vd arbeiders) en de omvang vd stad was flink toegenomen. De wensen vd vrije markt stonden voorop.
De open ruimtes tussen de pakhuizen veranderde in sloppenwijken, waar arbeiders onder slechte omstandigheden woonden.
Rond 1830: spoorlijnen, nieuwe transportmogelijkheden, vooral fijn voor de ondernemers; voor arbeiders was t te duur. Manchester groeide veel sneller dan de andere steden in Lancashire vanwege:
-het toenemend aantal fabrieken
-netwerk van kanalen en spoorwegen
-groei van textielhandel
De komst vd stoommachine had de ondernemers verlost vd afhankelijkheid van waterkracht en maakte het economisch aantrekkelijker om in Manchester een fabriek op te zetten.
Veel landarbeiders gingen naar Manchester;zagen de verhuizing als tijdelijk. Vrouwen en kinderen waren gewild in de fabriek omdat hun lonen laag konden blijven.
In de jaren 1817/18 – 1822 kwamen veel Ieren in Manchester, die wilden voor minimum loon werken.
De successtory vd ondernemers was de lijdensweg vd arbeiders geworden en door t groter worden vd fabrieken waren die 2 van elkaar vervreemd geraakt. Succesvolle ondernemers trokken zich terug in luxe buitenhuizen en de arbeiders zaten arm.
De snelgroeiende middenklasse van geschoolde ambachtslieden,winkeliers,onderwijzers,kantoorpersoneel hadden nieuwe woningen in het centrum vd stad.
Er ontstonden sociale verschillen, men keek op elkaar neer. De overheid had dat allemaal niet zo door,want alleen de rijke burgers mochten stemmen, ze bemoeide zich niet met de ellende.
4. De Spin in het katoenweb

Hoe beïnvloedde de katoensector de verbondenheid van Lancashire met de rest van de wereld?
Katoen was erg veelzijdig. Het kon gebruikt worden als aandrijfriemen voor machines, voor lakens en gordijnen of draagtassen.Maar het meest werd het voor kleding gebruikt.Katoen was goedkoop,sterk en kon op hoge temperatuur gewassen worden(geen bacteriën meer dus).Ook was t geschikt om te bedrukken. Er werden nieuwe(Amerikaanse) katoenmachines gebouwd en daarom nam de arbeidsproductiviteit op de Amerikaanse plantages toe à veel winst. Veel productie en lage katoenprijzen - Amerika voornaamste katoenleverancier
Door de groeiende vraag naar katoen werd het zuiden van Lancashire gedomineerd door fabrieken.

Katoenindustrie was altijd afhankelijk geweest van overzeese gebieden. Na 1790 werd het buitenland steeds belangrijker voor de katoen export. Toen in de 2e eeuw van de 19e eeuw in veel West-Europese landen een moderne binnenlandse katoenindustrie begon te groeien, verschoof het zwaartepunt vd Engelse katoenexport naar markten in India, China en Zuid-Amerika.
Tussen 1815 en 1855 verdubbelden de export van katoenen weefsels maar dat ging gepaard met veel ondernemersrisico,grote verliezen en spectaculaire faillissementen.
Er was concurrentie. Amerika had een inhaalslag gemaakt en Frankrijk,Duitsland, Belgie en India en Japan zouden volgen. Engelsen wilden niet dat buitenlanders hen nadeden. In het begin was er nog een verbod maar in 1843 gingen moderne textielmachines de hele wereld over. Lancashire begon steeds meer terrein te verliezen aan buitenlandse concurrenten. Arrogantie maakte de Lancashire-fabrikanten blind voor buitenlandse uitvindingen.
De groeiende overzeese handel was behalve een uitdaging ook een risico. Katoenfabrikanten, arbeiders en kooplieden werden steeds afhankelijker van schommelingen in de vraag op de wereldmarkt. Negatieve veranderingen zoals misoosten,oorlog konden leiden tot flinke prijsdalingen - scherp dalende winsten en lonen. Door de Amerikaanse burgeroorlog in 1861 viel de aanvoer van ruwe katoen stil. Fabrieken moesten sluiten en daardoor ontstond er katoen-hongersnood en Manchester richtten steuncomites op, daarom.
De fabrikanten probeerden op allerlei manieren de onzekerheid te verkleinen;sommige gingen zelf in het buitenland ruwe katoen inkopen,andere bouwden pakhuizen, Als de prijzen zakten gingen de ondernemers minder verkopen en namen de voorraden in pakhuizen toe, terwijl bij prijsstijging de pakhuizen werden leeggehaald om aan de gestegen vraag te kunnen voldoen.
Rijke buitenlandse kooplieden vestigden zich in de stad Manchester. Hun kapitaal, kennis vd wereldmarkt en beheersing van financiële risico’s brachten meer zekerheid in de wereld van katoen.
5. Boeren worden arbeiders

Hoe beïnvloedde de katoennijverheid arbeidsverhoudingen en bestaanszekerheid?
Omdat de fabrieken die in Lancashire waren gekomen op een gegeven moment volop garen produceerden stapte thuiswerkers noodgedwongen over op weven, maar na 1810 raakte het weven ook meer gemechaniseerd en moesten de thuiswerkers wel naar een fabriek. Het fabriekswerk was niet populair; thuiswerkers zagen het als dwangarbeid, en hadden geen vrijheid.

In de fabrieken ontwikkelde zich al snel een arbeidsdeling, die leidden tot een hierarchie tussen arbeiders onderling naar taak en beloning. Ze keken op elkaar neer. Vooral op vrouwen en kinderen.Vrouwen hadden werk met weinig status en lage lonen, alleen mannen hadden wat te zeggen en vrouwen moesten ook nog voor het huishouden zorgen.
Veel fabrikanten gaven niks om hun arbeiders. De onderhandelingen over de hoogte van het (stuk)loon, de werktijden en de arbeidsomstandigheden werden eerst per bedrijf gevoerd maar al snel gingen ondernemers gezamenlijke afspraken maken. Arbeiders wilden dit ook gaan doen maar in 1800 was er wet die het verbood (ondernemers hadden de overheid op hun hand). Toch hadden arbeiders hun eigen organisaties opgericht, stiekem.
Maar de posities van de arbeiders was zwak; staken had weinig zin, fabrikanten hielden hun poot stijf. Ook waren de ambachtelijke vaardigheden vd arbeiders door machines minder belangrijk geworden. Ook werden er immigranten uit Ierland aangenomen, die wel voor lage lonen wilden werken. De Engelsen reageerden vijandig op de nieuwkomers.
Het tempo vd machines,boetes, dreiging met ontslag en stukloon, 16e-urige werkdagen, stoffige vochtige,lawaaiige ruimtes en gevaarlijke als lood, kwik en bleekmiddelen eisten hun tol. Arbeiders stierven jong en ze waren er slecht aan toe.
De overheid hield zich lang afzijdig, maar op n gegeven moment kon dat niet meer. Werktijden van vrouwen en kinderen werden beperkt en de meest gevaarlijke toestanden in fabrieken werden verboden.Ook kwam er arbeidsinspectie.
Of het beter of slechter ging met de arbeidsgezinnen door de industrialisatie is moeilijk te zeggen. In november 1862 waren meer dan een kwart miljoen mensen afhankelijk vd armenzorg door de Amerikaanse burgeroorlog en door de schommelingen in de vraag op de wereldmarkt.
Pas aan het einde vd 19e eeuw waren de lonen vd arbeiders wat hoger zodat veel moeders de fabrieken konden verruilen voor het huishouden. Voor die tijd moest iedereen meewerken in fabrieken.
De lage lonen en de bestaansonzekerheid maakte de arbeidsgemeenschap hecht.Voor families in de problemen organiseerden arbeidersvrouwen gemeenschappelijke ondersteuning.Men hielp elkaar. Ze werkten samen, maakten onderling afspraken die in hun gemeenschappelijk belang waren. Er werden clubs, winkels scholen e.d opgericht. Er waren enkele werkgevers die zich wel bekommerden om arbeiders;in de katoenfabriek van Robert Owen mocht niet langer dan 10 uur gewerkt worden en in Bolton deden Bazley en Gardner hun best om de bestaanszekerheid,de gezondheid en de ontwikkeling vd arbeiders te bevorderen. Maar toch; de meeste ondernemers zagen hun arbeiders alleen als een bron van inkomsten en waren hard.
6. Machines aan het werk…vloek of zegen?

Welke reacties riepen de veranderingen op in de samenleving?
De nieuwe tolwegen, kanalen, mijnen en fabrieksschoorstenen riepen uiteenlopende reacties op. Een rondleiding in een bedrijvige fabriek was voor de een ’n blik in de toekomst vol beloften en voor de ander een reis door het voorportaal van de hel.
Je had Optimisten en Pessimisten.

De optimisten zagen de industrialisatie als iets goed, met deze argumenten:
-De machines die een onuitputtelijke bron van welvaart zijn;stoommachines zorgen zelf voor vermenigvuldiging en bieden veel werk. Ze maken de aanleg van kanalen en spoorwegen mogelijk. Ze brengen welvaart, ze zijn goedkoop, ze produceren artikelen die zonder machines niet eens gemaakt kunnen worden.Het gaat veel sneller en ze maken het mogelijk kostbaar geschoolde arbeid te vervangen door goedkoop nauwelijks geschoolde arbeid.
-Op arbeid wordt niet meer neergezien, daadkracht,initiatief en doorzettingsvermogen worden als nooit tevoren beloond.
-het werk in de machines is veel eenvoudiger, minder inspannend, hygiënischer en veel effectiever. Machines zorgen op korte termijn voor lagere kosten en stijgende productie.

De pessimisten zagen de industrialisatie als iets slechts, met deze argumenten:
-De Theorie van Malthus: een enorme groei van welvaart is niet mogelijk, door beperkte groeimogelijkheden vd landbouw en de rampzalige neiging tot bevolkingsgroei in gunstige perioden.
-De armzalige mensen aan het werk. Er was kinder- en vrouwenarbeid, lange werkdagen en lage lonen.
-Er zouden hevige sociale conflicten zijn en steeds terugkerende perioden van crisis; iedereen was uit op bezitsvermeerdering.
-De grootste profiteurs waren de grootgrondbezitters, die slapend rijk werden.
-Volgens Engels en Marx waren er 2 hoofdpersonen in het drama van kapitalisten;arbeider en kapitalist.Kapitalisten waren dader en slachtoffer tegelijk;de kapitalist moest zijn lonen wel laag houden anders zou hij door andere ondernemers worden weggeconcurreerd.

Marx voorspelde het al: het verzet van de textielarbeiders nam toe; vooral in slechte tijden waarin de voedselprijzen stegen en het stukloon daalde. De arbeiders reageerden woedend op verbeterde machines omdat die gepaard gingen met loonsverlaging, ze vernielde machines. De opstandige arbeiders werden Luddieten genoemd omdat ze na de vernieling met ‘King Ludd’ ondertekenden. Ook kregen fabrikanten dreigbrieven, ondertekend met ‘Captain Swing’. De politie en de overheid beschouwden ze als een groot gevaar want de politie liet de Luddieten opsporen en de overheid zette spionnen in.

De textielarbeiders en de lagere middenklasse waren ontevreden over de politiek en richten de chartistenbeweging op omdat ze geen kiesrecht hadden en omdat het nieuwe House of Commons wetgeving voorbereidde tegen de vorming van vakbonden en voor de bestraffing van stakingsleiders . Ze voelden zich verraden. Ze wilden in een gezamenlijke bond het intelligente in invloedrijke deel der werkende klasse in stad en land verenigen om zo beter voor hun belangen op te komen.
In 1838 stelde deze vereniging het ‘people’s charter’ op. Met 6 punten
-Algemeen mannenkiesrecht
-Jaarlijkse parlementsverkiezingen
-geheime stemming
-afschaffing van de vermogenseis voor parlementsleden
-betaling van parlementsleden
-verdere modernisering vd verdeling van het land in kiesdistricten.
Militanten stichtten in 1840 in Manchester de ‘Nationale Charter Bond’ en probeerde een algemene landelijke staking vd grond te krijgen.
Door de economische depressie van 1841 en 1842 kreeg de Chartisten meer aanhang.

In de jaren daarop kozen de arbeiders voor een andere strategie;ze rekenden op de vakbonden. De ondernemers zagen in dat de nood vd arbeiders hoog was en wilden een verlaging vd kosten vh levensonderhoud door afschaffing van de gehate Corn Laws (graanwetten). Als de invoerrechten op graan zouden vervallen zouden broodprijzen zakken waardoor de koopkracht vd arbeiders zou stijgen. Richard Cobden (ondernemer uit Manchester) vormde daartoe in 1838 de Anti-Corn-League. De arbeiders hadden er weinig vertrouwen in.

De ondernemers en de middenklasse waren inmiddels wel vertegenwoordigd in het parlement. Tijdens de regering van Robert Peel, werden de graanwetten ingetrokken.
De ‘Reform Bill’ vormde een grote stap voor de bevolking.Zij kregen meer rechten en een groep belangrijke mensen die voor hen opkwamen. Elke staat kreeg kansen.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.