Onderzoekje

Zit jij in de bovenbouw van vmbo of havo? Doe dan mee aan dit korte onderzoek van een paar minuutjes over jouw studiekeuze en maak kans op een Bol.com van 15 euro!





MEEDOEN



 


Hoofdstuk XI

Paragraaf 1 a Waarom?

De mens ordent omdat hij niet in chaos wil leven > wereld- of levensbeschouwing geeft antwoord op de vraag: wat is de mens? > wereld- of levensbeschouwing is dus een bepaald beeld van de wereld.
Ideologie bestaat uit een voorstelling die mensen hebben over de wereld en het leven, gekoppeld aan hoe je, je behoort te gedragen.
Als het rationele vermogen tekort schiet, gebruikt men religie, op het gebied van zingeving enz.
Godsdiensten > geven uitleg en vragen de gelovige om meer. Je moet gedrag vertonen die bij die uitleg hoort > onderscheid met niet religieuze ideologieën is dat godsdienst het altijd heeft over een andere werkelijkheid > je kunt niet aantonen welke religie de ware is.
In vrijwel alle godsdiensten is er sprake van verlossing (hiernamaals) en meestal ook van het begin van de schepping en het bestaan van het paradijs.
Reformatie > herbezinning op de Chr. Leer, waarschijnlijk een verband met de renaissance > priesterschap en talrijke ceremonieën vonden zij overbodig > eenheid Chr. Godsdienst weg > discriminatie.

Paragraaf 2 1780-1860; van bevoorrechte kerk naar godsdienstvrijheid

1795 > einde republiek der zeven verenigde Nederlanden > Franse tijd
1813 > Fransen vertrekken > koninkrijk der nederlanden > zoon van de laatste stadhouder wordt koning > nieuwe naam > Bataafse republiek > met scheiding tussen kerk en staat > gereformeerden verloren het alleenrecht op openbare ambten.
Toch was er geen godsdienstvrijheid aan het eind van de 18de eeuw > gereformeerde kerk werd bevooroordeeld > andere geloven vielen buiten de boot.
Katholieken woonden in het zuiden > in Holland en Utrecht vormden zij een minderheid > tijdens de 18de eeuw wordt de onderdrukking minder > ontstaan van schuilkerken.
Joden > eigen kerken > beperkende bepalingen beroepsuitoefening.
Republiek > relatief grote godsdienstvrijheid:
Gereformeerde kerk > niet elk Nederlander was automatisch lid > republiek was in Europa daarmee een uitzondering.

Republiek > 7 gewesten > regionale staatsvergadering > wie gaat naar den haag om daar functies te vervullen > wrevel onder de ontwikkelde burgerij > noemen we patriotten > invloed van de verlichting > nadruk op draagzaamheid en redelijkheid > vonden dat de staatsstructuur veroudert was en hadden kritiek op het oligarisch bestuur (regering van enkele voorname families) > veel mensen stonden open voor de nieuwe ideeen > ook veel calvinistische predikanten > in Nederland had men geen moeite met het nieuwe denken zoals in Frankrijk > aanhang patriotten groeide > eisen werden steeds radicaler > 1785 > een aantal steden en gewesten werden overgenomen > stadhouder vlucht naar Nijmegen.
1787 > koning van Pruissen ( broer van de vrouw van de koning) schiet de koning te hulp.

1789 > Franse revolutie > 1793 > verklaart Willem V (‘de tiran’) de oorlog > 1794/1795 > Frans leger in ons land > zonder moeite nemen ze de macht over > Nederland nu Bataafse republiek > standenvertegenwoordiging verdwijnt.
1798 > grondwet > gelijkheid voor allen, gelijkstelling godsdiensten > echter alleen in theorie > in de paraktijk bleef de calvinistische invloed op het bestuur groot.
Veldtocht Napoleon > Rusland > mislukking > Fransen vertrekken.
Congres van Wenen (1814-1815) > overwinnaars van Napoleon willen oude grenzen en vorstehuizen herstellen > om tegenwicht aan Frankrijk te bieden > uitbreiding grondgebied van oranje (Willem I) > bestaat uit Nederland, België en Luxemburg.
Hervormingen Bataafse/Franse tijd op ec. En juridisch gebied bleef bestaan > de koning aanvaardt monarchie gebaseerd op een grondwet > Willem I > ruime bevoegdheid > alleen welgestelden stemrecht.
17de en 18de > veel katholieken raakten hun gebouwen kwijt > 1798 > gelijkstelling > veel kath. Gebouwen nog steeds niet terug.
1815 > nieuwe grondwet > erkent vrijheid van godsdienst en gd. Uitoefening > toch nog geen volledige vrijheid.
1816 > gereformeerde kerk wordt nl. hervormde kerk > kleine prot. kerken krijgen een reglement opgelegd door Willem I > onderlinge verschillen vervagen hierdoor.
1815 > Zuiden moderner dan het noorden (ind. Revolutie) > Willem I hekel aan het Zuiden > benadeelde hen.
1830 > opstand in Brussel > Belgen verklaren zich onafhankelijk met steun van de Engelsen 1831 > onafhankelijk koninkrijk België met liberale grondwet > ontwikkelt een welvarende en moderne staat.
1848 > allerlei Europese revoluties > koning geeft Thorbecke opdracht de grondwet te herzien > grondwetswijziging nov. 1848 > Nederlandse katholieken vrijheid van onderwijs en drukpers, recht op vereniging en vergadering > 1853 > herstel bisschoppelijke hiërarchie.
Paus Pius IX beschrijft calvinisme als onkruid > massale protestantse reactie > aprilbeweging > men vroeg Willem III om het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie te onthouden > vertoont sympathie (regering is niet blij met de reactie van de koning) > de bisschoppen kwamen er wel.

Paragraaf 3 Modernisering 1850-1920

Ontwikkelingen op soc.. en ec. Gebied:
- Bevolking groeit van 3 naar 7 miljoen, door goedkoper voedsel en betere gezonheidszorg.
- Na 1870 > meer interegionaal contact (door spoorwegennet enz)
- Structuur van de landbouw verbeterd (kunstmest) en industriele activiteiten nemen toe > ec. Groei en welvaart.
- Massale arbeidsklasse > slechte arbeids en leefomstandigheden.

Welvaart bij boeren en kleine burgerij > behoefte aan goed onderwijs > 1848 > vrijheid van onderwijs > openbaar onderwijs > prot., kath. en liberalen waren het hier niet mee eens > wilden allemaal andere dingen in het onderwijs.
1864 > Syllabus Errorum > paus Pius IX veroordeelt het liberalisme > kath. > tegen neutraal staatsonderwijs > voor bijzondere school
1878 > liberaal kabinet stelt nieuwe grondwet voor > kwaliteit onderwijs verbeterd > bijzonder onderwijs moet nog steeds zelf worden betaald > prot. en kath. halen een half miljoen handtekeningen op > geen effect
1879 > Kuyper richt ARP op > eerste moderne politieke partij > tegen modernisatie hervormde kerk > kreeg steun van vooral agrarische gemeenschappen > kleine luyden > de gereformeerde kerk wordt opgericht.
1887 > kiesrechtuitbreiding > vorming coalitiekabinet van de katholieken en protestanten.
1888 > bijzondere scholen krijgen bescheiden subsidies.

Slechte omstandigheden arbeiders in vergelijking met de hogere klassen > 1871 > eerste vakbond (anti-socialistisch) > 1876 > eerste confessionele vakorganisatie Patrimonium ) orthodox protestants) > jaren 80 > strijd om de arbeider versterkt omdat deze nog slechter wordt door de wereldwijde economische crisis > 1881 > eerste socialistische arbeidsbeweging > opgericht door ex dominee Nieuwenhuis > socialistische democratische bond > uitgangspunt klassenstrijd van Marx.
Patrionium legt de nadruk op verbetering positie arbeider > streven naar sociale wetgeving
1889 > eerste R.K. werkliedenvereniging > organisatievorming katholieken komt later op gang > waarom? > in overheidsfuncties ondervertegenwoordigd
1863 > nieuw onderwijstype > HBS > katholieken houden zich afzijdig > steeds grotere verdeeldheid onder de katholieken over verschillende kwesties.
1891 > progressieve priesters krijgen steun van paus Leo XII > hij roept katholieke arbeiders op om zich te verenigen om hun lot te verbeteren > encycliek Rerum Novarum
1894 > progressieve liberaal Tak van Poortvliet > stelt kieswet voor (met bijna algemeen kiesrecht) > grote verdeeldheid > wordt afgewezen > interne verdeeldheid bij liberalen, katholieken en protestanten.
WO I > geesten rijp > ingrijpende grondwetswijziging > 2/3 meerderheid nodig > dus ook steun confessionele partijen > beide krijgen wat: links > algemeen kiesrecht, rechts > oplossing schoolstrijd.
1917 > openbaar en bijzonder onderwijs worden gelijkgesteld
Na WO I > algemeen kiesrecht voor mannen
1919 > algemeen vrouwenkiesrecht > opmerkelijk > confessionelen hebben dit noot gewild.

Paragraaf 4 De zuilen 1920-1960

Vanaf eerste wereldoorlog nieuwe ontwikkelingen:
1. Al voor 1940 woont meer dan de helft in steden, geboortecijfer daalt, sterftecijfers dalen nog sterker.
2. De infrastructuur verbetert sterk, veel fietsen, spoorwegennet, auto’s (jaren 50)
3. Tot ver in de jaren 50 was het onderwijstype standsgebonden. In 1919 had 89% alleen een lagere school opleiding gedaan.
4. De komst van de radio, eind jaren 30 had vrijwel iedereen 1 in bezit. Er kwamen allerlei huishoudelijke apparaten, de stofzuiger en naaimachine. Na 1960: wasmachine, koelkast, telefoon.
5. Er kwam meer vrije tijd en dus meer nieuw vermaak, zoals film, sport, strand.
1939 > productie- en consumptiecijfers hoger dan in 1921 > groeiende werkgelegenheid, groei van consumptie en nationaal inkomen > industriële expansie indrukwekkend > jaren 20 en 30 moeilijke jaren voor de landbouw > weinig mechanisatie.
Tweede WO > 40 % nationaal vermogen gaat verloren > fabrieken verwoest en leeggehaald > de infrastructuur in puin > de weg naar welvaartstaat wordt vertraagd.
Na 1945 > industrialisatiegolf > nieuw is dat de overheid het initiatief neemt.

Soc. en ec. decor verandert > wat verandert er in godsdienstig opzicht > antithesegedachte > eigen politieke partij, vakbond, persorganen, onderwijsvoorzieningen.
Tussen 1918 en 1940 ook maatschappelijk zorg, jeugdwerk, vrijetijdsbesteding en sport, maar ook bibliotheken, ziekenhuizen, spaarbanken e.d. naar zuil, naast de openbare.
Verzuiling > geborgen > maar strakke sociale controle > typisch Nederlands > ook omroepen, vrouwenorganisaties verzuild > alleen bij sport lukte het niet om het echt door te voeren.
Ec. leven > keuze personeel ook onder invloed verzuiling.
Geen enkel Europees land zo sterk verzuilt als Nederland > zelfs bij de liberalen > ook al wilden die zich als algemeen en neutraal presenteren.

Protestants > verdeeld over verschillende kerkgenootschappen. Calvijn > alle mensen moeten in hun wereldse roeping hard werken tot meerdere eer van God. Verleden geïdealiseerd > Willem de Zwijger (Spaans –Rooms) > voelen zich sterk verbonden met koningshuis.
Prot. Chr. > elke gelovige zijn eigen geloofsbelevenis met eigen verantwoordelijkheid > praktijk: gelovigen verenigen zich > met elk een andere uitleg v.d. bijbel.
Sociaal democraten > partij en vakbeweging centraal > eigen omroep: VARA > demonstraties om de eisen kracht bij te zetten. Voor culturele niveau v.d. arbeider > instellingen voor onderricht, studie en verantwoorde recreatie. Soc. Zuil > minder afgesloten dan de confessionele > geen behoefte eigen scholen > werden ook lid van neutrale verenigingen.
Overige zuilen > Soc. Groot gevaar.
Confessionelen > neutralen geen ideële principes.
Socialisten > neutralen niet werkelijk neutraal > steden belangen midden- en bovenlaag voorop.
Neutralen > beschouwden zichzelf als het denkende deel der natie > doordat zij in de minderheid waren > ontstond ongewild toch een eigen zuil met eigen sfeer en mentaliteit.
Katholieken > geheel anders dan prot. opvatting > 1 kerkleer, vastgelegd, uitgelegd en gecontroleerd door paus, bisschoppen en de lagere geestelijkheid > eenheid staat voor op > beslissingen werden opgelegd. Tussen 1920 en 1960 stemde 80 tot 90 % v.d. katholieken op de katholieke partij > 1/3 was er lid van, ¾ lid van 1 of meer kath. Verenigingen, 90 % trouwde in eigen geloofskring.
Rest v.d. bevolking vond de katholieken makke schapen die door hun herder dom werden gehouden. Protestanten > kath. Makkelijk leven > zonden na biecht vergeven > gebeden zonder aandacht > keurden processies en carnaval af.
Na herstel bisschoppelijke hiërarchie > opvallende stijl en markante bouwlocaties > neogotische kerken > ook het interieur was rijk en indrukwekkend > gouden kelken, beelden v. heiligen, gebrandschilderde ramen, meerstemmige muziekcomposities etc. > sterk contrast met de sobere prot. kerken.
1918 > eerste verkiezingen met algemeen mannenkiesrecht > katholieken grootste partij > liberalen niet meer de belangrijkste rivalen, maar > de socialisten.
Socialisten > gematigder > lieten leer v. klassenstrijd los > gaven verzet tegen monarchie en bewapening op. Eind jaren 30 > kath. Geen bezwaar tegen soc. Democraten als mederegeerders.

Inval Duitsers 1940 > voor het eerst sinds 1815 weer bezetting > doelen Duitsers > ec. Exploitatie, nazificatie NL. bevolking, verwijdering Joodse bevolk > eerste maar vooral ook laatste doel goed gelukt. Nazificatie > verzuiling doorbreken > verzuilde organisaties werden vervangen door eenheidsinstellingen > mislukt in de praktijk > bevolk. blijft eigen zuilen trouw.
NL> enige West-Europese land waar de Joodse bevolking op zo’n grote schaal is vernietigd als in Oost-Europa > waarom? > door verzuiling > Joden in isolement > men bood geen hulp, waarom niet? > angst en Joden waren vreemdelingen die het ongeluk over zichzelf hadden afgeroepen > antisemitisme > veel zelfmoord Joden na Duitse inval., Antisemitisme al voor oorlog > regering terughoudend tegenover Du. joodse vluchtelingen vanaf ’33 > opvang in Westerbork > kosten voor Joodse gemeenschap.
Argument hoge aant. slachtoffers > NL. geografisch weinig kansen > klopt niet > vele niet-joden konden ook onderduiken. 2de argument > dociel ambtenarenkorps > bezetter makkelijk toegang bevolk. gegevens > in B en FR eigen burgerregering aangebleven > tegenwicht militaire bezetting > in NL regering vertrokken > burgerregering met Reichskommisar aangesteld door Nazi’s. Naarmate Duitsers harder optreden > meer verzet > uitgeven en verspreiden ondergrondse bladen > b.v. Trouw en Vrij Nederland deze waren ook verzuild > onderduiken gezochte personen.

Na bevrijding > verzuiling blijft > pol. verzuilde partijen komen weer > enige partij die de zuilen wilde doorbreken was de PVDA > gevormd van SDAP en VDB (lib.) > brede volkspartij > open voor alle progressieven, ook Chr. > verkiezingen 1946 > grote kater PVDA.
1945 > leiders van zuilen (vooral conf.) > zedelijksoffensief tegen verwildering v.d. jeugd > verzuilde verenigingsleven viert hoogtij > mandement 1954 van bisschoppen > lid van PVDA en luisteren naar VARA > uitsluiting sacramenten. Inmiddels begint religie in het maatschappelijk leven af te nemen (secularisatie) > liberalen maar vooral soc. winnen aan macht en invloed.
Onkerkelijkheid stijgt > 1879 0.3% > na WO1 8 % > 1960 18%. 1960 > NL hervormde kerk gehalveerd. Vanaf de eeuwwisseling > katholieken stijgen.
Ondanks dat blijft NL samenleving opgedeeld in 4 groepen die grotendeels gescheiden van elkaar leven en elkaar wantrouwen.

Modernisering en verzuiling leken in 1920-1960 hand in hand te gaan > stabiele pol. verhoudingen > conf. partijen steeds een meerderheid > numeriek verhoudingen enigszins verandert > katholieken groeien > gereformeerden stabiel met 10% > achteruitgang hervormde kerk.

Paragraaf 5 Ontzuild geloof vanaf 1960

Maatschappij 1960 in veel opzichten hetzelfde als 1920 > verzuilde samenleving met een burgerlijk waardenpatroon en een starre seksuele moraal.
Veel goederen jaren 50 luxe > jaren 60 gewoon > golf sociale wetgeving > AOW (56), AWW (59), AKW (62), bijstandswet (65), WAO (67) > overtuiging > staatsbemoeienis nodig om zwakkeren te beschermen > verzorgingsstaat.
Midden jaren 50 > jeugd boven de 16 > oriënteren op Amerikaanse commerciële jeugdcultuur > niet verzuild jongerenwerk groeit ten koste van verzuild > mandement 54 > in 65 ingetrokken > 68 > bisschoppen verklaren dat het katholieken vrij stond zich naar eigen inzicht te organiseren.
Jaren 50 > volop verzuiling
Rode familie > ontzuiling al vroeg > AJC valt > kranten, omroep en tot slot vakbeweging een onafhankelijke positie
Eind jaren 60 > overheid liberaler > 1970 > verboden verkoop van voorbehoedsmiddelen voor jongeren vrij > 1971 > homoseksueel verkeer met minderjarigen niet meer strafbaar > 1971 > nieuwe echtscheidingswet > schuldkwestie naar de achtergrond > kerken volgen aarzelend > doen afstand van sommige opvattingen > doorbraak > bisschop Bekkens Beslissing geboortebeperking voor echtgenoten zelf.
Taboe seksualiteit neemt af > homoseksualiteit meer geaccepteerd > grote gezinnen verdwijnen > verschil openbaar en bijzonder onderwijs vervaagd.

1971/1972 > benoeming conservatieve bisschoppen > twist katholieke gemeenschap in Nederland > deel katholieke gemeenschap stelt het leergezag van de paus in discussie > onaantastbaarheid eenheid voorbij > priesterwijdingen neemt af (’60: 318, ’76: 13), veel priesters verlaten het ambt ( 1965-1970: 1500)
Loop van de jaren 60 > socialistische Vrije Volk en de Katholieke Volkskrant los van de zuil > later volgen de andere kranten.
Nieuwe trefwoorden > individuele ontplooiing, liberalisering, zelfbeschikking, democratisering, inspraak, permissie society op seksueel terrein.
1967 > 2de kamerverkiezingen > blijkt onvrede met regentenmentaliteit ( behept met autoritaire en antidemocratische mentaliteit) > nieuwe partijen > D66 en PRR > minder aanhang confessionele partijen > 1 partij > CDA > scheidsmuur katholieken en protestanten gesloopt.
Vakbeweging > fusie socialisten en katholieken
Werkgeversorganisatie > fusie katholieken en protestanten

1960 > 80% katholieken wekelijks naar mis > 1975 > nog maar 30% > 1995 > 1/3 deel katholieken gaat maandelijks minstens 1 keer naar de mis.
Nederlands hervormden > honderd jaar geleden helft v.d. bevolking hervormd > nu 14% > derde deel gaat nog regelmatig naar de kerk > meest vergrijst in vergelijking met de katholieken en gereformeerden > bij de hervormden zet de ontkerkelijking eerder in en zal de komende jaren nog sneller gaan i.v.m. de vergrijzing.
Gereformeerden > ontzuiling later > na 1980 > bleef marginaal > kerkbezoek bleef op peil > driekwart bezoekt minimaal 1 keer per maand de kerk > leeftijden evenredig vertegenwoordigd.
Herzuiling > orthodox protestantse kring > EO, Reformatorisch dagblad, oprichting reformatorische scholen enz. > orthodox protestantse altijd de minderheid > daarom altijd de nadruk op de beginselen gelegd > lidmaten zijn degenen die belijdenis hebben gedaan > bij de hervormden telling ondoorzichtiger > daar nemen ze alle belijdenisleden, doopleden, geboorteleden (1 van de ouders hervormd) > ook is de randkerkelijkheid net als bij de katholieken groot > men voelt zich wel enigszins verbonden maar is niet praktiserend.
Nederland wordt een multiculturele samenleving > 1997 > 4.5 % moslim en een half procent Hindoe > verzuiling komt weer tot leven > scholen en organisaties voor die religieuze groepen orden opgericht > in onze geschiedenis bleek dat dit voor de katholieken een goed middel was om te emanciperen > de vraag is of dit ook voor de allochtonen geldt.

Paragraaf 6 Slotvisie

Middeleeuwen > samenleving en kerk homogene cultuur > de mens kon onmogelijk niet godsdienstig zijn, anders had je geen leven.
Late middeleeuwen > de mens verliest zijn greep op het bestaan > reformatie
Katholieke kerk > rituelen staan vast en zijn overal hetzelfde.
Protestantse kerk > individueel geloof met minimum aan rituelen > kerk in het beginsel democratisch
Begin negentiende eeuw > weer crisissituatie in maatschappij > Franse revolutie > achtergestelde kerkgemeenschappen vechten voor gelijkberechtiging > eindfase > tegengestelde krachten zijn politiek georganiseerd.
Competitie om volksgunst leidt tot verzuiling > draagt bij aan de verzorgingsstaat > meer idealen gerealiseerd > verschillen vervagen > kath. en prot. partijen smelten samen in het CDA > aan het eind van de eeuw > vormen zelfs socialisten en liberalen een regering > onderlinge verschillen ideologie klein bij gemeenteraadsverkiezingen > plaatselijke belangenpartijen ongekende aanhang. Verzorgingstaat nog geen eigen ideologie.

Kerken niet in staat organisatorische structuren af te breken en tot grotere eenheid te komen > kerkvolk kiest eigen weg > verlaat massaal kerkverband > nog altijd op zoek naar religieuze antwoorden op bestaansvragen > probeert men te vinden door dichter bij de emotionele beleving te staan > verklaart populariteit opwekkingsbewegingen, Evangelische Alliantie, gebedsgenezingen, pinkstergemeenten, de Mattauspassion van Bach en vooral New Age > New Age hangt sterk aan elementen uit het hindoeïsme (God die in mij woont) > vrijzinnige Chr. ook predikanten en priesters vinden het niet strijdig met Chr. en bijbelse waarheden > religie is een pers. aangelegenheid geworden > 90% v.d. Nederlanders vindt dat iemand gelovig kan zijn zonder dat hij ooit naar de kerk is geweest

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.