Hoofdstuk 9 In Flanders Fields en Hoofdstuk 10 Van Blitzkrieg tot Hiroshima

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 3252 woorden
  • 11 januari 2015
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdstuk 9 – In Flanders Fields



9.1 De wereld in oorlog

Oorzaken WO I: nationalistische gevoelens, modern imperialisme en militarisme (= het leger neemt een belangrijke plaats in de maatschappij in. Internationale problemen werden opgelost met militaire middelen). Deze aspecten waren vooral duidelijk te zien bij keizer Wilhelm II (Duitsland).

Aan het begin van de 20e eeuw waren al twee politieke machtsblokken gevormd. Oorlog werd gezien als een normaal middel om problemen op te lossen. Bondgenoten konden daarbij van doorslaggevende betekenis zijn. Aan de ene kant stond de ‘Driebond’ (later de Centralen), bestaande uit Duitsland, Italië (naar Geallieerden in 1915) en Oostenrijk-Hongarije. Aan de andere kant de ‘Triple Entente’ (Geallieerden): Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland.



Aanleiding WO I: 28 juni 1914, moord op kroonprins Frans Ferdinand (Oostenrijk-Hongarije) in Sarajevo. Oostenrijk-Hongarije hield Servië verantwoordelijk want Gavrilo Princip (moordenaar) was lid van de nationalistische beweging Zwarte Hand. Deze beweging werd gesteund door Servië. Het ultimatum (Oostenrijkse politie mocht onderzoek doen in Servië) wat Servië kreeg was een verkapte oorlogsverklaring.



29 juni 1914: Rusland mobiliseert → hulp aan Servië

1 augustus 1914: Duitsland (bondgenoot Oostenrijk-Hongarije) verklaart Rusland de oorlog

2 augustus 1914: Frankrijk mobiliseert

3 augustus 1914: Duitsland verklaart Frankrijk de oorlog

4 augustus 1914: Duitsland valt België binnen (onderdeel van het Schlieffenplan, gemaakt in 1906. Bij een oorlog met Frankrijk moest dit land zo snel mogelijk worden verslagen om een tweefrontenoorlog te voorkomen). Op deze dag verklaarde Engeland (bondgenoot Frankrijk) ook Duitsland de oorlog.



België bood meer weerstand +  Rusland verscheen sneller aan het oostfront dan verwacht → tweefrontenoorlog (= een oorlog waarbij een land op twee plekken tegelijk moet vechten)



Toen de Duitse opmars door België en Frankrijk was gestopt, veranderde de bewegingsoorlog in een loopgravenoorlog (= een oorlog waarbij de oorlogvoerende landen zich verschansen in uitgegraven greppels/stellingen om van daaruit te vechten).



Belangen

Duitsland: uitbreiding van de handelsmacht

Oostenrijk-Hongarije: invloed op de Balkan, afleiding interne problemen

Frankrijk: wraak op Duitsland (Elzas-Lotharingen)

Engeland: behouden van de handelsovermacht en haar imperium

Rusland: invloed op de Balkan, vrije doorgang van de Zwarte Zee



februari 1916: Slag bij Verdun

juli 1916: Slag aan de Somme



Wilson (Amerika) had zich heel lang buiten de Eerste Wereldoorlog gehouden (isolationisme, = buitenlandse politiek van een land om zich zo min mogelijk te bemoeien met andere landen), maar toen de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog aankondigde (1917) en het Zimmermann-telegram (=een telegram dat in januari 1917 door de Duitse minister van buitenlandse zaken Zimmermann naar de ambassadeur in Mexico werd gestuurd, met het verzoek om Mexico over te halen deel te nemen aan de Eerste Wereldoorlog aan de kant van Duitsland.  Mexico zou dan financiële steun en gebieden in de VS krijgen. Het telegram werd door de Britse geheime dienst onderschept, ontcijferd en doorgespeeld aan de Amerikaanse regering) onderschept werd vond Wilson dat Amerika mee moest gaan doen → de VS verklaarde Duitsland de oorlog



maart 1918: vrede van Brest-Litovsk. Vrede tussen Duitsland en de in de Sovjet-Unie aan de macht gekomen bolsjewieken. De communisten wilden een snelle vrede om de Russische Revolutie niet in gevaar te brengen en omdat Rusland militair en economisch volledig was ingestort.



11 november 1918: einde WO I. Duitsland kon niet op tegen de Geallieerden.



Gevolgen WO I

28 juni 1919: Verdag van Versailles (= verdrag, gesloten na WO I, waarin de overwinnaars Duitsland lieten boeten voor de oorlog)

٠ Duitsland moest een schadevergoeding betalen voor de aangerichte verwoestingen

٠ Duitsland moest ontwapenen, waarbij het leger niet groter mocht zijn dan 100.000 man

٠ Het Rijnland moest worden gedemilitariseerd.

٠ De Duitsers moesten gebied afstaan. Elzas-Lotharingen kwam weer bij Frankrijk.

٠ Duitsland werd aangewezen als enige verantwoordelijke voor de Eerste Wereldoorlog.



Wilson hoopte op een blijvende vrede in Europa → Volkenbond (= internationale organisatie die problemen tussen landen door onderhandelingen zou moeten oplossen)



De materiële schade van de WO I zorgde voor langzaam economisch herstel. Frankrijk en Groot-Brittannië moesten leningen afbetalen. Duitsland moest herstelbetalingen doen, in 1923 kon ze deze niet langer betalen → Frankrijk bezet het Ruhrgebied → Duitse regering riep algemene werkstaking uit → onrust en economische schade → hyperinflatie → Dawes-plan: Amerika verstrekt Duitsland leningen om aan herstelbetalingen te kunnen voldoen.



Roaring twenties in de VS: vertrouwen in de toekomst (economie groeide, arbeidsproductiviteit steeg), massaproductie, nieuwe massamedia (nieuwe levensstijl)



9.2 Communistisch Rusland

Romanovs hadden sinds 1613 de macht. Er bestond geen volksvertegenwoordiging.

Veel armoede (landbouwgrond bracht niet veel op, de landbouw was verouderd en groot deel opbrengst afstaan aan adel) → onvrede → opstand op 9 januari 1905. Bevolking vroeg om toestemming om vakbonden op te richten, vrijheid van meningsuiting en volksvertegenwoordiging → Bloedige Zondag. De Doema werd uiteindelijk ingesteld maar had geen enkele macht (tsaar ontbond de volksvertegenwoordiging als ze met voorstellen kwamen die hem niet zinden).



Onopgeloste problemen, honger en velen gesneuvelden door de Oorlog → Februarirevolutie (= een opstand die eind februari 1917 begon in de Russische stad Petrograd en tsaar Nicolaas II dwong tot aftreden). De Voorlopige Regering bestond uit o.a. liberalen en sociaaldemocraten. Arbeiders en soldaten wilden politieke macht en verenigden zich in Sovjets (= politieke raden van arbeiders en soldaten).



De bolsjewieken (= Russische marxisten die streefden naar de invoering van het communisme in Rusland door middel van een centraal geleide revolutie) waren tegen de Voorlopige Regering, wilden Rusland besturen op basis van de ideeën van Karl Marx.

Lenin ging naar Zwitserland om na te denken over een revolutie. Moest mensen winnen dus ging terug naar Rusland, via Duitsland omdat Duitsland hem doortocht verschafte (Lenin was voorstander van een wapenstilstand).

Lenin beloofde ‘vrede, brood en land’.



25 oktober 1917, Oktoberrevolutie: staatsgreep van de bolsjewieken. Nieuwe regering: Raad van Volkscommissarissen (Lenin was de voorzitter).



Lenin werd maar door 25 procent van de bevolking gesteund en kon aan de macht blijven door hard op te treden. ‘Witten’ waren tegen het communisme (= een ideologie waarbij een samenleving wordt nagestreefd waarin iedereen gelijk is. Een klasseloze samenleving zou er volgens de communisten komen via een revolutie. Arbeiders zouden hierbij de macht grijpen en grond, fabrieken en machines zouden staatseigendom worden) van Lenin. Zij gingen de strijd aan met de ‘Roden’ (bolsjewieken). → Russische burgeroorlog. Roden wisten uiteindelijk te winnen.



Rusland (de Sovjet-Unie) was een communistische dictatuur geworden. Lenin probeerde een nieuwe maatschappij op te bouwen, waarin gelijkheid centraal stond.

Privébezit werd afgeschaft, banken en grote fabrieken werden tot staatseigendom gemaakt en boeren werden gedwongen hun graan te leveren aan de staat → veel verzet + verslechtering economie → Nieuwe Economische Politiek (NEP) in 1921. De economische maatregelen gaven kleine zelfstandigen en boeren meer vrijheid (mochten eigen producten verkopen en opbrengst zelf houden).



Lenin overleed in 1924, Stalin kwam aan de macht in 1928. Stalin wilde de Russische economie hervormen zodat ze in korte tijd de achterstand op de kapitalistische landen zou inhalen →

 ٠ Planeconomie (= door de overheid geleide economie, waarbij dmv vijfjarenplannen wordt aangegeven wat en hoeveel er geproduceerd moet worden). Hierdoor ontstond veel opbouw van zware industrie en propaganda.

٠ Modernisering van de landbouw (om de productie te verhogen). Regering besloot over te gaan op collectivisatie (= het samenvoegen van zelfstandige landbouwbedrijven tot grote gezamenlijke boerderijen, die een groot gedeelte af moeten staat aan de staat). Kolchozen waren bestaande boerderijen die werden samengevoegd. Boeren hadden nog wel een klein stukje eigen grond. Sovchozen waren nieuwe staatslandbouwbedrijven waar de boeren geen eigen stukje grond hadden. Hierdoor ontstonden veel tegenstanders (koelakken) en een lage landbouwproductie → hongersnoden.   



Stalin, ‘rode tsaar’, was een alleenheerser door terreur, propaganda (Stalin wilde in de gunst van het volk komen, door zich als kindervriend af te schilderen en door propagandistische schilderijen en standbeelden te laten maken) en een machtige geheime politie (alle tegenstanders werden en op basis van showprocessen vermoord of opgesloten in strafkampen in Siberië (goelags) aka Goelag-Archipel (= verzamelnaam voor de vele politieke straf- en werkkampen voor de tegenstanders van het communisme in de Sovjet-Unie) → totalitaire samenleving (= een maatschappij waarin de staat probeert haar bevolking totaal te beheersen wat betreft opvattingen, denken en cultuur)/stalinisme



Tussen 1936 en 1939 zijn veel partijfunctionarissen en officieren van het Rode Leger veroordeeld. Historici denken dat het Russische leger tijdens de WO II daarom zo weinig voor elkaar kreeg.



9.3 Crisis!

Oorzaken economische crisis: men kocht producten met geleend geld en overproductie in de landbouw. Na de oorlog ging Europa zelf meer produceren dus Amerika verkocht minder (daling export en prijzen) → financiële problemen → plattelandsbanken kwamen in de problemen.  

Aanleiding economische crisis: 24 oktober 1929, Beurskrach aka ‘Zwarte Donderdag’. Hoover sluit de aandelenbeurs op Wall Street → banken failliet (reserves al kwijt aan landbouwcrisis) → mensen kochten niks meer en werden ontslagen → werklozen en lonen gehalveerd → crisis (= periode van economische achteruitgang, waarbij er sprake is van grote werkeloosheid en een verslechterde levensstandaard) Amerika → Amerikaanse banken willen geld van Europa terug → instorten economieën → wereldwijde crisis



New Deal (Roosevelt) was een pakket van maatregelen (werden vastgelegd in wetten, ook wel de ABC-wetten) om de economische crisis in de Verenigde Staten aan te pakken.

٠Productie beperken, koopkracht opvoeren

٠ Werkgelegenheidsprojecten starten

٠ Devaluatie dollar → bevordering Amerikaanse export



Colijn deed vrij weinig aan de crisis, behalve bezuinigen. Nederland moest zich maar instellen op een lager welvaartspeil. Ook hield hij tot 1936 vast aan de Gouden Standaard (= een systeem waarbij landen de waarde van hun munteenheden aan elkaar koppelen door voor iedere munt een vaste goudwaarde af te spreken) → gulden werd te duur voor het buitenland en exportproducten.



1929: vele economische problemen in Duitsland. Hitler (NSDAP) beloofde een einde te maken aan de werkeloosheid en aan het Verdrag van Versailles. Hitler zat vol frustratie over het niet toegelaten worden op de kunstacademie, verlies van WO I en Joden.



Nationaalsocialisme (fascisme + racisme) was een antileer, wilden een staat geleid door een sterke leider. Tegenstander van het kapitalisme en communisme. Individueel belang ondergeschikt aan het staatsbelang.



30 januari 1933: Hitler rijkskanselier

27 februari 1933: Rijksdagbrand. Nederlandse communist van der Lubbe werd opgepakt → wereld waarschuwen voor het gevaar van het nationaalsocialisme. Nazi’s zagen dit als een communistisch complot → volksvertegenwoordigers communistische KPD opgepakt, noodtoestand uitgeroepen en grondwet buiten werking gesteld



Hitler deed er alles aan om de absolute macht te verkrijgen:

- Communisten buitenspel, door de Rijksdagbrand

- Aandringen op nieuwe verkiezingen bij Von Hindenburg: Hitler was ervan overtuigd dat de NSDAP de meerderheid zou krijgen, was niet zo → Machtigingswet aangenomen (SA en SS, de knokploegen van de nazi’s, bedreigden tegenstanders): Hitler 4 jaar onbeperkte macht → Duitsland dictatuur



Duitsland werd een totalitaire staat op politiek, economisch en sociaal gebied beheersten de nazi’s het land

- Alle politieke partijen verboden, behalve NSDAP (juli 1933)

- Vakbonden, bijv. Deutsch Arbeitsfront

- Rechtspraak in dienst van het nationaalsocialisme

- Sicherheitsdienst (SD) en Gestapo spoorden tegenstanders op → naar concentratiekampen (Dachau en Sachsenhausen)

- SA had teveel macht gekregen, dus op 30 juni 1934 vermoord door SS (Nacht van de Lange messen) → SS elite-organisatie van de NSDAP onder leiding van Heinrich Himmler

- Hitler laat zich, na de dood van Von Hindenburg in 1934, Führer noemen



Iedereen moest nationaalsocialistisch denken. Goebbels (minister van Propaganda en Voorlichting) nam deze taak op zich

- Communicatiemiddelen (= manieren waarop informatie kan worden overgebracht) zoals kranten, tijdschriften, film en radio. Er werden goedkope radio’s gemaakt zodat iedereen in contact kon komen met het nationaalsocialisme

- Kunst: alleen kunst maken wanneer je lid was van de Rijkscultuurkamer (raszuiver en politiek betrouwbaar).

- School: alle vakken onderwezen vanuit een nationaalsocialistische benaderingswijze. Buiten schooltijd: Hitlerjugend (militaire dienst) en Bund Deutscher Mädel (huisvrouw en moeder)



Duitsers moesten een eenheid vormen, kwam goed tot uiting op de partijdagen in Neurenberg. Opkomst van Hitler was uitgebreid + lange redevoering → imponeren van de massa



NSDAP was uitgegroeid tot een massaorganisatie (= organisatie die een grote groep mensen achter zich probeert te krijgen). Hitler noemde Duitsland het Derde Rijk en wilde dat het eerste en tweede rijk overtroffen werd →    machtsuitbreiding voorbereiding oorlog de interbellumein



Overige begrippen:

Wereldoorlog (= gewapend conflict waarbij veel landen in de wereld actief betrokken zijn en overal ter wereld gevochten wordt)

Ideologie (= ideeënsysteem over de manier waarop een samenleving zou moeten worden ingericht)



 



Hoofdstuk 10 – Van Blitzkrieg tot Hiroshima

10.1 Een nieuwe oorlog dient zich aan

Discussie Holocaust-monument: coating antigraffitilaag geleverd door Duits bedrijf Dagussa (Zyklon B)



Hitler was tegen het Verdrag van Versailles en wilde dit zo snel mogelijk afschaffen. Doel: herstel en uitbreiding vroegere grenzen keizerrijk.



Acties:

- Opzeggen Duitse lidmaatschap van de Volkenbond (wilde geen bemoeienis meet de Duitse bewapeningspolitiek)

- maart 1935: algemene dienstplicht (ging in tegen een vd bepalingen uit Verdag van Versailles)

- 1936: Duitsland valt Rijnland binnen → Frankrijk woedend → Hitler bood aan om de zone door beide partijen te laten demilitariseren, Engeland stemt toe met legering Duitse soldaten in Rijnland

- 1936: verdrag sluiten met Mussolini (as Rome-Berlijn). Werd uitgebreid tot het Staalpact (militair-economisch bondgenootschap) in 1939



26 april 1937: Spanje gebombardeerd door de Duitsers (militaire oefening)

1936-1940: Spaanse burgeroorlog (= strijd tussen aanhangers van de linkse democratische regering van Spanje en de nationalisten, die uiteindelijk wonnen, onder leiding van generaal Franco). Dit was eigenlijk het voorspel van de WO II.



Franco tegen regering omdat hij bang was dat Spanje uit elkaar zou vallen:

- de regering gaf Baskenland en Catalonië teveel zelfstandigheid

- regering had landbouwgronden onteigend om de economie er weer bovenop te helpen (grondgrondbezitters de dupe)

- regering beperkte de macht van de kerk door de geestelijke orde onder controle van de regering te stellen en hun bezit aan te pakken

- er werd bezuinigd op de uitgaven van het leger



Buitenlandse bemoeienis:

- Duitsland (Hitler) en Italië (Mussolini) steunden Franco → vliegtuigen en soldaten

- Sovjet-Unie steunde regering → wapens, goederen, geheime agenten

- Engeland en Frankrijk deden niks



Hitler wilde het Duitse rijk uitbereiden, eerst door onderhandelingen en politieke druk. Hitler intimideerde Oostenrijkse president Schuschnigg (hij benoemde de nazi Seyss-Inquart tot kanselier van Oostenrijk).

12 maart 1938: Duitse leger trekt Oostenrijk binnen.

10 april 1939: Anschluss (= aansluiting van Oostenrijk)



Groter Duits rijk door aansluiting Saarland (1935), Oostenrijk en remilitarisering van het Rijnland



Tsjecho-Slowakije wilde het Duitssprekende Sudetenland niet afstaan (was door Verdrag van Versailles deel van Tsjechoslowakije) → zocht steun bij Sovjet-Unie en Frankrijk. Chamberlain (Engeland) praat eerst met Hitler en probeert daarna met Daladier (Frankrijk) Tsjecho-Slowakije over te halen, maar weigert.



29 september 1938: Conferentie van München (= bijeenkomst van de leiders van Duitsland, Italië, Engeland en Frankrijk om te praten over de wens van Hitler om Sudetenland bij Duitsland te voegen). Rusland en Tsjecho-Slowakije niet uitgenodigd. Stalin vermoedde dat dat er een complot tegen communistisch Rusland werd gesmeed, Engeland en Frankrijk hadden volgens hem een geheim plan met de Sovjet-Unie. Sudetenland kwam uiteindelijk bij Duitsland.

Maart 1939: Hitler bezet heel Tsjecho-Slowakije. Werd niet tegen gehouden door appeasement-politiek (= de buitenlandse politiek van Engeland en Frankrijk in de jaren dertig, die erop gericht was om een oorlog te voorkomen door steeds toe te geven aan de wensen en eisen van Hitler). Hitler was nu gericht op Polen.



23 augustus 1939: non-agressiepact (= het niet aanvalsverdrag dat Duitsland en de Sovjet-Unie sloten)

- Duitsland en Sovjet-Unie vallen elkaar niet aan

- Polen verdeeld tussen Duitsland en Sovjet-Unie, waarin de SU veel invloed zou hebben in Baltische staten, Estland etc., in ruil voor niet bemoeien met oorlogen tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland (niet te vermijden, Engeland en Frankrijk zouden Polen helpen)



Hitlers belang: tweefrontenoorlog met Polen en Rusland voorkomen + hoop op angst bij de Engelsen en Fransen zodat ze Polen niet zouden helpen

Stalins belang: tijdwinst (ten tijde van de Grote Terreur had hij al zijn hoge officieren, die een bedreiging voor hem vormden, laten ombrengen. Hij wilde dus niet meteen een oorlog met Duitsland)



Oorzaken WO II: Verdrag van Versailles, economische crisis

Aanleiding WO II: Polen valt zogenaamd Duitsland aan (verkleedde Duitsers)



10.2 De Tweede Wereldoorlog

1 september 1939: Hitler valt westen Polen aan (oosten door Rusland)

3 september 1939: Chamberlain maakt bekend dat Engeland en Frankrijk officieel in oorlog zijn met Duitsland

voorjaar 1940: Hitler valt Noorwegen en Denemarken aan (veiligstellen vrije aanvoer van ijzererts uit Zweden en perfecte uitvalsbasis voor vloot)

10 mei 1940: Hitler opent aanval op Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk

14 mei 1940: overgave Nederland (was niet goed voorbereid: Nederlandse leger slecht getraind en geen enkele moderne wapens)

28 mei 1940: overgave België

14 juni 1940: overgave Frankrijk



Blitzkrieg (= het Duitse woord voor bliksemoorlog, oftewel een snelle overrompelingsoorlog)



juni 1940: verlies Slag om Engeland door radar. Royal Air Force sloeg de aanvallen van de Duitse Luftwaffe af.



22 juni 1941: Operatie Barbarossa (Duitse aanval op Rusland, non-agressiepact was gebroken)

december 1941: Russische troepen begonnen aan een tegenoffensief (soldaten vroren dood)

7 december 1941: Japanse aanval (verrassingaanval) op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor. Doel was om het grootste deel van de vloot van de Verenigde Staten te vernietigen, zodat Japan Azië kon veroveren. Roosevelt verklaarde de oorlog aan Japan. Bondgenoot Duitsland verklaarde oorlog aan VS. → Asmogendheden (Duitsland, Italië, Japan) vs. Grote Alliantie (Engeland, Sovjet-Unie, Verenigde Staten)

1942: Duitsland en Japan leden eerste grote tegenslagen (Slag bij El Alamein en Slag bij de Midway-eilanden)

Begin 1943: verlies slag om Stalingrad

6 juni 1944: D-day (geallieerde landingen in Normandië)

30 april 1945: zelfmoord Hitler + Eva Braun

2 mei 1945: Rode Leger veroverde Berlijn

8 mei 1945: einde oorlog Europa

Japan gaf zich niet over

6 augustus 1945: atoombom (massavernietigingswapen) op Hiroshima

9 augustus 1945: atoombom op Nagasaki

15 augustus 1945: overgave Japan → einde oorlog

november 1945-1946: proces van Neurenberg

tot 1948: rechtspraak in Tokyo





Nederland ten tijde WO II

- Duitse bezetting (= de toestand waarin een land door een ander land is veroverd en het bestuur gecontroleerd wordt door dat land)

- belangrijkste bestuurder: Oostenrijker Seyss-Inquart

- 1941: politieke partijen verboden op de NSB (= Nationaal Socialistische Beweging. De in 1931 opgerichte Nederlandse ‘nazipartij’ van Anton Mussert werkte tussen 1940-1945 volop mee met de Duitse bezetter) na

- Collaboratie = samenwerken met de vijand

- Accommodatie = het zich aanpassen aan een nieuwe situatie. Tijdens de Duitse bezetting probeerde een groot deel van de Nederlands bevolking het gewone leven zo goed mogelijk voort te zetten (bijv. ondertekeningen van ariërverklaring)

- Verzet

- Nederlandse economie ging achteruit

- 5 september 1944: Dolle Dinsdag (= het gerucht dat de Geallieerden Nederland bevrijd hadden. In werkelijkheid was dit niet het geval)

- 12 september 1944: Zuid-Limburg bevrijd door Amerikanen

- 17 september 1944: mislukte Slag om Arnhem → voedseltransporten werden beperkt → Hongerwinter (= de winter van 1944-1945, waarin de mensen in het bezette NL weinig tot niets te eten hadden en vaak stierven van de honger)

- 13 maart 1945: Wilhelmina terug in NL

- 5 mei 1945: bevrijding



10.3 De Holocaust (= de systematische vernietiging van zes miljoen Europese joden in de WO II)

Hitler legde schuld problemen Duitsland bij joden → antisemitisme (= Jodenhaat) en discriminatie (= het apart beoordelen en behandelen van een bepaalde groep/persoon vanwege ras, geloof, uiterlijk, geslacht)



superieur: Arische ras (übermenschen)

minderwaardig: Joden (untermenschen) → anti-joodse propaganda en rassenleer in onderwijs



Voor oorlog

Joden buitengesloten → 15 september 1935: Neurenberger Wetten (= joden werd het staatsburgerschap afgenomen en zij mochten niet trouwen met niet-joden) → geweld → 9/10 november 1938: Kristallnacht (= nazi’s deden aanval op Duitse joden en vernielden bezittingen). Oorzaak hiervan was opruiende nazipropaganda, Poolse jood had Duitser vermoord.



Tijdens oorlog

 Joodse getto’s → 20 januari 1942: Wannsee Conferentie (= bijeenkomst van belangrijkste nazi’s in een villa aan de Wannsee. Hier werd tot de systematische vernietiging van de joden besloten aka Endlösung) → begin bouw gaskamers (Adolf Eichmann werd deze opdracht toevertrouwd) → Mei 1942: Jodenster → Einsatzgruppen (= speciale SS-commando’s, die de opdracht hadden massaal joden te vermoorden) → Genocide (= volkenmoord)



Concentratiekampen: vergast of werken (‘Arbeit macht frei’)

In andere delen van West-Europa overleefde er naar verhouding meer joden, Nederland had een goed administratiesysteem en de Nederlanders lieten de jacht op joden over zich heen komen. Enige verzet was de Februaristaking (= staking tegen de anti-joodse maatregelen van de Duitsers) op 25 en 26 februari 1941.

 


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.