Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 9

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 4480 woorden
  • 17 juni 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!

Hoofdstuk 9: De Tweede Wereldoorlog



Paragraaf 1: Oorzaken van de Tweede Wereldoorlog



Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Azië een belangrijk strijdtoneel, omdat Japan oorlog ging voeren tegen China en westerse mogendheden. We beperken ons hier tot de oorzaken van de  Tweede Wereldoorlog, dus gaan niet verder in op de Japanse motieven. Over de directe oorzaak van de Tweede Wereldoorlog is geen discussie mogelijk: in september 1939 viel Duitsland Polen binnen en Engeland en Frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog, daarmee begon de Tweede Wereldoorlog in Europa.



Over de dieper liggende oorzaken is geen overeenstemming, lange tijd werd Hitler als enige of de belangrijkste oorzaak van de Tweede Wereldoorlog gezien, maar sinds de jaren ’60 is er discussie onder historici ontstaan. Want was het niet te makkelijk om de schuld van de oorlog op één man te schuiven?



Volgens sommige onderzoekers was Hitler wel de hoofdschuldige, maar waren Frankrijk, Engeland en Rusland ook verantwoordelijk voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Volgens hen is Hitler er altijd op uit geweest om de ‘leefruimte’ van het Duitse volk te vergroten, deze ruimte was volgens hem alleen in Europa te vinden. De volken die daar leefden waren niet van plan daaraan mee te werken en zo was een oorlog in Oost-Europa onvermijdelijk. Hitler bereidde zich dus al van tevoren voor op een oorlog, maar niet op een wereldoorlog. Dat deze oorlog uitbrak lag gedeeltelijk aan de politiek in Engeland, Frankrijk en Rusland. Onderzoekers noemen de volgende punten:




  • Door aan bepaalde eisen van Hitler te voldoen dachten de Engelse en Franse leiders dat ze de vrede konden handhaven. Ze schrokken pas wakker toen het te laat was, ze hadden eerder moeten optreden tegen Hitler.

  • Stalin maakte met zijn verdrag de weg vrij voor Hitler om Polen aan te vallen.



Volgens andere onderzoekers zou Hitler niet doelbewust op een oorlog uit, ze vinden dat de schuld eerder bij Frankrijk en Engeland gezocht moet worden. Zij noemen de volgende punten:




  • Het Verdrag van Versailles was de belangrijkste oorzaak voor het uitbreken van de oorlog. Hierin werden door Frankrijk en Engeland te hoge beperkingen aan Duitsland opgelegd. Duitsers waren naast de schadevergoedingen ook hun zelfbeschikkingsrecht kwijt: dit probeerde Hitler terug te winnen, hiertoe hoorde ook een deel van Polen.

  • Frankrijk en Engeland lieten Hitler lange tijd zijn gang aan, daarom verwachtte Hitler niet dat deze landen hem de oorlog zouden verklaren, als hij Polen aan zou vallen.

  • Frankijk en Engeland hadden Rusland niet moeten wantrouwen, dan was er een verdrag geweest tussen Frankrijk, Engeland en Rusland. Dan zou Stalin geen verdrag hebben gesloten met Duitsland en dat vond hij nu wel nodig voor de veiligheid van Rusland.



Op deze twee visies werd door andere onderzoekers weer anders gereageerd, zij namen het op voor Frankrijk en Engeland en wezen op het volgende:




  • Engeland en Frankrijk hadden een terecht schuldgevoel over het Verdrag van Versailles: daarom lieten ze toe dat Hitler de vaardigheden van het Verdrag probeerde te herstellen.

  • Op de conferentie van München gaven ze toe aan Hitlers eisen, omdat ze vonden dat het zelfbeschikkingsrecht ook voor Duitsers moest gelden.

  • Hard optreden tegen Hitler zou zeker tot oorlog hebben geleid, in 1938 was de Eerste Wereldoorlog net voorbij, dus de schrik zat er nog in bij iedereen. Algemeen dachten mensen dat een nieuwe oorlog nog verschrikkelijker zou zijn: daarom is het logisch dat Engeland en Frankrijk bereid waren concessies te doen aan Hitler.

  • Het wantrouwen van Engeland en Frankrijk tegen Rusland was zeer gerechtvaardigd. Het communistische ideaal was de ondergang van het westerse kapitalisme en een volledig communistische wereld. In Rusland was er een dictatuur onder leiding van Stalin.



In de ogen van deze onderzoekers moet de oorzaak worden gezocht in Hitler en zijn politieke ideeën en in de grote aanhang die hij wist te verwerven onder het Duitse volk.







Paragraaf 2: De Tweede Wereldoorlog vergeleken met de Eerste



Toen Duitsland in september 1939 Polen binnenviel en Engeland en Frankrijk Duitsland de oorlog verklaarden, heerste er in alle landen een angstige, gedrukte sfeer. Dit was ook zo in Duitsland, Goebbels gaf de order aan de pers het woord oorlog niet in krantenkoppen te gebruiken en zelfs Hitler vermeed dit woord, hij sprak van ‘terugschieten’ op de Polen. De Duitse schrijver Max von der Grün wist zich van de eerste oorlogsdag te herinneren: ‘Toen de redevoering van Hitler was afgelopen juichte niemand. De ontsteltenis stond op alle gezichten te lezen, niemand zei iets. Van enthousiasme was geen sprake. Niet op school, niet op straat, niet in de winkels, zelfs niet bij de Hitlerjugend. Mensen durfden elkaar niet aan te kijken, omdat ze bang waren dat ze vragen over de oorlog zouden krijgen.



In de Eerste Wereldoorlog werd bijna alleen in Europa en het Midden-Oosten gevochten. In de Tweede Wereldoorlog waren ook Noord-Afrika en Azië belangrijk, ook waren er meer Europese landen betrokken. Er was in feite een dubbele oorlog gaande, in 1931 was er een oorlog tussen Japan en China uitgebroken, nadat Japan Mantsjoerije was binnengevallen. Daarna had Japan andere delen van China veroverd. In 1940 bezetten de Japanners ook de Franse koloniën in Azië, daarna sommige Engelse koloniën en de Nederlandse kolonie Indonesië. In 1941 gingen ook de VS aan de oorlog deelnemen, na Pearl Harbor.



Het grootste deel van Europa kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Duits bestuur: in de zomer van 1942 bereikte het Duitse rijk het toppunt van zijn macht. Sinds Napoleon had niemand zo veel gebieden veroverd als Hitler.



De Arische volken in West-Europa werden vanuit de rassenleer van de nazi’s als bondgenoten beschouwd, zij zouden een goede plek krijgen in het nieuwe Europa. Daarom probeerden de Duitsers de West-Europeanen voor zich te winnen met de middelen die ze in 1933 ook hadden toegepast in Duitsland: propaganda en uitschakeling van eventuele tegenstanders. De economie in bezette gebieden moest zich in dienst stellen van de Duitse ‘oorlogsinspanning’, want Duitsland streed ‘voor Europa tegen het Engels-Amerikaanse kapitalisme en het ‘Russische bolsjewisme’. In de eerste jaren van de oorlog leek Duitsland onoverwinnelijk, want er was niet veel verzet in West-Europa. Toen de krijgskansen keerden en de Duitsers overgingen tot dwangmaatregelen als de Arbeitseinsatz. Het verzet nam toe en veel mensen doken onder, veel rechten ten aanzien van het oorlogsrecht van de burgerbevolking werden geschonden. Veel burgers werden gedeporteerd en zonder eerlijke rechtspraak gemarteld en gedood. Ook werden burgers gestraft voor het verzet tegen de Duitse bezetting, gijzelaars werden geëxecuteerd.



In Oost-Europa was de Duitse bezettingspolitiek harder, hier moest de leefruimte voor Duitsland gevonden worden, dit werd het leger en de SS voorgehouden. Ook waren de Oost-Europeanen van een lager en dienstbaar ras dat uitgebuit, verdrongen en zo nodig vermoord kon worden.



De Tweede Wereldoorlog was een bewegingsoorlog: verdedigingslinies werden vaker doorbroken dan gehouden. Artillerie en vliegtuigen bestookten de verdedigingslinies: pantserdivisies, dat wil zeggen tanks en met vrachtwagens en rupsvoertuigen aangevoerde infanterie, deden de rest. Er was ook meer troepenverplaatsing.



Er sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog ruim 8 miljoen soldaten, dit waren er in de Tweede Wereldoorlog 20 miljoen. De meesten sneuvelden aan het Oostfront, aan het Westfront sneuvelden er minder dan in de Eerste Wereldoorlog: toen stierven er 1,4 miljoen Franse soldaten, in de Tweede Wereldoorlog 212.000; voor de Britten 885.000 en 382.000. De oorzaken voor de verschillen aan het Westfront waren dat er in de Eerste Wereldoorlog veel soldaten op een klein gebied opeengepakt zaten en massale stormaanvallen ondernamen gedurende de hele oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er dus een bewegingsoorlog en deze bood door ruimte en snelheid minder trefkans. Ook werd Noordwest-Europa in korte tijd door Duitsland veroverd, daarna werd er pas in 1944 in Normandië weer op grote schaal gevochten.



Ook aan het Oostfront was sprake van een bewegingsoorlog, maar toch sneuvelden er daar enorm veel soldaten. De oorzaken:




  • Aan het Oostfront vochten meer soldaten dan aan het Westfront.

  • Aan het Oostfront kregen de soldaten van beide partijen het bevel ‘standhouden tot het uiterste’, ook al was een leger omsingeld.

  • De Russen combineerden de bewegingsoorlog met de massale stormaanval.



De oorzaken van het veel grotere verlies van soldaten in de Tweede Wereldoorlog:




  • Tijdens deze oorlog waren veel meer landen en veel meer soldaten bij de strijd betrokken.

  • Duitse, Russische en Japanse soldaten moesten tot het uiterste doorvechten: ze mochten zich niet overgeven, zo sneuvelden er in het laatste oorlogsjaar heel veel soldaten.



Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er op grote schaal krijgsgevangenen gemaakt, enige miljoenen. Er waren toen nog geen omgangsregels voor krijgsgevangenen, maar na de oorlog werden er regels opgesteld: deze werden in de Tweede Wereldoorlog aan de Duitse zijde ongeveer gerespecteerd ten aanzien van West-Europeaanse en Amerikaanse krijgsgevangenen, maar in de kampen met Russische en Poolse gevangenen kwam er niet veel van terecht. De sterftecijfers in die kampen waren enorm. Aan Russische zijde werden de regels ten aanzien van krijgsgevangenen ook niet gerespecteerd: duizenden Poolse krijgsgevangenen officieren werden geëxecuteerd in het woud van Katyn (bij Smolensk). 270.000 Poolse gevangenen kwamen om in Russische werkkampen, dit gold voor een nog groter deel van de Duitse krijgsgevangenen. Duitse krijgsgevangenen werden na de oorlog door Rusland niet vrijgelaten, pas in 1955 keerden de laatsten naar Duitsland terug.



Als gevolg van allerlei uitvindingen in de luchtvaartindustrie was de luchtmacht na 1918 sterk in betekenis toegenomen, van bombardementen werden dan ook veel burgers het slachtoffer. De wetenschap bleek niet in staat een voldoende afwerend middel te ontwerpen. Met radar werden onderzeeboten worden opgespoord en ook nieuw waren vliegdekschepen: deze speelden een grote rol bij de strijd in de Grote Oceaan tussen Japan en de VS. De Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor werd aangevallen door Japanse vliegtuigen die waren opgestegen van vliegdekschepen. Het gemotoriseerde vervoer was ter land enorm verbeterd, hierdoor werd een bewegingsoorlog mogelijk. Aan het eind van oorlog had Hitler zijn hoop gevestigd op langeafstandswapens, zoals de V1 (onbemand vliegtuigje beladen met springstof) en de V2 (de raket). Deze wapens werden vanuit Nederland op Londen en Antwerpen gelanceerd, ze hadden alleen niet het gewenste effect, want na de oorlog ontwikkelden de Russen en Amerikanen de raketten verder. Een andere uitvinding, die wel het gewenst resultaat had was het werpen van atoombommen: zoals Hiroshima en Nagasaki in Japan. Dit betekende de overgave van het land, de atoombom bleek een wapen dat alle andere wapens overtrof. De oorlogsindustrie heeft sinds de Tweede Wereldoorlog niet stilgestaan en er zijn nu nog vernietigendere wapens uitgevonden.



Als gevolg van alle uitvindingen waren er minder man-tegen-man gevechten, de strijd werd meer vanaf afstand gevoerd en minder persoonlijk, het werd meer een zaak van de technici. Het werd moeilijk om onderscheid te maken tussen militaire en burgerlijke doelen, met als gevolg veel slachtoffers onder de burgers. Er werden tijdens de Tweede Wereldoorlog geen strijdgassen gebruikt, zoals in de Eerste Wereldoorlog.



Er waren in de Tweede Wereldoorlog meer burgers betrokken dan in andere oorlogen:




  • Er waren miljoenen mannen in dienst, dus de vrouwen namen het werk over in fabrieken en andere bedrijven. Ook verzorgden verpleegkundigen verwonden en in de bezette gebieden leverden vrouwen belangrijke bijdragen als bijvoorbeeld koerierster in het verzet.

  • Door de bewegingsoorlog met veel betere vervoersmiddelen werden er meer gebieden getroffen.

  • Uit veel gebieden in Oost-Europa werd de bevolking op hardhandige wijze verdreven, eerst door de Duitsers en later op grotere schaal door de Russen.



Er vielen ook meer doden onder de burgerbevolking, naar schatting kwamen er ongeveer 20 miljoen burgers om, door de volgende oorzaken:




  • Massale bombardementen verwoestten steden en doodden inwoners. In het begin van de oorlog vooral steden in China, Polen en Engeland, later werden ook Japanse en Duitse steden gebombardeerd.

  • Nazi-Duitsland voerde een ideologische oorlog die met massamoorden binnen en buiten concentratiekampen gepaard ging, miljoenen Joden, Polen en Russen werden slachtoffer.

  • In bezette gebieden traden de Duitsers hard op, vooral om het verzet te drukken. Soms werd de bevolking van dorpen geheel of gedeeltelijk vermoord.

  • In Azië kostte de oorlog van Japan tegen China miljoenen Chinezen het leven. In Nederlands-Indië werden alle burgers van Nederlandse afkomst in kampen geïnterneerd.



Ook de verwoestingen waren groter:




  • De verwoestingen waren op niet eerder vertoonde schaal, als gevolg van de bewegingsoorlog, de vernietigendere wapens en de bombardementen.

  • Aan het Oostfront leidde de tactiek van ‘de verschroeiende aarde’ tot grote verwoestingen. Deze werd eerst door de Russen en later door de Duitsers toegepast: ze vernielden veel, maar hielden niets in handen om te tegenstander te laten vallen.



In de Eerste Wereldoorlog werden pers, affiches en politieke prenten als propaganda gebruikt, net als de stomme film. In de jaren daarop maakte de filmindustrie ontwikkelingen door, dankzij de geluidsfilm nam de betekenis van film als propagandamiddel toe. Nieuw was de radio in de Tweede Wereldoorlog, die toen nog geen concurrentie had van de televisie. Er werd via de radio geluisterd naar redevoeringen, nieuwsuitzendingen en ontspanningsprogramma’s die vaak politiek waren. Strooibiljetten werden door vliegtuigen boven vijandelijke gebieden uitgeworpen. In 1944 ontwikkelden de Amerikanen een bom die strooibiljetten kon bevatten. Net zoals in de Tweede Wereldoorlog werd de pers als propaganda ingeschakeld, deze stond in Duitsland onder strenge censuur. In de bezette gebieden ontstond er een omvangrijke illegale pers.







Paragraaf 3: Nederland onder Duitse bezetting



De Tweede Wereldoorlog begon voor Nederland op 10 mei 1940, toen vielen de Duitse troepen Nederland binnen. Deze aanval was een onderdeel van het Duitse aanvalsplan tegen West-Europa. Frankrijk werd snel verslagen, maar Engeland hield stand.



Het Nederlandse leger was groter dan het Duitse leger dat Nederland aanviel, maar het was slecht bewapend en niet goed voorbereid. De Duitse aanval met parachutisten op Den Haag mislukte, maar het werd op 13 mei duidelijk dat de Duitsers gingen winnen. Op 14 mei werd Rotterdam gebombardeerd en dit betekende het einde, opperbevelhebber Winkelman capituleerde.



Bijna 45.000 Nederlanders verloren binnen deze 5 dagen hun leven, de Nederlandse regering was op 13 mei naar Engeland gevlucht om vanuit daar de rest van het koninkrijk te besturen (Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen). Tot 1945 bleef de regering in Londen. In Nederland namen de Duitsers de macht in handen en Hitler benoemde functionarissen om Nederland te besturen.



De Duitse aanval veroorzaakte verontwaardiging onder de Nederlandse bevolking, omdat Duitsland Nederland als een neutraal land had geschonden, ze hadden niet eerder in een bondgenootschap gezeten. Vanaf 1839 voerde Nederland een neutraliteitspolitiek. Dat Nederland buiten de Eerste Wereldoorlog was gebleven toonde aan dat deze politiek juist was, het is dus begrijpelijk dat Nederland deze politiek voortzette.



De hoogste gezagsdrager in Nederland werd Seyss-Inquart, een Oostenrijks nationaalsocialist. Hij stond rechtstreeks onder Hitler als ‘rijkscommissaris’. Het was de bedoeling dat Nederland nauw met het nieuwe Duitse rijk zou worden verbonden, want volgens de nationaalsocialisten hoorden de Nederlanders tot het Germaanse ras.



Seyss-Inquart stond aan het hoofd van 1500 Duitse bestuursambtenaren, die bevelen gaven aan Nederlandse ambtenaren van ministeries, provincies en gemeenten. De Duitsers plaatsten ook Duitse politie in Nederland om verzet te voorkomen of te onderdrukken, de chef van de Duitse politie, Rauter, zou later in Nederland berucht worden. Duitse soldaten moesten de Nederlandse kust verdedigen tegen een eventuele landing van de Engelsen. Ze konden ook worden ingezet om orde te handhaven. Duitse jachtvliegtuigen werden op Nederlandse vliegtuigen gestationeerd om Engelse en Amerikaanse bommenwerpers neer te halen, die op weg waren naar Duitsland. De Duitse bezetters hadden bij hun bestuur twee doelen:




  • Nederland inschakelen bij de Duitse oorlogsvoering, door mannen in het leger te laten vechten of mensen mee te laten werken in de oorlogsindustrie. Ook konden de Nederlanders landbouw en industrie producten leveren aan Duitsland.

  • De Nederlandse bevolking winnen voor het nationaalsocialisme, zodat de samenleving nationaalsocialistisch zou worden. In dat verband moesten de Joden uit de Nederlandse samenleving worden verwijderd en werd de Nazificatie geleidelijk ingevoerd.



Seyss-Inquart hoopte dat de bevolking vrijwillig tot het nationaalsocialisme over zou gaan, ook werd op grote schaal propaganda hiervoor gemaakt. Er werd gebruik gemaakt van kranten, radio’s, affiches en voorprogramma’s in bioscopen. Nederlanders merkten aan het begin weinig, want de bestaande kranten en omroepen bleven bestaan. Achter de schermen maakte Duitsland uit wat er wel en niet uitgezonden of gepubliceerd mocht worden.



Een poging van Nederlanders tot politieke vernieuwing zorgde voor enthousiasme, in juni 1940 werd de Nederlandsche Unie opgericht. De leiders wilden met de Duitsers samenwerken, maar legden nadruk op het Nederlandse karakter van de beweging. Voor de oorlog was er al ontevredenheid over de Nederlandse politiek, politieke leiders konden niet de politieke problemen oplossen en er ontstond twijfel aan de parlementaire democratie. De leiders van de Unie wilden een nieuwe start maken en een groot aantal Nederlanders werd lid.



De aanhang van de Nationaalsocialistische beweging, de NSB, was sinds de oorlog gestegen. Deze fascistische partij bestond al sinds 1932. De meeste Nederlands voelden er niks voor, maar velen bleken bereid zich enigszins aan te passen aan de Duitsers en met ze samen te werken. Ze hadden daarvoor verschillende redenen: ondernemers wilden hun bedrijf houden of orders doen voor het Duitse leger, ambtenaren wilden hun werk blijven doen en er waren ook baantjesjagers die carrière wilden maken (zoals de soldaten aan het Oostfront).



Vanaf 1941 ging de bezetter harder optreden om het nationaalsocialisme door te voeren, de redenen:




  • De propaganda sloeg niet aan bij de Nederlanders.

  • Nederland moest een bijdrage leveren aan de oorlogsvoering, Duitsland had ook oorlog met de VS en Rusland, dus hadden ze soldaten nodig op de verschillende fronten.



De Duitsers gingen dwang gebruiken voor de Nazificatie, omdat het vrijwillig niet lukte. Kunstenaars moesten lid worden van de Kultuurkamer. De omroeporganisaties werden vervangen door één Rijksradio: De Nederlandse Omroep, maart 1941. Alle vakverenigingen gingen op in het Nederlands Arbeidsfront. De NSB werd de enige politieke partij en daarmee kwam er een einde aan de andere politieke partijen, ook de Nederlandsche Unie werd in 1941 verboden. De NSB kende net als de NSDAP het leidersbeginsel. De leider van de NSB was Anton Mussert, hij probeerde door propaganda partijleden te krijgen. Dit lukt niet en zo kregen Mussert en de NSB weinig macht. Op alle Nederlandse bestuursposten werden wel bijna alleen maar NSB’ers benoemd.



Er waren in Duitsland weinig mensen die vrijwillige arbeid wilden doen, eind februari 1941 begonnen de Duitsers met Nederlanders ertoe te dwingen. Nederlandse arbeidsbureaus hielpen ze met het zoeken van krachten. Toen dit ook niet werkte gingen ze Nederlandse soldaten oproepen in 1943, deze waren in 1940 krijgsgevangenen gemaakt, maar al weer vrijgelaten. Als protest braken in 1943 de April-mei-stakingen uit. De Duitsers onderdrukten de stakingen op hardhandige wijze, stakers werden geëxecuteerd, maar door de stakingen hadden veel soldaten de moed gekregen zich te verzetten. Zij doken onder, maar toch hebben er 600.000 Nederlanders in Duitsland gewerkt. Nederland leverde ook landbouw- en industrieproducten aan Duitsland, zo begonnen sommige producten schaars te worden.



In het begin richtten de Duitse maatregelen zich vooral tegen Joden, stap voor stap werden ze geïsoleerd. In 1940 moesten alle Joden die in dienst waren bij de overheid zich laten registreren en daarna werden ze ontslagen. Vanaf september 1941 moesten Joodse kinderen naar aparte scholen en veel dingen werden ‘voor Joden verboden’. Vanaf mei 1942 moesten Joden een gele ster op hun kleding dragen in het openbaar, maar tegen deze maatregelen was weinig verzet. De Februaristaking in Amsterdam in 1942 was een uitzondering als verzet tegen de Jodenvervolging. Toen moesten Joden zich melden voor ‘werkverruiming’ in Duitsland, dat hield in dat de meeste Joden naar kamp Westerbork in Drenthe gingen. Vanuit daar begon de deportatie naar de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. Sommige Joden konden vluchten of onderduiken.



Bijna overal werden burgers met de oorlog en bezetting geconfronteerd, Duitse propaganda was nauwelijks te vermijden. Er ontstond een schaarste aan levensmiddelen en goederen, omdat de productie voor het Duitse leger voorrang kreeg. Er werd een distributiesysteem opgezet om de beschikbare goederen te verdelen, alles ging ‘op de bon’. Echte hongersnood kwam op deze manier niet voor, behalve tijdens de hongerwinter. Er ontstond ook ruilhandel en zwarte handel.



Voor sommige bevolkingsgroepen waren de gevolgen groot, zoals voor fabrikanten, ambtenaren of politieagenten. Velen kwamen voor de keuze te staan of ze goederen en diensten moesten verlenen aan de bezetter. Wat moest je doen? Dat werd voor velen de belangrijkste vraag in hun leven.



Door het harde optreden van de Duitsers nam de anti-Duitsers stemming toe, er werd tegen de Duitsers gewerkt. Veel mensen doken onder, omdat ze niet naar Duitsland gestuurd wilden worden.



Onder mensen tussen de 20 en 40 ontstonden er verzetsactiviteiten, zij schakelden familie en vrienden in en er werden ondergrondse bladen gedrukt en er ontstond een geheim radiocontact met Engeland. Voor het verzet waren ook bankiers nodig, voor de financiering. Verzetsmensen hielden zich bezig met verzorging van onderduikers, opvang van bemanning van neergeschoten Engelse en Amerikaanse vliegtuigen, vervaardiging van valse persoonsbewijzen, verspreiden van illegale kranten, het plegen van sabotage en van overvallen om aan goederen voor onderduikers te komen, het liquideren van voor het verzet levensgevaarlijke verraders en meisjes zorgden als koeriersters voor het onderlinge contact. De LO/LKP was de grootste verzetsorganisatie. Behalve deze actieve verzetsmensen waren er ook passieve verzetsmensen, die aan verzet deden door onder te duiken of onderdak te verlenen aan onderduikers. Op actief verzet stond de doodsstraf en op passief verzet het concentratiekamp. Sommige mensen gaven hun beroep op, omdat ze niet voor de bezetter wilde werken.



Na de geslaagde invasie in Normandië in 1944 en de opmars van de Russische troepen in Oost-Europa stond de militaire overwinning van de Geallieerden vast: in september 1944 bereikten de Geallieerden het zuiden van Nederland. Door een fout van Radio Oranje uit Londen begonnen mensen op 5 september 1944 de bevrijding te vieren, dolle dinsdag genoemd, vele Duitsers en NSB’ers vluchtten weg. Deze konden snel terugkomen. De Nederlandse regering in Londen riep een spoorwegstaking in Nederland uit en hoopte zo de verbindingslijnen met Duitsland te bemoeilijken. De opmars van de Geallieerden liep vast bij de rivieren, parachutisten faalden er in over de Rijn bij Arnhem te komen.



In het najaar van 1944 werd het zuiden van Nederland bevrijd door Britse en Canadese troepen, er waren grote vernielingen aangebracht aan het Westfront. Vele mensen leefden in kelders of werden dakloos, in de frontgebieden was daarna vaak geen gas, vervoer, water en elektriciteit.



Het gedeelte van Nederland dat nog bezet was maakte de moeilijkste periode van de oorlog mee, er kwam steeds meer terreur door de Duitsers. Er kwamen razzia’s voor Duitse arbeidskrachten en zo werden mannen zonder meer van de straat opgepakt en naar Duitsland gebracht. Het verzet nam massale vormen aan, hierop namen de Duitsers hardere maatregelen.



Door het ontbreken van mankracht, goederen en verbinding verdwenen in het noorden veel voorzieningen, er was geen openbaar vervoer meer en vaak ook geen onderwijs. Vooral in de grote steden heerste er hongersnood. Ook brandstof was schaars, dus mensen leden kou.



In april 1945 bevrijdden Canadese troepen het noorden en oosten van Nederland, op 5 mei gaven de Duitsers in het westen zich over. Enkele dagen later capituleerde het Duitse leger en kwam er een einde aan het nationaalsocialistische bewind in Duitsland. Bij de bevrijding kwamen veel soldaten om.







Paragraaf 4: Gevolgen van de Tweede Wereldoorlog



Als gevolg van de Tweede Wereldoorlog kwamen er 40 miljoen mensen om, evenveel burgers als militairen. Voor de overlevende familieleden waren de gevolgen groot, vrouwen hadden geen echtgenoot meer en veel ouders verloren kinderen. Tot op de dag van vandaag hebben mensen lichamelijke en psychische klachten die naar de oorlog kunnen verwijzen. Mensen die de oorlog niet hebben meegemaakt, kunnen hier soms weinig begrip voor hebben.



Na de Tweede Wereldoorlog werden de voormalige leiders berecht, onder andere in Neurenberg en Tokio. De berechting van mensen die met de Duitsers in bezette gebieden hadden samengewerkt, bleek moeilijk. Men was het erover eens dat het gestraft moest worden, maar het bleek te ingewikkeld om in duidelijke regels te kunnen vatten. Na vijf jaar was alles gedaan, maar er was ook veel vergeten.



De enorme verwoestingen waren van groot belang op de korte termijn, economisch was er grote schade aangericht. Gebouwen en openbare wegen waren vernietigd, veel apparatuur was naar Duitsland gebracht. Toch was binnen een paar jaar alles weer herbouwd. In Nederland duurde het tot 1950 voordat het welvaartsniveau weer op peil was.



Na de Tweede Wereldoorlog werden, net als na de Eerste Wereldoorlog, nieuwe grenzen getrokken in Europa. Polen verschoof naar het westen ten koste van Duitsland, de Duitsers die daar woonden werden het land uit gezet, om problemen te voorkomen. De rest van Duitsland werd in vier bezettingszones verdeeld: Amerikaans, Engels, Frans en Russisch. De eerste drie werden later samengevoegd tot de Bondsrepubliek, West-Duitsland. De Russische zone werd de Duitse Democratische Republiek, DDR, Oost-Duitsland. Letland en Litouwen, delen van Slowakije en Roemenië, werden weer onderdeel van Rusland. Istrië, dat tot Italië had behoord, werd weer toegevoegd aan Joegoslavië.



Voor de Tweede Wereldoorlog gaven de West-Europese mogendheden nog toon aan de wereld, maar tijdens de oorlog groeiden de VS en Rusland uit tot grote invloedrijke mogendheden. Ook de Nederlandse positie veranderde, Nederland sloot zich aan bij het Westerse blok, in plaats van de neutraliteitspolitiek.



Door de tegenstelling tussen de VS en Rusland raakte een groot deel van de wereld verdeeld in twee machtsblokken: het communistische blok onder leiding van Rusland en het westerse blok onder leiding van de VS. Er ontstond een ‘Koude oorlog’ tussen de blokken, deze ging gepaard met een bewapeningswedloop: beide blokken streefden naar het bezit van steeds meer en betere kernwapens. Pas in 1989-1990 veranderde dit.



Sinds de Eerste Wereldoorlog waren de nationalistische gevoelens in de koloniën gegroeid, ze wilden onafhankelijkheid. Ze vonden dat er een einde moest komen aan het koloniale tijdperk. De Tweede Wereldoorlog bood nieuwe mogelijkheden, soldaten uit de koloniën vochten mee met de Geallieerden, sommige koloniën werden bevrijd door Japan. Na de oorlog bleken de nationalistische bewegingen groter dan ooit tevoren: sommigen slaagden er in snel onafhankelijkheid te verkrijgen, anderen lukte het pas lang erna.



De Tweede Wereldoorlog zorgde voor een snelle ontwikkeling van allerlei wapens, het einde van de oorlog werd het begin van het atoomtijdperk. In 1945 waren allen de VS in staat om een atoombom te vervaardigen, maar nu kunnen meer landen dat. Verschillende landen maken gebruik van kernenergie. De dreiging van een atoomramp of atoomoorlog werd een gevolg van de Tweede Wereldoorlog.



Na de Eerste Wereldoorlog was de Volkenbond opgericht om een nieuwe oorlog te voorkomen, maar deze organisatie kon weinig invloed op de politiek uitvoeren. Daarom wilden de Geallieerden na de oorlog een nieuwe wereldorganisatie oprichten, in de lente van 1945 tekenden vertegenwoordigers van 50 staten het Handvest van de Verenigde Naties, deze kregen als taak oorlog te voorkomen en te helpen bij de bestrijding van armoede, ziekte, honger en onrecht in de wereld.



Het pacifisme kreeg minder aanhang dan na de Eerste Wereldoorlog en weinig staten in het Westen stelden zich neutraal op. De meesten wilden bijdragen aan het voorkomen van oorlogen door samenwerking op militair gebied. Zo kwam in de Westerse wereld de NAVO tot stand, die er nog steeds is.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.