Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 8, paragraaf 6-10

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • Klas onbekend | 3386 woorden
  • 17 juni 2016
  • nog niet beoordeeld
  • Cijfer
  • nog niet beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Hoofdstuk 8: Duitsland 1870 – nu



Paragraaf 6: Nazificatie van de samenleving



Nazificatie = het organiseren van de samenleving volgens de leer van de nazi’s.



Het partijprogramma van de NSDAP bevatte ook enkele socialistische standpunten, zoals de nationalisatie van grote bedrijven, maar Hitler vond andere plannen belangrijker. Hij had daarbij juist de steun nodig van het bedrijfsleven: industrieën mochten winst blijven maken, maar moesten zich bij de leiding van de NSDAP neerleggen. De staat werd de grootste opdrachtgever van de industrie, vooral de oorlogsindustrie.



De boeren stonden bij de nazi’s hoog aangeschreven, want op het platteland zou het Germaanse ras het zuiverst bewaard zijn gebleven. De boeren zouden in de nieuwe ‘leefruimte’ als kolonisten moeten zorgen voor de voedselvoorziening van het Duitse volk. In de propaganda werden de boeren enorm verheerlijkt. Er werd een jaarlijkse ‘oogstdankdag;  ingesteld. In praktijk moesten de boeren zich ook aan de leiding van de nazi’s onderwerpen en ook de landbouw werd in dienst gesteld van de voorbereiding op de oorlog.



Ook vrouwen werden door de nazi’s verheerlijkt, zo werd Moederdag sterk gepropagandeerd en het krijgen van kinderen aangemoedigd. Vrouwen werden qua werk gediscrimineerd: getrouwde vrouwen werden geschrapt van de lijst met werklozen, alle getrouwde vrouwen met een baan bij de overheid kregen ontslag. Meisjes mochten maar 10% van de studenten zijn. In de oorlog hadden de nazi’s de vrouwen nodig om het werk van de mannen te vervangen, die aan het front vochten. In die tijd werken er meer vrouwen ooit tevoren in het bedrijfsleven en bij de overheid.



De scholen moesten de jeugd opvoeden met nieuwe leerboeken in de geest van het nationaalsocialisme: strijdbaar, nationalistisch en rassenbewust. Ook het onderwijzend personeel werd gezuiverd: Joden, communisten, socialisten en pacifisten werden ontslagen. Jeugdverenigingen werden opgeheven of gingen op in de jeugdbeweging van de nazi’s: de Hitlerjugend, die een aparte afdeling voor meisjes had: de Bund deutscher Mädel. De meerderheid van de jongeren werd vrijwillig lid. In 1936 werd het lidmaatschap verplicht voor alle jongeren van 10 tot 18 jaar. Na de HJ kwam de Rijksarbeidsdienst: alle achttienjarigen moesten een half jaar ‘arbeidsdienstplicht’ vervullen. Er werden grote werkkampen voor jongeren ingericht, waarin het werk bestond uit helpen bij de boeren of graafwerkzaamheden voor ontginningen en de aanleg van autosnelwegen (Autobahnen).



In maart 1933 werd er een nieuw ministerie opgericht: het ministerie voor volksvoorlichting en propaganda. Dit ministerie krijg de leiding over de pers, radio en films. Joseph Goebbels was de propagandaleider van de NSDAP en hij werd minister. Onder zijn leiding maakten de nazi’s gebruik van film en radio als nieuwste technische hulpmiddelen om mensen te beïnvloeden. Hij zei: ‘Wat de pers was voor de 19e eeuw, zal de radio zijn voor de 20e eeuw’. De radio boeide de mensen en was gemakkelijk te beheersen. Nog niet iedereen had een radio, maar Goebbels liet goedkope radio’s ontwerpen. In 1939 had driekwart van de gezinnen een radio en ook in bedrijven, openbare ruimtes en cafés waren radio’s geïnstalleerd met sterkte speakers. Men was verplicht tijdens het werk naar bepaalde uitzendingen te luisteren, zoals redevoeringen van Hitler. Goebbels stelde een rijkscultuurkamer in, waar iedereen die op het gebied van kunst of publiciteit werkte, lid van moest worden. De rijkscultuurkamer was verdeeld in aparte ‘kamers’ voor pers, radio, film, literatuur, muziek en beeldende kunst. Joden en politiek onbetrouwbare personen mochten geen lid worden. Dat kwam voor hen neer op een beroepsverbod, velen vluchtten naar het buitenland.







Paragraaf 7: De terreur van de nazi’s



Door terreur wilden de nazi’s twee doelen bereiken: gevaarlijke tegenstanders uitschakelen en weifelaars en eventuele toekomstige tegenstanders schrik aanjagen dat ze niet aan verzet tegen de nazi-maatregelen zouden durven denken. Het eerste doel is zeker bereikt en ook hebben ze hun tweede doel bij veel Duitsers bereikt.



SS is de afkorting van Schutz-Staffel, beschermingsafdeling. De SS werd in 1925 opgericht ter bescherming van de NSDAP-leiders en van Hitler. In het begin was de SS een onderdeel van de SA, maar na de nacht van de lange messen kwam de SS rechtstreeks onder Hitler te staan. De jaren daarna werden de taken van de SS uitgebreid: beschermen van de nationaalsocialistische staat door uitschakeling van de tegenstanders. De leider van de SS, Hienrich Himmler, kreeg in 1936 de leiding over de politie in heel Duitsland en werd daardoor na Hitler de machtigste leider van het land. Hij kwam aan het hoofd van een organisatie die enorme misdaden heeft begaan. Als je bij de SS wilde moest je tot het Arische ras behoren. De beste Duitsers waren nazi’s en volgens Himmler waren de beste nazi’s SS’ers. Hij wilde van de SS’ers mensen maken die tot alles bereid waren in het belang van de Führer. In de laatste jaren voor de oorlog bouwde de SS een eigen troepenmacht op: de Waffen-SS. Deze troepen werden als elite gezien en kregen de modernste wapens. In de loop van de oorlog liepen de Waffen-SS uit tot 850.000 man en ze werden op belangrijke plaatsen aan het front ingezet. Ongeveer 180.000 niet-Duitse vrijwilligers traden toe tot de Waffen-SS, waaronder 22.000-25.000 Nederlanders.



De nazileiding had de concentratiekampen niet gepland. In maart 1933 werden na de Rijksdagbrand tienduizenden communisten opgepakt en de gevangenissen bleken te klein. De SA en SS brachten de gevangenen naar afgelegen plekken waar ze de gevangenen zelf houten barakken lieten bouwen, omgeven met prikkeldraad. Vanaf dat moment bleven de concentratiekampen, als Dachau, Buchenwald, Oranienburg/Sachenhausen, Ravensbrück en Maultausen, die vooral als gevolg van de oorlogstijd berucht zijn geworden, bestonden al voor de oorlog. In 1934 was de SA van haar macht beroofd en toen kwamen de concentratiekampen onder leiding van de SS. Bij de minste of geringste aanleiding mishandelden de bewakers de gevangenen. Veel gevangenen zijn hierdoor overleden. In de oorlogsjaren werden er nog meer kampen opgericht, niet alleen in Duitsland, maar ook in andere bezette landen. Er werden ook vernietigingskampen opgericht waar miljoenen mensen werden vermoord.







Paragraaf 8: De rassenpolitiek



Voor de oorlog was de rassenpolitiek van de nazi’s gericht op de Joden in Duitsland. Ze werden steeds meer geïsoleerd en geterroriseerd. Het doel was de Joden tot emigratie te dwingen, maar er bleken weinig landen die de Joden wilden opnemen. Joden die het land uit gingen moesten al hun spullen achterlaten en de andere regeringen vreesden dat de Joden de werkloosheid in hun land zouden verergeren. Toch emigreerden voor de oorlog 170.000 van de 500.000 Joden uit Duitsland, het merendeel ging naar Palestina dat door Engeland werd bestuurd.



In april 1933 begonnen de nazi’s met het in praktijk brengen van hun antisemitische ideeën, ze maakten het de Joden in de samenleving steeds moeilijker:




  • April 1933: boycot van Joodse winkels afgekondigd. Ook Joden die in het onderwijs, bij de overheid of bij de publiciteitsmedia werkzaam werden, werden ontslagen.

  • 1935: afkondiging Neurenberger wetten, Joden mochten niet meer trouwen met mensen van Duits bloed en de Joden werden de rechten van staatsburger ontnomen.

  • 1938: Openbare voorzieningen, zoals scholen, zwembaden, theaters, sportvelden, treinen en trams werden verboden voor Joden.



Als Joden zich verzetten moesten ze naar concentratiekampen, ook veel Joden werden slachtoffer van de terreur van de SA. Het toppunt van de terreur vormde de Reichskristallnacht, in november 1938. In Parijs werd een diplomaat vermoord door een jonge Jood, waarvan de familie uit Duitsland was gevlucht. Hierop ontketenden de nazi’s een grote actie tegen alle Joden in Duitsland. Tienduizenden Joden werden vermoord of gevangengenomen. Synagogen werden in brand gestoken en winkels van Joden werden verwoest. Daders werden niet gestraft.



Na het uitbreken van de oorlog werd de rassenpolitiek ook tegen de Joden in bezette landen. Er kwamen tien miljoen Joden bij, dus emigratie was geen oplossing meer. Welke oplossing de nazileiders dan voor ogen hadden, werd duidelijk nadat Duitsland Rusland in juni 1941 had aangevallen. Het werd de Enlösung (definitieve oplossing) genoemd, in opdracht van Himmler en Hitler schoten speciale Einsatzgruppen van de SS in de veroverde Russische gebieden alle communistische functionarissen, zigeuners en Joden dood. Op deze manier werden ruim een miljoen mensen geëxecuteerd. Doden van Joden bleek in Duitsland, Polen en andere bezette gebieden omslachtig, dus de SS ging over tot een andere methode: vergassen. Er kwamen vernietigingskampen, kampen gericht op de vernietiging van mensen. Er waren verschillende soorten:




  • Kampen die tot doel hadden zo veel mogelijk Joden en zigeuners te vermoorden door hen de gaskamers in te sturen: Majdanek, Sobibor en Treblinka.

  • Kampen die vernietigingskampen en werkkampen waren: Auschwitz-Birkenau, hier werden ruim twee miljoen Joden vermoord.

  • Kampen die tot doel hadden gevangenen te laten werken tot ze er dood bij neer vielen: Mauthausen en Natzweiler.

  • Kampen waarin krijgsgevangenen werden ondergebracht, vooral de kampen voor Russische krijgsgevangenen hadden veel weg van vernietigingskampen, ruim de helft kwam om in deze kampen.



Alleen over het aantal vermoordde Joden uit West-Europa zijn vrij nauwkeurige gegevens bekend: van de 140.000 Nederlandse Joden zijn er 104.00 omgekomen, de meesten in Sobibor en Auschwitz-Birkenau. Er zijn in totaal tussen de 5 en 6 miljoen Joden vermoord. De schattingen over zigeuners lopen sterk uiteen, door de gebrekkige persoonsregistratie van zigeuners.







Paragraaf 9: Verzet in Duitsland



Door het nationaalsocialisme was er verdeeldheid onder de bevolking ontstaan: voor en tegenstanders van het nazibewind. Van de tegenstanders zaten er voor de oorlog al tienduizenden in concentratiekampen en in de oorlog nam dit aantal toe. Ook de neutralen en meelopers van de nazi kregen twijfels over sommige punten van het beleid van Hitler. Lang niet iedereen kon zich vinden in de vervolging van Joodse medeburgers.



Het verzet was in Duitsland een stuk moeilijker dan in de bezette landen:




  • Overal hielden gewone leden van de NSDAP en leden van de SA en SS de bevolking in de gaten.

  • Een groot deel van de bevolking stond achter Hitler, waardoor kans op verraad niet groot was.

  • De meeste Duitsers zagen verzet als landverraad.



Toch ontstonden er onder socialisten en communisten kleine verzetsgroepen. Ook in liberale, conservatieve en kerkelijke kringen kwam het verzet op gang. Men zorgde ervoor dat door de politie gevolgde personen konden onderduiken en verspreidde anti-Hitler pamfletten, of gaf inlichtingen door aan de tegenstanders van Duitsland. Er was geen schijn van kans om het naziregime ten val te brengen. Velen uit het verzet werden opgespoord, verraden en terechtgesteld of in concentratiekampen geplaatst.



De Kerken waren bang dat zij ook zouden worden verboden en bovendien stonden zij niet afwijzend tegenover het nationaalsocialisme, omdat sommige programmapunten bij hen in goede aard vielen, zoals het anticommunisme en de centrale plaats die het gezin in de samenleving innam en de belangrijke rol van de vrouw als moeder. Hitler zou het liefst de Kerken hebben opgeheven, maar hij durfde het niet aan, daarom probeerde hij de Kerken bondgenoot te maken. Er overheersten twee godsdiensten in Duitsland: de evangelisch-lutherse en de rooms-katholieke. Onder het nationaalsocialisme viel de evangelisch-lutherse uiteen in twee delen: de Duitse christenen die nationaalsocialisten waren, en de Belijdende Kerk die weigerde het nationaalsocialisme te dienen. Nadat Hitler de paus de vrije uitoefening van de katholieke godsdienst had beloofd in een concordaat, erkende de katholieke Kerk de Hitler-regering. Toen deze zich niet aan het concordaat hield, veranderde de houding van de Kerken. In 1937 veroordeelde de paus de nationaalsocialistische leer: de Kerken deden protesten, maar ze verhieven hun stem niet tegen het naziregime. Graaf Van Galen, de katholieke bisschop van Munster, had wel een uitzondering: hij preekte in 1941 openlijk tegen het plan van de nazi’s alle geesteszieken te doden. Dominees en lagere geestelijken gingen soms verder in het verzet dan hun leiders. Als gevolg daarvan kregen ze een spreekverbod, belandden in gevangenissen en concentratiekampen. Het merendeel van de dominees en katholieke geestelijken bleek echter nog tot het einde van de oorlog in de Duitse kerken te bidden voor het welzijn van de Führer.



De enige groep die het regime van Hitler echt bedreigde, was het leger. De meeste hoge officieren waren conservatieven en geen nazi’s. De voelden zich door de eed van trouw die ze hadden afgelegd wel sterk aan Hitler verbonden. Sommigen hebben voor en in de oorlog wel plannen gemaakt om Hitler ten val te brengen. Hun hoofdmotief was de angst dat Hitler het Derde Rijk naar de ondergang zou brengen. Deze angst werd na 1942, toen het Duitse leger aan het Oostfront nederlagen begon te lijden, steeds groter. In 1944 beraamde een aantal officieren een plan om Hitler te doden en vrede te sluiten met de Geallieerden. Op 20 juli 1944 plaatste een jonge officier, graaf Von Stauffenberg, een tijdbom in Hitlers hoofdkwartier in Oost-Pruisen. De bom doodde vier mensen, maar Hitler had slechts verwondingen. De pogingen om de staatsgreep door te zetten mislukten, maar Hitler nam bloederig wraak: ruim 5.000 ‘verraders’ werden gearresteerd en velen geëxecuteerd. Een andere vorm van verzet was het deserteren van Duitse soldaten, al stond op desertie de doodstraf. Na de oorlog hadden de deserteurs geen recht op oorlogspensioen en veel Duitsers zagen hen als landverraders. Vanaf de jaren ’80 werden acties gevoerd voor eerherstel van de deserteurs, maar pas in 2002 nam Duitsland een wet aan die vonnissen wegens desertie nietig verklaarde en tot onrecht bestempelde.







Paragraaf 10: Na de oorlog Duitsland tijdelijk in twee staten gesplitst



In mei 1945 verloor Duitsland de oorlog, daarmee kwam er een einde aan het Derde Rijk van de nazi’s. Duitsland werd door de Geallieerden in vier bezettingszones verdeeld. De geallieerden: Engeland, de VS, Frankrijk en Rusland. Elk land bezette een deel van het land en daarbij verloor Duitsland veel grondgebied aan Polen. De Geallieerden verboden het nationaalsocialisme en de nazileiders werden gearresteerd. De hoogste leiders werden naar Neurenberg gebracht en daar berecht. De Geallieerden konden het niet eens worden over de toekomst van Duitsland, toen werd het land verdeeld in twee staten:




  • De Bondsrepubliek Duitsland, de BDR, de bezettingszones van de westerse Geallieerden.

  • De Duitse Democratische Republiek, de DDR, de Russische bezettingszone.



De BRD kwam in 1949 tot stand, haar grondgebied bestond uit de voormalige Engelse, Amerikaanse en Franse bezettingszones, in de grondwet werd vastgelegd dat de BRD federaal en democratisch zou zijn:




  • De BRD is een federatie, die bestaat uit een aantal deelstaten.

  • De deelstaten hebben een eigen parlement en regering. Deze mogen op bepaalde terreinen, bijvoorbeeld onderwijs, hun deelstaten zelf besturen.

  • Het hoogste orgaan voor de hele BRD is de Bondsdag (parlement).

  • De bondregering bestaat uit de bondskanselier en de bondsministers, de Bondsregering houdt zich bezig met zaken als de buitenlandse politiek en defensie. De bondskanselier heeft een grote macht, hij kan door de Bondsdag worden afgezet.



Nadat de BRD was opgericht, richtten de Russen in hun gebied de DDR op. Ondanks de naam democratisch werd de DDR een éénpartijstaat. De macht kwam in handen van die ene, communistische, partij, de SED. Naar Russisch voorbeeld werd het communisme ingevoerd. Om te voorkomen dat mensen uit de DDR naar het Westen zouden vluchteten, werd in 1961 dwars door Berlijn de ‘Muur’ gebouwd. Walter Ulbricht, een Duitse communist die naar Rusland was gevlucht in de tijd van Hitler, werd de eerste leider van de DDR. Erich Honecker volgde hem in 1971 op, hij had tijdens de Tweede Wereldoorlog in een concentratiekamp gezeten. De DDR moest een socialistische modelstaat worden met verzorging ‘van wieg tot graf’. Er werd door de geleide planeconomie gezorgd voor volledige werkgelegenheid, gratis gezondheidszorg en onderwijs. Voor voedsel, huisvesting en openbaar vervoer betaalden de burgers minder dan de helft van de werkelijke kosten, maar luxere producten waren slecht van kwaliteit en zuur duur of helemaal niet verkrijgbaar. In grote delen van de DDR kon men de West-Duitse televisie ontvangen en zien hoe welvarend de mensen daar waren. Velen waren in de DDR ontevreden, maar er was geen sprake van een georganiseerde oppositie tegen de SED. Iedere openlijke vorm van oppositie werd voorkomen of onderdrukt door het ministerie van staatsveiligheid.



Konrad Adenauer (CDU) werd de eerste bondskanselier van de BRD, hij was toen al 72 jaar, waardoor zijn naam ‘der Alte’. Toen hij 86 was trad hij af. In 1933 was hij lig van de katholieke Centrumpartij en door de nazi’s uit al zijn functies ontslagen. Hij werkte nauw samen met de minister van economische zaken, Ludwig Erhard, die later zijn opvolger werd. Onder deze twee leiders ontstond er een economische bloei, het Wirtschaftswunder. De BRD profiteerde, evenals andere Europese landen, hierbij van door de VS verleende grote financiële steun (Marshallhulp). De BRD veranderde van een verwoest land in een van de sterkste industrie- en handelsnaties van de wereld. Tijdens het Wirtschaftswunder gingen economie en politiek goed samen. Het Wirtschaftswunder bevorderde de politieke stabiliteit en de opbouw van de democratie. In de jaren ’60 ontstond er onder studenten een kritische beweging, waaruit de RAF voortkwam, die door het plegen van aanslagen de ‘kapitalistische en imperialistische’ maatschappij wilde omverwerpen.



De BRD erkende de deling van Duitsland en de gedwongen gebiedsafstand aan Polen niet en daarom bleven de betrekkingen met Oost-Europa altijd erg koel. In 1969 kwamen de socialistische SPD en de liberale FDP aan de macht. Willy Brandt van de SPD werd de nieuwe Bondskanselier, hij was tijdens het nazibewind naar Zweden gevlucht. Onder hem kwam er een toenadering tussen West- en Oost-Duitsland tot stand. Hij sloot verdragen met Rusland en Polen en erkende de grens tussen Polen en Oost-Duitsland. Hij erkende echter de DDR officieel niet. Er ontstonden toch betere betrekkingen tussen de twee delen van Duitsland. Brandt werd door partijgenoot Helmut Schmidt opgevolgd en ook deze bleef streven naar een positie van de BRD als ‘brug’ tussen Oost en West. In 1982 kwam de CDU weer aan de macht, Helmut Kohl werd de Bondskanselier. Onder hem werden de betrekkingen tussen Oost en West weer beter.



In 1985 was Gorbatsjov begonnen met hervorming in Rusland, waardoor de macht van de staat en van de communistische partij kleiner werd de leiders van de DDR wilden dit voorbeeld niet volgen en in oktober 1989 vierde de DDR hun veertigjarig bestaan. Gorbatsjov was aanwezig, hij werd door de Oost-Duitse bevolking, omdat hij in Rusland meer vrijheid had toegestaan. De Oost-Duitsers wilden dit ook en ze wilden vrijheid om naar West-Duitsland te reizen. Er werden grote demonstraties gehouden. Honecker trad af, in plaats van het leger te laten inschakelen. De reden was hiervoor dat Gorbatsjov hem had laten weten dat hij niet meer op Russische steun hoefde te rekenen.



Op 9 november ging de muur open en op 3 december trad de hele communistische partijleiding af. Op 18 maar 1990 werden er in de DDR voor het eerst vrije verkiezingen gehouden, de voornaamste taak van het nieuwe kabinet zou zijn: het opheffen van de DDR en aansluiting bij de BRD. De West-Duitse Bondskanselier Helmut Kohl werd de architect van de Duitse eenheid. Hij wist te bereiken dat Gorbatsjov akkoord ging met een overeenkomst:




  • De nieuwe Duitse staat mocht lid blijven van de NAVO, westers militair bondgenootschap, en de Amerikaanse troepen mochten blijven waar ze waren.

  • De Russische troepen zouden uit de DDR worden teruggetrokken.

  • In ruil hiervoor zou de SU vijf miljard mark ontvangen.

  • Toen journalisten aan Kohl vroegen of hij dat niet veel geld vond zei hij: ‘Als men mij enkele jaren geleden midden in de nacht voor zo’n overeenkomst had wakker gemaakt, had ik nog in pyjama ondertekend’.



Op 3 november 1990 werd de DDR opgeheven, daarmee was een einde gekomen aan de splitsing van Duitsland. Nu was in heel Duitsland de parlementaire democratie hersteld.



In 1990 was Duitsland staatkundig wel verenigd, maar er waren qua welvaart en op andere gebieden grote verschillen tussen Oost en West. Vooral de staatseconomie van de DDR moest snel overschakelen naar een markteconomie. De staatsbedrijven moesten worden geprivatiseerd, dat bleek vaak neer te komen op overname door West-Duitse bedrijven, die vervolgens gingen saneren en moderniseren om het Oost-Duitse bedrijf rendabel te maken. Sanering betekende meestal ontslag voor werknemers. Bedrijven zonder belangstelling werden gesloten. Oost-Duitsers kregen te maken met grote werkloosheid. Op lange termijn zou deze werkloosheid verdwijnen door het groeien van de economie. Het bleek ook dat de Oost-Duitse industrie het milieu op reusachtige schaal vervuild had. Er waren gigantische investeringen nodig om er een schone industrie van te maken en de vervuilde bodem te reinigen. Inmiddels zijn Oost en West een heel eind gevorderd en op weg naar een echte eenheid.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.