7.1 de verlichting

Stroming onder geleerden in Frankrijk en de rest van Noord/west Europa in de 18e eeuw. => aansluiting op wetenschappelijke revolutie.

De verlichting gaat uit van 3 belangrijke principes:

  • Het verstand (de rede)
  • Wetenschappelijke manier van denken kan gebruikt worden voor de hele maatschappij
  • Grote vooruitgang is mogelijk

De verlichting richt zich op 3 gebieden:

  • Religie (Kun je iets geloven wat je niet met je verstand kunt beredeneren?)
  • Politiek (wat is beste manier om land te besturen?)
  • Economie (Mensen vrij laten of overheid mee te laten bemoeien?)

In Nederland en Engeland ontstaan => was veel vrijheid. Je mocht opschrijven wat je dacht. Frankrijk was gewoon populair land.

Emmanuël Kant: de verlichting is de bevrijding van de mens uit de onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is.

Montesqieu: Trias Politica zijn idee was dus de Trias Politica

Adam Smith: Grondlegger economie; overheid mag zich er niet mee bemoeien. Vrijheid van het individu; gaat uit van verstand; wet van vraag & aanbod

John Locke:

  • Macht ligt bij het volk en komt van het volk
  • Iedereen is gelijk en vrij, ieder mens heeft namelijk vestand
  • Tweedeling van de macht

Rousseau:

  • Algemene wil (=meerderheid) meerderheid: rede gebruikt verstand
  • De minderheid moet zich erbij neerleggen.

7.2 Het ancien régime (de oude orde)

Frankrijk was voor de Franse revolutie een standensamenleving. 3 standen; 1; adel 2; geestelijk 3; boeren en burgers. Geestelijken enorm rijk en hoefden geen belasting te betalen, adel veel grond (rijkdom) wel belasting maar heel weinig, ze hadden bovendien politieke invloed. Ze hadden allerlei heerlijke rechten. Boeren & Burgers: 97,5% van de bevolking; grote verschillen tussen rijk en arm; heel erg veel belasting betalen, geen politieke inspraak Standensamenleving: Je kon niet zomaar naar een andere stam “springen”

7.3 De democratische revoluties

De Franse schatkist was leeg. Lodewijk de 16e wilde het volk toch tevreden houden, en hij besloot in 1788 de staten generaal bijeen te roepen. Daar zaten vertegenwoordigers van de 3 standen. Uiteindelijk advies of belasting moest verhogen. Boeren & Burgers erg ontevreden. => het werkte niet want iedere stand had 1 stem. En de 3e stand verliezen het altijd. De 3e stand 1789: oprichting nationale vergadering. Juli: Parijzenaren gaan zich ermee bemoeien : bestorming Bastille. Om te voorkomen dat de koning de nationale vergadering zou aanpakken bestormden de parijzenaren de Bastille , ze lieten gevangen vrij en namen de wapens in beslag. Beginpunt Franse revolutie!! J.Koning moest wel luisteren. 1791; grondwet, net zoals amerika. Frankrijk werd  onstitutionele monarchie. Koning accepteerde dit maar.. , hij bleef koning maar er was tegelijkertijd een grondwet. 3 standen werden afgeschaft. Door dit invoeren einde van ancien régime. Men was bang dat koning hulp uit buitenland ging halen. Daarom namen een aantal radicale revolutionaire de macht over onder leiding van Robbes Piere. Iedereen onder de giotine die het niet met hem eens was. Later einde terreur en nieuwe grondwet. Nog steeds zijn ze er niet uit hoe het nu verder moet. Langzamerhand krijgt iedereen er genoeg van. In 1797 neemt Napoleon over, hij zegt: ik zorg voor rust.

7.4  Kolonialisme en slavernij

1787: abolitionisten; beweging in Engeland opkwam; afschaffen van slavernij.

  • Christendom = naastenliefde
  • Verlichting = ieder mens heeft verstand

Transatlantische slavenhandel maakte onderdeel uit tussen driehoekshandel; europa, afrika en amerika.Europa ruilde kostbaarheden voor slaven. Slaven naar Amerika. Plantageproducten naar Europa.  19 eeuw slavernij afgeschaft. Laatste land: Nederland.

8.1 De industriële revolutie

Vanaf +/- 1800 in West-Europa én Noord Amerika

Economische gevolgen: Economie groeit enorm + nationale economie door transport mogelijkheden, groei industrie en dienstensector, groeiende vraag naar grondstoffen en afzetmarkten.

Sociale gevolgen:  Enorme bevolkingsgroei, Urbanisatie, Klassenmaatschappij, ook gevolg van franse revolutie. Standenmaatschappij is definitief voorbij. Groeiende tegenstellingen tussen arm en rijk.

8.2 Politiek maatschappelijke stromingen

1815: Napoleon definitief verslagen. Dan proberen de vorsten hun macht weer terug te pakken.

Standensamenleving ->  Franse revolutie

Industriële revolutie= Klassenmaatschappij

De Franse revolutie heeft dus wel zijn sporen nagelaten.

  • Adel + Gegoede burgerij      
  • Nationalisme en Liberalisme
  • Burgerij (middenklasse         
  • Nationalisme en Liberalisme
  • Geschoolde arbeiders
  • Ongeschoolde arbeiders      
  • Socialisme

Socialisme

Karl Marx zag dat er steeds grotere verschillen ontstonden tussen arm en rijk. Het socialimse ontstond met Marx. Hij zag een fabriek. In die fabriek moesten veel mensen werken. Maar ze verdienden er bijna niets aan.

Doel Gelijkheid en gelijkwaardigheid voor de arbeidsklassen. Er zijn twee stromingen binnen het socialisme.

Communisme = arbeiders in opkomst komen. Het recht in eigen handen nemen!! //radicale manier

Sociaaldemocraten = wilden uitbreiden van kiesrecht en sociale wetten. (Zoals uitkeringen) //geleidelijkheid.

Liberalisme

John Lock en Adam Smith voordenkers van het Liberalisme

Liberalisme = individuele vrijheid van het individu. Als iemand vrij is kan hij zich zoveel mogelijk ontplooien. Vooral ideeën over politiek en economie.

Politiek gebied:

Er moet een grondwet zijn.

  • Beperking van de koning
  • Garantie van burgerrechten
  • Gelijkheid voor de wet
  • land of naar meer macht voor het eigen land

8.3 Democratisering

Na 1815 restauratie van de macht van de vorsten. In dit jaar wordt Nederland het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met een constitutionele monarchie. -> Grondwet (constitutie) Koning (monarchie). De koning heeft weer erg veel te zeggen. Er komt wel parlement, maar de koning kan dit gewoon ontbinden. En hij benoemd de leden van de 1e kamer en de ministers. En ook ontslaan.1848: revolutiejaar. Willem ll bang voor opstand en doet beroep op Torbecke. Torbecke gaat het bestuur moderniseren.Ministers en koning zitten in de egering. 1e en 2e kamer in parlement/volksvertegenwoordiging en die controleren de egering. Torbecke veranderd: Koning wordt beperkt, wordt onschendbaar gemaakt. Koning kan geen schuld krijgen voor problemen. Torbecke schuift macht & verantwoordelijkheid naar ministers.

Na 1815 restauratie van de macht van de vorsten. In dit jaar wordt Nederland het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, met een constitutionele monarchie. -> Grondwet (constitutie) Koning (monarchie). De koning heeft weer erg veel te zeggen. Er komt wel parlement, maar de koning kan dit gewoon ontbinden. En hij benoemd de leden van de 1e kamer en de ministers. En ook ontslaan.1848: revolutiejaar. Willem ll bang voor opstand en doet beroep op Torbecke. Torbecke gaat het bestuur moderniseren.Ministers en koning zitten in de egering. 1e en 2e kamer in parlement/volksvertegenwoordiging en die controleren de egering. Torbecke veranderd: Koning wordt beperkt, wordt onschendbaar gemaakt. Koning kan geen schuld krijgen voor problemen. Torbecke schuift macht & verantwoordelijkheid naar ministers.

Parlement:

1e kamer: gekozen door Provinciale staten (geen bemoeienis koning)

2e kamer: gekozen door burgers met cencus kiesrecht Ontslaan ministers

Nog meer nieuwe vrijheden:

  • Vrijheid van onderwijs
  • Vrijheid van vereniging en vergadering

Er is sprake van censuskiesrecht

8.4 Emancipatie bewegingen

Emancipatie = opkomen voor je eigen rechten. : gelijke rechten.

Socialisten

Gelijkheid en gelijkwaardigheid voor de arbeidsklasse       

Confesionelen

Politieke stroming op basis van het geloof. Samenleving tot stand brengen op basis van christelijke waarden Feministen Streven voor gelijkwaardigheidspositie van de vrouwen ten opzichte van de mannen.

Confesionelen: Katholieken en Protestanten.

Onvrede over waarop de maatschappij steeds meer werd ingedeeld. De Franse en Industrieële revolutie hadden west europa op z’n kop gezet. Hekel aan aantal dingen:

-          Christendom ging steeds meer achteruit

-          Scherpe klassentegenstellingen. => confessionelen wilden veel meer harmonie

-          Financiële ongelijkheid tussen de openbare en bijzondere scholen

Schoolstrijd

Openbare scholen: school gesticht door de overheid

Bijzondere scholen: gesticht door particulieren

Alleen overheid betaalde niet = schoolstrijd. Strijd om betaling van bijzonder onderwijs.

Ze gingen partijen oprichten omdat ze een samenleving wilden op basis van christelijke normen en waarden. Ook komen er vakbonden en radio-omroepen en scholen en universiteiten.

1917: pacificatie confessionelen krijgen hun zin: oplossing schoolstrijd (Financiële gelijkstelling)

Feministen wilden gelijkwaardige positie van de vrouw in de maatschappij.

  • Algemeen kiesrecht
  • Dubbele seksuele moraal
  • Gebrek aan kansen op de arbeidsmarkt => dit was de eerste feministische golf

8.5 de sociale kwestie

Wat is de sociale kwestie?

De situatie van de arbeiders aan het einde van de 19e eeuw. Ze woonden heel slecht en hadden erg veel slechte werkomstandigheden en armoede. Dit probleem was er nooit geweest als er geen industriële revolutie was geweest.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.