ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

Kenmerkende aspecten:
1.Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

2.De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek.

3.Het streven van vorsten naar absolute macht.

4.De wetenschappelijke revolutie.

Intro:
1672: Frankrijk, Engeland en Duitse bisdommen Münster en Keulen verklaren de oorlog aan de Republiek der Nederlanden. Raadspensionaris Johan de Witt van Holland kreeg de schuld. Hij diende zijn ontslag in en stemde er mee in dat Willem III stadhouder werd. Toen hij bij zijn broer in de gevangenis op bezoek was, was men bang dat ze zouden ontsnappen via een achterdeur. Een woedende menigte brak de gevangenisdeur open en sleurde Johan en zijn broer Cornelis naar het schavot. Daar aangekomen waren de broers al gedood. De lijken werden ondersteboven aan de galg gehangen. De twee voorste vingers van de rechterhand van Johan, symbool voor de eed, werden afgehakt. Beide lijken werden vervolgens gruwelijk verminkt en zelf de graven werden niet met rust gelaten en vernield.

Oriëntatie:
-
De Republiek een uitzondering in Europa:

-Politiek: enige land zonder vorst die naar absolute macht streefde. Regenten hielden stevig de touwtjes in handen. In tegenstelling tot Lodewijk XIV van Frankrijk, die als absolute koning over Frankrijk regeerde. Hij had zijn onderdanen overtuigt dat God zelf hem had aangesteld om te regeren, verzet tegen de koning was dus verzet tegen God.

-Economisch: scheepvaart kwam tot grote bloei, o.a. door gunstige ligging van het land aan de Noordzee. Er ontstond ook een goed handelsnetwerk en na de ontdekking van de zeeroute naar Indië bouwden de Europese landen een handelsimperium op over de hele wereld. De Staten-Generaal verleende een monopolie voor het drijven van handel met Indië aan de VOC, de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Er ontstond langzaam een wereldeconomie waarin de VOC functioneerde als een soort eerste multinational.

-Cultureel: kunstenaars en wetenschappers uit de Republiek behoorden tot de top. De Republiek was een centrum van vernieuwingen en uitvindingen. Men was geïnspireerd door het humanisme. Er was een wil om te weten, dat leidde tot de Gouden Eeuw, de zeventiende eeuw voor ons land.

Paragraaf 1 – Rijk door handel overzee.
De grond in Nederland was te drassig om nog graan op te verbouwen. Wel konden er koeien grazen. Boeren gingen zich daarom specialiseren in het vetmesten van beesten, voor vlees, of in het produceren van boter en kaas. Deze overgang was mogelijk omdat Hollandse schippers graan invoerden vanuit Oost-zeegebieden. De handel verliep vooral via Amsterdam en het ging om enorme hoeveelheden.

Amsterdam was belangrijk voor de handel, de redenen daarvoor:

-Brugge en Antwerpen, die voorheen belangrijk waren, waren slecht bereikbaar geworden.

-Amsterdam lag op het kruispunt van de belangrijkste handelsroutes. (driehoekstocht)

-Amsterdam had de stapelmarkt,  hier worden allerlei producten opgeslagen om vervolgens weer verder te verhandelen of te verkopen in eigen land.

-Amsterdam werd beschermd door de Hollandse waterlinie.

Ondertussen legden handelaren steeds meer contacten wereldwijd, en kwam men steeds weer met nieuwe producten uit verre landen. Vooral graan was een belangrijk handelsproduct voor de economie. Hollandse kooplieden zag de winst op de graanhandel verdubbelen, zij werkten dan ook volgens het principe van kapitalisme.

De Republiek ging een groeiende rol spelen in de opkomende wereldeconomie, door hun wereldwijde handelscontacten. In de Republiek ontstond hierdoor het handelskapitalisme, men wou zo veel mogelijk winst gaan maken. In 1594 besloot men een gezamenlijke handelsonderneming op te richten. Ze zouden zelf specerijen en peper uit het verre Indië gaan halen. De eerste mensen die  in opdracht de tocht naar ‘de Oost’ gingen maken waren Koopman Cornelis de Houtman en schipper Pieter de Keyzer. Qua geld en bemanningsleden had de vloot van vier schepen een groot verlies opgelopen. Toch waren de opdrachtgevers tevreden, want de reis had bewezen dat je rechtstreeks handel kon drijven met Indië, zonder tussenkomst van anderen.

Na deze ontdekking gingen er steeds meer schepen op weg naar Indië vanuit verschillende steden. Deze steden richtten hiervoor compagnieën op. De concurrentie was groot en de inkoopprijs steeg. Dat vond Johan van Oldenbarnevelt, raadspensionaris van Holland, ongunstig. Hij wist na moeizame onderhandelingen een samenwerkingsverband te organiseren van alle kooplieden uit Holland en Zeeland, de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Ze kwamen aan genoeg werkkapitaal door aandelen uit te geven, iedereen kon aandelen kopen, zelf dienstmeisjes. Elk jaar werd bij de VOC de balans opgemaakt om vervolgens aan alle aandeelhouders een deel van de winst uit te keren.

 De VOC kreeg van de Staten-Generaal het monopolie om handel te drijven met Azië en had verregaande bevoegdheden in de verre streken. Men mocht zelfs geweld gebruiken als de VOC in gevaar kwam. Jan Pietserszoon Coen is daarvan een goed voorbeeld, hij behandelde de bevolking van de Banda-eilanden berucht, toen zij ondanks zijn verbod toch nootmuskaat en foelie aan Portugal en Engeland verkochten.

Vanuit Engeland en Frankrijk kwam er jaloersheid op de welvaart van de Republiek. Engeland werkte de Republiek daarom tegen. Ze kwam met de Act of Navigation. Hierin stond dat in de Britse haven alleen schepen mochten komen die Brits waren, of schepen die met producten uit hun eigen land kwamen.  Het doel was natuurlijk duidelijk: de Republiek tegenwerken. Desnoods waren de Engelsen bereid de oorlog te verklaren aan de Republiek, zoals in Rampjaar 1672.

Niet alleen Frankrijk, maar ook kwam met maatregelen tegen de vrije economie. Ze wilden hun land beschermen door mercantilisme. Daarmee wordt bedoeld dat de import van goederen uit het buitenland moet worden verminderd en de export moet worden gestimuleerd. De invoerrechten werden hiermee hoger en met subsidies werd de export gestimuleerd. Het doel hiervan was de werkgelegenheid in Frankrijk te vermeerderen en zoveel mogelijk winst te maken, de koning had namelijk genoeg geld nodig voor zijn hofhouding en voor oorlogen.

Kapitalisme: economisch systeem met als belangrijke kenmerken winststreven, privébezit en concurrentie.

Economie: de wetenschap die zich bezighoudt met de productie, consumptie en distributie van (schaarse) goederen en diensten.

Stapelmarkt: aangekochte producten waar nog geen koper voor is, worden in pakhuizen opgeslagen totdat zich een koper aandient of de prijzen zich gunstig hebben ontwikkeld.

Wereldeconomie: de economie waarbij goederen uit verschillende delen van de wereld onderling worden verhandeld.

Handelskapitalisme: een vroege vorm van kapitalisme, waarbij kooplieden geld verdienen met (internationale) handel.

Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC): Nederlandse handelsonderneming in de zeventiende en achttiende eeuw met een monopolie tussen Europa en Azië. (Indië)

Mercantilisme: economisch stelsel dat de bestaansmiddelen in het eigen land wil versterken door de export van eindproducten te bevorderen en de import ervan te bemoeilijken.

Paragraaf 2 – Wie heeft de macht?
Republiek: 1588: Republiek uitgeroepen.

1648: Vrede van Münster, de Opstand wordt beëindigd. De Republiek wordt officieel als zelfstandige natie erkend. Koningen in Europese landen probeerden hun machtspositie te versterken, terwijl de Republiek juist koos voor een andere bestuursvorm. De Opstand was vooral voortgekomen uit een afkeer van de centralisatie van de Spaanse koning.  Daarom was het particularisme ook goed zichtbaar in de nieuwe bestuursvorm. De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën werd een statenbond van zeven gewesten die gelijk waren aan elkaar. De hoogste macht lag bij de Gewestelijke Staten, een vergadering van elk gewest. De besluiten die men nam lagen in handen van elk gewest zelf, er was geen sprake van eenheid.

Uit elk gewest kwamen een aantal vertegenwoordigers, regenten, samen in de Staten-Generaal. Hieruit bleek dat er grote verschillen waren in de gewesten. Ze hadden veel invloed op de Staten-Generaal. Als één gewest niet met een besluit eens was, kon het in principe niet doorgaan. Toch viel dat in de praktijk tegen, er was namelijk één lid van de SG erg belangrijk geworden. Dat was de vertegenwoordiger van het gewest Holland, de raadspensionaris. Hij bereidde de vergaderingen voor en zette als het nodig was leden onder druk. Holland betaalde meer dan de helft van de gezamenlijke kosten en daarmee kon de raadspensionaris eventueel ook invloed mee uitoefenen.

Holland was ook een belangrijk gewest om zijn handel en scheepvaart. De raadspensionaris hield zich dan ook bezig met het buitenlands beleid. Een goede vloot was voor Holland belangrijker dan een sterk landleger. Helaas konden door verwaarlozing van het leger de Fransen in 1672 het land makkelijk binnenvallen. De raadspensionaris kreeg de schuld (intro).

Frankrijk: Het Franse leger dat de Republiek binnenviel werd aangevoerd door Lodewijk XIV. De regeringsvorm in Frankrijk was het tegengestelde van dat in Nederland. In Frankrijk was er namelijk sprake van absolutisme. Dat bereikte Lodewijk XIV door steeds meer centralisatie. De staat was volledig in handen van de koning. Een uitspraak van Lodewijk XIV: ‘Létat, c’est moi’ (de staat, dat ben ik)

Lodewijk XIV regeerde volgens het droit divin. Hij dacht de macht rechtstreeks uit Gods handen ontvangen te hebben en was dus alleen verantwoording aan God schuldig.  Hij voelde zich verheven boven zijn onderdanen en hun verworven rechten moesten zoveel mogelijk worden afgeschaft of teruggedrongen. In de Franse Staten-Generaal zaten vertegenwoordigers van drie standen: de geestelijken, de adel en de Derde Stand. De Derde stand bestond sinds de Tijd van Steden en Staten niet alleen meer uit boeren maar ook uit handelswerklieden, kooplui en andere arbeiders. De Staten-Generaal werd zo min mogelijk bij elkaar geroepen, want Lodewijk XIV vond dit een ongeoorloofde inmenging in het bestuur.

De Franse koning was overtuigd katholiek en wou niet toelaten dat een deel van de Fransen protestants was. Deze calvinisten, hugenoten  genoemd, hadden in 1598 (Edict van Nantes) gewetensvrijheid gekregen en volledige burgerrechten. In 1685 herriep Lodewijk XIV dit Edict en hugenoten verloren hun privileges en moesten zich tot het katholicisme bekeren of het land verlaten. Veel verlieten het land en trokken naar de Republiek. Onder hen waren veel intellectuelen, handelaren en ambachtslieden. In Amsterdam woonden rond 1700 veel Fransen en veel van hen werkten in het boekenvak, deze gilde liet namelijk vreemdelingen toe. De gevluchte hugenoten droegen bij aan de welvaart van de Republiek terwijl Frankrijk er economische schade door opliep.

Lodewijk kreeg een financiële tegenslag over zich heen door het vertrek van de hugenoten en voerde bijna voortdurend oorlog om Frankrijk uit te breiden tot natuurlijke grenzen. Voor de oorlog bracht hij een groot leger op de been en liet steden ombouwen tot grote vestingen. Het kostte hem handenvol geld, en er was geen oplossing voor de geldnood. Dit leidde aan het eind van zijn regeerperiode tot veel kritiek.

Engeland: In Engeland kreeg het absolutisme geen kans en werd de macht van de koning beperkt door de Magna Carta. In 1688 viel Willem III van Oranje, toenmalige stadhouder van Holland, Engeland binnen. Na 15 weken vluchtte de Engelse koning naar Frankrijk. Willem en zijn vrouw Maria werden koning William III en koningin Mary II van Engeland, Ierland en Schotland. Er was sprake van een Glorious Revolution. Engeland werd omgevormd tot constitutionele monarchie, een koninkrijk waarin de macht van de koning is vastgelegd in een grondwet. Voortaan ondertekenden Engelse koningen de Bill of Rights. Willem III was voortdurend op oorlog uit en wilde Lodewijk XIV van Frankrijk zoveel mogelijk in het gareel houden.

Willem en Maria kregen geen kinderen, en hadden dus geen opvolgers. Na hun dood werd de rol van stadhouder in de Republiek eens stuk kleiner en hielden alleen Groningen en Friesland nog een stadhouder. In andere gewesten kwamen belangrijke families meer aan de macht. Ze hadden oog voor de kosten en verkleinden de vloot en het leger fors. Door zich bescheiden op te stellen hoopte zich men zo buiten internationale conflicten te houden. Bestuurscolleges kregen steeds meer vorm van een oligarchie, een bestuur van een paar vooraanstaande, rijke families. Het leidde tot corruptie en vriendjespolitiek, en onder de bevolking kwam verzet tegen deze politieke orde. Zowel in Frankrijk als in de Republiek.

Willem en Maria kregen geen kinderen, en hadden dus geen opvolgers. Na hun dood werd de rol van stadhouder in de Republiek eens stuk kleiner en hielden alleen Groningen en Friesland nog een stadhouder. In andere gewesten kwamen belangrijke families meer aan de macht. Ze hadden oog voor de kosten en verkleinden de vloot en het leger fors. Door zich bescheiden op te stellen hoopte zich men zo buiten internationale conflicten te houden. Bestuurscolleges kregen steeds meer vorm van een oligarchie, een bestuur van een paar vooraanstaande, rijke families. Het leidde tot corruptie en vriendjespolitiek, en onder de bevolking kwam verzet tegen deze politieke orde. Zowel in Frankrijk als in de Republiek.

Regenten: Bestuurders, waren een elite en kwamen meestal uit dezelfde families.

Raadspensionaris: de hoogste ambtenaar in het gewest Holland die grote invloed had op de besluitvorming in de Staten-Generaal.

Absolutisme: staatsvorming waarin de koning alle macht in handen heeft en alleen aan God verantwoording hoeft af te leggen.

Droit divin: Frans voor: Goddelijk recht. Dit houdt in dat een koning van God het recht om te regeren heeft gekregen en daarom alleen aan God verantwoording schuldig is.

Constitutionele monarchie:  Koninkrijk met een grondwet waarin de macht van de koning is vastgelegd.

Paragraaf 3 – Wetenschap en kunst.
Tijdens de tijd van regenten en vorsten waren er wetenschappers die kritische vragen gingen stellen bij de leer van de Bijbel. Een van hen was Francis Bacon, die redeneerde dat je alleen kennis kunt verwerven door uit te gaan van waarnemingen met je zintuigen. Uit alle waarnemingen kun je dan een geldende regel afleiden, een natuurwet. Hiermee legde Bacon de basis voor het betrouwbaar wetenschappelijk denken. Naast Bacon was ook Antoni van Leeuwenhoek een grote vernieuwer. Hij was maar een eenvoudig man, maar door zijn nieuwsgierigheid en zelfstudie werd hij een wetenschapper. Hij ontdekte van alles met zijn zelfgemaakte microscoop. Een verslag stuurde hij naar de Royal Society of London, die het publiceerde in het eerste wetenschappelijke tijdschrift, de Philosophical Transaction. Hierdoor werd Anthonie meteen beroemd.

In de zeventiende eeuw werden zoveel ontdekkingen gedaan dat we spreken van een wetenschappelijke revolutie. Vooral in de exacte wetenschappen werden veel ontdekkingen gedaan. Er ontstond een wetenschappelijke manier van denken, men verwierf kennis door het doen van waarnemingen en het uitvoeren van experimenten.

Het wil niet zeggen dat mensen ongelovig werden, integendeel, veel wetenschappers toonden aan hoe de schepping in elkaar zat.

Praktisch bezig met nieuwe wetenschap: Antoni van Leeuwenhoek en Jan Swammerdam

Theoretisch bezig met nieuwe wetenschap: Isaac Newton, de wet van de zwaartekracht. En Christiaan Huygens, samen met zijn broer Constantijn maakte hij een telescoop waarmee hij in 1655 de ringen rond de planeet Saturnus ontdekte en beschreef. Ook bedacht hij de formule voor de slingerbeweging.

Christiaan Huygens verbleef enige tijd aan het hof van Lodewijk XIV. Deze gaf veel opdrachten aan kunstenaars, componisten, dichters e.d. Zij moesten hun talenten gebruiken om de koning te verheerlijken. Alle pracht en praal werd geconcentreerd in het enorme Paleis in Versailles. Dit universum was het centrum waar alles om draaide, dat bleek uit de balletten die voor de koning waren gemaakt. Deze was vroeger een getalenteerd danser. Hij danste eens in Het ballet van de Nacht wel zes rollen. Hierin ging het om de overwinning van het Goede op het Kwade, waarbij hij in zijn laatste rol verscheen als opgaande zon. Hierdoor komt hij aan de bijnaam: Zonnekoning.

In tegenstelling tot Frankrijk en Engeland kende de Republiek nauwelijks een hofcultuur. Toch kwam de kunstbeoefening tot een grote hoogte. In de 17e eeuw werden er in de Republiek enorm veel schilderijen gemaakt. Naast wereldberoemde meesters, waren er nog talloze andere schilders werkzaam. Enkele bekende schilders zijn: Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer, Jan Steen en Frans Hals.

-Frans Hals: 1586-1666, geboren in Antwerpen als zoon van een wever, vluchtte voor de Spanjaarden naar het noorden en groeide op in Haarlem. Frans Hals schilderde vooral veel portretten en is bekend om zijn losse, zwierige schilderstijl.

-Johannes Vermeer: 1632-1675, woonde zijn hele leven in Delft en schilderde vooral interieurs. De schilderijen zijn tijdloos, hebben een bijzondere lichtval en geven het schilderij iets geheimzinnigs.

De schilderkunst was een voortzetting van traditie, maar schilders in de Nederlanden vielen op door hun technische precisie, het oog voor detail en realisme. Hiermee ontwikkelde men nieuwe genres. Veel 17e-eeuwse schilderijen laten een dagelijks tafereel zien. Ook werden er veel portretten, groepsportretten, landschappen, stadsgezichten, stillevens en historiestukken gemaakt.

De bloeiperiode kwam aan zijn einde in het Rampjaar 1672. De Gouden Eeuw van de Republiek was voorbij.

Wetenschappelijke revolutie: wetenschappelijke ontwikkeling die tot een ander mens- en wereldbeeld leidt. Kenmerken van de wetenschappelijke revolutie in de zeventiende eeuw zijn observatie en experimenten.

Aandachtspunten:

-Verschillende schilderijen kunnen benoemen (portret, stilleven, stadsgezicht, etc.)

-Omschrijven hoe geografische omstandigheden in de Republiek leidden tot economische veranderingen.

-Uitleggen waarom er door graanhandel meer handel kwam en er een groter handelsnetwerk ontstond.

-Beschrijven dat de economische voorspoed van de Republiek jaloezie opriep in Engeland en Frankrijk en je weet hoe deze landen reageerden.

-Beschrijven hoe het streven naar particularisme de staatsinrichting van de Republiek heeft beïnvloed.

-Kenmerken van Franse absolutisme

-Beschrijven hoe Engeland uit de strijd tussen de Koning en het parlement de eerste constitutionele monarchie ontstond.

-Overeenkomsten en verschillen tussen de staatsinrichting van de Republiek, Frankrijk en Engeland.

-Uitleggen dat de wetenschappelijke revolutie een gevolg is van de kritische manier van denken uit de Renaissance.

-Met een voorbeeld duidelijk maken hoe de wetenschappelijke kennis werd uitgebreid.

-Beschrijven hoe de overheid wetenschappelijk onderzoek kan bevorderen.

-Overeenkomsten en verschillen tussen de aard en de functie van beeldende kunst in de Republiek en die in Engeland en Frankrijk.

 

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.