Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 6, par. 2

Beoordeling 7.9
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 510 woorden
  • 6 januari 2003
  • 11 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.9
  • 11 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
§2 Samen maar niet één.
Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

Noord en Zuid samengevoegd
Toen Koning Willem I, zoon van stadhouder Willem V, terug kwam in Nederland, bood de voorlopige regering hem onmiddellijk de soevereiniteit aan. In 1814 werd Europa herverdeeld, Engeland speelde daarin een grote rol. Het hoofddoel was de nieuwe veroveringen van Frankrijk te voorkomen door aan de grenzen middelgrote landen te vormen. Noord en Zuid kwamen bij elkaar om een sterke bufferstaat te vormen.

Eén staat

Koning Willem I stelde een commissie op van elf Belgen en elf Nederlanders om een Grondwet op te stellen die beide delen tot één hechte staat moest maken. Voorwaarden waren:
-dezelfde bescherming voor alle godsdiensten
-alle burgers gelijke toegang tot openbare ambten
Het Noorden eiste een gelijke vertegenwoordiging in de Staten Generaal. De 2 miljoen Nederlanders hadden nu evenveel te zeggen als de 3,5 miljoen Belgen. De Grondwet werd aangenomen doordat de niet-stemmers als voor-stemmers werden geteld.

Natievorming onder Willem I
Koning Willem I bezocht de moderne industrie in Gent en Luik, hij richtte de Nederlandse Handelsmaatschappij op waar de havens van Rotterdam, Amsterdam en Antwerpen van profiteerden, hij liet in het gehele koninkrijk wegen en kanalen aanleggen om de infrastructuur te verbeteren en koning Willem I wist de economie in 1820 tot bloei te brengen. Dit alles was bedoeld om de eenheid in het Verenigd Koninkrijk te versterken. Met cultuur en de pers bemoeide de koning zich weinig. Met onderwijs en de talenpolitiek juist weer wel, hij besliste dat ambtenaren Nederlands moesten kunnen en in de Waalse delen moesten ambtenaren tweetalig zijn. Op scholen was Nederlands verplicht.

De Belgische Opstand

De politiek van Willem I maakte in het Zuiden tegenkrachten los. De koning verplichtte in 1825 alle priesterstudenten hun eerste jaar op het 'Collegium Philosophicum' te volgen. Bisschoppen in het Zuiden voelden zich in hun vrijheden beknot. De taalpolitiek was éénrichtingsverkeer volgens de Belgen en het feit dat de koning slechts eens in de 10 jaar de begroting moest laten goedkeuren maakte de Belgen achterdochtig, zij wilden meer macht voor de Tweede Kamer. De liberalen en de katholieken gingen ondanks hun onderlinge verschillen samenwerken tegen Willem I. Het 'Collegium Philosophicum' werd gesloten, en de taal- en onderwijs politiek werden gematigd. Door samenvoeging van de staatsschulden moesten Belgen aan de Noord Nederlandse schulden meebetalen, die veel hoger waren dan die van het Zuiden. Belastingverhogingen trof de bevolking zwaar, de economie zat tegen in 1829-1830. Onrust onder het arme volk groeide. Vanuit de opvoering van de stomme van Portici in Brussel kwam het tot een Belgische opstand, die zich verspreidde over het gehele Zuiden. Willem I stuurde zijn zoon Willem om te vechten in Brussel, deze deed dat niet, hij ging onderhandelen. Hij stemde ermee in om plannen voor een bestuurlijke scheiding tussen Noord en Zuid voor te leggen. De Koning was het daar niet mee eens en stuurde Willem I zijn andere zoon Fredrik, hij vocht hevig in België wat leidde tot de onafhankelijk van het zuidelijke Nederland op 4 oktober. De grote mogendheden zagen niets meer in een grootte bufferstaat en willigde de vrijheidswens van België in.

REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.