Hoofdstuk 6: Een nieuwe Republiek in Europa

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas vwo | 1822 woorden
  • 4 november 2014
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 28 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

[download de bijlage voor de belangrijke afbeeldingen die niet te zien zijn in deze samenvatting op scholieren.com]





Geschiedenis Hoofdstuk 6: Een nieuwe republiek in Europa



6.1 De Opstand in Europees perspectief



Strijd om geloof en centralisatie





Frankrijk



Frankrijk werd in de 16e en 17e eeuw verscheurd door gevaarlijke godsdiensttwisten. De rust keerde pas terug in 1598 met het Edict van Nantes. De Hugenoten kregen toen enige vrijheid van godsdienstuitoefening. Het Edict hield ook in dat je het wel mag vinden of denken, maar je geloof niet expliciet mag laten zien.





Het Duitse Rijk



Het Duitse rijk was de macht verdeeld over allerlei vorsten en geestelijken. Verschillende vorsten die zich hadden bekeerd raakten in strijd met Karel V.



1555: Vrede van Ausburg; elke vorst kiest zijn eigen geloof (onderdanen mogen wel een ander geloof hebben, maar moeten dan de staat verlaten.)



1618-1648: 30’jarige oorlog; Vorsten strijden tegen de Keizer. Duitsland is zwak, kan je zien aan het feit dat andere landen in Duitsland vochten…



1648: Vrede van Westfalen; bevestiging van Vrede van Ausburg





Strijd katholicisme – Islam (Europa -> Ottomaanse rijk)



Spanje en Italië vormden een ‘heilige liga’ met Paus als leiding tegen de Ottomanen. Het was hen nog niet gelukt om de Turken te verslaan, mede doordat Spanje op twee fronten tegelijk moesten strijden. Tegen Frankrijk, Engeland, Nederlandse opstandelingen én de Turken.





Wenen 1529 – 1683



Ottomanen zitten al in Wenen! Redelijk dichtbij, dus er is belang bij het vechten tegen de Ottomanen. Strijd tussen 1529 (toen een coalitie van Duitse, Oostenrijkse en Italiaanse staten voorkwam dat Wenen in Turkse handen viel) en 1683 (na 1683 slaagde het Ottomaanse rijk er niet meer in Europees grondgebied te veroveren).





De Nederlanden in opstand



De Opstand = historisch begrip





De Nederlanden behoorden tot het Spaanse Habsburgse Rijk en werd bestuurd door katholieke heersers, Karel V en Filips II, die fel tegen ketterse bewegingen waren. Een Rijk kon maar één godsdienst hebben.





Ook kwam er centralisatiepolitiek in Nederlanden met ambtenaren die niet van lokale adel waren en loyaal aan de vorst. De adel voelde zich beroofd van invloed en privileges, maar de Spaanse vorsten konden niet om de adel heen. (Belastingen)





Naast de onvrede over centralisme waren veel mensen verontwaardigd over de terdoodveroordeling van ketters: mensen die niemand kwaad deden en alleen afwijkende godsdienstige opvattingen hadden. Willem van Oranje ook! Hij wilde een compromis sluiten met de Spaanse vorst over godsdienstvrijheid én over meer vrijheid om de Nederlanden naar eigen inzicht te besturen.





Het toenemende verzet tegen zowel de godsdienstvervolgingen als de centralisatie leidde tot een conflict dat wordt aangeduid als de Opstand. Het begon in 1566 met de Beeldenstorm, waarbij beelden en complete kerkinterieurs werden vernield. (Protestanten keurden de verering van beelden af).





Filips II reageerde door troepen te sturen en vanaf 1568 waren de opstandelingen in oorlog met de Spaanse vorst.





Het voornaamste gevolg van de Opstand was de scheiding van de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. In 1579 sloten de opstandelingen een defensief verbond: de Unie van Utrecht.





Met het Plakkaat van Verlatinghe 1581 verbraken de opstandelingen definitief de banden met de Spaanse vorst.





De Spanjaarden nemen ook nog eens Antwerpen over, de belangrijkste metropool van de Nederlanden. Dit noemen zij de val van Antwerpen 1585. Voortaan waren de zuidelijke gewesten katholiek en trouw aan de Spaande vorst en vormden de Noordelijke gewesten een zelfstandige republiek. In de tussentijd hadden zij al wel veel nieuwe vorsten gezocht. Het calvinisme werd het belangrijkste geloof, maar katholicisme e.a. werden getolereerd.





Pas in 1648 werd er definitief vrede gesloten met Spanje (Vrede van Münster).





Actie-reactie



A: Karel V en Filips II (vanaf 1555) voeren centralisatiepolitiek



A: terdoodveroordeling van ketters



R: Willen van Oranje wil compromis met Filips II (1565) en de landvoogdes (MvP)



R: de Opstand



A: Filips II stuurt troepen à 80 jarige oorlog



R: 1579 Unie van Utrecht



A: Plakkaat van Verlatinghe (1581)



R: Spanje dwingt Zuiden terug / veroveren het (1585 – 1589)



Einde 1648 Vrede van Münster / Westfalen



Blijft continue oorlog , Filips II gaat niet akkoord.





6.2 Een bijzondere bestuursvorm



De Republiek als bestuurlijk buitenbeentje



De zeven verenigde gewesten hadden de Spaanse vorst Filips II in 1581 afgezworen. Ze zochten hierna naar een nieuwe landsheer:




  • Franse Hertog van Anjou (1581) à werd aan de kant gezet

  • Graaf van Leicester à afgezet

  • Willem van Oranje à vermoord in 1584





Uiteindelijk in 1588 werd er besloten zonder landsheer verder te gaan (republiek) en kwam de soevereiniteit (= de hoogste macht) bij bestuursorganen te liggen, i.p.v. bij één man. Deze bestuursorganen zijn de Gewestelijke Staten. Elk gewest behield zijn eigen privileges en politieke bevoegdheden en handelde zijn eigen zaken af in de Statenvergadering.





De Republiek was een samenwerkingsverband van de zeven afzonderlijke gewesten en hun vertegenwoordigers kwamen samen in een overkoepelend orgaan: de Staten-Generaal.





Holland was het grootste gewest en deze steden hadden dan ook de grootste invloed. De adel had officieel wel een bevoorrechte positie maar in de praktijk regeerde de stedelijke elite (kooplieden, handelaren) = regenten.





Frankrijk: centralisatie verliep goed, koningen kregen steeds meer macht, adel afhankelijk van koningen.



Engeland: Moeilijker, koningen konden daar wel regeren, maar voor beslissingen hadden ze instemmingen nodig van het parlement.









Machtsverdeling in de Republiek



Binnen het stelsel waren er twee centrale machtsfuncties: die van de stadhouder en de Hollandse Raadspensionaris. De Staten lieten zich bij al hun werkzaamheden bijstaan door een juridisch geschoolde ambtenaar, de raadspensionaris. De belangrijkste taak van een stadhouder was dat hij aanvoerder van het leger was, hierdoor had hij veel gezag.





Voor de raadspensionaris, gesteund door de staatsgezinden, stonden de belangen van de machtige Hollandse regentenfamilies voorop. Voor de stadhouder uit het Oranjehuis, gesteund door de prinsgezinden, telde vooral het eigen prestige.





Degene die zich het machtigste manifesteerde, werd de centrale figuur in de republiek. De politieke geschiedenis van de Republiek laat zich dan ook interpreteren als een strijd tussen de stadhouder van Oranje, die streefde naar een monarchale positie, en de regenten (vertegenwoordigd door de Hollandse raadspensionaris), die de stadhouder vooral als een ambtenaar wenste te zien.”





De zonen van Willem van Oranje boekten belangrijke militaire overwinningen en konden daardoor hun gezag vestigen. Maar stadhouder Willen II nam te veel risico door in 1650 Amsterdam aan te vallen om zo de macht van het gewest Holland terug te dringen. Willem II overleed dat jaar en de gewesten besloten geen stadhouder meer te benoemen.





Staatsgezinden hadden nog meer voordeel toen Johan de Witt, aanhanger republikeinse staatsvorm, raadspensionaris werd. Volgens hem beschermde dit systeem de burgers het beste tegen machtsmisbruik en wanbestuur. Hij wilde zoveel mogelijk vrede houden omdat dat beter was voor de handel. Rond 1670 begon zijn macht minder te worden. Dit kwam door de verdeeldheid over twee zaken:




  1. Positie Willem III (zoon Willem II) In 1667 hadden de Staten van Holland het ‘Eeuwig Edict’ aangenomen waarbij het ambt van de stadhouder was afgeschaft. De andere provincies volgden in 1670. Staatsgezinden waren het hier niet mee eens à ‘erfelijk privilege’

  2. Versterking van de verdedigingswerken; men kon het daar maar niet over eens worden, terwijl oorlog met Frankrijk op komst was.



De bom barstte toen de Republiek in 1672 in oorlog raakte met Frankrijk, Engeland en twee Duitse staten. Pas toen stemde Holland in om Willem III als kapitein-generaal te benoemen.  Johan de Witt en zijn broer werden vermoord op straat in 1672.





Waar zitten de tegenstellingen?







6.3 Internationale Handel



De Republiek in bloei



De stroom vluchtelingen die na de val van Antwerpen naar de Republiek trokken, namen kennis, kapitaal en handelsnetwerken meet en gaven zo een enorme impuls aan de handelseconomie daar. Na 1585 werd de Noord-Nederlandse handel diverser en breidde hij zich sterk uit. Daarvoor zijn in de tekst nog 3 andere factoren die hieraan bijdragen:




  • Graan en houthandel: deze moedernegotie was de belangrijkste tak van overzeese handel in de 17e en 18e eeuw. Hout: schepen. Zout: conserveren vlees, zodat we dat konden verhandelen.

  • Drie technische uitvindingen: fluitschip (type vrachtschip), houtzaagmolen en haringbuis (vissersboot). Alledrie zorgden voor toename arbeidsproductiviteit.

  • Hoge specialisatiegraad in het arbeidsproces.





Succesfactoren Republiek




  1. Landbouw: “handelsgewassen” = gewas waar veel geld mee verdiend kan worden. Voorwaarde om handelsgewassen te produceren: graanimport.


    1. Veeteelt: landwinning



  2. Verstedelijking: Afzet markt (hierdoor ook punt 3)

  3. Toename rurale nijverheid: (ruraal = landelijk, nijverheid = ambacht/specialisatie) oftewel: specialisatie in gebieden rondom de stad nam toe

  4. Visserij: (zout voor haring houdt het ‘houdbaar’ à exporteren)

  5. Moedernegotie: graan en hout

  6. Amsterdam

    1. Stapelmarkt: goederen ‘stapelen’ (pakhuizen) voordelen:

      1. Meer waarde dan wanneer je alles in een keer op de markt gooit

      2. Je kan een voorraad aanmaken



    2. Wisselbank 1609: Draagt bij aan internationale handel. Iedereen kan waarde weten van andere muntsoorten



  7. Beroepsbevolking:

    1. Hugenoten 1685: Protestantse Fransen; in 1685 is het protestantisme niet meer ‘welkom’ om uit te oefenen in FA

    2. Joden

    3. Vlaamse kooplieden 1585: Val van Antwerpen; katholieke Vlamingen

    4. (Duitsers komen ook naar A’dam à economische vluchtelingen)



  8. VOC 1602/ WIC 1621: Duitse vluchtelingen (ontvoerd) als matrozen







De Verenigde Oost-Indische Compagnie werd opgericht in 1602. Deze handelsonderneming had het monopolie op de handel met Azië: uitsluitend de VOC mocht handelen in specerijen, textiel en andere waren uit Azië.





Dat de VOC toch zoveel aandacht trok had verschillende redenen:




  1. Grootste handelsorganisatie van de 17e en 18e eeuw

  2. Eerste organisatie met aandelen à financierden à mensen hadden dus vertrouwen in de VOC

  3. VOC had recht om oorlog te voeren (Waarom opmerkelijk? VOC is een organisatie, geen land)





Het recht van oorlog voeren was verleend door de Staten Generaal op grond van de doelstellingen van de VOC: handelsmonopolies afdwingen ten koste van andere Europese mogendheden, Aziatische bevolking dwingen tot leverantie en binnendringen bestaande/ uitgebreide Aziatische handelsnetwerk. Deze doelstellingen werden gehaald met geregeld gebruik van geweld.





De VOC richtte alleen op Azië, voor handel met Afrika, Noord en Zuid Amerika werd de WIC (West-Indische Compagnie) in 1621 opgericht. Ook de WIC kreeg een handelsmonopolie maar hield zich vooral bezig met kaapvaart en verdienden zij geld met handel in goud, ivoor en slaven. Kaapvaart hield in dat, met goedkeuring van de Staten-Generaal, Spaanse schepen van hun lading werden beroofd. Dit was toegestaan in een oorlogssituatie en de Republiek was, na het aflopen van het Twaalfjarig Bestand 1621 weer in oorlog met Spanje.





De wereldhandel



De Republiek was niet het enige land waar het handelskapitalisme tot ontwikkeling kwam.





In de eerste helft van de 16e eeuw waren de Portugezen en Spanjaarden heer en meester op de wereldzeeën (handelsmonopolies Afrika, Azië & Amerika).





Halverwege de 16e eeuw ondermijnden Fransen en Engelsen deze monopolies steeds vaker.





1600: de East India Company Engelsen kooplieden. In de strijd over Indië verloor zij van VOC en daarom richtte de EIC zich op het vasteland van India





Frankrijk en het Duitse Rijk waren in deze tijd nog voornamelijk agrarische landen. Frankrijk probeerde in de tweede helft van de 17e eeuw een positie in de wereldhandel te veroveren. 1664: La Compagnie des Indes Orientales


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.