ADVERTENTIE
Open Avond = ontdekken of jij hier past Leren is keuzes maken. Continu blijven zoeken, twijfelen, vallen en opstaan. Dát leren, dat leer je bij Hogeschool Inholland. Tijdens onze Open Avond op woensdag 30 oktober staan onze studenten en docenten klaar om al je vragen te beantwoorden. Kom langs en ontdek of jij hier past.

Meer info!

5.1          -              Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

Na de middeleeuwen, die rond 1500 eindigden, begon de vroegmoderne tijd met de renaissance. De grens is niet zo scherp, de renaissance ontstond al in de 15e eeuw in Italiaanse steden. Deze maakte zich los van de Duitse keizer en de paus en dreven handel met het Midden-Oosten. Handelaren bouweden villa’s en lieten kunstenaars voor zich werken om hun macht te tonen. Er ontstond hier een nieuw levensgevoel, met meer oog voor de goede kanten van het leven. Men hield de blik niet meer zo strak gericht op God. Ook ontstond er nieuwe belangstelling voor het klassieke erfgoed. Griekse en Romeinse beelden en gebouwen werden bewonderd om hun schoonheid. In het werk van klassieke schrijvers herkende men zijn eigen op het hier en nu gerichte houding.

Bij de herontdekking speelden humanistische geleerden een belangrijke rol. Zij bestudeerden en vertaalden de klassieke taalkunde en filosofie. Ze wilden de denkwereld van de klassieke auteurs begrijpen zoals deze echt was geweest, los van het christendom (in de middeleeuwen vertaalden monniken klassieke teksten, maar allemaal in dienst van het christendom). De Turkse verovering van Constantinopel in 1453 gaf het humanisme een extra impuls, Geleerden vluchtten naar Italië en namen oorspronkelijke Griekse manuscripten en kennis van de oudheid mee. De nieuwe beweging was niet alleen voor geleerden, het begon ook bij de opleiding van de gegoede burgerij horen. De ontwikkeling tot een verstandig en mondig individu werd een nieuw opvoedingsideaal; als ideale mens gold de uomo universalis, de mens die zich op de meest uiteenlopende terreinen had ontplooid (Leonardo da Vinci).

Dankzij de uitvinding van de boekdrukkunst en door onderlinge contacten verspreidde het werk van de Italiaanse humanisten zich naar het noorden. Erasmus vond dat veel humanisten zo opgingen in de klassieke oudheid dat ze volledig van het christendom afdreven. De studie van de oude teksten moest er juist toe leiden dat het christendom werd verdiept en gezuiverd.

De leergierigheid en kritische instelling stimuleerden ook het natuurwetenschappelijk denken. Copernicus ontwierp een wiskundig model van het zonnestelsel waarin niet de aarde, maar de zon het stilstaande middelpunt was (heliocentrisme).

Ook architecten en kunstenaars gingen het werk van de Grieken en Romeinen bestuderen. Architecten ontwierpen weer klassieke vormen van zuilen en vriezen. Kunstenaars onderzochten de natuur en de menselijke anatomie om de werkelijkheid zo realistisch mogelijk weer te geven. Ze schildereden niet meer alleen Bijbelse voorstellingen, de kerk bleef wel een belangrijke opdrachtgever en de Bijbel bleef een grote inspiratiebron. Ook wilden de kunstenaars niet meer anoniem zijn, maar zelfbewust.

5.2          -              Het begin van de overzeese expansie

Columbus was ervan overtuigd dat de wereld rond was, en wilde daarom een zeereis naar Indië maken via het westen. Hij kwam op Amerika aan, men wist nog niet dat Amerika een heel nieuw continent was, en noemde de inwoners indianen, omdat hij dacht dat hij in Indië was aangekomen. Amerigo Vespucci lanceerde het idee dat Amerika een onbekend continent was en noemde deze mundus novus (nieuwe wereld) naar zichzelf.

Zo waren er meer ontdekkingsreizigers. Hun motieven waren avontuur en nieuwsgierigheid (gouden rivieren in Afrika) en handel: prijzen van bijvoorbeeld specerijen konden door alle tussenhandelaren hoop oplopen. Omdat er goud mee te verdienen was, wilden Europese handelaren de ‘Indische’ specerijen zelf halen, en omdat Arabieren de weg over land blokkeerden, moest het via het water. De Portugezen reisden ver; Hendrik de Zeevaarder, zoon van de Portugese koning, financierde zeereizen langs de Afrikaanse westkust en stichtte een school voor zeevaarders en met wat men daar leerde maakten de Portugezen nieuwe kaarten. In 1488 rondde Bartholomeo Diaz Kaap de Goede Hoop. De Portugezen stichtten langs de westkust van Afrika ook handelsposten.

Vasco da Gama, ook een Portugees, was de eerste Europeaan om Indië over zee te bereiken. Hij stichtte daar versterkte handelsposten aan de Aziatische kusten en dreven in het verre oosten handel met Chinezen en Japanners.

In Midden-Amerika volgden in het voetspoor van de ontdekkers de Spaanse conquistadores (veroveraars). Hernando Cortés veroverde in 1519 het rijk van de Azteken in Mexico en Francisco Pizarro nam in 1530 het Incarijk in Peru in bezit. Ze begonnen onmiddellijk met het winnen van de rijke goud- en zilvervoorraden. Bevangen door goudkoorts en overtuigt dat God hun optreden tegen de ‘heidenen’ steunde, traden ze wreed op. Ze vernietigden de indiaanse samenlevingen en dwongen de bevolking voor zich te werken. Door Europese ziektes die de Spanjaarden meebrachten stierven de Azteken en Inca’s binnen een eeuw grotendeels uit. De Portugezen en Spanjaarden probeerden concurrenten van ‘hun’ zeeroutes te weren en schuwden daarbij geweld niet. Engelsen, Fransen en Nederlanders moesten alternatieve zeeroutes zoeken, Portugal kon de vraag naar specerijen nauwelijks aan en dit was een prikkel. Het leidde eind 16e eeuw tot nieuwe ontdekkingsreizen, bijvoorbeeld door Van Heemskerck en Barentz, die probeerden via het noordoosten naar Azië te varen, maar strandden in het poolijs van Nova Zembla en moesten daar overwinteren. Vier andere Nederlandse schepen bereikten ‘om de zuid’ de baai van Bantam op Java.

5.3          -              De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had

Erasmus constateerde dat de Vulgaat (meest gebruikte versie van de Bijbel) vol fouten zat. Op grond van de oorspronkelijke bronnen maakte Erasmus in 1516 een nieuwe vertaling. Zijn Bijbelonderzoek versterkte zijn kritiek op de kerk. In zijn boek Lof der Zotheid bespotte hij de onwetendheid, het bijgeloof en de aandacht voor uiterlijkheiden binnen de kerk, die het zuivere geloof hadden overwoekerd. Erasmus vond dat het ware christendom door kritische Bijbelstudie te ontdekken was. Hij ondergroef het idee waarop het gezag van de kerk rustte: dat alleen de paus en de priesters de geloofswaarheden konden bepalen. Hij wilde zelf geen scheuring van het christendom, maar hij werd wel; een belangrijke wegbereider van de reformatie.

Er was al veel langer kritiek op de kerk, bijvoorbeeld de corruptie in de kerk. Hoge kerkelijke ambten werden verkocht aan de hoogste bieder of vergeven aan adellijke zonen zonder noemenswaardige theologische kennis. Het celibaat werd aan de laars gelapt. In de middeleeuwen kon de kerk alle beweringen die zich tegen haar keerden als ketterij vernietigen. Dat lukte niet met de hervormingsbeweging die in 1517 begon met het optreden van de monnik Maarten Luther.

Rond deze tijd was de handel in aflaten (een brief waarmee zonden werden kwijtgescholden) erg populair, en de kerk werd er rijk van. Het voornaamste punt van kritiek betrof deze handel in aflaten. Daarnaast had Luther 94 andere stellingen. Met zijn 95 stellingen wilde hij slechts een discussie over hervorming binnen de kerk op gang brengen, maar de paus reageerde met drastische maatregelen; de kerk begon een proces tegen hem. Dat spoorde Luther juist aan. Nadat hij demonstratief een brief van de paus verbrandde, werd hij uit de kerk gestoten. Luther had in het Duitse rijk al veel aanhang onder vorsten en gewone gelovigen dat een kerkscheuring dreigde. Karel V probeerde die nog te voorkomen: Luther kreeg nog een keer de kans zijn woorden te herroepen, maar hij weigerde.

Hierna werd het Duitse rijk verscheurd door godsdienstoorlogen. Pas in 1555 sloten de strijdende partijen de Godsdienstvrede van Augsburg. Elke vorst mocht voortaan de godsdienst in zijn gebied bepalen.

Calvijn, een andere belangrijker hervormer, was nog radicaler. Calvijn stelde dat de mens van nature zondig en slecht is, genade bestond niet: je was verdoemd tot de hel of uitverkoren voor het koninkrijk Gods vanaf het begin der tijden. Calvijn vond dat gelovigen, naast hardwerken, gebed en zelfbeheersing, ook best konden genieten. Genot was door God zelf gegeven: wie weigerde te genieten, wees Gods goedheid af. Daarom vond hij het celibaat onnatuurlijk. Maar bij het genot moest wel matiging worden betracht. Er was nog een belangrijk verschil tussen Luther en Calvijn. Luther had zich tot de Duitse vorsten gericht. Het lutheranisme bevestigde het gezag van de vorsten tegenover dat van de paus en de keizer. Calvijn vond juist dat geen vorst of overheid iets over de kerk te zeggen mocht hebben. De overheid was juist als ‘dienaresse Gods’ verplicht om in overeenstemming met de Bijbel te handelen. In de kerk van Calvijn hadden gewone gelovigen de macht; er was geen hiërarchie, de Bijbel bepaalde wie gelijk had. Vanuit Genève, waar Calvijn zijn kerk had georganiseerd, verspreidde het calvinisme zich snel, vooral onder de stedelijke burgerij. In de Nederlanden verdrong het de protestantse bewegingen. Toen het calvinisme in 1566 bovengronds kwam, bleek het een aanzienlijke aanhang te hebben.

5.4          -              Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van de Nederlandse staat

De Nederlanden vielen in 1515 onder het bestuur van Karel V, die van elk gewest apart landsheer was. Alle gewesten hadden eigen gewoontes en rechtsregels. Binnen de gewesten hadden de steden weer een grote zelfstandigheid; ze bezaten privileges. In elk gewest had de vorst een stadhouder, een hoge edelman die hem daar vertegenwoordigde. Het lukte Karel het centrale bestuur te versterken. Hij beperkte de zelfstandigheid van de gewesten met behulp van nieuwe centrale adviesraden. Daardoor werd hij ook minder afhankelijk van de hoge edelen. Karels godsdienstpolitiek versterkte zijn greep de gewesten, hij beschermde het katholieke geloof. Toch had hij zijn handel vol aan de bestrijding van het protestantisme, en daarvoor richtte hij in 1522 zijn eigen inquisitie op.

Filips II zette de politiek van zijn vader voort. Toen Filips in 1559 de Nederlanden verliet, was zijn halfzus Margaretha de landvoogdes. Ze kreeg direct problemen met de hoge adel, zij kantten zich tegen een kerkelijke reorganisatie die een eind maakte aan hun invloed in de kerk. Ook werden de privileges van edelen aangetast. De inquisitie werkte op volle toeren, want het calvinisme drong de Nederlanden binnen. Het hoge adellijke verzet werd geleid door Willen van Oranje (stadhouder).In 1566 trokken 200 lagere edelen naar het paleis in Brussel en vroegen de landvoogdes om afschaffing van de inquisitie (smeekschrift); waarop zij de kettervervolging matigde. Daardoor durfden calvinisten in de zomer van 1566 een hagenpreek (bijeenkomst in open lucht) te houden. Hierna sloeg de vlam in de pan: nadat de predikant tekeer was gegaan tegen de beeldenverering trok een menigte naar het plaatselijke klooster en sloeg het interieur kort en klein. In de weken daarna raasde de Beeldenstorm door de Nederlanden.

Filips reageerde woedend. Hij stuurde de wrede ‘ijzeren hertog’ van Alva om orde op zaken te stellen in 1567. Een speciale rechtbank velde duizend doodvonnissen. In 1568 wonnen de broers van Willem van Oranje, die ondertussen in Duitsland zat, de slag bij Heiligerlee, maar Alva bleef oppermachtig. Onder leiding van Oranje vaarden de geuzen (bendes onder leiding van lagere edelen) de Maas op en namen Den Briel in. Vervolgens liepen bijna alle Hollandse en Zeeuwse steden over naar de Opstand. Alva kon sommige heroveren en nam gruwelijk wraak. De Spanjaarden kregen het steeds moeilijker, in 1576 sloegen de soldaten aan het muiten; ze trokken moordend en plunderend door de zuidelijke gewesten. Die sloten daarop in Gent vrede met het opstandige Holland en Zeeland, ze eisten het vertrek van de Spaanse troepen en maakten een eind aan de geloofsvervolging.

De hertog van Parma wist met enkele zuidelijke gewesten een verbond te sluiten tegen de opstand. Daarop sloten andere gewesten onder leiding van Oranje de Unie van Utrecht. Dit militaire bondgenootschap werd de kern van een nieuwe staat. Hoewel ook in de opstandige gebieden de calvinisten in de minderheid waren, verboden de opstandelingen bijna overal het katholicisme, ook al wilde Oranje aanvankelijk volledige geloofsvrijheid. De paus had katholieken verboden de opstand te steunen en zo de kerk verdacht gemaakt, de tegenstelling werd onoverbrugbaar.

Filips verklaarde Oranje in 1580 vogelvrij, waarna de gewesten van de Unie van Utrecht in 1581 Filips afzwoeren als landsheer. De opstand kwam in een diepe crisis toen een katholieke fanaticus in 1584 Willem van Oranje vermoordde en Parma in 1585 Antwerpen innam. Juist toen de opstand verloren leek, kreeg Parma de opdracht een invasie in Engeland voor te bereiden. Daarom moest de strijd in de Nederlanden op een laag pitje gewet worden. De ‘onoverwinnelijke Armada’ ging in 1588 voor de Engelse kust ten onder. Daarmee was de opstand gered.

Filips verklaarde Oranje in 1580 vogelvrij, waarna de gewesten van de Unie van Utrecht in 1581 Filips afzwoeren als landsheer. De opstand kwam in een diepe crisis toen een katholieke fanaticus in 1584 Willem van Oranje vermoordde en Parma in 1585 Antwerpen innam. Juist toen de opstand verloren leek, kreeg Parma de opdracht een invasie in Engeland voor te bereiden. Daarom moest de strijd in de Nederlanden op een laag pitje gewet worden. De ‘onoverwinnelijke Armada’ ging in 1588 voor de Engelse kust ten onder. Daarmee was de opstand gered.

In hetzelfde jaar besloten de opstandige gewesten geen nieuwe landsheer meer te zoeken. Ze gingen verder als de Republiek der Verenigde Nederlanden. Onder Willem van Oranjes zoon Maurits kreeg de Republiek na 1588 het hele noorden in handen. Toen 60 jaar later vrede werd gesloten, liep de grens dwars door Brabant (huidige Nederlands-Belgische grens).

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.