Geschiedenis samenvatting paragraaf 4.2
-    Op 24 oktober 1929 kelderden de aandelen aan de beurs plotseling dit was het begin voor de wereldwijde economische crisis.
-    Des te meer er mechanisch en met de lopende banden  kon des te minder arbeidskrachten er nodig was.
-    Om nieuwe machines te betalen gaven de ondernemers nieuwe aandelen uit of leenden geld bij de banken.
-    Tussen 1920 en 1930 gebeurde er veel het werd de “roaring twenties” genoemd.
-    Lonen waren te laag vergeleken met de bedrijfswinsten.
-    Tussen 1923 en 1929 stegen de lonen met 8%, maar de winsten van de fabriekseigenaren mey 72%.
-    Het ging slecht met de landbouw in Europa omdat:
•    De boer een soldaat was geweest in de oorlog.
•    Het land van de boer een slagveld was geworden.
-    Na de oorlog trok de landbouw weer op. Dat remde de import van landbouwproducten vanuit Amerika af. De boeren bleven ermee zitten en konden hun lening niet meer afbetalen.
-    Het hele dorp kon niet meer betalen dus ging de plaatselijke bank failliet.
-    De reserves van banken werden aangetast.
-    Op 24 oktober wilde iedereen zijn aandelen kwijt, voor het nog erger werd.
-    Het leek een dodelijke spiraal die Amerika naar de afgrond bracht.
-    Wereld kapitalisme is dat een economie van een vrije markt en vrije ondernemerschap over de hele wereld
-    De zittende president: Hoover, wilde niet ingrijpen. Hij dacht dat het vanzelf goed zou komen.
-    Er werd een andere president gekozen: Roosvelt.
-    Hij het een oplossing bedacht waardoor Amerika weer bovenop de crisis kon komen:
•    Regering leent geld.
•    De regering neemt werklozen mensen aan, die kunnen dan weer dingen kopen.
•    Het gaat weer beter met de bedrijven.
•    De bedrijven nemen weer mensen aan.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.