Zit je in 4/5 havo en heb je een N&T of N&G profiel? Vul deze korte vragenlijst in over chemie-opleidingen en maak kans op 20 euro Bol.com tegoed.

Meedoen

Hoofdstuk 4: Romeinen

Beoordeling 7
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas havo/vwo | 1312 woorden
  • 16 juni 2015
  • 148 keer beoordeeld
  • Cijfer 7
  • 148 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode




Orientatie.



Er kwam een einde aan het Romeinse Rijk omdat de Germanen Rome veroverden. De Middelandse zee is volledig in handen van de Romeinen. De rivier de Rijn was de grens van het Romeinse Rijk in Nederland. De steden Utrecht, Nijmegen en Maastricht zijn gesticht door de Romeinen. De stad Constantinopel heet nu Istanbul.





Paragraaf 4.1 Van stad tot wereldrijk.



A. Van koninkrijk tot wereldrijk.



De naam Rome komt van het woord Romulus, dit is een jongen die voorkomt in het ontstaans-verhaal van Rome. De naam Latijn komt van het gebied Latium, hier is Rome gebouwd. Rome zou op zeven heuvels zijn gebouwd om zo een goede bescherming voor de stad te vormen. Hooggelegen = Veiligheid. De stad Rome zou aan de Tiber liggen omdat dat goed is voor de handel. Rivier = Belangrijk voor handel.





De republiek werd bestuurd door 2 consuls, door de Romeinse volksvergadering. De handel ging bloeien door samenwerkingsverdragen met andere stadstaten af te sluiten. De overwinning van Carthago zorgde ervoor dat de Romeinen de Middelandse Zee ''Mare Nostrum'' konden noemen.





De Romeinen gingen slim om met overwonnen volkeren. Ze mochten 2 dingen houden:





  • Hun grond




  • Hun bestuur





Ze moesten wel iets doen namelijk, belasting betalen, zonodig soldaten leveren en trouw aan Rome zweren.







B van republiek tot keizerrijk



Julius Caesar moest in 59 v.Chr. Gallie veroveren, dit is nu Frankrijk.Julius Caesar vernederde de overwonnen leider. Caesar hield een grote triomftocht in Rome, waarbij hij trots zijn krijgsgevangenen, waaronder de verslagen Gallische leider Vercingetorix aan het volk toonde. Deze vernedering was positief voor Julius Caesar omdat hij hierdoor populair werd bij het volk. Hij schreef ook het boek De Bello Gallico.





De 2 oorzaken waardoor Julius Caesar vermoord is:





  • Een groep senatoren was bang dat hij een soort koning zou worden.




  • Ze waren ook bang dat zij hun macht zouden verliezen.







In 27 v.Chr. was het het einde van een republiek en het begin van een keizerrijk. Augustus (of Octavianus) was verantwoordelijk voor deze grote verandering. Hij en zijn opvolgers eerde zijn oom Julius Caesar door de naam Caesar te gebruiken. Hiervan is het woord keizer afgeleid. (Caesar – keizer). Augustus breidde het Romeinse Rijk uit tot makkelijk verdedigbare grenzen, zoals rivieren en bergen. Onder zijn regering brak een periode aan van langdurige vrede: de pax Romana. Het Romeinse Rijk was eerst een Koninkrijk, daarna een Republiek, daarna een Keizerrijk en tot slot een Dictatuur.











Paragraaf 4.2 De Romeinse samenleving.



A. Arm en Rijk



De boeren waren belangrijk voor mensen in de stad zodat die eten hadden. De drie oorzaken voor de goede handel binnen het Romeinse Rijk waren: De handelaren profiteerden van de vrede binnen het rijk, het uitgebreide wegennet en het gebruik van de Romeinse munt, de sestertie, binnen het hele rijk. De Romeinen zelf geloofden dat de god Neptunus hier verantwoordelijk voor was. Binnen het Romeinse Rijk kon je pas machtig zijn als je rijk was. Patriciërs en later ook de plebejers moesten 1 miljoen sestertiën op tafel leggen om senator te worden. Proletariërs zijn hele arme mensen. Ze worden ze genoemd omdat ze vaak weinig anders bezaten dan kinderen, en kinderen betekent 'proles' in het Latijn. Er werden Brood en Spelen georganiseerd voor de Proletariërs zodat ze niet in opstand kwamen. Een rijke burger gaf soms voedsel, geld en hulp aan arme mensen. Dit deed hij omdat de mensen aan wie hij het gaf 2 dingen moesten doen, namelijk achter de draagstoel aan lopen als hij door de stad heen ging en op hem kiezen als hij verkiesbaar was voor een bestuursfunctie.







De werkloosheid in de Romeinse steden kun je verklaren door deze redenen:



Als de opbrengst van de oogst terugliep raakten de boeren in geldproblemen, waardoor ze geld moesten lenen of hun grond moesten verkopen. Door de armoede op het platteland trokken veel mensen naar de stad, waar ze werk zochten in de handel en de ambachten. Vaak lukte dat niet, waardoor er in de steden veel mensen leefden met weinig of geen werk.





B. Vrij en onvrij





Zinnen om te onthouden over slaven:



Slavernij was heel gewoon voor de Romeinen. Krijgsgevangenen konden slaaf worden. Arme Romeinen moesten slaaf worden om te kunnen overleven.



Arme Romeinen konden hun kind als slaaf aanbieden.



De prijs van een slaaf was afhankelijk van het werk dat hij kon doen. Sommige slaven hadden een goed leven en andere een heel zwaar leven. Sommige slaven hadden een beter leven dan arme vrije Romeinen.



De mannen die in het Colloseum een strijd hebben geleverd noem je Gladiatoren.





Het verhaal van Spartacus:



a. Generaal Crassus joeg het slavenleger naar het zuiden.



b. Spartacus vindt de dood.



c. Spartacas was hulpsoldaat geweest in het Romeinse leger.



d. Het slavenleger wordt ontbonden en verschillende slavenbendes vechten verder.



e. Spartacus verslaat een Romeins leger.



f. De Romeinen kruisigen 6000 slaven als afschrikwekkend voorbeeld.



g. Spartacus wordt slaaf.



h. Spartacus wordt leider van een slavenleger.



i. Spartacus wordt verkocht aan gladiatorenschool.



j. De Romeinen worden door Spartacus vernederd, doordat hij een onderscheidingsteken (o.a. een adelaar) buit maakt.



k. Het slavenleger bevrijdt steeds meer slaven, en wordt zo steeds groter.



l. De slaaf Spartacus weet te ontsnappen met 70 slaven.





C-G-I-L-H-K-E-J-A-D-B-F



Paragraaf 4.3 De cultuur van het Rijk.



Het ontstaan van een multiculturele samenleving in het Romeinse Rijk is een gevolg van het Romeinse Wereldrijk, want vele culturen voelden zich met elkaar verbonden, want ze hadden bijv. allemaal dezelfde Romeinse rechten en ze konden allemaal Latijn. De Romeinen waren erg goed in het overheersen van vreemde gebieden, omdat de veroverde volken zich ondanks de overheersing toch verbonden voelden met elkaar. Ze voelden zich zelfs Romeins! Dit kwam door de handel, dezelfde wetten, dezelfde taal en de mogelijkheid om actief te zijn in het bestuur. Ze moesten wel iets doen: belasting betalen en zonodig soldaten leveren. Ook werden de mensen uit de veroverde gebieden op een andere manier per wet beschermd, omdat ze niet in het bezit waren van het Romeins burgerrecht.



Het Pantheon is een tempel waar alle goden worden vereerd. De spreuk op de voorgeven betekent: Marcus Agrippa, zoon van Lucius, voor de derde keer consul, heeft deze tempel laten bouwen. De Korintische bouwstijl werd hiervoor gebruikt. In het dak zit een Oculus (een oog). Hierdoor werd de koepel soepeler en bestand tegen aardbevingen. De Italiaanse koning Victor Emmanuel werd in het Pantheon begraven.



Paragraaf 4.4 De opkomst van het Christendom



A. Een Messias in Judea



Er kwam een Joodse opstand omdat Joden de belasting niet meer konden betalen en omdat ze weigerden de keizer te eren. Ze werden hiervoor gestraft: de tempel in Jeruzalem werd geplunderd en verwoest in 70 n.Chr. Het gevolg van deze opstand is dat de joden zich moesten verspreiden. Dit word de Joodse diaspora genoemd. De klaagmuur is nu een heel beroemd spoor in Jeruzalem, die aan deze gebeurtenis herinnert en door de Joden als heilige plek wordt gezien. Op deze plaats kunnen Joden al hun grieven achterlaten.



God had Jezus van Nazareth gestuurd om de mensen op een betere manier te laten leven. De joden die wel geloven dat Jezus de Messias is, noemen hem de 'gezalfde'. Jezus werd beschuldigd door Joodse priesters beschuldigd van opstandigheid tegen de Romeinen. Pontius Pilatues veroordeelt Jezus tot de kruisingsdood.



B. Rome word Christelijk



De volgelingen van Christus zeiden tegen andere mensen dat ze verlost werden van alle zorgen en dat ze na hun dood in de hemel zouden komen als ze geloofden. De Romeinen legden veel wegen aan, gunstig voor de handel, het leger en de verspreiding van het Christendom. Het was populair bij vrouwen en slaven, omdat iedereen gelijk werd behandeld. Het Christendom was een bedreiging voor de eenheid van het rijk. Daardoor gingen ze ze vervolgen.



Keizer Constantijn en keizer Theodosius waren verantwoordelijk voor de verandering tussen vervolgde godsdienst en staatsgodsdienst.


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

N.

N.

Ben erg blij met deze samenvatting
heb morgen de toets.
k hoop een goed cijfer

4 jaar geleden

H.

H.

ik vind deze erg handig

2 jaar geleden