ADVERTENTIE
Red het frikandelbroodje Wist je dat heel veel van jouw lievelingsproducten zomaar kunnen verdwijnen als de bij zou uitsterven? Denk bijvoorbeeld aan je glaasje melk in de ochtend, maar ook je frikandelbroodje in de pauze en je banaan bij het leren. Hoe komt dit en belangrijker, hoe voorkomen we dit? Dat weten ze bij de opleiding Diermanagement. Meer weten over deze en andere studies van Van Hall Larenstein?

Check alle video's!
§.3.1. Vrijen en trouwen

In het westerse huwelijkspatroon werden huwelijken uitgesteld tot het moment dat de partners in staat waren hun eigen levensonderhoud te voorzien.

Het kiezen van een partner had vaak te maken met de beurs van die persoon. In het westen is het altijd zo geweest.

Om partners te kunnen ontmoeten werden speciale avonden georganiseerd waar jeugdigen uit meerdere dorpen elkaar leerden kennen --> Nachtqueesten

Het huwelijk had een economisch belang, maar ook een sociaal belang.

In het traditionele gezin had de man de broek aan. Hij had de leiding en nam de belangrijkste beslissingen. Dit wordt het patriarchale gezin genoemd, waarbij gevoelens en emoties niet de belangrijkste rol speelden. De partners in een huwelijk hechtten niet te veel aan elkaar, want de kans was groot dat een van de partners vroegtijdig overleden.

Algemene huwelijkspatroon: Bijna alle vrouwen trouwen jong. De bruidegom is vaak ouder dan de bruid. De jonggehuwden trekken bij hun ouders in.

Westerse huwelijkspatroon: Het kind dat trouwde verliet het ouderlijke huis en ging samenwonen.

Uitgestelde huwelijkspatroon: Jonge mensen wachtten daarom met een huwelijk tot ze een boerderij of bedrijf geërfd of hiervoor genoeg gespaard hadden --> Zekere positie in de maatschappij

Productie-eenheid: Waar men samen at, sliep en zijn vrije tijd doorbracht.

Consumptie-eenheid: Waar men samen werkt

Patriarchaal gezin: Een gezin waarin de vader het voor het zeggen heeft.

Romantiek: Eind 18e- begin 19e-eeuw, reactie op de Verlichting, het gevoel en de intuïtie in plaats van het verstand

§.3.2. Kinderen

De relatie tussen ouders en kinderen werd niet bepaald door emoties, maar door de omringende werkelijkheid. Ook het geloof en de kerk speelden een grote rol.

Armoede, honger en dood waren aan de orde van de dag. De mensen waren dus gewend aan lijden en bovendien was het veel handiger geen emotionele band met je kind te hebben. De meeste kinderen stierven en het leven ging gewoon door.

Volgens de christelijke opvattingen waren zelfs baby’s al zondig.

Dus is de opvoeding diende je de kinderen hard aan te pakken.

En ook in taalgebruik vind je dat terug, want ook in psychotechnisch opzicht diende de kinderen hard aan te pakken.

De gemiddelde levensverwachting in de 16e eeuw, was tussen de 35 en 40. Iemand die de leeftijd van 20 had bereikt, had nog 30 jaar te leven.

Toch kregen veel kinderen te maken met het overlijden van één of beide ouders.

Deze kinderen hadden vier alternatieven:

1. Het weeshuis
2. V.O.C. aanmonsteren op een schip
3. De kerk
4. Bedelen

Jeugdigen hadden weinig of geen kans tot het volgen van een opleiding. Dit was slechts voorbehouden aan de kinderen van de rijken.

Echter ook de rijken ontkwamen niet aan ziekte en dood, dat kwam omdat de kennis van de geneeskundigen en geneesmiddelen niet aanwezig waren.

Toch hadden de rijken een voorsprong:

Minder hard te werken
Hygiëne
Voeding

Veel kinderen waren niet-gewenst en vooral in de stad, omdat de ouders niet in staat waren om hen in leven te houden. Gevolg was dat veel kinderen ten vondeling gelegd werden.

Veel kinderen groeiden op in een omgeving zonder eigen ouders. En dit had weer invloed op hoe zij als volwassene met hun eigen kinderen omgingen.

Min: Huurzoogster

Baker: Inwonende kraamverzorgster

Erfzonde: Men neigt van nature naar slecht gedrag

Predestinatie: Een belangrijk deel van het leven ligt vast. De mens was volgende de kerk van nature slecht, de enige redding lag in het geloof en het streng opvolgen van de voorschriften van de kerk.

Gereformeerde kerk: Kerk waar ze God eren en alles doen wat hij wil

Verlichting: Stroming in de 18e eeuw, waarin de ideeën over kinderen en opvoeding veranderden

Pedagoog: Opvoedkundige

§.3.3. Seksualiteit

We onderscheiden vier vormen van seksualiteit:

1. Man + Vrouw
2. Man + Man
3. Vrouw + Vrouw
4. Zelfbevrediging

Hoe hierover gedacht werd, wordt bepaald door:

Jezelf
Gezin
Sociale omgeving
Kerk

1. Deze werd door de meeste als natuurlijk ervaren, maar de kerk zag seksualiteit tot voortplanting, waarbij lustgevoelens ondergeschikt waren. De vrouwen werden geacht seksualiteit puur te beleven als voortplanting. Het was en is een biologisch gegeven dat mannen regelmatig hun builtje moeten verversen.

2. Deze had in de beleving van de kerk geen recht van bestaan, want daar komen geen kinderen van.

3. Deze had in de beleving van de kerk geen recht van bestaan, want daar komen geen kinderen van.

4. Mannen mochten wel aan zelfbevrediging doen, maar vrouwen niet. Hun enige doel was voortplanting.

Soorten seksualiteit:

Seks buiten het huwelijk
Homoseksualiteit
Zelfbevrediging (voornamelijk de man)

Sodomie: Is de voorloper van ons begrip homoseksualiteit bij mannen

Trouwbelofte: Verloving, vrijwel gelijk aan getrouwd zijn met elkaar

Dubbele moraal: Dat mannen op seksueel gebied de normen aan hun laars mogen lappen, maar vrouwen niet

Misogynie: Vrouwenhaat

Onanie: Masturbatie

§.3.4. Het gezin in de Moderne Tijd

In de 20e eeuw veranderde er een aantal zaken:

De welvaart steeg, waardoor jongeren meer te besteden hadden en een hoger opleidingsniveau kregen en zich dus onafhankelijker konden opstellen tegenover de ouders

De vrouwenemancipatie; De vrouwen hadden hun plaats veroverd.

Ook door de uitvinding van de anticonceptiepil, waardoor vrouwen zich vrijer konden gaan gedragen

De 2e feministische golf waarin discussie over abortus werd aangezwengeld. Ook kregen de vrouwen invloed in de politiek.

In de jaren ’50 verscheen het rapport van de Amerikaanse seksuoloog Kinski. Het rapport zwengelde in de VS discussie aan over de grote leugens en propaganda die de kerk eeuwenlang over de vrouw had uitgestrooid.

Het kerngezin volgt het familiegezin op.

In de jaren ’50 en ’60 veranderde er veel in het voordeel van de vrouw:

De tweede feministische golf in de jaren ’60 en ‘70
-De bijstandswet
-Abortuswetgeving
-Opleiding --> werk
-Positieve discriminatie
-Seksuele revolutie
Tijdens de eerste feministische golf ging het voornamelijk om gelijke rechten ( 1900)

In Nederland zijn er op het gebied van huwelijk, kinderen en seksualiteit veel veranderd.

De mensen van nu hebben de neiging om neerbuigend op het verleden terug te kijken en zaken uit het verleden.

Ook op het gebied van huwelijk, kinderen en seksualiteit, nemen wij aan dat de mensen van die tijd:

Nooit trouwden met iemand van wie ze hielden
Kinderen altijd slecht, soms met geweld, behandelden
Vrouwen geen seksuele gevoelens zouden hebben

Het beeld dat wij hebben werd in het leven geroepen door de machthebbers van vroeger die er belang bij hadden dat mensen zich zodanig gedroegen.

Demografische patroon: Overgang. Eeuwenlang werd het demografische patroon gekenmerkt door late huwelijken en hoge geboorte- en sterftecijfers. Dit veranderde in de tweede helft van de negentiende eeuw --> Demografische transitie

Huishouden: Een leefeenheid van mensen die samenwonen en samenleven

Bevelshuishouding: De vader was de baas en de kinderen moesten gehoorzamen

Onderhandelingshuishouden: Kinderen hebben recht om mee te praten

Seksuele revolutie: Door de pil werd seks en kinderen krijgen losgekoppeld en het aantal kinderen per gezin daalde. De gevolgen voor het seksuele leven waren enorm. Gevoegd bij de grote welvaart, de emancipatie van de jeugd en de feministische beweging uit diezelfde periode zorgde dit voor een seksuele revolutie

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.