Hoofdstuk 4

Beoordeling 7.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 1e klas vwo | 2075 woorden
  • 2 juni 2015
  • 26 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.4
  • 26 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

Middeleeuwen



De val van het West-Romeinse Rijk was in 476 dus lieten historici de middeleeuwen in 500 beginnen en in 1500 eindigen. De middeleeuwen waren een samenstelling van drie beschavingen: Germaans, Christelijk en Romeins.





Paragraaf 4.2 De Franken komen



De vraag is: Hoe werden de Franken koningen over een groot en machtig Rijk?



Doop Clovis



Zwaar gevecht> Clovis vraagt god Wodan om hulp> helpt niet> dan vraagt hij de christelijke god om hulp> hij wint de strijd> hij laat zich en zijn legioen in 496 bekeren tot het christendom.



Franken



507 de Franken trekken de Loire over en vallen de Visigoten aan> de Bourgondiers vallen de Visigoten aan vanuit het oosten> Clovis doodt Alarik (de leider van de Visigoten) > de Visigoten worden verslagen.



Splitsing van het Romeinse Rijk



In 395 wordt het Romeinse Rijk in tweeën gesplitst:




  1. West-Romeinse Rijk (Rome)

  2. Oost-Romeinse Rijk (Constantinopel)



Het Rijk wordt in tweeën gesplitst om de volgende reden, waardoor het verval intrad:




  1. Het Romeinse leger (300.000 man) is te klein om het Romeinse Rijk met haar uitgestrekte grenzen te bewaken

  2. Het leger was te duur omdat de belasting te hoog was en de boeren daardoor hun land verlieten en in de stad gingen wonen. Hierdoor namen de belasting inkomsten af.

  3. De soldaten hadden een te lange diensttijd waardoor ze meer eer aan hun generaal gaven dan aan de keizer.

  4. Als een keizer stierf kwam er altijd een opstand over zijn opvolger. De senaat en de generaals vochten voortdurend om de macht.



Val van het West-Romeinse Rijk



De val van het West-Romeinse Rijk kwam door de volksverhuizingen die in de 4de eeuw n.C. op gang kwamen.




  • Germaanse stammen vielen het West-Romeinse Rijk binnen opgejaagd door de Hunnen.

  • Visigoten, Vandalen zochten naar een beter klimaat en landbouwgronden.

  • Franken, Allemannen kregen toestemming om zich in het West-Romeinse Rijk te vestigen, op voorwaarde dat ze hielpen bij de verdediging van het Rijk.



Het West-Romeinse Rijk viel in 476, door Odoaker (een Germaanse stamhoofd) die zich daarna tot keizer liet kronen.



Val van het Oost-Romeinse Rijk



In 1453 viel het Oost-Romeinse Rijk.



Het Frankische Rijk



Voor 486 leven de Franken (een Germaans volk) in Zuid-Nederland en België, het Rijk wordt dan bestuurd door de adel. Na 486 breiden ze hun Rijk langzaam uit naar Gallië (Frankrijk), er heerst nu een monarchie waar Clovis de eerste Koning/Krijgsheer is. Zo ontstaat het Frankische Rijk met als Koning Clovis.



Doordat Clovis zich liet dopen tot Christen krijgt hij nu hulp van de kerk (geestelijken konden goed schrijven, dat hielp bij bestuur) en hulp van de bevolking (die waren ook christelijk en deden wat de geestelijken zeiden). Clovis kreeg de geestelijken met zich mee door gebieden (bijv. van de Hunnen) te veroveren en daar het Christelijke geloof in te voeren.



Na de dood van Clovis in 511 veroverde de Franken nog meer grondgebied.



In 800 kroonde de paus Karel de Grote (768-814) tot keizer. Het Frankische Rijk is dan even groot als ooit het West-Romeinse Rijk.



Lex Salica



Clovis maakte een wetboek voor zijn hele rijk en hij noemde dat de Lex Salica. De wetten gingen vooral over: diefstal, geweld en moord.





Paragraaf 4.3 Leven op het platteland



De vraag is: Hoe was het leven op het platteland?



Leven van het land



Het Romeinse Rijk is weg> geen bescherming meer, wegen niet meer onderhouden> het werd overal onveilig> geen handel meer, door gebrek aan inkomsten trekken mensen uit de steden weg naar het platteland, want daar is wel voedsel> nu moesten de mensen alles zelf maken> autarkie> de steden waren leeg.



Hofstelsel



Domein



Een domein is een landgoed wat in het bezit is van een heer. Deze heren kregen van de koning vaak een stuk land omdat ze hadden geholpen bij het veroveren van gebieden. De heer was vaak een afstammeling van een van een machtige heerboer uit de Romeinse tijd. Op dat landgoed werkten boeren (Horigen).



Waar een domein uit bestond



Een domein bestond uit drie delen:




  • De woeste gronden (rivieren en bossen)

  • Landbouwgrond, dit bestond uit:

    • Vroonland (dit was het land van de heer zelf, alle opbrengst van het domein kwam naar de heer)

    • Hoeveland (hier stonden de boerderijen van de boeren, de boeren mochten zelf een klein deel van de opbrengst houden)





De rentmeester



Als een heer meerdere domeinen in zijn bezit had kon een rentmeester daar toezicht ophouden.



Horigen



De horigen (boeren die op het domein werkten)moesten voor veel dingen toestemming vragen zoals: Het landgoed verlaten, trouwen. Een boer deed dit omdat hij dan inruil voor het werk te verrichten bescherming kreeg.



Herendiensten



De herendiensten waren klusjes die de boeren voor de heer moesten doen. Dit gebeurde aan de hoeve van de heer en op het vroonland.



Buiten het Frankische Rijk (het oude Romeinse Rijk)



Hier kwam geen hofstelsel voor. Hier leefden nog vrije boeren, zij hadden hun eigen grond maar moesten wel meevechten in het leger.



Tienden



Zowel horigen als vrije boeren moesten tien procent van hun oogst aan de kerk geven.





Paragraaf 4.4 Verspreiding van het Christendom



De vraag is: wat was de invloed van het christendom op de middeleeuwse maatschappij?



Natuurgoden> christendom



Het voormalig Romeinse Rijk was al grotendeels christelijk, maar in Duitsland en ook de Friezen geloofden nog in natuurgoden bijv. Donar (god van donder en het weer). Deze mensen waren heidenen. Frankische koningen en geestelijken vinden dat heidenen bekeerd moeten worden. Waar ze dat lukte stichtte monniken als Bonifatius kloosters. In kloosters leefden monniken volgens strenge regels. De monniken verspreide ook het christendom, dit zijn missionarissen.  Als een gebied bekeerd werd wordt als eerste de koningen bekeert, daarna volgt bijna vanzelf de rest van een gebied. Veel mensen koppelde het christendom wel aan de natuurgoden (zoals goden bijv.).



Invloed op het dagelijks leven



In bijna elk domein of dorp stond een kerk. In de kerk was een priester aanwezig om de mensen te helpen zich aan de christelijke regels te houden. Dit zijn een paar van die regels:




  • Elke zondag naar de kerk

  • Kinderen worden bij hun geboorte gedoopt

  • Mensen trouwde in de kerk

  • 100 Vrije dagen

    • Zondagen (52 per jaar)

    • Feestdagen (Ongeveer 50 per jaar)





De gevolgen:




  • Als je goed leefde (volgens de christelijke regels) kwam je in de hemel

  • Als je slecht leefde (niet volgens de christelijke regels) kwam je in de hel



Sociale lagen/Standen in het christendom




  1. De geestelijken (moesten bidden voor de mensen)

  2. De adelen (moesten de geestelijken en boeren beschermen)

  3. De boeren (moesten voor het voedsel zorgen)



Uitwisseling tussen de 2de en de 3de stand was bijna onmogelijk.



Samen sterk



De kerk en de koningen (Bijv. Clovis) hielpen elkaar.




  • De koning hielp om het christendom te verspreiden

  • De kerk hielp de koning besturen (geestelijken die konden schrijven)



Karel de Grote



Karel de Grote regeerde van 768 tot 814, hij stichtte klooster scholen om geestelijken goed te kunnen opleiden (ze leerden daar latijn en rekenen). Een paar voorbeelden van wat geestelijken moesten doen:




  • Belasting bij houden

  • De bijbel overschrijven



De geloofsleer



Onder het christendom waren er verschillende ideeën over de juiste manier van geloven. De hoge geestelijken* vergaderde daar regelmatig over, deze vergaderingen heette concilies. Hier over werd gesproken:















Geloofskwestie



Weerlegging



Of je bij het vereren afbeeldingen van god mag gebruiken?



Nee, je moet de echte god vereren niet een afbeelding.




*Ook Karel de Grote besliste mee met zo’n geloofskwestie, hij speelde een belangrijke rol in deze religie.





Paragraaf 4.5 De islam in Europa



De vraag is: hoe ontstond de islam en hoe verspreidde deze godsdienst zich?



De islam



Ontstaan



De islam ontstond in het Midden-Oosten, Mekka (Huidige Saudi-Arabië). Toen Mohammed 40 jaar werd kreeg hij een boodschap van de engel Gabriel, hij liet weten dat hij in een god moest geloven: Allah. Dat was in 622. Mohammed probeerde eerst zijn boodschap in Mekka te verspreiden, maar zonder succes hij werd de stad uit gejaagd. In Medina probeerde hij het opnieuw, daar lukte het wel. Veel mensen gingen toen in Allah geloven. Daarna verspreide Mohammed de boodschap verder over het schiereiland. Uiteindelijk werd toch Mekka de belangrijkste stad van de islam (omdat hij daar de boodschap had gekregen). Mohammed was de laatste profeet die God naar de aarde had gestuurd. Het heilige boek van de islam is de Koran.



Regels



Dit zijn de 5 zuilen van de islam (5 belangrijkste regels):




  • Er is maar een god: Allah

  • Bid 5 maal per dag, geknield met het hoofd in de richting naar Mekka

  • Geef aan armen en zieken

  • Vast van zonsopkomst tot zonsondergang in de maand van de ramadan

  • Maak minimaal 1 maal in je leven de hadj, een bedevaart naar Mekka



Verspreiding van de islam



Opvolging van Mohammed



In 632 stierf hij en werd hij opgevolgd door Aboe Bakr (een goede vriend van Mohammed). Niet iedereen was het hier mee eens een deel van de islam vond dat een neef van Mohammed hem moest opvolgen: Ali.



Splitsing



De islam splitste zich in twee groepen op als gevolg van de ruzie over de opvolging van Mohammed:




  • Sjiieten (vinden dat Ali en zijn nakomelingen Mohammed moeten opvolgen)

  • Soennieten (vinden dat Mohammeds opvolgen geen familie hoeft te zijn)



Verspreiding



Door Mohammed verspreidde de islam zich snel, hij bestuurde dit gebied zelf. Mohammed had dus zowel politieke en religieuze macht.



Na zijn dood verspreide de Kaliefen (beschermers van de islam) de islam verder naar:




  • Noord-Afrika

  • Spanje



Door alleen hoofdwegen en steden te veroveren rukte de islam snel op. Bovendien moesten alle Moslims zich inspannen om de islam te verspreiden: Jihad.



Bekering van christenen:




  • Hoefden niet bekeren

  • Extra belasting bij niet bekeren

  • Belangrijke functies (militair, bestuur) alleen moslims



Dus geen dwang maar wel verleiden.



Franken vs. Moslims




  • Rond 700 was er in Spanje een strijd tussen verschillende Kaliefen

  • Plunderende moslims trekken de Pyreneeën over en ze nemen Narbonne in

  • In 732 verslaat Karel Martel een islamitisch leger dat vanuit Spanje onder leiding van Abd er Rahman Frankrijk binnenvalt (bij Poitiers: belangrijk want de moslims zijn nu weer weg uit Frankrijk)

  • De Franken kregen zo meer macht in het Zuiden, ze hadden de moslims verslagen

  • Karel Martel werd hierdoor machtiger dan de Frankische koning



Paragraaf 4.6 Trouw aan de heer



De vraag is: op welke manier verzakte het feodale stelsel de macht van de koningen uiteindelijk?



Paus en Koning helpen elkaar



De laatste Merovingische Koning van het Frankische Rijk kon zich niet meer tegen de vijand verdedigen. De grootste concurrent waren de Karolingers, zij hadden met hun grote en betrouwbare leger de oprukkende moslims tegengehouden. Ook had de Paus er mee ingestemd dat de koning een Karolinger zou worden. De Karolingers beschermden dus de kerk, en de kerk hielp hun bij het besturen van het Rijk. Rond 800 lag het hoogtepunt van die samenwerking.



Leenstelsel



Karel veroverde in zijn tijd veel land. Hij had daar voor een goed leger nodig, ook om het rijk daarna te beschermen. De mannen in het leger zworen daarom trouw aan de koning en zouden in oorlogstijd troepen leveren. Om ze daarna te belonen gaf hij ze een stuk grond (omdat hij geen geld had om hun te beschermen). Deze mensen heette vazallen, de opbrengst van de grond mochten deze leenmannen ze zelf houden.




  1. Leenheer (Koning)



2.Leenman




  1. Achterleenmannen (ridders)

  2. Achterachterleenmannen (ridders)

  3. Horigen (de horigen hoorde bij de grond die de leenmannen in leen kregen)



De leenmannen en de achterleenmannen vormden de adel.



Handhaving




  • Karel hield regelmatig rijksdagen om nieuwe wetten en voorschriften meedeelde.

  • Hij deelde zijn land ook in gouwen (een soort provincies) op, deze werden bestuurd door machtige leenmannen.

  • Karel stelde ook zendgraven aan. Deze reisde rond en controleerde leenmannen, ze hielden ook de belasting bij en spraken recht.



Karel zelf reisde ook veel rond, hij had veel verschillende kastelen (paltsen) zoals bijv. Arken.



Uiteenvallen van het Rijk



Het Frankische Rijk viel snel na de dood van Karel (814) uiteen. De redenen tot het uiteenvallen:




  • Het Frankische Rijk zij dat het rijk onder alle zonen moest worden gedeeld, dit  leidde keer tot keer naar het uiteenvallen. De zonen voerde ook vaak onderling oorlog om de verdeling.

  • Het rijk werd vanuit het westen aangevallen door de Vikingen

  • Het rijk werd vanuit het oosten door de Hongaren aangevallen.

  • Het leenstelsel zorgde er ook voor:

    • De leenmannen beschouwde het land wat ze gekregen hadden vaak als hun eigendom.

    • Veel leenmannen probeerde zoveel mogelijk macht en land te veroveren> Sommige leenmannen bezitten meer land dan de koning bijv. de familie Capet

    • Ondanks deze onhandigheden van het leenstelsel werd het nog lange tijd gebruikt.





Het rijk valt uiteindelijk in 987, dan laat Hugo Capet zich tot keizer kronen.


REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.