Alleen vmbo'ers gezocht! Waar denk jij aan bij duurzaamheid? Vul de vragenlijst in en maak kans op een Bol.com bon van 15 euro

Meedoen

Hoofdstuk 3.1

Beoordeling 7.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas havo | 517 woorden
  • 31 januari 2016
  • 28 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.1
  • 28 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

3.1 Geld maakt geld



In de 17e eeuw was er in de Republiek een goede economie --> achteraf word er gesproken van een Gouden Eeuw.



Het draait om de winst



De Republiek was het est welvarende land in de 17e eeuw. Kwam vooral door handel. bv. de Oostzeehandel. Nederlanders kochten graan in Oost-Europese landen aan de Oostzee --> de kooplieden verkochten een deel van dat graan direct in de zeegewesten v.d Republiek tegen hoge prijzen. Het andere deel graan sloegen ze op in hun pakhuizen --> wachtten op misoogst/hongersnood in een Zuid-Europees land --> verkochten graan met veel winst aan hun. Ook andere producten kwam zo op de stapelmarkt (=producten werden opgeslagen om later verhandeld te worden). Werd door handelskapitalisten met grote winsten verkocht. (handelskapitalisten=kooplieden kochten producten op en verkochten deze door met winst. Deze winsten investeerden zij). Kapitalisme kon groeien (kapitalisme=economisch systeem waarbij winststreven, privébezit en vrije concurrentie belangrijk zijn).



Voor handel met Oost-Indië (Azië) --> VOC (=verenigde Oost-Indische compagnie. Handelsbedrijf dat vanaf 1602 het handelsmonopolie had op Azië. Oost- Indië (Indonesië) was het belangrijkste handelsgebied). Handelaren van verschillende steden staken geld in dit bedrijf dat later zal uitgroeien tot --> het grootste bedrijf ter wereld. 



Voor handel met West-Indië (Amerika) --> WIC (=West-Indische compagnie. Handelsbedrijf dat vanaf 1621 het handelsmonopolie rond de Atlantische oceaan had: tussen Amerika en West Afrika). WIC had vergunning kaapvaart --> vooral Spanje werd hier slachtoffer van, door bv. rooftochten van Piet Heyn. WIC richtte zich op driehoekshandel Europa, Afrika en Amerika (slavenhandel was vooral winstgevend daar).



Bron 6



Lees en leer deze bron. Belangrijk: Afrika was aantrekkelijk voor ivoor, zout en goud, Brazilië voor suiker en zout.



Melk, boter en kaas



Graan werd goedkoop gekocht in gebieden rond de Oostzee --> hierdoor kon het land ook hoogwaardige landbouwproducten produceren. --> boeren specialiseerden zich. Je had een boter boer, een kaasboer, en anderen verbouwden bv. bier of touw. Door meer waterwegen --> makkelijker vervoeren. Was er een overschot aan een product? --> export. 



Door toeneming welvaart --> vraag naar mooie en dure stoffen. Boeren gingen naast hun werk ook activiteiten verrichten bij handelaren. --> kregen geldbedrag --> producten kopen die niet op het platteland voor handen waren. Stad en plattelang gingen elkaar steeds beter aanvullen: Boeren zorgden voor grondstoffen en arbeidskracht, en stedelingen zorgden voor de behoefte aan producten die niet op het platteland gemaakt werden. 



[ Enkele opdrachten in het boek die belangrijk waren samenvatting (opdracht 2 en 5):



4 manieren waarop veel geld mee werd verdiend: VOC, WIC, stapelmarkt en kapen. Grootste winsten: de VOC omdat ze de enige waren die een bepaald product verkochten.



Kaapvaart=een schip beroven. Kaapvaart kan je legale piraterij noemen omdat het voor je land is. Spanje, Portugal en WIC waren hierin actief op de Atlantische Oceaan. Nederland was nog in oorlog in de eerste helft van de 17e eeuw met Spanje. Piet Heyn werd als held onthaald omdat hij zorgde voor veel inkomsten. Geroofde zilver kwam oorspronkelijk uit Amerika (hoofdstuk 1). ]


REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

M.

M.

wel leuk

5 jaar geleden