Hoofdstuk 3 en 4

Beoordeling 8.2
Foto van F.
  • Samenvatting door F.
  • Klas onbekend | 1682 woorden
  • 3 februari 2016
  • 2 keer beoordeeld
  • Cijfer 8.2
  • 2 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
ADVERTENTIE
De Galaxy Chromebook maakt je (school)leven makkelijker!

Met de Galaxy Chromebook Go kun je de hele dag huiswerk maken, series bingen en online shoppen zonder dat die leeg raakt. Ook kan deze laptop wel tegen een stootje. Dus geen paniek als jij je drinken omstoot, want deze laptop heeft een morsbestendig toetsenbord!

Ontdek de Chromebook!

Samenvatting hoofdstuk 3 & 4 Femke Baas 3D





3 Nederland verandert:



Zware industrie:



In begin negentiende eeuw kwam de zware industrie in Nederland. Er ontwikkelde zich drie takken van zware industrie:




  1. De staalindustrie. In Engeland werd ontdekt hoe je van ijzererts staal kon maken. Voor Nederland was het duur om staal van Engeland te kopen. Dus in 1918 werd het bedrijf Koninklijke Hoogovens in IJmuiden opgericht.

  2. De mijnbouw. In 1899 werd in Zuid-Limburg de eerste steenkolenmijn geopend. Nederland kom nu zelf steenkolen leveren voor de machines. Steenkool was nodig om ijzererts te laten smelten.

  3. De petrochemie. De industrie maakt van aardolie benzine of andere brandstoffen. In 1890 werd het bedrijf Koninklijke Olie opgericht, nu bekend als Shell. Met geld van de overheid werd er olie in Indië geboord. In Nederland werd de olie tot benzine verwerkt.





Vervoer:



Reizen werd na 1900 steeds sneller en goedkoper. Dit komt omdat, er in 1885 de auto is uitgevonden. In begin was de auto alleen voor rijke mensen. Later konden ze goedkoper maken en werd de auto voor meeste mensen betaalbaar.  Door de ontdekking van elektriciteit reden treinen niet meer op stoomkracht. In 1909 reed de eerste elektrische trein (tussen Rotterdam en Den Haag).



In 1919 konden een half miljoen Nederlanders zich op de eerste luchtvaarttentoonstelling naar de nieuwe uitvinding kijken; vliegen. Na dit grote succes werd er een nieuw bedrijf op gericht dat vervoer van personen, vracht en post door de lucht kon vervoeren; de KLM. Antony Fokker vestigde in lege loodsen een vliegtuigfabriek.



Communicatie:



Voor 1850 kon je alleen via een brief een bericht sturen. Door de industrialisatie werd berichten sturen makkelijker, want de overheid ging voor postverkeer zorgen. Er kwamen brievenbussen, postkantoren en postbodes in uniforms. Ook de prijzen gingen omlaag waardoor het aantal brieven omhoogstegen. De post werd met de trein vervoerd; snel en betrouwbaar. De uitvinding van de elektriciteit zorgde voor nog een andere manier van communiceren. Via elektriciteitsdraden konden ook signalen worden verstuurd. Deze manier van communicatie heet telegrafie. Naast de spoorlijnen werden telegraafdraden aangelegd waar over vliegensvlug berichten over werden geseind. Zo konden ze elkaar waarschuwen voor gevaar. De ontwikkeling van telegrafen ging erg snel. Al snel kwamen er overal telegraafkantoren waar je berichten kon versturen. Maar de alle grootste revolutie was de uitvinding van de telefoon. Voortaan konden zender en ontvanger direct met elkaar communiceren.



Steden veranderen:



De nieuwe fabrieken werden vooral in de steden gebouwd. Er kwamen veel arbeiders daar dan wonen en werken, zo groeide een steden snel. Om ruimte te maken breken ze te middeleeuwse stadsmuren af. Er kwamen dit bij de fabrieken huizen te staan. Dit noem je arbeidswijken. Sommige dropen groeiden uit tot steden, zoals Eindhoven. Het uiterlijk van een stad veranderede ook. Eerst zag je koetsen, etc en nu zag je auto’s. Voor auto’s werden wegen verhard. Voor voetgangers kwamen er voetpadden. Rond 1900 werd de luchtbanden voor fietsen uitgevonden, en het aantal fietsers steeg enorm. Door elektriciteit konden straten worden verlicht. De overheid ging zich steeds meer boeien met de voorzieningen van een stad; de aanleg voor verlichting, waterleiding, telefoonlijnen en tramrails werden allemaal geregeld door de overheid.



Bevolkingsgroei:



In de negentiende eeuw groeide de bevolking enorm. De groei werd veroorzaakt door een daling van het aantal sterfgevallen. Dit komt omdat wetenschappers steeds meer ontdekte over gezondheid en ziekte. Ze ontdekte dat bacteriën infecties kunnen verspreiden. Ze ontdekte dat je met simpele maatregelen, zoals handen wassen. Robert Koch ontdekte in 1883 de bacterie die cholera veroorzaakte. Daarna kon er een vaccin tegen deze ziekte ontwikkelen. Ook de nieuwe manieren van steden bouwen kon de gezondheid van mensen verbeteren. Ze woonden niet meer dicht opeen gepakt binnen de stadsmuren en de overheid hield zich steeds meer bezig met de aanleg van riolering en drinkwatervoorziening.



Snelheid van leven:



Nederland veranderde door de industrialisatie:




  • Het leven ging sneller. Reizen werd gemakkelijker, sneller en goedkoper. Alles kistte veel minder tijd dan gisteren.

  • Nederland werd meer een eenheid. Nederlands voelden zich meer met elkaar verbonden, doordat ze de nieuwe communicatiemogelijkheden meer contact met elkaar hadden. De verschillen tussen de provincies werden minder. Een voorbeeld is tijd. Vroeger hadden ze overal een andere tijd maar dankzij het spoorboekje werden alle klokken gelijk gezet.



Crisis:



In 1929 kwam er plotseling een eind aan de snelle groei van de industrie. Door een wereldwijde crisis ging het in Nederland ook slecht. Veel bedrijven gingen failliet en de industriële producten stortte in . daardoor raakte veel mensen hun baan kwijt. Ze moesten van een uitkering leven en in ruil deden ze zwaar werk. De overheid deed weinig om de crisis optelossen.



Belangrijke mensen:



Anton Philips(1874-1951)



Ondernemer, maakte van de lampenfabriek van zijn vader en oom een multinational.







4 welvaart groeit:



Wederopbouw:



Na de oorlog hadden de fabrieken 5 jaar stil gelegen of producten voor Duitse markt gemaakt. met het Marshallhulp uit de Verenigde Staten. Hierdoor kon er een wederopbouw komen. De overheid hielp mee met de economie op te bouwen. De industrie moest groeien, want dat zorgt voor veel werk. De overheid nam verschillende maatregelingen om de industrie te stimuleren



zoals:




  • Belastingen voor ondernemers ging omlaag

  • Een bedrijfsvergunning krijgen werd makkelijker.

  • De overheid, werkgevers en werknemers maakten afspraken.



De afspraak tussen de overheid, werkgevers en werknemers heet geleide loonpolitiek. Een belangrijke afspraak was om de lonen laag te houden. Hierdoor waren producten goedkoper en groeide de export. Door het harmoniemodel herstelede Nederland snel van de economie.



Samenwerken in Europa:



Nederlands een klein land met weinig natuurlijke grondstoffen. In 1958 sloot  Nederland zich aan bij de Europese Economische Gemeenschap(EEG). De EEG bestond uit 6 landen (Nederland, West- Duitsland, België, Luxenburg, Frankrijk en Italië). De landen maakte een afspraak om de invoerrechten af te schaven. Nederland kon nu makkelijker grondstoffen kopen en zelf verkopen. De EEG breidde ui en in 1995 waren er al 15 landen. Toen gingen ze het de Europese Unie (EU) noemen.



Industrialisatie na 1945:



Na 1945 ging de industrie verder, twee ontwikkelingen waren erg opvallend:




  1. Machines namen steeds meer handelingen over. Dit noem je mechanisatie. Voor simpelste werk was geen mensen meer voor nodig, alleen het werk met een opleiding bleef over. Dit was bijvoorbeeld; het controleren/ onderhoud van machines, het maken van planningen, de inkoop van grondstoffen, het vervoer van producten en het maken van reclame.

  2. Bedrijven werden steeds groter. Kleine bedrijven werden opgekocht. Door deze schaalvergroting kon meer en sneller worden geproduceerd tegen lagere kosten.



Nieuwe welvaart:



Vanaf 1954 werd de geleide politiek politiek losgelaten. De lonene stegen. Mensen kregen meer geld te besteden en konden nu ook luxe producten kopen zoals, een auto, een wasmachine, een koelkast en radio. Nederland werd een echte consumptiemaatschappij, een maatschappij waar mensen een groot deel van hun inkomsten weg geven aan iets wat ze niet nodig hebben.



Onderwijs:



Voor Nederlandse economie was belangrijk dat meer jongeren een opleiding zouden volgen. In 1963 werd de Mammoetwet aangenomen. Door die wet veranderede het schoolsysteem. Een belangrijk verschil is dat kinderen niet snel hoefden te kiezen wat ze zouden worden. Ook kon je na de basisschool nog paar jaar naar het voortgezet onderwijs (Mavo, Havo, Vwo). Was je een goede leerling kon je verder studeren. In de jaren ’60 kwamen er ook studiebeurzen. Met een goede opleiding kwam  je hoger is de samenleving, de sociale mobiliteit gaat vooruit.



Gastarbeider:



De economie groeide hard de jaren ’50 en ’60, er waren te weinig werknemers, maar er waren te weinig mensen om dat werk allemaal te doen. Dat kwam doordat Nederlands minder gingen werken en konden eerder met pensioen. Bovendien een grote groep na de oorlog geëmigreerd. Het  gevolg was dat niemand het zware, vieze werk wou doen. Daarom werden er gastarbeiders gevraagt uit Zuid- en Midden- Europa. In tegenstelling tot hun eigen land konden ze hier wel geld verdienen. Veel mannen kwamen om een paar jaar te werken en dan terug te gaan. Maar in ’70 ging het slechter met de economie en er waren geen gastarbeiders meer nodig. Maar de meeste zagen geen toekomst meer in hun eigen land en bleven in Nederland.



Rechten van vrouwen:



In de negentiende eeuw hadden vrouwen het zwaar. Omdat ze moesten werken en voor het huis en de kinderen moesten zorgen. Na de wereld oorlogen stegen de lonen en konden mannen weer het gezin goed onderhouden. Veel mensen vonden dat vrouwen beter thuis af waren. Meisjes die nog niet getrouwd waren mochten nog wel werken, in fabriek of secretaresse. Zodra ze gingen trouwen werden ze ontslagen. Getrouwde vrouwen waren afhankelijk van hun man. Mannen en vrouwen hadden niet de zelfde rechten. Vrouwen mochten bijvoorbeeld geen eigen rekening openen. In de jaren ’70 kwam er een groep vrouwen die zich verzetten tegen deze ongelijkheid. Zij werden feministen  genoemd. Een bekende feminist is Dolle Mina.  Zij vonden dat vrouwen niet gelijk huisvrouw of moeder hoefden te zijn. Ook vonden ze dat vrouwen zelf konden kiezen of ze zwanger wilden worden.



Belangrijke/moeilijke woorden:



Mashallhulp:



Hulp die de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog aan alle Europese landen aanbood om de economieën op te bouwen.



Geleide politiek:



Afspraak tussen de overheid, de werkgevers en de werknemers om de lonen laag te houden.



Harmoniemodel:



Samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers na de Tweede Wereldoorlog. Het doel was een snel herstel van de economie door de prijzen en lonen laag te houden.



Europe Economische Gemeenschap:



Samenwerkingsverband (1958) tussen België, Frankrijk, Nederland, Luxemburg, Italië en West- Duitsland.





Europese Unie:



Organisatie (1993) waarin een groot aantal Europese landen samenwerkt op politiek en economische gebied.



Multinational:



Bedrijf met vestigingen over de hele wereld.



Consumptiemaatschappij:



Maatschappij waarin de burgers een groot deel van hun inkomen kunnen besteden aan producten die ze voor hun levensonderhoud niet nodig hebben.



Mammoetwet:



Wet uit 1968 die het onderwijs vernieuwde.



Gastarbeiders:



Een persoon die voor een bepaalde tijd naar een ander land gaat om daar te werken.



Feministen:



Mensen die streven naar gelijke rechten voor mannen en vrouwen.



 Dolle Mina:



Groep die in de jaren ’60 streed voor gelijke kansen en rechten voor vrouwen.



Invoerrechten:



Belastingen die betaald moeten worden over geïmporteerde producten.



Organisch:



Bestaand uit natuurlijke stoffen.



Schaalvergroting:



Bedrijven worden groter en produceren meer.




REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Ook geschreven door F.