Gezocht: vmbo-scholieren uit jaar 3 of 4! Vul deze vragenlijst over het mbo in, en maak kans op een cadeaubon van 25 euro.

Meedoen

Hoofdstuk 3 en 4

Beoordeling 5.4
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas vwo | 1855 woorden
  • 19 januari 2013
  • 1 keer beoordeeld
  • Cijfer 5.4
  • 1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Musical The Prom verloot een limousine naar je eindfeest!

Zit je middenin je eindexamens en wil je in stijl naar je eindfeest? Doe dan mee aan de winactie en maak kans op een limousine die jou en je vrienden naar jullie eindfeest brengt!

Ja, ik doe mee!

Geschiedenis hoofdstuk 3



Aantekeningen 3.1


De opkomst van de Islam


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het ontstaan en de verspreiding van de islam.



5 zuilen:



  • Allah is de God en zijn profeet is Mohammed

  • Ramadan

  • Mekka

  • 5 keer per dag bidden met gezicht gericht naar Mekka

  • Liefdadigheid



Overeenkomsten met het Christendom en Jodendom:



  • Een God (monotheïstisch)

  • Heilig boek

  • Leven na de dood

  • Abrahamistische godsdiensten

  • Oordeel

  • Normen en waarden

  • Jeruzalem

  • Bidden

  • Zorgen voor de armen



In 622 werd Mohammed verdreven uit Mekka naar Merdina. Begin Islamitische jaartelling, van uit hier begint de verspreiding van het geloof.



In 630 werd Mekka heroverd, uitbereiding tot Pyreneeën, Balkan, Perzië en het Oost Romeinse Rijk.



Hoe waren de snelle veroveringen mogelijk?


1)      Door ruiterlegers, ze waren militair superieur


2)      Onderlinge verdeeldheid opgeheven door de Islam


3)      Jihad als opdracht van het geloof


4)      De cultuur van de overwonnen volken wordt niet vernietigd maar overgenomen


5)      Arabieren vormen de politiek, militaire toplaag maar laten de bestaande bestuur instellingen verder intact.


6)      Arabische cultuur – economisch tot grote bloei



Aantekeningen 3.2


Hofstelsel en horigheid


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.



Kenmerk: agrarisch – urbaan à zelfvoorzienend, agrarische organisatievorm = hofstelsel



Na de val van Rome verdwijnt het West-Romeinse Rijk met alles wat daarbij hoorde: vrede, recht, welvaart, steden etc.


De economie was bijna geheel teruggevallen op agrarisch/zelfvoorzienend (= autarkisch) met de adel aan de macht. Er komt een groep van halfvrije horigen die gebonden waren aan de grond en erfpacht hadden (wel vrij bewerken en overdraagbaar op kinderen).


Na de val van het Romeinse Rijk waren alleen de sterken/adel nog in staat bescherming te bieden aan de boeren in ruil voor hun grond.


Zo werden de boeren geheel afhankelijk van de heer. De grond kregen zij terug in erfpacht, maar moesten de pacht in natura betalen (diensten en goederen).



Aantekeningen 3.3


Het feodale stelsel


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het ontstaan van feodale verhoudingen in het bestuur.



De val van het Romeinse Rijk had tot gevolg – krijgsheren die regio’s beheersen – doel :


-          Groter gebied


-          Oorlog


-          Verbonden sluiten



Voorbeeld Frankrijk, koning Clovis wist de basis voor het Frankische Rijk te leggen. Uitbereiding door Karel de Grote.


768 – 814


800 keizer



Bestuurd:


-          Burggraven voorkomen een inval van buiten


-          Elk gebied had een vazal


-          Leenman – grond gebied te leen, in ruil daarvoor koning met raad (advies) en daad (leger) bijstaan – leenman heeft een domein, behoort tot eliten (adel)



Hoe kwam de Heer aan die grond?


-          Uit eigen domein


-          Grond van de kerk


-          Overwonnen volken



Vazallen gingen steeds vaker na Karel hun leen als eigendom beschouwen. Rond 1000 lag de feitelijke macht niet bij de koning, maar bij de plaatselijke heersers.



Aantekeningen 3.4


Christendom in Europa


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de verspreiding van het christendom in geheel Europa.



Schisma van 1054 =


Scheuring tussen Westers en Oosters Christendom



Accent oosten – koning Christus


Accent westen – lijdende Christus



Iconen in kerken


Wie is de belangrijkste bisschop?


Rome – de katholieke kerk is de algemene kerk



Oosters orthodoxe kerk = oost



West                                                                   Oost


Twee naturen volkomen God                   alleen mens (arianisme)


en mens



Kerk groeit explosief


-          Militaire veroveringen


-          Koning die christelijk werd – massale bekering van het volk


-          Heilige plicht: missionarissen


-          God als bondgenoot voor de koning


-          Aansluiten bij Germaanse heidendom




Blz. 51 heidendom


-          Ze tolereerde het geloof in dwergen, reuzen, trollen en geesten


-          Zondegoden


-          Vruchtbaarheid


-          Heidense heiligdommen werden kerken




Geschiedenis hoofdstuk 4



Aantekeningen 4.1


De opkomst van de steden


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane samenleving.



Opbloei van landbouw


-          Risterploeg


-          Drieslagstelsel


-          Ontginnen


Akkerbouw, landbouw, tuinbouw



-          Overschot – handel via handelswegen – knooppunten – klooster/kasteel – veilig wonen – nederzettingen – nieuwe steden – opbloei van het oude Rome.


-          Betere werktuigen


-          Specialisatie


-          Ze verbouwde meer dan dat ze zelf nodig hadden.


-          Op de handelswegen kwamen knooppunten, daar kwamen de mensen te wonen.



De samenleving wordt agrarisch – stedelijk. Steden blijven afhankelijk van het omringende platteland.



Aantekeningen 4.2


De stedelijke burgerij


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.



De burgerij komt uit de handelsklasse.


Waarom werden de rechten verleend?


Omdat de heer er geld voor kreeg (belasting)



De steden willen vrijheid: stadsrechten


-          Ze krijgen een eigen munt


-          Een eigen bestuur


-          Ze mogen rechtspreken


-          Eigen wetten maken



Voordelen voor de heer:


Belastinguitkomsten, deelname aan de geldeconomie, minder afhankelijk van eigen land en boeren/horigen. Tegelijk: minder greep op de economie, macht verschoof naar de stad.


In steden: burgers – burgerrechten en muren: trots/verdedigen – plicht



Ambachtslieden verenigen zich in gilden;


-          Regels voor het product qua prijs en kwaliteit en hoeveelheid


-          Meesterproef


-          Regelde alles voor haar leden van de wie tot het graf



Kooplieden – patriciërs = rijke


Burgerij = elite/bestuur rivaliserende families



Aantekeningen 4.3


Staatsvorming en centralisatie


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het begin van staatsvorming en centralisatie.



Centralisatie is een proces waarbij steeds meer macht in het centrum (de koning) terecht komt = regeren vanuit één punt



Staten – generaal = een algemene vergadering van de standen waar met de koning gesproken werd over de belastingen.



De oorlogen die de koning voerde tegen de edelen moesten worden betaald door de steden en de edelen. In Frankrijk wist de koning het zo te regelen dat hij geen toestemming meer hoefde te vragen aan het parlement. De Engelse koning echter moest dat wel.



Aantekening 4.4


Kerk en staat


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke, dan wel de geestelijke macht het primaat moest hebben.



Twee zwaardenleer: paus in de kerk, keizer buiten de kerk



Paus voelde zich superieur aan de keizer want hij was een erfgenaam van Petrus en was de opvolger van de Romeinse keizer.


Investituurstrijd – wie bepaalt de benoeming van een bisschop.



Hendrik IV buigt voor paus Gregorius lll – tocht naar Canossa



Nu werd de ban weer opgeheven.


1122 Concordaat van Worms:



  1. Alleen de priesters in hun eigen bisdom mochten een nieuwe bisschop kiezen.

  2. Keizer mocht de bisschop wel als leenman/wereldlijk heerser aanstellen.



De macht van Rome


-          De investituurstrijd gaat eigenlijk door ook na 1122; vooral met de Franse koning


-          De kerk bemiddelt het zielenheil


-          Invloed van hoge geestelijk aan de hoven


-          Ambtelijke organisatie


-          Belasting heffen


Paus kon de koning niet onderwerpen en andersom – scheiding van kerk en staat



Kracht van het geloof:


-          Zielenheil


-          Maria, heiligen, kruis


-          Bedevaart: Jeruzalem, Rome, Santiago


-          Zuiverheid van het geloof


-          Bestrijden van ketterijen door de inquisitie



Aantekeningen 4.5


Christelijk Europa en de buitenwereld


Deze paragraaf gaat over het kenmerkende aspect: de expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder meer in de vorm van kruistochten.



Kruistochten – 1096 -1270 (8x) naar Jeruzalem na een oproep van paus Urbanus om Jeruzalem terug te veroveren op de moslims.



1187 Saladin herovert Jeruzalem


1291 valt Akko



Motieven:


-          Het heilige land; plaats waar Christus leefde en stierf en opstond


-          Aflaat (zonde vergeven)


-          Nieuwe mogelijkheden voor de lage adel


-          Andere kruistochten:


-          De vierde: 1204: Constantinopel verwoest Reconquista – herovering van het Iberisch Schiereiland. Voltooid in 1492



Uitbereiding van Christelijk Europa (Duitse rijk) naar het oosten met nieuwe steden, landbouw en handel (Hanze: handelsverbond van Noord-oost zee steden)



REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.