Hoofdstuk 3

Beoordeling 6.1
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 2e klas vwo | 2454 woorden
  • 18 januari 2015
  • 3 keer beoordeeld
  • Cijfer 6.1
  • 3 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode

3.1 Een handelsvolk



Haringvangst en graanhandel





De natte gronden in de zeegewesten waren vooral geschikt als weidegrond en voor de veeteelt, en dus minder voor akkerland om graan te verbouwen. Daarom was het noodzakelijk de eigen voedselproductie aan te vullen met haring en graan uit het Oostzeegebied. De Oostzeehandel bedroeg ongeveer 40% van de handel en werd daarom ook de ‘moedernegotie’ (de moeder van de handel) genoemd.



 

Stapelmarkt, beurs en wisselbank



Nederlandse handelaren kochten graan in de landen aan de Oostzee. Een deel werd meteen doorverkocht aan de zeegewesten, een ander deel werd op de stapelmarkt opgeslagen en pas weer verkocht als een gebied in hongersnood was of als de oogst was mislukt in een gebied. Handelskapitalisten verkochten het dan aan die gebieden met veel winst. Er heerste een klimaat waarin het kapitalisme kon bloeien.



Handelsafspraken, koop, verkoop en investeringen werden in Amsterdam geregeld op de Beurs. Door de Amsterdamse Wisselbank werd A’dam naast de belangrijkste stapelmarkt ook het financiële centrum van de wereld.





Compagnieën van verre



De VOC werd opgericht voor de handel op Indië (Azië). Ze hadden een monopolie gezet in de specerijenhandel met Azië. Hierdoor konden handelaren die handel met Azië wilden drijven, dat alleen via de VOC. Jan Pietersz Coen werd in 1617 tot gouverneur-generaal benoemd met de opdracht een aantal plaatsen in Indië te veroveren om van daaruit met de inheemse bevolking handel te drijven. Hij voerde die opdracht met veel geweld uit.



De WIC werd opgericht voor de handel op West-Indië (Amerika). Deze had ook een vergunning voor kaapvaart (Piet Hein). Verder richtte de WIC zich vooral op de driehoekshandel tussen Europa, Afrika en Amerika, waarbij vooral de slavenhandel winstgevend was.

 

 
Melk, boter en kaas



Doordat het belangrijkste voedsel in de landen rond de Oostzee werd gehaald, was er in eigen land ruimte voor waardevollere producten. Boeren specialiseerden zich vaak in één product. Door de toename van het aantal waterwegen was het steeds beter mogelijk om ver verwijderd van de grote steden landbouwproducten te produceren. De goederen werden op de markt gebracht waar ze geld opleverden. Waren er overschotten, dan werden deze gebruikt voor de export. Maar voor grote groepen plattelandsbewoners was het ook aantrekkelijk om naast de landbouwactiviteiten ook werk te verrichten voor handelaren uit de steden. Stad en platteland gingen elkaar steeds beter aanvullen. Boeren zorgden voor grondstoffen en arbeidskracht; stedelingen voorzagen in de producten die niet op het platteland gemaakt werden.



3.2 Ondernemen en investeren



Hollandse ondernemers



Winsten werden ingezet om weer nieuwe winsten te verkrijgen. Zo werd geld dat niet direct gebruikt werd voor het huishouden vaak geïnvesteerd in bedrijven of handelsprojecten. Bijvoorbeeld Cornelis Pietersz Hooft: zijn gehele nalatenschap werd geschat op 321.500 gulden. Dit had hij verdiend doordat hij voor 9600 gulden aandelen had gekocht in de VOC en door de winst in de Oostzeehandel. Een ander voorbeeld is Louis de Geer: hij verbond zich met zijn zwager en wapenhandelaar Jacobus Trip. Samen zouden ze profiteren van de Dertigjarige Oorlog die grote delen van Europa zou teiseren. De Geer en zijn zwager verkochten kanonnen aan alle partijen.



Aandelenhandel



De VOC was het eerste bedrijf ter wereld dat aandelen uitgaf. De Hollandse en Zeeuwse investeerders kochten aandelen en behaalden daarmee enorme winsten. Het ingelegde geld werd gebruikt om schepen, bemanningen en expedities te betalen, maar de speculanten kregen later dividend, dat is een deel van de winst die deze multinational maakte. Dit systeem werd een succes, en een voorbeeld voor veel andere bedrijven.



Water werd land



In 1612 viel de Beemster droog. Langs het meer werd een 38 kilometer lange dijk gelegd. Daaromheen kwam een ringvaart. 43 windmolens werden ingezet om het meer leeg te pompen. Ingenieur Jan Adriaenszoon Leeghwater, een bekwaam molenbouwer, bouwde en plaatste de molens. De molens, opgesteld in ‘molengangen’, pompten elk het water een stukje hoger, totdat het water hoog genoeg stond om in de ringvaart te kunnen worden geloosd.



3.3 Ik heb de macht



Staatsinrichting: stadhouder en landsadvocaat



Als raadspensionaris of landsadvocaat, de belangrijkste functie in Holland, was Johan van Oldenbarnevelt aangesteld. Deze jurist adviseerde de staten en onderhield de contacten met het buitenland. Omdat hij het belangrijkste gewest vertegenwoordigde, had hij in de Staten-Generaal grote invloed. Als politiek leider van de Republiek overschaduwde Van Oldenbarnevelt prins Maurits. Hij vergrootte de rol van de Staten-Generaal in het bestuur en zorgde ervoor dat hier de hoogste politieke macht kwam te liggen. Toch zou er gedurende de hele geschiedenis van de Republiek nooit een formele geschreven staatsregeling komen. prins Maurits werd door Van Oldenbarnevelt aangesteld tot stadhouder van Holland en Zeeland. Hij richtte zich vooral op de militaire zaken. Na vele militaire successen tegen de Spanjaarden verkreeg hij een reputatie als meesterlijk strateeg. Hij kon een eigen koers gaan varen. Uiteraard zette dit de verhoudingen met de landsadvocaat op scherp. Van Oldenbarnevelt en prins Maurits verschilden van mening over de macht in de Republiek en het geloof. In 1619 zou het conflict ertoe leiden dat Van Oldenbarnevelt werd onthoofd.



Bruikbaarheid van bronnen



Altijd vraagt een historicus zich af in hoeverre de informatie uit een bron objectief is. Soms hebben makers van bronnen er namelijk belang bij om een gebeurtenis niet precies te beschrijven zoals die in werkelijkheid is verlopen. Dat leidt tot subjectiviteit.



Johan de Witt



1672 werd het Rampjaar. Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Munster en Keulen verklaarden de oorlog aan de Republiek. Ter zee werd de gecombineerde Engels-Franse vloot verslagen door de vloot van Johan de Witt, onder leiding van admiraal De Ruyter. Te land was de situatie slecht. Er was weer een legerleider nodig, dit werd Willem III. Dat was tegen de wil van Johan de Witt, die tegen het koningshuis was. Nu gaven velen Johan de Witt de schuld van de slechte situatie. Daardoor werden Johan en broer Coenraad dat jaar op 20 augustus in Den Haag vermoord. Dit gebeurde met medeweten, mogelijk zelfs met medewerking, van de Oranjepartij.



3.4 De tolerante Republiek



Help ons land naar de top



Omdat er in de steden een mengelmoes van katholieken, verschillende soorten protestanten en joden ontstond, was het van groot belang dat de godsdienstvrijheid werd gehandhaafd. De godsdienstvrijheid leidde tot verdere immigratie, bijvoorbeeld de hugenoten uit Frankrijk die kwamen. Ruimdenkendheid en tolerantie trokken intellectuelen en wetenschappers aan. De vrijheid van denken plaatste Nederland in het centrum van de wetenschappelijke revolutie in de 17de eeuw.



Baruch de Spinoza (1632 – 1677)



Spinoza, de grootste filosoof die Nederland gekend heeft, ging in al zijn gedachten uit van wetenschappelijke, rationele uitgangspunten. Bijbelteksten zijn volgens hem niet geschreven door god. God is hetzelfde als de natuur en de mensheid. Alles in het universum is één. De mens heeft geen vrije wil. Dat hij denkt vrij te zijn, komt doordat hij zich bewust is van zijn handelingen en onbewust is van de oorzaken waardoor die handelingen bepaald worden. De mens mist het inzicht om ‘het grote geheel’ te zien. Hiermee bedoelt Spinoza de keten van oorzaken die alle gebeurtenissen een noodzakelijk deel van de eeuwige, goddelijke werkelijkheid maakt. Ondanks verzet tegen zijn ideeën werd Spinoza met rust gelaten.



Tolerantie



De Republiek was niet verdraagzaam tegenover alle geloofsgroepen. De hugenoten waren welkom, zij waren immers calvinistisch. De remonstranten of volgelingen van Spinoza’s denkbeelden vaak niet. Soms werden ze zelfs uit de Republiek verdreven. De katholieken werden met moeite verdragen, doordat velen in de Opstand de kant van de Katholieke Spaanse koning hadden gekozen.



Niet iedereen was welkom



Niet voor iedereen stond de deur open in de Republiek. Arme mensen werden zoveel mogelijk geweerd omdat de rijken ze aalmoezen moesten geven. Men onderscheidde twee soorten armen. Zij die wel zelf de schuld hadden aan de armoede en zij die niet zelf de schuld eraan hadden. De laatste groep ontving uiteraard de liefdadigheid.



De mensen die tot het gemeen behoorden verzonnen zeer uiteenlopende manieren om inkomsten te vergaren. Ze werden uit Holland geweerd. Steden en gewesten namen mensen in dienst om bedelaars buiten de stad te houden of op te pakken. Mensen met een ernstige, besmettelijke ziekte moesten ook buiten de stadspoort blijven. Er werden pesthuizen, dolhuizen, spinhuizen en rasphuizen gebouwd. Pesthuizen waren bedoeld om de pest zo veel mogelijk uit de stad te houden. Geesteszieken werden in dolhuizen gehuisvest. Spinhuizen vingen ‘gevallen vrouwen’ (zwerfsters, prostituees en dieveggen) op en gaven ze een flinke portie heropvoeding met het weefgetouw en spinnewiel. Rasphuizen waren voor ‘gevallen mannen’, waar ze hout moesten raspen.



3.5 Een cultureel centrum



Het luxe leven



Een steeds groter aantal burgers in de Republiek beschikte over steeds meer geld. Levensmiddelen namen maar een klein deel van het inkomen in beslag. Het andere deel kon worden gebruikt om kleren van betere kwaliteit, stenen huizen, meubilair en versieringen te kopen. Veel vraag was er naar schilderijen. Regenten en patriciërs waren grote afnemers. Ze gebruikten de doeken om overheidsgebouwen en huiskamers aan te kleden. Populaire onderwerpen waren landschappen, stillevens, portretten, architectuur, zeegezichten en taferelen uit het dagelijks leven. Ook de vraag naar literatuur groeide.



Kunst voor elke portemonnee



Stadhouders wilden leven zoals koningen. Ze lieten kunstvoorwerpen maken, waarbij ze het Franse hof vaak als voorbeeld namen. Stadsbesturen bestelden kunstvoorwerpen om cadeau te doen aan belangrijke gasten of als relatiegeschenk. De stadhuizen en andere belangrijke gebouwen moesten natuurlijk ook aangekleed worden met kunst. Voor het gewone volk waren er ateliers waar goedkopere schilderijen verkocht werden. Doordat deze schilderijen relatief goedkoop waren, hing er in bijna elk huis in de Republiek een schilderij.
 

 

3.6 Afsluiting



Begrippen



Beurs



Plek in Amsterdam waar werd gehandeld in aandelen van bedrijven en in geldwissels van goederen.



Gemeen



De allerarmsten in de Republiek zonder vaste inkomsten en vaak zonder vaste woonplaats.



Handelskapitalisme



Het kopen van producten en deze verkopen met winst. Deze winsten werden weer geïnvesteerd.



Hugenoten



Naam voor Franse protestanten die in de 17de eeuw in Frankrijk vervolgd werden vanwege hun geloof.



Kapitalisme



Economisch systeem waarbij winststreven, privébezit en vrije concurrentie belangrijk zijn.



Landsadvocaat



Belangrijkste ambtenaar in dienst van de Staten van Holland. In de praktijk de belangrijkste politieke bestuurder van de Republiek.



Monopolie



Alleenrecht. De VOC was het enige bedrijf dat handel mocht drijven op Azië.



Multinational



Een bedrijf met vestigingen in verschillende landen.



Patriciërs



Rijke burgers die tot de bovenlaag van de bevolking behoren.



Raadspensionaris



Zie landsadvocaat.



Rampjaar



In 1672 werd de Republiek aangevallen door Frankrijk, Engeland en de Duitse bisdommen Keulen en Munster. Dit leidde tot het einde van de oppermachtige positie van de Nederlanden.



Regenten



Patriciërs met een bestuursfunctie.



Stadhouder



Oorspronkelijk de plaatsvervanger van een vorst in een gewest. Tijdens de Opstand was de stadhouder de legeraanvoerder in dienst van de Staten-Generaal. De functie bleef bij de familie Van Oranje-Nassau.



Stapelmarkt



Plek waar producten werden opgeslagen om later verhandeld te worden.



VOC



Verenigde Oost-Indische Compagnie. Handelsbedrijf dat vanaf 1602 het handelsmonopolie had op Azië. Oost-Indië (nu Indonesië) was het belangrijkste handelsgebied.



Wetenschappelijke revolutie



Het experimenteren, observeren en samenwerken van de zeventiende-eeuwse wetenschappers leidde tot een andere kijk op de wereld.



WIC



West-Indische Compagnie. Handelsbedrijf dat vanaf 1621 het handelsmonopolie rond de Atlantische Oceaan had, tussen Amerika en West-Afrika.



Wisselbank



Plek in Amsterdam waar het mogelijk was om verschillende muntsoorten te kopen en verkopen.



Kenmerken van dit tijdvak

- Ontstaan van het handelskapitalisme en begin van wereldeconomie

- Burgerlijk bestuur, stedelijke cultuur in Nederland

- De wetenschappelijke revolutie



Hoofdvraag en deelvragen



Hoofdvraag:



Waardoor kende de Republiek een Gouden Eeuw en tot welke ontwikkelingen leidde de economische voorspoed?



Het was vooral de handel die ervoor zorgde dat de Republiek het meest welvarende land werd in de zeventiende eeuw. Hierin vonden grote ontwikkelingen plaats, zoals het begin van de aandelenhandel. In Nederland had Johan van Oldenbarnevelt de hoogste bestuursfunctie, maar prins Maurits volgde hem op de voet. De republiek was tolerant tegenover buitenlanders, waardoor deze dan ook in grote getalen naar de republiek trokken. Iedereen had hier vrijheid van meningsuiting, waardoor veel wetenschappers hier hun verhaal konden doen. Door de bloei van de Republiek was er ook ruimte voor handel in luxeproducten.



Deelvraag 3.1:



Waardoor kenden zoveel mensen in de Republiek grote welvaart?



Doordat de handel bloeide, en doordat bijvoorbeeld boeren zich daardoor weer konden specialiseren, omdat de basisproducten vaak al waren geïmporteerd vanuit landen die minder welvaart kenden.



Deelvraag 3.2:



Waarvoor werd de winst van bedrijven, handelaren en speculanten gebruikt?



Meestal werd deze gebruikt om weer nieuwe investeringen te doen, bijvoorbeeld door aandelen te kopen. Winsten werden ingezet om weer nieuwe winsten te verkrijgen.



Deelvraag 3.3:



Hoe werd de Republiek bestuurd?



De belangrijkste functie in de republiek was de raadspensionaris. Deze had de meeste invloed in de Staten-Generaal, omdat hij het belangrijkste gewest vertegenwoordigde. Er was geen koning of keizer, want Nederland was een republiek.



Deelvraag 3.4:



Waarom was de Republiek aantrekkelijk voor buitenlandse gasten, immigranten en het beoefenen van de wetenschap?



Omdat Nederland tolerant was tegenover deze mensen. Ze hadden in de Republiek vrijheid van meningsuiting en geloof. Dit maakte Nederland aantrekkelijker dan de meeste andere landen.



Deelvraag 3.5:



Waarom was de Republiek het culturele centrum in de zeventiende eeuw?



Omdat door de welvaart, er ook weer geld was voor luxe. De kunst en boeken werden betaalbaar. Daardoor kwam er ook meer vraag naar. Door de kunst kon men namelijk hun rijkdom laten zien.



Tips voor de toets uit het werkboek



Tips 3.1:



Je moet onthouden en beredeneren waarom de Republiek zo’n vooraanstaande economische positie wist te verkrijgen. Denk hierbij aan de Oostzeehandel, de VOC en de gunstige ligging van het land. Dit alles leidt tot een snelle groei van de (wereld)handel en het ontstaan van het handelskapitalisme.



Tips 3.2:



Je moet kunnen beredeneren hoe het mogelijk was voor burgers in de Republiek om rijk te worden. Je kon in de handel gaan, of je vermogen investeren in bedrijven, goederen of landwinningsprojecten.



Tips 3.3:



Je moet kunnen beredeneren waarom bronnen soms wel en soms minder of niet geschikt zijn voor historisch onderzoek. Je moet de machtsstrijd die in de Republiek in de 17de eeuw ontstond tussen stadhouders en raadspensionarissen kunnen uitleggen.



Tips 3.4:



Uit deze paragraaf moet je onthouden en kunnen beredeneren dat de Republiek enerzijds zeer tolerant en gastvrij was om mensen in de samenleving op te nemen. Dit leidde onder meer tot allerlei wetenschappelijke en godsdienstige ontwikkelingen. Anderzijds waren er ook groepen die men liever weerde of verwijderde uit de samenleving.



Tijdbalk:



1602: Oprichting VOC.



1609: Oprichting Amsterdamse beurs.



1609-1621: Twaalfjarige bestand.



1612: Beemster valt droog.



1619: Johan van Oldenbarnevelt terechtgesteld in Den Haag.



1621: Oprichting WIC.



1632-1677: Baruch de Spinoza.



1642: Rembrandt schildert De Nachtwacht.



1655: Stadhuis Amsterdam.



1657: Christiaan Huygens’ slingeruurwerk.



1672: Moord op Johan en Cornelis de Witt.



1677: Anthonie van Leeuwenhoek ontdekt bacteriën.



1685: Lodewijk XIV maakt een einde aan godsdienstvrijheid in Frankrijk.



Omstreeks 1690: Grote groepen Hugenoten komen naar de Republiek.





REACTIES

Er zijn nog geen reacties op dit verslag. Wees de eerste!

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.