Gezocht: VWO'ers uit de 4e/5e met N&T of interesse in techniek. Doe mee aan een online community over een nieuwe studie en verdien een cadeaubon van 50 euro!

Meedoen

Hoofdstuk 3

Beoordeling 7.5
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 4e klas havo | 1288 woorden
  • 12 juni 2004
  • 45 keer beoordeeld
  • Cijfer 7.5
  • 45 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Ga jij de uitdaging aan?

Op EnergieGenie.nl vind je niet alleen maar informatie voor een werkstuk over duurzaamheid, maar ook 12 challenges om je steentje bij te dragen aan een beter klimaat. Douche jij komende week wat korter of daag je jezelf uit om een week vegetarisch te eten? Kom samen in actie!

Check alle challenges!
Hoofdstuk 3 Weggaan en ‘nieuwkomen’

In de 19e eeuw in Nederland veel immigranten en emigranten.
Sommige gingen naar Amerika om daar permanent te gaan wonen (landverhuizers)
Veel emigranten die naar Amerika gingen waren ‘afgescheidenen’ -> groep die uit de Hervormde Kerk was gestapt.
Pushfactoren* = motieven om een land te verlaten.
In het Koninkrijk Nederland domineerde de Hervormde Kerk (55,47 %)
De afgescheidenen waren vooral predikanten (belangrijkste: ds. H.P. Scholten), middenstanders, arbeiders en boeren. -> Regering vond dit niet kunnen, zij noemden hen: ‘overtreders van de wet’

Ds. Scholten stichtte in 1847 een kerkelijke gemeente in Amerika.

1. Godsdienstige motieven
a) Te grote invloed van de overheid op de kerk
b) Vrijere geloofsinhoud
c) Christelijke plicht om gemeenteleden te helpen
d) armoede geeft zedeloosheid ? b.v. drank

2. Economische motieven
a) Meer concurrentie van de handel
b) Achterstand van de industrieontwikkelingen. B.v. stoommachines
c) Hoge belastingen
d) Landbouwcrisis - overstromingen van polders
- veestrefte
- aardappelziekte
- stijging broodprijs
- winter in 1846 zeer streng
- er brak cholera uit

3. Andere motieven
a) Persoonlijke: zucht naar avontuur. Ze wilden weg, omdat:

- ze wilde ontkomen aan de straf van de rechtbank ontkomen
- ze niet in de militaire dienst wilde
- ze een slecht huwelijk hadden
b) Politieke: teleurstelling omdat de revoluties in Europa niet lukten
c) Sociale: “in Amerika minder verschil tussen arm, rijk (hoge sociale mobiliteit)” dachten ze

Europeanen trokken naar de oostkust van Amerika om daar nieuwe handelsposten neer te zetten. Dit waren de eerste 13 staten, die in 1776 onafhankelijk werden.
Ten westen van die 13 staten, woonden de oorspronkelijke bewoners, de indianen. Dit werd door de kolonisten ‘Het Wilde Westen’
Gebied tussen het gekoloniseerde oosten en het ongekoloniseerde westen werd de frontier genoemd. De nieuwkomers bemoeiden zich bijna niet met de autochtonen.
Amerika breidde zich uit, zowel:
- geografisch -> de grens schoof steeds meer naar het westen op
- demografisch -> het inwonersaantal
Amerika: - lage grondprijzen
- veel wegen, kanalen en spoorwegen
- snelle mechanisatie -> productie versnelden
- niet veel omkijken naar de natuur
- veel werk in de steden -> eind 19e eeuw: Am. belangrijkste industrieland
- veel productie -> werknemers nodig -> dit werd vaak gedaan door de immigranten
- belastingen laag
- weinig gebedeld en gestolen
- geen dienstplicht
- geen grote standsverschillen (tussen arm en rijk)
- (godsdienst)vrijheid en gelijkheid

Kettingmigratie = mensen die hun familieleden of kennissen achternagaan. De eersten kunnen de anderen beïnvloeden vanwege tips en informatie, d.m.v. brieven.

§ 2
Autochtonen van Amerika zijn de indianen. Grootste deel zijn de nieuwkomers.
Amerika kent de oudste grondwet, nl. in 1787.

Accommodatie = overnemen van uiterlijke zaken. B.v. eten, wonen en werken
1. Aanpassen
Assimilatie = overnemen van alles, dus ook de normen en waarden

2. Niet aanpassen

• Waarom was men in de VS niet blij met immigranten uit Zuid- en Oost-Europa?

1. Ze waren niet WASP (White, Anglo-Saxon, Protestant)
2. Ongeschoold
3. Werkeloos
4. Veel mensen waren rooms-katholiek
5. Maffia -> als ze met elkaar contact blijven hebben, kunnen ze nooit helemaal integreren
6. Ondemocratisch, want VS is het grootste democratische land

Amerikaanse cultuur, vergeleken met de Nederlandse:
- Nederlandse ‘gezelligheid’ werd gemist
- Alcohol en tabak werden niet geaccepteerd
- Het dagelijkse leven ging sneller
- Ze deden heel veel zelf
- Niet zo zuinig
- Veel nieuwkomers kwamen voor de ‘American Dream’ -> om maatschappelijk te stijgen en het te kunnen ‘maken’

2 soorten: 1. Smeltkroes (‘melting-pot’) -> immigranten uit diverse culturen, door
samensmelting ontstaat een nieuwe: de Amerikaanse.
2. Salade (‘salad-bowl’)` -> wel één gerecht, maar de verschillende culturen zijn nog te herkennen.

Amerika was dus eigenlijk een multiculturele samenleving (= samenleving waar verschillende bevolkingsgroepen leven + waarin eigen kenmerken zijn te ontdekken)

Het snelle ‘veramerikaniseren’ kwam door de burgeroorlog. De Nederlanders kozen voor het noorden, waar ze woonden. Toen ze gingen vechten, kwamen ze in veel plaatsen waar de Amerikaanse cultuur te zien was. Na de terugkeer namen ze die gewoontes over.

“Amerika: het land van de onbegrensde mogelijkheden.”

§ 3
Redenen om naar Nederland te komen (= immigranten): - rijkdom
- relatieve tolerantie: de mate van verdraagzaamheid in een land
Relatief wil zeggen dat het niet altijd precies de zelfde hoeveelheid was, maar in vergelijking met landen waar ze vandaan kwamen.

1. O P E C O N O M I S C H E B A S I S

17e eeuw Gouden Eeuw (vanaf 1725)

18e eeuw Economische teruggang

19e eeuw Er gebeurt niet zo heel veel

20e eeuw Welvaart stijgt weer

Door de inpolderingen, was er meer landbouwgrond. Turf was een belangrijke energiebron.
Stapelmarktfunctie: de onregelmatige overzeese goederen, werden opgeslagen. -> Vraag en aanbod konden daarop afgestemd worden.
Nederland heette: De Republiek der zeven Nederlanden. -> Belangrijkste nijverheidscentrum v. Europa.
De Verenigde Oost-Indische Compagnie (opgericht in 1602) was een belangrijke handelsstroom.
In deze eeuw was de Republiek het welvarendste en rijkste van Europa.
In de 19e eeuw raakt NL zijn koppositie kwijt -> grote werkeloosheid en een tekort aan arbeidskrachten.
Nederland industrialiseerde laat, pas na 1890.
Na de WO II werd een grote wederopbouw. In de jaren 60 steeg de welvaart met sprongen.
Er waren te veel vacatures (ongeschoold werk) ? NL trok buitenlanders aan om dat werk te doen.

2. O P P O L I T I E K E B A S I S

Sommige mensen vonden dat NL helemaal niet zo tolerant was. Zij spreken van een tolerantiemythe.
Dit heeft ook te maken met de tijd, want het wordt altijd vergeleken met buurlanden in een bepaalde tijd.

In NL was geen vorst, die kon zeggen welk geloof werd toegestaan. De Hervormde werd de officiële, maar niet de overheersende. -> Mensen die vervolgd werden vanwege hun geloof kwamen naar NL.

Zuidelijke Nederlanders (EC) Wij en zij waren in opstand tegen Spanje. De noordelijken slaagden er tussen 1568 en 1648 in om zich los te maken van de invloed uit Spanje.
Door de armoede en plunderingen kwamen de zuidelijken naar NL.

Duitsers (EC) Veel arbeidsmogelijkheden hadden zij niet. Er kwamen ook veel alleenstaande vrouwen, die werk kregen als ‘Duitse dienstmeisjes’

Hugenoten (GD) = protestantse minderheid. Zij kregen bepaalde rechten, die in het Edict van Nantes stonden. Deze werden opgezegd in 1685. -> Naar NL

Joden (GD) Velen kwamen naar NL, door de Inquisitie (vervolging)
Redelijk welvarend: Portugese | Minder welvarend: ‘Hoogduitse’

Middellandse-Zeegebied (EC) Vooral gastarbeid, omdat trekarbeid verdwenen was. Eerst vooral uit Italië en Spanje, maar omdat daar de welvaart toenam gingen ze weer weg (= retourmigratie) -> anderen nodig, vooral uit Turkije en Marokko.Later kwamen vrouwen en kinderen, daarom waren de mannen geen arbeidsmigranten meer

Chinezen (VERSCHILLENDE) 1e kwamen als zeelieden
2e kwamen uit Indonesië -> werden kok in NL
3e Hongkong-Chinezen -> vluchtelingen uit communistische Republiek
4e Suriname -> contractarbeiders om op de plantages te werken

Trekarbeid (Duitsers) Gastarbeid (Middellandse-Zeegebied)

* voor een korte periode (maanden) voor een langere periode (jaren)

* vooral landbouw vooral industrie

* rond de 17e en 19e eeuw rond de 20e eeuw

Door de kolonisatie gingen veel Europeanen weg (emigratie). Bij de dekolonisatie is het net omgekeerd, want dan komen mensen weer terug (remigratie)

Doordat Indiërs naar onafhankelijkheid streefde, had Nl niet zo’n hoge machtspositie meer. Dit werd een hele strijd.
Uiteindelijk gingen nog aardig wat mensen terug naar NL. Zij werden repatrianten (= mensen die vanuit een kolonie terugkeren naar hun vaderland) genoemd.

1. Politieke motieven: anderen hebben te veel macht ? anderen kunnen hun leven niet meer lijden.
2. Econ. motieven: ze hebben in hun eigen land geen kans om brood te verdienen.
3. Arbeidsmigranten: mensen die naar NL kwamen om hier te gaan werken, hetzij lang of kort.
4. Passanten: mensen die door economische redenen eventjes in NL verbleven.

Nationale staat mensen die zich tot hetzelfde volk toebehoorden.
Staatsburgerschap het bezitten van burgerrechten in een land.

In 1849 kreeg Nl de eerste vreemdelingenwet. Deze wet is bijvoorbeeld na 11 september strenger geworden, zodat niet iedereen het land in kan komen. In de Tweede Kamer heette de vreemdelingenwet de: “bedelaars- of vagebondenwet.”

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

E.

E.

ik vind het niet helemaal - perspectief gezien - juist, want het leest niet voorbeeldig.

Ik hoop dat je het zal gaan veranderen

17 jaar geleden