Hoofdstuk 2: De Republiek in een tijd van vorsten

Beoordeling 0
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 1960 woorden
  • 18 juni 2013
  • nog niet beoordeeld
Cijfer
nog niet beoordeeld

ADVERTENTIE
Interesse in een creatieve of digitale opleiding, maar nog geen keuze gemaakt?

Doe nu de keuzetest en ontdek welke 2- of 4-jarige opleiding bij jou past binnen media, communicatie, design of tech. Vergelijk en maak makkelijker je keuze. Inschrijven kan tot 1 juli.

Naar de keuzetest

Hoofdstuk 2: De Nederlandse Opstand (1555-1588)

1580 NL:       Filips II verklaarde Willem van Oranje vogelvrij.

1584 NL:       Balthasar Gerards schoot Oranje dood en werd vier dagen later zelf gemarteld en gevierendeeld.

2.1 Rust in Engeland, oorlog in Frankrijk

1547 EN:        De Anglicaanse kerk kreeg een protestantse leer, maar daar kwam binnen zes jaar al een einde aan toen Hendrik III zijn zoon, Eduard, overleed en werd opgevolgd door zijn oudere halfzus (eerste dochter Hendrik VIII) Maria. Zij was een diepgelovige katholiek en voerde het rooms-katholicisme weer in, inclusief de inquisitie (van Karel V). Door de bloederige vervolging van de protestanten werd zij Bloody Mary genoemd.

1558 EN:        Maria overleed en zij werd opgevolgd door haar halfzus Elisabeth. Zij bleef 45 jaar op de troon en werd Virgin Queen genoemd, omdat zij nooit is getrouwd.

Elisabeth I voerde het protestantisme weer in, maar vervolgden katholieken en protestantse dissidenten (andersdenkenden) niet.

De paus riep Engelsen op om Elisabeth te verjagen en ook Filips II probeerde haar van de troon te stoten. In 1588 trokken Spaanse oorlogsschepen het Kanaal in om Engeland binnen te vallen.       Maar Elisabeth had in 1585 al hulptroepen naar Nederland gestuurd en zij blokkeerden samen met Nederlandse opstandelingen de Vlaamse havens, waardoor het Spaanse leger niet aan boord kon gaan. De ‘onoverwinnelijke Armada’ was uiteindelijk niet bestand tegen de Engelse kanonnen.

1562 FR:        Er woedde een burgeroorlog tussen katholieken en protestanten. Ondanks de geloofsvervolging was het protestantisme na 1555 blijven groeien. Franse calvinisten werden hugenoten genoemd en kregen meerdere steden in handen. Waar ze de macht grepen, verboden ze de mis en volgde een beeldenstorm. Dit leidde tot een burgeroorlog.

1572 FR:        Hendrik van Navarra, leider van de hugenoten trouwde met de zus van de koning. De koning had hiermee ingestemd in de hoop op vrede. Vier dagen na de bruiloft was een belangrijke leider van de hugenoten, Gaspard de Colligny, gewond geraakt en de hugenoten wilden wraak nemen.                        Katholieke leiders waren bang en haalden de koning over om, voordat de hugenoten konden toeslaan, hen te vermoorden op het feest van de bruiloft. De Bloedbruiloft volgde. Veel hugenoten leiders werden vermoord, maar Hendrik van Navarra werd gespaard, omdat hij zich bekeerde.

1584 FR:        Hendrik VIII werd koning en opgevolgd door Hendrik van Navarra, omdat Hendrik VIII kinderloos was. Hendrik van Navarra was ondertussen alweer hugenoot geworden, maar bekeerde zich uiteindelijk wéér om troonopvolger te zijn. Wel was hij een gematigde katholieke koning.

2.2 Opstand in de Nederlanden (1566-1576)

1559 NL:        Filips II vertrok voorgoed naar Madrid en liet zijn halfzus Margaretha van Parma achter in de Nederlanden als landvoogdes. Onder haar groeide de onvrede. Hoge edelen als Willen van Oranje vonden dat er te weinig naar hen werd geluisterd.                Het calvinisme drong de Nederlanden binnen en Filips II gaf Margaretha de opdracht hard op te treden.

1566 NL:        Honderden edelen trokken naar Brussel om verzachting van de geloofsvervolging te vragen en overhandigde Margaretha het smeekschrift. Daarin stond dat de rust alleen kon worden hersteld als de kettervervolgingen werden gematigd.

1566 NL:        Omdat calvinisten geen kerken hadden, hielden ze in het open veld hagenpreken. Na zo’n hagenpreek begon ook de beeldenstorm.

Door de beeldenstorm besloot Filips II de verantwoordelijken hard te straffen, waaronder hoge edelen als Willem van Oranje, die volgens hem niet hard genoeg waren opgetreden. Filips stuurde Alva en Oranje vluchtte gauw naar Duitsland.

1567 NL:        Alva was gearriveerd met tienduizenden soldaten. Hij stelde een speciale rechtbank in, die boven gewone rechtbanken kwam te staan, genaamd de Raad van Beroerte. Deze ‘Bloedraad’ liet 1100 mensen executeren. Ook nam hij de centralisatie in handen en kondigde nieuwe belastingen aan, zoals de Tiende Penning.          Dit alles leidde echter tot nog meer onvrede en verzet.

1568:              In Duitsland en Engeland zaten ondertussen al vijftigduizend Nederlandse vluchtelingen, waaronder calvinisten. Onder de naam geuzen vormden zij gewapende bendes en probeerden zij Alva te kunnen verdrijven.        Oranje vormde samen met zijn broers een paar kleine legertjes en vielen daarmee in 1568 de Nederlanden binnen. Het zou het begin zijn van de Nederlandse Opstand of Tachtigjarige Oorlog.

1572 NL:        Nu wist Oranje met hulp van geuzen het grootste deel van Holland en Zeeland in handen te krijgen. Zij vormden een ‘vrije Statenvergadering’ en erkenden Willen van Oranje als hun leider. Er werd veel gevochten en het kostte Filips II bakken met geld. Uiteindelijk kon Filips zijn troepen niet meer betalen.

1576 NL:        Binnen het Spaanse leger braken muiterijen uit. De soldaten wilden niet meer in Holland en Zeeland vechten en trokken naar Vlaanderen en Brabant en sloegen daar aan het plunderen.               De Spaanse soldaten maakten zich meester van Antwerpen en roofden de stad leeg.

Antwerpen had Oranje uitgenodigd om over vrede te praten, zonder toestemming van Filips II. Dit leidde tot de Pacificatie van Gent. De zeventien gewesten spraken af om samen de Spaanse soldaten te verjagen. Er zou ook alvast gewetensvrijheid zijn: niemand zou vervolgd worden om zijn geloof.

Filips legde zich hier niet bij neer en stuurde hertog van Parma (zoon Margaretha), met verse troepen.

2.3 Een calvinistische Republiek (1576-1588)

1576 NL:        Het calvinisme kwam alweer op gang en grepen de macht in o.a. Gent, Brugge en Antwerpen. Dit was in strijd met de Pacificatie van Gent.

1579 NL:        De drie zuidelijke gewesten sloten samen met Filips’ landvoogd Parma de Unie van Atrecht.       Om zich tegen Parma te verdedigen sloten de noordelijke gewesten de Unie van Utrecht, wat was bedoeld als militair verbond, maar het werd de kern van een nieuwe staat. De zeventien Nederlandse gewesten vielen na dertig jaar uiteen.

1580 NL:       Willem van Oranje wordt door Filips II vogelvrij verklaard.

1581 NL:        In het Plakkaat van Verlatinghe antwoordden de opstandige gewesten officieel hun trouw aan Filips op te zeggen. Er staat in dat de vorst was aangesteld door God, maar kon worden afgezet als hij zijn onderdanen onderdrukte. De opstandige gewesten stelden de hertog van Anjou als nieuwe soevereine vorst. Anjou was de broer van de Franse koning, en zo hoopten de gewesten op steun uit Frankrijk, maar die kwam niet. Willem en Anjou werden vermoord.

1585 NL:        Graaf van Leicester werd tot landsheer benoemd, een vertrouweling van de Engelse koningin Elisabeth, maar leidde ook tot narigheid.

1588 NL:       De Staten-Generaal besloten na zijn vertrek geen vorst meer te zoeken, maar de soevereiniteit in eigen handen te houden. De gewesten gingen verder als republiek.

De Republiek zou niet lang bestaan. Parma had Vlaanderen en Brabant al veroverd en ook grote delen van het huidige Oost- en Noord-Nederland onderworpen. De Republiek was aan alle kanten omsingeld, maar de Opstand werd gered door het Spaanse plan om Engeland binnen te vallen. Parma moest hiervoor 30 000 man gereed houden voor de ‘onoverwinnelijke Armada’.                   Dit gaf de Republiek de kans om zijn verdediging op orde te brengen.

Willem van Oranje was voor godsdienstige verdraagzaamheid, dat leek de beste manier om de orde te herstellen. Hij was in geloofskwestie tegen een dwingende rol van de staat.                  Maar Oranje was afhankelijk van de gereformeerden (Nederlandse calvinisten). Zij speelden een belangrijke rol in de strijd tegen het Spaanse gezag en dus kwam er van godsdienstige verdraagzaamheid weinig terecht.

1579 NL:        Unie van Utrecht werd gesloten en Holland en Zeeland waren gereformeerd. Andere aangesloten gewesten mochten zelf hun godsdienst bepalen. Er was gewetensvrijheid, maar geen godsdienstvrijheid of vrijheid van eredienst. Calvinisten wilden dat de overheid iedereen moest dwingen om lid te zijn van de Gereformeerde Kerk.

Zover kwam het niet. Het werd alleen een publieke kerk: de kerk waarvan je lid moest zijn om regent te worden of een andere overheidsbaan te krijgen. Maar in praktijk verschilde de situatie van plaats tot plaats.            Hoewel de katholieke kerk officieel verboden was, bleef een groot deel van de bevolking katholiek.

2.4 Het begin van de Gouden Eeuw

1576 NL:        verplaatste het geweld zich van de Tachtigjarige Oorlog zich van Holland en Zeeland, richting het zuiden en het oosten. Vanaf toen speelde de oorlog zich buiten Holland, Zeeland en Friesland af. Er begon een tijd van economische groei, de Gouden Eeuw.

Doordat er in de zee gewesten geen sterke feodale traditie was, konden de boeren uitbreiden. De landbouw profiteerde net als vóór de Opstand van de groeiende Oostzeehandel en van de groei van steden, die de boeren afzetmarkten opleverden. Ook de nijverheid profiteerden van de groeiende handel en bijvoorbeeld de textielnijverheid profiteerde van de neergang van Brabant en Vlaanderen.

Vlaanderen en Brabant werden vanaf 1576 zwaar getroffen door oorlogsgeweld. Eerst de geuzen, en daarna van 1583-1585 door Parma. Tienduizenden kooplieden vluchtten naar het noorden.

1585 NL:        Val van Antwerpen.

De zee gewesten van de Republiek kregen een economische voorsprong op Engeland en Frankrijk. Frankrijk bleef een land van kleine boeren. In Engeland groeiden de commerciële handel wel, maar grootgrondbezit bleef de belangrijkste bron van welvaart.  De concurrentie tussen de Republiek en EN/FR bleef beperkt.

De Republiek was niet één land met een centraal bestuur. Steden en gewesten hadden een eigen munt, in- en uitvoerrechten en tolrechten. De steden bewaakten hun privileges.

1589 NL:       Dordrecht, Gouda en Rotterdam verzetten zich tegen de aanleg van een vaarroute tussen Amsterdam en Rotterdam, want daarop zou het verkeer tollen ontwijken.

Gilden beschermden hun ambachtslieden tegen concurrentie van buiten. Wie lid was van het plaatselijke gilde had het alleenrecht op de productie en verkoop van bepaalde producten in de stad.

Tussen de kustprovincies en de landprovincies waren grote verschillen. De landprovincies hadden namelijk amper commerciële landbouw, de meeste boeren waren zelfvoorzienend.

Holland en Zeeland waren erg nauw met elkaar verbonden, er waren namelijk ook gemeenschappelijke belangen die werden verdedigd. Het bestuur werd overheerst door kooplieden-regenten.

In alle steden bestond de vroedschap – het stadsbestuur – uit rijke burgers die actief waren in de handel of nijverheid. Die families waren door persoonlijke en familierelaties met elkaar verbonden. Deze kleine overzichtelijke  schaal van bestuur was in die tijd een voordeel. Zo konden er snel besluiten genomen worden die in het gemeenschappelijk belang waren.

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.