Dit beleid van Alva werd de directe aanleiding van de Opstand. Willem van Oranje viel in 1568 met huurlegers vanuit het oosten op drie plaatsen de Nederlanden binnen. De huurlegers werden verslagen door de legers van Alva. Vanuit het westen vielen de Watergeuzen (calvinisten die voor Alva gevlucht waren naar Engeland of het Noord-Duitse kustgebied) aan. Op 1 april 1572 veroverden zij Den Briel. De calvinisten slaagden erin macht te krijgen over veel Hollandse en Zeeuwse steden, en delen van Overijssel en Gelderland. In juli 1572 kwamen ze bijeen in een Statenvergadering. Ze besloten:
- Gezamenlijke financiële lasten van de verdediging op zich te nemen
- Willem van Oranje te erkennen als stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht
Waarom was de Statenvergadering revolutionair?
- Alleen landheer Filips II, de landvoogd(es) of de stadhouder had het recht een Statenvergadering bijeen te roepen
- Alleen een landsheer mocht een stadhouder benoemen
Alva deed niets tegen de opstand in Holland en Zeeland, waardoor de opstandelingen zich enigszins konden organiseren. Alva vreesde namelijk een aanval vanuit Frankrijk, omdat daar de hugenoten (Franse protestanten) en de katholieken ook ruzie hadden. Alva verwachtte dus dat de hugenoten de protestanten in de Nederlanden kwamen helpen. Hij probeerde de ruzie in Frankrijk te sussen door de katholieke zus van de Franse koning Karel IX te laten trouwen met een hugenoot, Hendrik van Navarra. Na de bruiloft werden bijna alle protestantse leiders vermoord (de bloedbruiloft), behalve Hendrik, die werd koning van Frankrijk en was verdraagzaam op het gebied van godsdienst. Na de bloedbruiloft (1572) was de kans op steun van de hugenoten geweken en kon Alva de opstandelingen harder aanpakken. Hij stuurde soldaten om de Geuzen te verslaan. Dat lukte goed, tot ze bij Haarlem kwamen. Na een lange en zware strijd verwon het Spaanse leger de stad. Maar daarna liepen ze vast bij Alkmaar en Leiden. Alva kon de opstand niet bedwingen, en daarom verving Filips II hem door Requesens. Maar ook Requesens faalde:
- De langdurige belegeringen van steden kostten veel geld in verhouding tot de resultaten. Omdat Filips II ook oorlog voorde tegen de Osmaanse Turken, was hij voortdurend in geldnood. De troepen weden slecht of niet betaald en hadden daarom geen motivatie
- Holland en Zeeland waren militair-strategisch gezien in het voordeel; ze konden de rivieren beheersen
Requesens stierf onverwachts in maart 1576, waardoor een gezagscrisis ontstond bij de Spanjaarden. Hier profiteerden de opstandelingen van.
Tussen Holland en Zeeland en de rest van de gewesten waren er een paar verschillen:
- Het Spaanse leger veroverde alle opstandige steden, behalve een paar in Holland en Zeeland
- In Holland en Zeeland was vrijheid van het geweten (een beperkte vrijheid van godsdienst, geen godsdienstvrijheid. Binnenshuis mocht men geloven wat hij/zij wilde, buiten was alleen de Gereformeerde Kerk toegestaan)
- De overige gewesten waren trouw aan het Spaanse gezag
De overige gewesten kregen steeds meer last van overlast door Spaanse troepen die plunderden en daarom sloten de gewesten zich aan bij Holland en Zeeland: de Pacificatie van Gent (november 1576). Er werd een bondgenootschap gesloten met de volgende afspraken:
- De Spaanse troepen moesten de Nederlanden verlaten
- Er zouden geen vervolgingen meer plaatsvinden op godsdienstig gebied
- In Holland en Zeeland was alleen het calvinisme toegestaan (wel gewetensvrijheid)
- De overige gewesten mochten hun eigen godsdienstbeleid voeren
Maar de Pacificatie van Gent mislukte; de calvinisten grepen de macht in Amsterdam en veel Brabantse en Vlaamse steden. Ze verboden het katholicisme > drie Waalse gewesten sloten een verbond (1579): de Unie van Atrecht. Ze onderworpen zich aan Filips II en erkenden de nieuwe landvoogd Parma (zoon Margaretha).
In de noordelijke gewesten was alleen het calvinisme toegestaan (in praktijk), er was nog wel gewetensvrijheid.
De Republiek der Verenigde Nederlanden in vier fasen.
1. De noordelijke gewesten stichten de Unie van Utrecht (1579) ter verdediging tegen de troepen van Parma.
2. Filips II verklaart Willem van Oranje vogelvrij (1580) > de breuk tussen vorst en opstandige gewesten is een feit
3. Filips II wordt afgezet met het Plakkaat van Verlatinghe (1581). De gewesten verklaarden in het plakkaat dat zij hun vorst mochten vervangen als die zich als een tiran gedroeg > definitieve scheiding tussen de gewesten die Filips II als vorst erkenden en de gewesten die dat niet deden. De opstandige gewesten hadden het moeilijk:
- De moord op Willem van Oranje (1584)
- Ze konden geen staatshoofd vinden
- Parma had veel militaire successen (hij nam Antwerpen en vele andere steden in en drong het gebied van opstand terug naar Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel en Gelderland), maar hij moest van Filips II de prioriteit leggen bij de strijd tegen Engeland en Frankrijk, waardoor de opstandige Nederlanden minder aandacht kregen + de Armada (Spaanse vloot die Engeland moest veroveren) werd een flop, dus bleef de oorlog tegen Engeland doorgaan
4. De opstandige gewesten besloten in 1584 door te gaan zonder vorst. Zij stichten de Republiek der Verenigde Nederlanden (1588). Hoe is dit gelukt?
- Engeland en Frankrijk hadden steeds oorlog met Spanje en konden wel een bondgenoot gebruiken. Zij erkenden daarom snel de soevereiniteit van de Republiek.
- Filips II voerde ook andere oorlogen die prioriteit kregen
- Het leger van de Republiek was heel sterk door stadhouder Maurits en Frederik Hendrik
- Er was veel internationale handel en dus veel geld
Willem van Oranje zijn beleid
- Religievrede: het katholicisme en calvinisme moest worden toegestaan. Dit slaagde niet:
- Radicale calvinisten waren goed georganiseerd en accepteerden religievrede niet
- De calvinisten vonden de strijd tegen Spanje ook een strijd om het geloof > Willem kon hun steun goed gebruiken
- Nationale invalshoek (in een tijd dat iedereen vooral gefocust was op zijn eigen gewest/stad/leefomgeving). Hij gebruikte veel propaganda, toch was die niet gericht op Filips II:
- De calvinisten hadden de opvatting dat je niet in opstand mocht komen tegen de vorst, omdat hij door God was aangesteld
- Filips II verbleef in Spanje, het was logischer kritiek te richten op de landvoogd
Willem van Oranje zijn beleid
- Religievrede: het katholicisme en calvinisme moest worden toegestaan. Dit slaagde niet:
- Radicale calvinisten waren goed georganiseerd en accepteerden religievrede niet
- De calvinisten vonden de strijd tegen Spanje ook een strijd om het geloof > Willem kon hun steun goed gebruiken
- Nationale invalshoek (in een tijd dat iedereen vooral gefocust was op zijn eigen gewest/stad/leefomgeving). Hij gebruikte veel propaganda, toch was die niet gericht op Filips II:
- De calvinisten hadden de opvatting dat je niet in opstand mocht komen tegen de vorst, omdat hij door God was aangesteld
- Filips II verbleef in Spanje, het was logischer kritiek te richten op de landvoogd
3. De afloop van de oorlog
1609: de oorlog wordt onderbroken door het Twaalfjarig bestand (wapenstilstand). De bedoeling was dat het bestand zou leiden tot een vredesverdrag, maar het conflict over voortzetting of beëindiging van de oorlog laaide weer op.
Voortzetting
Beëindiging
Stadhouder Maurits
Overige gewesten
Johan van Oldenbarnevelt
Staten van Holland
Vreesde dat Spanje tijdens het Bestand haar troepen versterkte en alsnog aanviel
Veroveren van meer gebieden in het Zuiden om het calvinisme uit te breiden
Gunstig voor de Hollandse Handel (minder defensie-uitgaven)
Maurits won en in 1621 werd de oorlog hervat.
In 1648 eindigde de strijd met de Vrede van Munster in het Verdrag van Munster. De redenen op vrede te sluiten:
- Spanje voerde in de Nederlanden strijd op twee fronten:
- Noorden: tegen opstandige gewesten
- Zuiden: tegen binnendringende Franse legers (hierop wilden ze zich concentreren)
- Vooral Holland wilde vrede, want zij moesten de meeste oorlogskosten betalen + vrede was gunstig voor hun handel
Gevolgen:
- De Republiek der Verenigde Nederlanden werd internationaal als onafhankelijke staat erkend
- De Republiek erkende de grens met de Zuidelijke Nederlanden als definitief
- De Schelde bleef gesloten (Amsterdam nam de rol van Antwerpen over als handelsstad)
- Spanje ging zich concentreren op de verdediging van de zuidgrens van de Zuidelijke Nederlanden
- Spanje en Portugal erkende de bezittingen van de Republiek in Brazilië en Azië, waardoor de handelspositie van de Republiek versterkte
4. Waardoor ontstond de Gouden Eeuw? (3 redenen)
De Gouden Eeuw was van 1600-1700 in de Republiek. Scheepvaart, handel en nijverheid, kunst en wetenschap kwamen tot grote bloei.
1. Economische groei tijdens de Opstand
Indirecte oorzaken:
- De moedernegotie
- Het importeren van goedkoop graan uit het Oostzeegebied > belangrijke vorm van handel
- Het ontbreken van feodale traditie
- Boeren in de Republiek konden vrij hun productie veranderen, omdat ze niet gebonden waren aan regels van de edelen. Ze konden dus overgaan op grootschalige productie
Directe oorzaken:
- Specialisatie en commercialisering
- Boeren gingen zich specialiseren en schakelden over naar commercialisering (producten voor de export produceren ipv eigen gebruik). Dit kon door het goedkope graan van de moedernegotie, omdat er voldoende voedsel was voor de bevolking kon het overschot worden geëxporteerd.
- De val van Antwerpen en het afsluiten van de Schelde
- Veel rijke kooplieden trokken naar Amsterdam > Amsterdam nam de rol van Antwerpen over als belangrijke handelsstad . Er kwam veel nieuw kapitaal en nieuwe kennis
2. De Staten-Generaal geven de VOC en de WIC het monopolie op de wereldhandel
De Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602) en de West-Indische Compagnie (1621) werden opgericht voor de handel met andere werelddelen. Ze kregen het monopolie op handel met Azië (VOC), Amerika en West-Afrika (WIC). Vooral de VOC was winstgevend. Ze sloten handelsverdragen met de inheemse bevolking, waarin stond dat specerijen alleen aan de VOC mochten worden verkocht. Ook stichtte de WIC een aantal koloniën:
- Nieuw-Nederland > New York
- Pernambuco > Brazilië
- Suriname en de Nederlandse Antillen
Ook had de WIC een aandeel in slavenhandel.
3. De nijverheid profiteert van alle handel
De nijverheid kwam tot ontwikkeling door de scheepvaart en handel:
- Er waren veel schepen nodig > scheepswerven en zeilmakerijen ontstonden
- Veel handelsproducten werden eerst bewerkt in de Republiek en dan pas doorverkocht > vele soorten nijverheid ontstaan
5. Cultuur in de Gouden Eeuw
Bevolkingsopbouw (zie diagram)
Voor de rijkere 35% ontstond er een markt voor luxegoederen: boeken schilderijen, porselein, meubels, tapijten en zilverwerk. Er ontstond meer vraag naar schilderijen en daarom bloeide de schilderkunst op. Twee groepen mensen kochten schilderijen:
- Een kleine groep van stadsbesturen en bestuurders van wees- en armenhuizen: grote groepsportretten
- De gegoede en kleine burgerij
Schilders gingen zich specialiseren en konden daardoor sneller en beter werken. De meeste mensen kochten een schilderij om hun huis op te leuken.
Ook de boekdrukkunst bloeide op:
- Drukkers gaven boeken uit die ook in het buitenland populair waren
- Veel buitenlanders lieten hun boeken in de Republiek drukken, omdat het in eigen land verboden was
- Internationale wetenschappers vestigden zich in de Republiek, aangetrokken door het tolerante klimaat
6. Het einde van de Gouden Eeuw
Engeland en Frankrijk gingen aan de Republiek voorbij, doordat:
- Engeland en Frankrijk lange tijd veel binnenlandse problemen hadden, dus nu waren opgelost
- Ze gingen hun handel en nijverheid beschermen door invoerrechten
- Ze gingen ook zelfs steeds meer handel drijven
Toch bleef de Republiek een belangrijke handelsstaat. Er ontstond wel veel werkloosheid in de Republiek.
REACTIES
1 seconde geleden