Hoofdstuk 13

Beoordeling 5.2
Foto van een scholier
  • Samenvatting door een scholier
  • 5e klas havo | 3472 woorden
  • 21 juli 2016
  • 1 keer beoordeeld
Cijfer 5.2
1 keer beoordeeld

Taal
Nederlands
Vak
Methode
ADVERTENTIE
Fix onze energie!

Studeer energie & techniek. Iedereen staat te springen om jou! We hebben namelijk veel technische toppers nodig die de energie van morgen fixen. Met een opleiding in energie & techniek ben je onmisbaar voor de toekomst. Check Power Up The Planet en ontdek welke opleiding het beste bij je past! 

Check Power Up The Planet!

Geschiedenis hoofdstuk 13 – Vrijheid en Democratie

Kenmerkende aspecten

  • Het ontstaan van vrijheidsrechten en politieke rechten in verschillende historische tijdvakken
  • Belangrijke denkers en hun ideeën over staat en onderdaan
  • De ontwikkeling van de parlementaire democratie en de rechtsstaat in Nederland na 1795
  • Het ontstaan van politieke stromingen en partijen sinds 1848

Begrippen

Actief kiesrecht = Het recht om je stem uit te brengen
Antithese = Leer van Abraham Kuyper waarin protestanten en katholieken op basis van het gemeenschappelijke christelijke geloof samen tegenover andere politieke partijen staan zoals de liberalen en socialisten
ARP = Antirevolutionaire Partij, opgericht in 1878 door Abraham Kuyper. Gereformeerde partij die zich tegen de idee van de Franse revolutie verzette, dat verstand in plaats van geloof de basis is voor het menselijk handelen
Bezetting = Tweede Wereldoorlog in Nederland. Nederland was bezet door nazi- Duitsland en de parlementaire democratie functioneerde niet. Nederland werd bestuurd door een totalitair regime met een nationaal socialistische ideologie
Bijzonder onderwijs = Onderwijs dat niet door de staat maar door een particuliere organisatie wordt bestuurd. Deze besturen kunnen bijvoorbeeld katholiek, protestant, van een ander geloof of ‘algemeen’ zijn
CDA = Christen Democratisch Appel, confessionele partij met het geloof als uitgangspunt. Voortgekomen uit ARP, CHU en KVP en in 1980 opgericht
Censuskiesrecht = Alleen diegenen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, mogen stemmen. Het gaat dan om het betalen van een bepaalde hoeveelheid belasting of andere tekenen van maatschappelijke welstand
Centralisatie = Het besturen van een land vanuit één plek, waar dan alle regeringsmacht geconcentreerd is
CHU = Christelijk Historische Unie, conservatieve christelijke partij, afsplitsing van de ARP
Confessionelen = Geloofsgroeperingen in de Nederlandse samenleving. In de praktijk van de 19e eeuw vooral de katholieken en protestanten
CPN = Communistische Partij van Nederland, sinds 1935 onder die naam bekend. Vanaf 1909 bestond er een communistische partij
D66 = Politieke partij die streeft naar verdere democratisering en bestuurlijke vernieuwing. Opgericht door Hans van Mierlo in 1966
Democratische Revolutie = Revolutie om democratie te bewerkstelligen. Welke politieke en vrijheidsrechten daarbij horen, blijkt een punt van discussie
Democratiseringsgolf = Periode in de Nederlandse geschiedenis waarin veel meer mensen betrokken raken bij de democratie en waarin met name jongeren en vrouwen door middel van actie voeren meer inspraak eisen en verwerven. Jaren zestig en zeventig
Dolle mina = Actiegroep van vrouwen, die streefde naar een grotere maatschappelijke en politieke deelname van vrouwen
Doorbraak = Idee dat vlak na de Tweede Wereldoorlog opgeld deed en dat uitging van een doorbreking van verzuiling
Eenheidsstaat = Staat waarin overal dezelfde wetten gelden en waarin provincie en gemeente ondergeschikt zijn aan het centrale gezag
Eerste Kamer = Vormt samen met de Tweede Kamer de Staten- Generaal. De leden van de Eerste Kamer worden door getrapte verkiezingen gekozen via de Provinciale Staten
Emancipatie = Het in eigen (politieke) organisaties opkomen door gelijkberechtiging voor de wet en in de samenleving van achtergestelde groepen
Evenredige vertegenwoordiging = Partijen behalen een zeteltal dat evenredig is met het aantal stemmen dat op ze is uitgebracht
Grondrechten = Elementaire rechten die voor iedere mens en burger gelden
Grondwet = Belangrijke wet met de rechten en plichten van burgers en betuur
Ideologie = Leer, een geheel van uitgangspunten die mensen onderschrijven en die ze van groot belang vinden als richtlijn voor de inrichting van hun eigen leven en dat van anderen
Industriële Revolutie = Overgang van handenarbeid en huisnijverheid naar machinale productie. In Engeland de periode van 1750 tot 1850
Kinderwetje van Van Houten = Eerste sociale wet in Nederland. De wet verbood arbeid van kinderen tot 12 jaar in fabrieken en werkplaatsen. Thuisarbeid, landarbeid en werken in persoonlijke dienstverlening vielen niet onder de wet
KVP = Katholieke Volkspartij, voortgekomen uit de RKSP en opgericht in 1946
Liberalisme = Politiek en economisch stelsel waarbij de vrijheid en de rechten van het individu vooropstaan. Liberalen pleiten voor een terughoudende overheid. Kapitalisme is volgens hen het beste economische stelsel
Ministeriële Verantwoordelijkheid = De ministers zijn verantwoordelijk voor hun politieke handelen, inclusief de politieke handelswijze van de koning. Zij moeten daarover verantwoording afleggen aan het parlement
Monarchie = Staatsvorm met als staatshoofd een persoon die op basis van erfopvolging zijn of haar functie uitoefent voor onbepaalde tijd. Bij een constitutionele monarchie wordt de macht van het koningshuis beperkt door een constitutie, een grondwet
Nederlandse Volksbeweging (NVB) = Beweging die vlak na de Tweede Wereldoorlog streefde naar een doorbreking van de oude zuilen en die nieuwe politieke verhoudingen wenste
Paars kabinet = Kabinetten onder leiding van PvdA- premier Kok, waarin sociaaldemocraten en liberalen samenwerken
Pacificatie = Geheel van maatregelen dat in 1917 genomen werd, waaronder algemeen mannenkiesrecht en gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Het maakte een eind aan de schoolstrijd
Parlementaire democratie = Politiek stelsel waarin een democratisch gekozen parlement de hoogste macht heeft
Passief kiesrecht = Het recht om gekozen te worden
Patriotten = Beweging die van Nederland een democratie en bestuurlijke eenheid wilde maken, zonder stadhouder. Zij komen op voor hun patria, vaderland
Polarisatie = De tegenstellingen tussen de verschillende politieke partijen en ideologieën aanscherpen
Populisme = Stroming die politieke ideeën baseert op de bij ‘gewone mensen’ levende onvrede, meestal over de afstand van de burger tot de politiek
Provo = Protestbeweging van jongeren in de jaren zestig, die zich op originele wijze verzette tegen te veel machtsuitoefening door de overheid en de consumptiemaatschappij
PvdA = Partij van de Arbeid, partij met als uitgangspunt sociaaldemocratische beginselen. Opgericht in 1946
Recht van Amendement = Recht van de Tweede Kamer om wetsvoorstellen te wijzigen
Recht van initatief = Recht van de Tweede Kamer om zelf wetsvoorstellen in te dienen
Rechtsstaat = Staat waarin de vrijheidsrechten van de inwoners worden gerespecteerd en de staatsmacht aan banden wordt gelegd door wetten
Representatieve democratie = Het volk heeft invloed op het bestuur via volksvertegenwoordigers
RKSP = Rooms- Katholieke Staatspartij, opgericht in 1926
Scheiding der Machten = Idee dat politieke macht, te weten de wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht, verdeeld moet worden over verschillende staatsorganen of personen. Omdat er drie machten zijn, wordt gesproken over de ‘trias politica’
Schoolstrijd = Strijd om financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs
SDAP = Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Opgericht in 1894 door onder andere Pieter Jelles Troelstra
SDB = Sociaaldemocratische Bond. Radicale socialistische groepering onder leiding van Domela Nieuwenhuis
Sociale Kwestie = Vraagstuk waarbij de mate waarin maatregelen genomen moeten worden om de sociale omstandigheden van de arbeiders te verbeteren, aan de orde wordt gesteld. Het gaat hier om arbeidswetten, onderwijswetten en wetten gericht op het verbeteren van de woonomstandigheden en algemene volksgezondheid
Socialisten = Aanhangers van een socialistische of sociaaldemocratische ideologie
SP = Partij op basis van socialistische beginselen. Opgericht in 1972 en vanaf die tijd onder leiding van Jan Marijnissen. In 2006 behaalde de partij en grote verkiezingsoverwinning
Soevereiniteit in eigen kring = Idee van Abraham Kuyper dat de christenen het recht moesten hebben zoveel mogelijk zaken in eigen kring te regelen (bijvoorbeeld het wel of niet naar school laten gaan van kinderen)
Tweede Kamer = Samen met de Eerste Kamer de wetgevende macht van Nederland. In de Tweede Kamer zitten rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordigers. De Tweede Kamer heeft meer rechten dan de Eerste Kamer
Unie van Utrecht = Verbond van zeven noordelijke gewesten om de Opstand voort te zetten
Verlichting = Stroming die vindt dat niet het geloof, maar je verstand en wetenschappelijk rederen je tot de waarheid brengen
Verzorgingsstaat = De staat zorgt door sociale wetgeving voor een sociaal vangnet voor alle burgers
Verzuiling = Indeling van het maatschappelijke en politieke leven in Nederland op basis van geloof en/of politieke overtuiging
Vrijheid van Drukpers = Belangrijk grondrecht en voorbeeld van een vrijheidsrecht, dat garandeert dat niemand vooraf toestemming behoeft te vragen  om te mogen publiceren. Achteraf kan wel toetsing aan de wet plaatsvinden
Vrijheidsrechten = Rechten die garanderen dat mensen vrij zijn van ongewenste bemoeienis met hun leven door personen of de staat
VVD = Volkspartij voor Vrijheid en Democratie. Partij met liberale beginselen, opgericht in 1948
Wederopbouw = Opbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog onder leiding van de rooms- rode kabinetten met Willem Drees als premier
 

Jaartallen

Oudheid

431 v.C.

Begrafenisrede van Pericles

De vrijheid en democratie in Athene bedreigd door de Spartanen

16e eeuw

1578

Willem van Oranje stelde voor om zowel het katholieke als lutherse en calvinistische geloof toe te staan

1579

Unie van Utrecht

1585

Meer dan 20.000 protestantse vluchtelingen kwamen naar Amsterdam (vanuit Antwerpen)

17e eeuw

Amsterdam de belangrijkste stad van de Republiek

Belangrijke denkers streven in de 17e eeuw neer in Amsterdam, stad van vrijheid van denken en geweten

18e eeuw

De Patriotten gaven aan het einde van de 18e eeuw vrijheid een nieuwe betekenis. In hun pamfletten en krantjes streden ze voor persvrijheid, voor de individuele vrijheid om je mening te uiten

1787

De revolutiepoging van de Patriotten mislukte

1795

De Republiek kwam in de handen van de Fransen. De Nederlanden werden een eenheidsstaat, de privileges van de steden en gewesten werden in één klap afgeschaft. Kerk en staat werden gescheiden, de godsdiensten werden gelijkgesteld voor de wet.

1 maart

1796

Eerste bijeenkomst van een gekozen ‘nationale vergadering’. Kiesrecht hadden mannen boven de 21 die het oude systeem hadden afgezworen

1798

Er kwam algemeen kiesrecht voor mannen. Dit leidde tot zoveel discussie en onenigheid, dat de Fransen schrokken van al dat geruzie in zo’n klein landje. Ze steunden een staatsgreep.

19e eeuw

De protestanten en katholieken streden naar subsidies voor bijzonder onderwijs.

1806

De broer van Napoleon werd koning, maar dat koninkrijkje was snel afgelopen. Uiteindelijk nam Napoleon het bewind helemaal over en Nederland werd een Franse provincie.

1813

Na het verdrijven van de Fransen werd Nederland een monarchie, met heel veel macht voor de koning

2 december

1813

Willem 1 zwoer plechtig een eed op het voorlopige ontwerp van de grondwet, waarin werd geregeld dat Nederland een parlement kreeg

1815

Nederland (tijdelijk samen met België) een koninkrijk met nog veel macht voor de koning

1830

Belgen kwamen in opstand en riepen een eigen staat uit

1840

De scheiding van België en Nederland werd formeel geregeld.

1845

Het ging heel slecht met de Nederlandse economie en er waren regelmatig voedselrellen

Februari

1848

Overal in Europa braken revoluties uit. Willem 1 zag de bui al hangen, want ook in Nederland werd er gedemonstreerd. Binnen 24 uur werd de koning naar eigen zeggen van ‘zeer conservatief naar zeer liberaal’.

1 juni

1848

Grondwet van Thorbecke wordt ingevoerd

. Vrijheid van drukpers en vrijheid van vereniging, in de grondwet
. Het parlement kreeg juist meer macht.
. Vrijheid van onderwijs

1848-1889

Schoolstrijd, overheidsbekostiging van bijzonder onderwijs

1863

Nederland schaft slavernij in Suriname af

1874

Kinderwetje van Van Houten, eerste sociale wet

1878

De ARP werd opgericht door Abraham Kuyper

3 oktober

1878

Joods meisje uit Friesland, Aletta Jacobs haalt het staatsexamen Arts. Zij was de eerste vrouwelijke student aan een Nederlandse universiteit.

1889-1917

Financiële gelijkstelling en schoolpacificatie

1894

Oprichting Sociaaldemocratische Arbeiderspartij, door Friese advocaat Pieter Jelles Troelstra

1896

Katholieke beweging door priester Schaepman

20e eeuw

Vanaf

1900

Nederland verzuilde. Die verzuiling hield waarschijnlijk de verleidelijke fascistische partijen tijdens de crisis van de jaren dertig op afstand. De bezetting betekende een breuk in het langdurige proces van democratisering van Nederland.

1901

Leerplichtwet. Kinderarbeid verdwijnt definitief

1908

Christelijke Historische Unie (CHU) opgericht

1909

Eerste communistische partij opgericht in Nederland

1917

Pacificatie: algemeen mannenkiesrecht en gelijkstelling van bijzonder en openbaar onderwijs à einde schoolstrijd

Afschaffing districtenstelsel en invoering stelsel van evenredige vertegenwoordiging

1918

Pieter Jelles Troelstra riep in de Tweede Kamer dat Nederland rijp was voor een socialistische revolutie, hier werd niets mee gedaan.

1919     

Kiesrecht voor vrouwen

1922

Eerste verkiezingen met algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht

1925-1939

Colijn (ARP) leidt achtereenvolgens vijf kabinetten

1926

Rooms- Katholieke staatspartij (RKSP)

1935

CPN (Communistische Partij van Nederland) opgericht

1946

Oprichting PvdA en KVP

Overeenkomst van Linggadjati. Soevereiniteit van de republiek Indonesië in beperkt gebied erkend

1947

Eerste politionele actie in Indonesië

1948

VVD werd opgericht

1948-1958

Rooms- rode coalities onder leiding van premier Drees (PvdA)
 

1948

Tweede politionele actie in Indonesië

1949

Soevereiniteitsoverdracht Indonesië. Indonesië wordt een onafhankelijke staat. Alleen Nieuw- Guinea bleef koloniaal bezit

Na

1950

Industriële Revolutie in Nederland. Het aantal industriearbeiders groeit sterk

1954

Bisschoppelijk mandement, de katholieken wilden geen scheiding van godsdienst en leven, tegen de verzuiling

1958

Einde van de rooms- rode samenwerking onder leiding van premier Drees

1960

Provo- beweging van jongeren in Nederland

1966

Hans van Mierlo richtte de D66 op (Democraten ’66)

Tien over Rood gepubliceerd

1967

De ontzuiling kwam er. Dat maakten de verkiezingen duidelijk. De drie confessionele partijen verloren hun meerderheid.

1970

Tweede feministische golf, de dolle mina’s

1973

ARP, CHU en KVP gaan samenwerken als CDA

1975

Soevereiniteitsoverdracht Suriname. Suriname wordt een onafhankelijke staat

1977

De drie grootste partijen van Nederland: PvdA, CDA en VVD

1980

Een nieuw confessionele partij: het Christen Democratisch Appel (CDA)

1983

In de grondwet: verbod van discriminatie

1994- 2002

Paarse kabinetten onder leiding van premier Kok (PvdA)

21e eeuw

6 mei

2002

Moord op Pim Fortuyn

2 november

2005

Filmer en schrijver Theo van Gogh werd in Amsterdam vermoord door een radicale moslim

2007     

De krant schrijft: ‘Zelden zijn er zoveel jongeren vrijgesteld van de leerplicht op grond van religie, gewetensbezwaren of levensbeschouwing als vorig jaar.’

Kenmerkende aspecten uitleg

Het ontstaan van vrijheidsrechten en politieke rechten in verschillende historische tijdvakken
- vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers en vrijheid van vereniging. Vrijheid is geen eenduidig begrip. Veel mensen in de Nederlanden hadden aan het einde van de Middeleeuwen hun persoonlijke vrijheid verworven. Vervolgens moesten ze een harde strijd leveren om de vrijheid van bemoeienis door een opdringerige vorst en de vrijheid van geloof te verwerven. Dat laatste was in de Republiek in de 17e eeuw en 18e eeuw aardig geregeld, maar echte godsdienstvrijheid kwam er pas in de 19e eeuw. Dat was de eeuw dat echt werd vastgelegd in de grondwet welke grondrechten de inwoners van Nederland allemaal hebben. Het omgaan met die vrijheid blijft lastig. Sinds 1983 staat in de grondwet dat je niet mag discrimineren en zo wordt duidelijk, dat de vrijheid haar grenzen kent en dat je rekening moet houden met elkaar.

Belangrijke denkers en hun ideeën over staat en onderdaan
- Pericles, grondlegger van de democratie in Oud- Griekenland en legeraanvoerder van de Atheense burgers.
- Locke, filosoof uit de vroege verlichting over parlement en politiek, 1632 - 1704
- Thomas Hobbes, filosoof, grondlegger van de moderne politieke filosofie, 1588-1679
- Baruch Spinoza, een Nederlands filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper uit de vroege Verlichting van Sefardisch-Joodse afkomst, rationalisme, 1632-1677
- Joan Derk van der Capellen tot den Pol, was een Nederlands politicus en edelman die een belangrijke rol speelde in de patriottenbeweging, 1741-1784
- Johan Rudolph Thorbecke, was een Nederlands staatsman van liberale signatuur. Hij wordt als de grondlegger van het parlementarisme in Nederland beschouwd, 1798-1872 

De ontwikkeling van de parlementaire democratie en de rechtsstaat in Nederland na 1795
- Vanaf het einde van de 18e eeuw hadden Patriotten kritiek op de manier waarop Nederland werd bestuurd. Zij vonden dat alle inwoners de Republiek zich met het bestuur moesten kunnen bemoeien. De Fransen zorgden ervoor dat Nederland een eenheidsstaat werd. Er werd geëxperimenteerd met een parlement en verkiezingen. Nadat de Fransen weggingen, werd Nederland een monarchie met een grondwet die de koning veel macht gaf. Revoluties in Europa deden koning Willem 2 beslissen dat er een liberalere grondwet moest komen. De liberale hoogleraar Thorbecke, later minister- president, zorgde daarvoor. De koning werd onschendbaar, het parlement werd het belangrijkste politieke orgaan. Politieke rechten waren echter nog steeds toegekend aan een kleine groep welgestelde mannen. De rest van de bevolking mocht nog niet stemmen.

Het ontstaan van politieke stromingen en partijen sinds 1848
- Abraham Kuyper, een orthodexe- protestantse dominee, richtte in 1878 de ARP op, de Antirevolutonaire partij, Antirevolutionair betekende voor Kuyper: tegen de ideeën van de Franse Revolutie. Hij was tegen de scheiding van kerk en staat, vond dat God de koning aanstelde en dat een bolk niet het recht has tegen een vorst in opstand te komen. Belangrijkste strijdpunt was een gelijkstelling van het bijzonder onderwijs.
- Samuel van Houten, een jong liberaal kamerlid, die een eerste wetsvoorstel indiende, gericht tegen wat hij de grootste 'uitwas van de vrije markt' noemde: kinderarbeid. Hij maakte gebruik van het recht van initiatief van de Tweede Kamer, het recht om zelf een wetsvoorstel in te dienen. Dit kinderwetje van van houten verbood kinderen onder 12 jaar te werken. pas na 19001 echter, met Leerplichtwet, verdween de grootschalige kinderarbeid uit ons land.
- SDB, Sociaaldemocratische Bond. Ze wilden een socialistische revolutie, waarbij alle bezit van kapitaal industrie en boerenbedrijven gemeenschappelijk zou worden. De bevlogen leider van de SDB, Ferdinand Domela Nieuwenhuis, verkondigde dat in de Tweede Kamer. Hij was fel tegen het koningshuis en werd vanwege zijn anti monarchistische uitlatingen zelfs in de gevangenis gegooid
- SDAP, Sociaaldemocratische Arbeiderspartij door Friese advocaat Pieter Jelles Troelstra in 1894. Belangrijkste strijdpunt was het algemeen kiesrecht, gelijkheid voor iedereen en staatseigendom van de productiemiddelen. Zij waren TEGEN gelijkstelling van het bijzonder onderwijs.
- CHU (Christelijk Historische Unie) opgericht in 1908 door voormalige ARP- leden.

Bekende personen

Pericles

Oudheid

Grondlegger democratie in oud- Griekenland

John Locke

17e eeuw

Engelse filosoof uit de tijd van de vroege verlichting

Willem van Oranje

16e eeuw

Stadhouder van de Nederlanden

Willem 1

18e eeuw

Eerste koning der Nederlanden

Baruch Spinoza

17e eeuw

Vriend van Johan de Witte, voorstander van vrijheid voor meningsuiting

Herman Schaepman

19e eeuw

Priester die als eerste priester lid werd van de Tweede Kamer. Leider van de RKSP.

Joan Derk van der Capellen tot Den Pol

18e eeuw

Aanspoorder voor de patriottenbeweging, de democratische revoluties

Thomas Hobbes

16e eeuw

Grondlegger van de moderne politieke filosofie

Johan Rudolph Thorbecke

19e eeuw

Grondlegger van het parlementarisme in Nederland

Abraham Kuyper

20e eeuw

Oprichter van de ARP

Aletta Jacobs

19e eeuw

De eerste Nederlandse vrouw die afstudeerde als arts

Samuel van Houten

19e eeuw

Nederlandse liberaal en bedenker van het kinderwetje van Van Houten

Ferdinand Domela Nieuwenhuis

19e eeuw

Oprichter van een Nederlandse socialistiche beweging en oprichter van SDB

Koningin Wilhelmina

20e eeuw

Koningin der Nederlanden

Pieter Jelles Troelstra

19e- 20e eeuw

Oprichter van de SDAP

Hans van Mierlo

20e eeuw

Oprichter van de D66

Hans Wiegel

21ste eeuw

Voormalig politicus voor de VVD

Pim Fortuyn

20e eeuw

Actief Nederlandse politicus die werd doodgeschoten vanwege zijn ideeën

Nicholaes Tulp

17e eeuw

Burgemeester Amsterdam en arts, streng gereformeerd, tegen vrijheid van meningsuiting

Politieke partijen

Dit wil je ook lezen:

RKSP

Rooms Katholieke Staatspartij

1926

Herman Schaepman

ARP

Antirevolutonaire Partij

1878

Abraham Kuyper

CHU

Christelijke Historische Unie

1908

-

SDB

Sociaaldemocratische Bond

1881

Domela Nieuwenhuis

SDAP

Sociaaldemocratische Arbeiderspartij

1894

Pieter Jelles Troelstra

Overige

Jort, dimensies, overige

Je persoonlijke vrijheid stopt bij de vrijheid van een ander.

1e feministische golf, jaren ’10, suffagrettes, stemrecht
2e feministische golf, jaren 60, dolle mina’s, gelijke sociale behandeling

1848 verandering grondwet door Thorbecke à democratisch Nederland
                Scheiding der machten
                               1. Ministriële verantwoordelijkheid (koning raakt macht kwijt)
                               2. Vrijheid van drukpers
                               3. Vrijheid van vereniging

Volgorde:

  1. Opkomst patriotten
  2. Bataafse Revolutie
  3. 1e nationale vergadering
  4. Ontstaan eenheidsstaat
  5. Invoering censuskiesrecht
  6. Nederland en België los van elkaar
  7. Koning verliest macht                                  - 1848

Willem 1 = Willem de Zwijger, koning
Willem van Oranje

Conservatief = behoudend

Kinderwetje van Van Houten = Onder de 12 jaar niet in de fabrieken, wél in de landbouw

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.